Samenvatting KCO
Inleiding + Hoofdstuk 1
Geen gedetailleerde vragen op examen, maar eens lezen
Hoofdstuk 2: Het kwalitatief onderzoeksdesign
• De wijze waarop je de empirische manier van werken gaat aanpakken
o Empirisch = waarnemingen doen in de sociale realiteit
De kwalitatieve probleemstelling
• Ontwerp van de wijze waarop je uw waarnemingen gaat doen en de wijze waarop je die
waarnemingen gaat verwerken
o Argumenteren waarom het wetenschappelijk en maatschappelijk relevant is
Soorten onderzoeksvragen
• Het vragend voornaamwoord heeft een verbinding met je doelstelling
o Doelstelling: wat je wilt bereiken met je onderzoek
o Kwalitatieve en kwantitatieve vragen: meeste onderzoeken richten zich op wat-vragen à
2 soorten:
§ Verkennend à exploratief onderzoek (hypothesevormend van aard, exploratieve
enquête of exploratieve casestudy)
§ Onder vorm van “hoeveel”-of “hoe groot”-vragen (enquête of archieronderzoek
o Hoe- en waarom-vragen
§ Verklarend van aard à kwalitatief onderzoek
• Historisch onderzoek (geen of nauwelijks controle over gedrag
respondenten)
• Experiment (manipuleerbaarheid van gedrag = basiselement van
onderzoek
Het bepalen van het onderzoeksdoel
• Te onderscheiden van probleemstelling!
• Uitleggen waarom je onderzoek doet à formuleert de relevantie
o Uitleggen voor wie je onderzoek belangrijk is
o Doelgroep onderzoek: “Voor wie doe ik onderzoek?”
Waarom doe je dit onderzoek?
v Intellectuele redenen
- Redenen die vanuit het wetenschapsbedrijf zelf aangedragen worden om te
kiezen voor een bepaald onderzoeksprobleem (bepaalde paradigma of theorieën of
louter wetenschappelijke nieuwsgierigheid) (wil een fenomeen onderzoeken)
v Praktische redenen
- Hebben te maken met het doel dat de onderzoeker voor ogen heeft met zijn
1
, onderzoeksvraag (onderzoeker wil iets bereiken)
• Vb. evaluatieonderzoek: kijkt niet alleen naar de praktijk en eventuele
gevolgen, maar ook aandacht voor de planningsfase waarin het
ideeëngoed over de nieuwe aanpak tot stand komt (maakt gebruik van
verschillende dataverzamelingsmethode à kan daarom beschouwd
worden als een casestudy onderzoek)
• Vb. actieonderzoek of handelingsonderzoek: onderzoek wordt gedaan in
nauwe samenwerking met de onderzochten zelf
v Persoonlijke redenen
- Vb. een thema dat de onderzoeker nauw aan het hart ligt en daarom een intrinsieke
motivatie vormt
v Begin onderzoek
- Richards: adviseert om van bij het begin een onderzoekslogboek bij te houden
• Je schrijft, niet alleen voor jezelf, uit waarover je onderzoek wil doen, maar
ook wat de persoonlijke, intellectuele en/of praktische redenen zijn om dit
onderzoek te gaan doen
• Je houdt daarbij alles wat er later in je OZ gebeurt bij en wat er wijzigde en
waarom en wat de alternatieven waren
Waarom is dit onderzoek belangrijk?
