H7: lichtverstrooiing
Inleiding en Tyndall-effect
Absorptiefotometrie:
o Meet selectieve absorptie (absorptie van welbepaalde
golflengte) van licht door moleculen → golflengten afhankelijk
van structuur en energietransities
Niet-selectieve absorptie (treedt op bij alle golflengten) =
lichtverstrooiing = Tyndall effect:
o Zelfs kleurloze stoffen verzwakken invallend licht → door
lichtverstrooiing (Tyndall-effect)
o Licht wordt in alle richtingen verstrooid, golflengte blijft gelijk
→ uittredende bundel is afgezwakt
Factoren die lichtverstrooiing beïnvloeden (fractie licht dat verstrooid
wordt is zeer klein):
Aantal deeltjes in oplossing
Grootte van de deeltjes die het licht verstrooid
Golflengte van het invallende licht
Belangrijk:
Heldere oplossingen van kleine deeltjes → weinig verstrooiing
(gecorrigeerd met blanco in absorptiefotometrie)
Grote deeltjes/macromoleculen → sterke verstrooiing → relevant voor
suspensies en macromoleculen (proteïnen, DNA, glycogeen)
Gebieden van lichtverstrooiing
Lord Rayleigh-gebied (Rayleigh scattering):
o Lichtverstrooiing van deeltjes met een diameter < λ/10
Geldt voor macromoleculen (zoals proteïnen)
1 2
o Intensiteit van verstrooid licht (Iv): I V =k ⋅ 4 ⋅ ni ⋅ V i
λ
K = constante (met brekingsindex van het oplosmiddel
van de opgeloste stof)
Λ = golflengte van het invallend (en dus verstrooid licht)
ni = het aantal lichtverstrooiende deeltjes
Vi = moleculair volume van de deeltjes
o Toepassing: molmassa van macromoleculen, aangezien Vi
evenredig is met de molmassa van het deeltje
o De sterke golflengte afhankelijkheid van de intensiteit van het
verstrooid licht verklaart waarom de hemel blauw is
Kleine deeltjes verstrooien het wit zonlicht
Inleiding en Tyndall-effect
Absorptiefotometrie:
o Meet selectieve absorptie (absorptie van welbepaalde
golflengte) van licht door moleculen → golflengten afhankelijk
van structuur en energietransities
Niet-selectieve absorptie (treedt op bij alle golflengten) =
lichtverstrooiing = Tyndall effect:
o Zelfs kleurloze stoffen verzwakken invallend licht → door
lichtverstrooiing (Tyndall-effect)
o Licht wordt in alle richtingen verstrooid, golflengte blijft gelijk
→ uittredende bundel is afgezwakt
Factoren die lichtverstrooiing beïnvloeden (fractie licht dat verstrooid
wordt is zeer klein):
Aantal deeltjes in oplossing
Grootte van de deeltjes die het licht verstrooid
Golflengte van het invallende licht
Belangrijk:
Heldere oplossingen van kleine deeltjes → weinig verstrooiing
(gecorrigeerd met blanco in absorptiefotometrie)
Grote deeltjes/macromoleculen → sterke verstrooiing → relevant voor
suspensies en macromoleculen (proteïnen, DNA, glycogeen)
Gebieden van lichtverstrooiing
Lord Rayleigh-gebied (Rayleigh scattering):
o Lichtverstrooiing van deeltjes met een diameter < λ/10
Geldt voor macromoleculen (zoals proteïnen)
1 2
o Intensiteit van verstrooid licht (Iv): I V =k ⋅ 4 ⋅ ni ⋅ V i
λ
K = constante (met brekingsindex van het oplosmiddel
van de opgeloste stof)
Λ = golflengte van het invallend (en dus verstrooid licht)
ni = het aantal lichtverstrooiende deeltjes
Vi = moleculair volume van de deeltjes
o Toepassing: molmassa van macromoleculen, aangezien Vi
evenredig is met de molmassa van het deeltje
o De sterke golflengte afhankelijkheid van de intensiteit van het
verstrooid licht verklaart waarom de hemel blauw is
Kleine deeltjes verstrooien het wit zonlicht