Samenvatting Recht van de EU
HOORCOLLEGE WEEK 1
Inleiding en vrij verkeer van goederen
Drie karakteristieken van het EU-recht
1. Gelaagde structuur:
o Primair recht → EU-verdragen (VWEU en VEU) + algemene beginselen van Europees
recht + Handvest + interpretaties van Verdragen door het Hof.
o Secundair recht (verenigbaar met primaire recht en mag niet verdergaand zijn) →
wetgeving en overige handelingen van de EU-instellingen op grond van de EU-
verdragen) + nationale uitvoering door lidstaten
o Tertiaire recht → uitvoeringsmaatregelen op grond van secundair recht
o Belangrijkste bronnen:
1. Verdrag betreffende Europese Unie (VEU)
2. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
3. Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
4. Geselecteerde EU-wetgeving (secundair EU-recht)
2. Veel open normen en sterke focus op rechtspraak: voornamelijk “rechtersrecht”
3. Verdragsherzieningen in 2009 en bijbehorende hernummering van de Verdragen
De interne markt: wat en waarom?
Wat is de interne markt? → art 26 lid 2 VWEU
Binnen de Europese Unie hebben we geen grenzen meer voor goederen, in praktijk is
dat echter wel anders. Bv bij migratie
Waarden en beginselen van de interne markt → Art 3 lid 3 VEU
Niet volledig economische waarden en beginselen die volgens dit artikel mee moeten
worden genomen
Economisch middel om doelstellingen te bereiken tussen lidstaten
Waarom hebben we een interne markt? → Art 1 en 3 lid 1 VEU
Waaruit bestaan de interne markt
1. Vrij verkeer van goederen → art 30, 34-36 en 110 VWEU
2. Vrij verkeer van personen
a. Werknemers → art 45 VWEU
b. Zelfstandigen en bedrijven → art 49 VWEU
3. Vrij verkeer van diensten → art 56-62 VWEU
4. Vrij verkeer van kapitaal → art. 63–65 VWEU
5. Unieburgerschap → art. 20 en 21 VWEU
6. Een systeem van onvervalste mededinging → art. 101–109 VWEU en protocol
Positieve en negatieve integratie
Negatieve integratie = de verboden in het Verdrag (zie artikelen vorige kopje)
, De Verdragen vertellen lidstaten door middel van de verboden wat ze niet mogen
doen
Focus op nationale regelgeving die het functioneren van de interne markt
belemmert
Vaak gaat het erover of nationale regelgeving in strijd is met een Verdrag
Positieve integratie (harmonisatie) = Secundair EU-recht
Nationale regelgeving wordt vervangen door uniforme EU-standaarden
Focus op EU-regels die het functioneren van de interne markt bevorderen
Bijvoorbeeld wanneer je iets “jam” mag noemen
Verhouding positieve en negatieve integratie
Geen harmonisatie? De verboden in de Verdragen vormen de beoordelingskader van de
nationale regels
Harmonisatie? De Europese secundaire wetgeving wordt het beoordelingskader van
nationale regels
Constitutionalisering van het EU recht
Wat is nodig om Europese integratie daadwerkelijk te doen slagen?
Context: Het falen van het internationaal recht in de voorafgaande decennia om oorlog te
voorkomen
De methode van het Hof van Justitie: “integratie door recht” oftewel de
“constitutionalisering” van de Verdragen:
Autonomie
Rechtstreekse werking
Voorrang
Essentieel hierin is de zgn. “prejudiciëlevraagprocedure
Autonomie: Van Gend en Loos
Eerst jurisprudentie over de werking van het EU recht
Het EEG-verdrag is meer dan een overeenkomst welke slechts wederzijdse verplichtingen
tussen de verdragssluitende mogendheden schept”
Nationaal recht kan geen afbreuk doen aan het Unierecht. Het Unierecht heeft voorrang
boven het nationaal recht van de lidstaten. Het Unierecht heeft rechtstreekse werking en
voorrang
Unierecht heeft een werking als intern recht. Een onderdaan kan onder voorwaarden
beroepen op een regel van Unierecht. Wanneer het nationaal recht botst met Unierecht, zal
het Unierecht voorrang krijgen
Autonomie en rechtstreekse werking
Dat het gemeenschapsrecht derhalve, evenzeer als het, onafhankelijk van de wetgeving der
lidstaten, ten laste van particulieren verplichtingen in het leven roept, ook geëigend is
rechten te scheppen welke zij uit eigen hoofde kunnen geldig maken”
, Monisme en dualisme zijn niet relevant voor de inroepbaarheid van het Unierecht in de lidstaten
Waarom is dit zo? Dat de individuen zijn lidstaten eraan gaan houden, het EU recht moet dus
onafhankelijk inroepbaar zijn zodat particulieren zich op het EU recht kunnen beroepen
tegen hun eigen lidstaat
Wat betekent rechtstreekse werking in praktijk? Een bepaling van Unierecht kan door een
individu worden ingeroepen voor de nationale rechter.