• Keuze voor bepaald onderzoek duidelijk motiveren
• Criminologisch OZ grosso modo 4 belangrijke doelen voor ogen: verkennen, verklaren,
beschrijven en emanciperen
v Exploratief onderzoek
- Doel is te komen tot inzichten op een domein waar tot nu toe nog weinig over
geweten is (verkennend of explorerend van aard)
- Verantwoording: zekere noodzaak om meer te weten (ontdekken nieuwe domeinen,
nieuwe doelgroep bestuderen…)
v Verklarend onderzoek
- Onderzoeker gaat expliciet op zaak naar het ontdekken van oorzaken in de
betekenisgeving van personen
- Dit soort invalshoek voor kwalitatief onderzoek zeldzaam omwille van de meestal
beperkte omvang van de onderzoekspopulatie
v Beschrijvend onderzoek
-Doel is het aanleveren van een gedetailleerde beschrijving van een bepaalde case
die bestudeerd wordt
- Verantwoording: in de kennis en inzichten die de omstandige beschrijving van een
bepaalde case kan bijdragen
v Emancipatorisch onderzoek (actieonderzoek)
- Onderzoeker wil niet alleen kennis opdoen maar wilt ook, samen met de
onderzochten, een sociaal probleem aanpakken en/of de betrokkenen instrumenten
aanreiken om het probleem aan te pakken
- Doel is een bijdrage te leveren in sociale actie en de staving van het belang van het
onderzoek moet daarmee gezocht worden
2
,Voor wie is het onderzoek bedoeld?
• Voor wie de resultaten belangrijk zullen zijn à drie doelgroepen
v Wetenschappelijke gemeenschap
- Onderzoeker wil met zijn onderzoek bijdragen aan de stand van kennis over
een bepaald onderwerp en voert hiertoe onderzoek uit
- Moet dan argumenteren dat het onderzoek een significante bijdrage levert aan de
theoretische en/of empirische kennis
v Beleidsmakers
- Zitten met praktische vragen over hoe hun beleid het meest geoptimaliseerd
kan worden
- Twee vormen:
• Explorerend onderzoek: de opdrachtgevende overheid vaagt om nieuwe
gegevens te verzamelen op domeinen waar tot nu toe weinig kennis
voorhanden is
• Evaluerend onderzoek: bestaande beleidsmaatregelen worden onder de
loep genomen (onderzoeker gaat na of de doelstellingen van de genomen
maatregelen in de praktijk gerealiseerd worden)
v Praktische relevantie
- Praktijkmensen die op korte termijn een antwoord wensen op een bepaald
probleem dat gerezen is
- CRIMINOLOGIE !
De onderzoeksvraag
• Veel gerichter van aard à je gaat de richting van je onderzoek samenballen in een gerichte
vraag waarop je onderzoek op het einde van de rit een antwoord zal proberen te formuleren
De eerste aanzet
v Moet helder, begrijpelijk en ondubbelzinnig zijn
v Onderzoeksvragen zijn evoluerend
- Onderzoeksvragen groeien mee doorheen het onderzoek en worden, net als
analyses, geschreven en herschreven
- In vraagvorm + aantal vragen beperken
Eerste versie neergeschreven? à kritische evaluatie van die eerste versie:
v Onderzoekbaarheid
-= de mate waarin een onderzoeksvraag wel degelijk kan en mag leiden tot een
onderzoek
- Enkele aspecten:
• Empirisch onderzoekbaar: de mogelijkheid om de onderzoeksvraag te
beantwoorden met een empirisch onderzoek
• In ruimte zin ook te maken met sociaalwetenschappelijke
onderzoekbaarheid (bv. het antwoord is wel empirisch onderzoekbaar, maar
vergt eerder een juridisch of historisch onderzoek)
v Haalbaarheid
3
, - Bij het uitschrijven van de OV moet de onderzoeker zich er goed van bewust zijn dat
het onderzoek ook uitvoerbaar moet zijn
- Drie criteria om haalbaarheid van onderzoek te bepalen:
• Tijd à het inschatten van de tijd dat het onderzoek gaat duren (wordt vaak
onderschat)
v Tijdsbegroting: maken van een tijdpad waarin de vakanties van de
onderzoeker en zijn medewerkers meegerekend worden
v Tarra-tijd: het contacteren van de respondenten, je verplaatsing naar
de respondent, de koffie bij de start van het interview…
v Soms komt de benodigde tijd niet overeen met de bemeten tijd
• Geld
v Monetaire begroting: inschatting maken van de personeelskosten,
reis- en verblijfskosten, drukkosten etc. à uit deze berekening
opmaken of de studie haalbaar is of niet
v Kosten (bv. verplaatsingsonkosten, inversteringskost)
• Bereikbaarheid en bereidheid van onderzoeksobjecten
Het literatuuronderzoek en sensitizing concepts
De bedoeling de eerste versie theoretisch verder uit te werken à gebeurt in het literatuuronderzoek
Manier om met de al dan niet beperkende invloed van een theoretisch kader uit te literatuur om te
gaan, bestaat erin om te werken met algemene concepten die nog niet of slechts heel summier zijn
uitgewerkt à sensitizing concepts
v Sensitizing concepts
- Term om de relatie tussen onderzoeker en literatuur vorm te geven
- Geven richting aan een kwalitatief onderzoek en maken de kwalitatieve onderzoeker
gevoelig voor bepaalde belangrijke concepten die bij het beantwoorden van de OV
een rol kunnen spelen
- Goed omschrijven van begrippen
- Ideeën formuleren in termen van begrippen: te vaag = gevolgen voor de
validiteit en betrouwbaarheid
• Beschrijving geven die onderbouwd is met literatuuronderzoek
- Concept: abstract uitdrukken van iets dat zich in de realiteit afspeelt
- Sensitized: een term die je gaat gebruiken van waaruit je het perspectief van je
onderzoek uitlegt
- Deductief = uit je literatuur
- Inductief = uit je data
Algemene structuur en inhoud
Hoe je de totale probleemstelling uitschrijft
1. Een situering van het onderzoeksdomein
2. Een maatschappelijke en/of wetenschappelijke verantwoording (= motivatie)
3. Het onderzoeksdoel (exploreren, verklaren, verkennen, beschrijven)
4. De onderzoeksvraag
5. De deelvragen in het onderzoek (dezelfde criteria als voor centrale OV)
4
Inleiding + Hoofdstuk 1
Geen gedetailleerde vragen op examen, maar eens lezen
Hoofdstuk 2: Het kwalitatief onderzoeksdesign
• De wijze waarop je de empirische manier van werken gaat aanpakken
o Empirisch = waarnemingen doen in de sociale realiteit
De kwalitatieve probleemstelling
• Ontwerp van de wijze waarop je uw waarnemingen gaat doen en de wijze waarop je die
waarnemingen gaat verwerken
o Argumenteren waarom het wetenschappelijk en maatschappelijk relevant is
Soorten onderzoeksvragen
• Het vragend voornaamwoord heeft een verbinding met je doelstelling
o Doelstelling: wat je wilt bereiken met je onderzoek
o Kwalitatieve en kwantitatieve vragen: meeste onderzoeken richten zich op wat-vragen à
2 soorten:
§ Verkennend à exploratief onderzoek (hypothesevormend van aard, exploratieve
enquête of exploratieve casestudy)
§ Onder vorm van “hoeveel”-of “hoe groot”-vragen (enquête of archieronderzoek
o Hoe- en waarom-vragen
§ Verklarend van aard à kwalitatief onderzoek
• Historisch onderzoek (geen of nauwelijks controle over gedrag
respondenten)
• Experiment (manipuleerbaarheid van gedrag = basiselement van
onderzoek
Het bepalen van het onderzoeksdoel
• Te onderscheiden van probleemstelling!
• Uitleggen waarom je onderzoek doet à formuleert de relevantie
o Uitleggen voor wie je onderzoek belangrijk is
o Doelgroep onderzoek: “Voor wie doe ik onderzoek?”
Waarom doe je dit onderzoek?
v Intellectuele redenen
- Redenen die vanuit het wetenschapsbedrijf zelf aangedragen worden om te
kiezen voor een bepaald onderzoeksprobleem (bepaalde paradigma of theorieën of
louter wetenschappelijke nieuwsgierigheid) (wil een fenomeen onderzoeken)
v Praktische redenen
- Hebben te maken met het doel dat de onderzoeker voor ogen heeft met zijn
1
, onderzoeksvraag (onderzoeker wil iets bereiken)
• Vb. evaluatieonderzoek: kijkt niet alleen naar de praktijk en eventuele
gevolgen, maar ook aandacht voor de planningsfase waarin het
ideeëngoed over de nieuwe aanpak tot stand komt (maakt gebruik van
verschillende dataverzamelingsmethode à kan daarom beschouwd
worden als een casestudy onderzoek)
• Vb. actieonderzoek of handelingsonderzoek: onderzoek wordt gedaan in
nauwe samenwerking met de onderzochten zelf
v Persoonlijke redenen
- Vb. een thema dat de onderzoeker nauw aan het hart ligt en daarom een intrinsieke
motivatie vormt
v Begin onderzoek
- Richards: adviseert om van bij het begin een onderzoekslogboek bij te houden
• Je schrijft, niet alleen voor jezelf, uit waarover je onderzoek wil doen, maar
ook wat de persoonlijke, intellectuele en/of praktische redenen zijn om dit
onderzoek te gaan doen
• Je houdt daarbij alles wat er later in je OZ gebeurt bij en wat er wijzigde en
waarom en wat de alternatieven waren
Waarom is dit onderzoek belangrijk?
• Keuze voor bepaald onderzoek duidelijk motiveren
• Criminologisch OZ grosso modo 4 belangrijke doelen voor ogen: verkennen, verklaren,
beschrijven en emanciperen
v Exploratief onderzoek
- Doel is te komen tot inzichten op een domein waar tot nu toe nog weinig over
geweten is (verkennend of explorerend van aard)
- Verantwoording: zekere noodzaak om meer te weten (ontdekken nieuwe domeinen,
nieuwe doelgroep bestuderen…)
v Verklarend onderzoek
- Onderzoeker gaat expliciet op zaak naar het ontdekken van oorzaken in de
betekenisgeving van personen
- Dit soort invalshoek voor kwalitatief onderzoek zeldzaam omwille van de meestal
beperkte omvang van de onderzoekspopulatie
v Beschrijvend onderzoek
-Doel is het aanleveren van een gedetailleerde beschrijving van een bepaalde case
die bestudeerd wordt
- Verantwoording: in de kennis en inzichten die de omstandige beschrijving van een
bepaalde case kan bijdragen
v Emancipatorisch onderzoek (actieonderzoek)
- Onderzoeker wil niet alleen kennis opdoen maar wilt ook, samen met de
onderzochten, een sociaal probleem aanpakken en/of de betrokkenen instrumenten
aanreiken om het probleem aan te pakken
- Doel is een bijdrage te leveren in sociale actie en de staving van het belang van het
onderzoek moet daarmee gezocht worden
2
,Voor wie is het onderzoek bedoeld?
• Voor wie de resultaten belangrijk zullen zijn à drie doelgroepen
v Wetenschappelijke gemeenschap
- Onderzoeker wil met zijn onderzoek bijdragen aan de stand van kennis over
een bepaald onderwerp en voert hiertoe onderzoek uit
- Moet dan argumenteren dat het onderzoek een significante bijdrage levert aan de
theoretische en/of empirische kennis
v Beleidsmakers
- Zitten met praktische vragen over hoe hun beleid het meest geoptimaliseerd
kan worden
- Twee vormen:
• Explorerend onderzoek: de opdrachtgevende overheid vaagt om nieuwe
gegevens te verzamelen op domeinen waar tot nu toe weinig kennis
voorhanden is
• Evaluerend onderzoek: bestaande beleidsmaatregelen worden onder de
loep genomen (onderzoeker gaat na of de doelstellingen van de genomen
maatregelen in de praktijk gerealiseerd worden)
v Praktische relevantie
- Praktijkmensen die op korte termijn een antwoord wensen op een bepaald
probleem dat gerezen is
- CRIMINOLOGIE !
De onderzoeksvraag
• Veel gerichter van aard à je gaat de richting van je onderzoek samenballen in een gerichte
vraag waarop je onderzoek op het einde van de rit een antwoord zal proberen te formuleren
De eerste aanzet
v Moet helder, begrijpelijk en ondubbelzinnig zijn
v Onderzoeksvragen zijn evoluerend
- Onderzoeksvragen groeien mee doorheen het onderzoek en worden, net als
analyses, geschreven en herschreven
- In vraagvorm + aantal vragen beperken
Eerste versie neergeschreven? à kritische evaluatie van die eerste versie:
v Onderzoekbaarheid
-= de mate waarin een onderzoeksvraag wel degelijk kan en mag leiden tot een
onderzoek
- Enkele aspecten:
• Empirisch onderzoekbaar: de mogelijkheid om de onderzoeksvraag te
beantwoorden met een empirisch onderzoek
• In ruimte zin ook te maken met sociaalwetenschappelijke
onderzoekbaarheid (bv. het antwoord is wel empirisch onderzoekbaar, maar
vergt eerder een juridisch of historisch onderzoek)
v Haalbaarheid
3
, - Bij het uitschrijven van de OV moet de onderzoeker zich er goed van bewust zijn dat
het onderzoek ook uitvoerbaar moet zijn
- Drie criteria om haalbaarheid van onderzoek te bepalen:
• Tijd à het inschatten van de tijd dat het onderzoek gaat duren (wordt vaak
onderschat)
v Tijdsbegroting: maken van een tijdpad waarin de vakanties van de
onderzoeker en zijn medewerkers meegerekend worden
v Tarra-tijd: het contacteren van de respondenten, je verplaatsing naar
de respondent, de koffie bij de start van het interview…
v Soms komt de benodigde tijd niet overeen met de bemeten tijd
• Geld
v Monetaire begroting: inschatting maken van de personeelskosten,
reis- en verblijfskosten, drukkosten etc. à uit deze berekening
opmaken of de studie haalbaar is of niet
v Kosten (bv. verplaatsingsonkosten, inversteringskost)
• Bereikbaarheid en bereidheid van onderzoeksobjecten
Het literatuuronderzoek en sensitizing concepts
De bedoeling de eerste versie theoretisch verder uit te werken à gebeurt in het literatuuronderzoek
Manier om met de al dan niet beperkende invloed van een theoretisch kader uit te literatuur om te
gaan, bestaat erin om te werken met algemene concepten die nog niet of slechts heel summier zijn
uitgewerkt à sensitizing concepts
v Sensitizing concepts
- Term om de relatie tussen onderzoeker en literatuur vorm te geven
- Geven richting aan een kwalitatief onderzoek en maken de kwalitatieve onderzoeker
gevoelig voor bepaalde belangrijke concepten die bij het beantwoorden van de OV
een rol kunnen spelen
- Goed omschrijven van begrippen
- Ideeën formuleren in termen van begrippen: te vaag = gevolgen voor de
validiteit en betrouwbaarheid
• Beschrijving geven die onderbouwd is met literatuuronderzoek
- Concept: abstract uitdrukken van iets dat zich in de realiteit afspeelt
- Sensitized: een term die je gaat gebruiken van waaruit je het perspectief van je
onderzoek uitlegt
- Deductief = uit je literatuur
- Inductief = uit je data
Algemene structuur en inhoud
Hoe je de totale probleemstelling uitschrijft
1. Een situering van het onderzoeksdomein
2. Een maatschappelijke en/of wetenschappelijke verantwoording (= motivatie)
3. Het onderzoeksdoel (exploreren, verklaren, verkennen, beschrijven)
4. De onderzoeksvraag
5. De deelvragen in het onderzoek (dezelfde criteria als voor centrale OV)
4