Welke bepalingen kunnen individuen inroepen?
Van Gend en Loos: Algemene criteria voor rechtstreekse werking
Voldoende duidelijkheid
Onvoorwaardelijkheid
Tegen wie kan de bepaling worden ingeroepen?
Verticaal
Horizontaal
Autonomie en voorrang: Costa/ENEL
Van autonomie naar voorrang
“…[dat] het verdragsrecht, dat uit een autonome bron voortvloeit, op grond van zijn
bijzonder karakter niet door enig voorschrift van nationaal recht opzij kan worden
gezet, zonder zijn gemeenschapsrechtelijk karakter te verliezen en zonder dat de
rechtsgrond van de gemeenschap zelf daardoor wordt aangetast”
“Dat […] latere eenzijdig afgekondigde [nationale] wettelijke voorschriften, die tegen
het stelsel van de Gemeenschap ingaan, iedere werking ontberen”
Met andere woorden:
Het nationale recht kan niet in strijd zijn met het Europese recht.
De voorrang van Unierecht is absoluut
Bovendien: lidstaten hebben een plicht tot loyaliteit (art. 4(3) VEU), die geldt voor
alle entiteiten van de lidstaten (nationale rechters, bestuursorganen, …
Prejudiciëlevraagprocedure
Nu art. 267 VWEU (voorheen art. 177 EEG-verdrag; art. 234 EG-verdrag): “Het Hof van
Justitie van de Europese Unie is bevoegd, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak
te doen.
over de uitlegging van de Verdragen,
over de geldigheid en de uitlegging van de handelingen van de instellingen, de
organen of de instanties van de Unie.
Indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen voor een rechterlijke instantie van een
der lidstaten, kan deze instantie, indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor
het wijzen van haar vonnis, het Hof verzoeken over deze vraag een uitspraak te doen.”
HOORCOLLEGE WEEK 1B
Vrij verkeer van goederen
Wat zijn goederen?
Goederen = Op geld waardeerbaar en als zodanig het voorwerp van
, handelstransacties” + “tastbare fysieke eigenschappen” → Jägerskiöld
Dus ook: afval, menselijke stoffelijke overschotten, elektriciteit, enz.
Tarifaire belemmeringen
Art 30 VWEU → Verbod op in- en uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking
Onderdeel van de Europese douane unie
Art 110 VWEU → Verbod op discriminerende en protectionistische binnenlandse belastingen
De Europese douane unie
Interne dimensie
Afschaffing van alle in- en uitvoerrechten en alle heffingen van gelijke werking → Art 28 en
30 VWEU
Art 30 VWEU In- en uitvoerrechten (douanerechten)
1. Reikwijdte van art 30 VWEU: Wat is een in- of uitvoerrecht of heffing van gelijke werking?
a. Alle belasting of verkapte belasting die wordt geheven op het overgaan van een grens
2. Wat verbiedt art 30 VWEU? Absoluut verbod op alle in- en uitvoerrechten en heffingen van
gelijke werking
a. Geen minimumgrens
b. Geen rechtvaardiging
3. Wel 2 uitzonderingen
a. Heffingen op grond van de EU recht
b. Betalingen voor geleverde diensten
Art 110 VWEU Binnenlandse belastingen
1. Reikwijdte van art 110 VWEU
a. Binnenlandse belasting
b. Onderscheid tussen art 30 en 110 VWEU (Outokumpu) → Een belasting valt onder
artikel 110 als deze niet alleen van toepassing is op geïmporteerde producten, maar
ook op nationale producten zonder onderscheid van land van herkomst.
c. Art 110 VWEU niet van toepassing op directe belastingen (bijv inkomstenbelasting)
2. Wat verbiedt art 110 VWEU?
a. Verbod op discriminerende belastingen (Outokumpu)
1. Directe discriminatie = onderscheid maken in de wet niet toegestaan
2. Gelijksoortige producten
1. Productkarakteristieken en productieprocessen
2. consumentenvoorkeuren
b. Verbod op beschermende belastingen
1. Producten die niet gelijksoortig zijn maar wel met elkaar concurreren, bijv;
1. bij fietsen en scooters (Humblot) Verboden voor lidstaten om hun
belastingstelsel zo in te richten dat buitenlandse producten die
concurreren met nationale producten feitelijk worden benadeeld, tenzij
daar een objectieve reden voor is
2. bier en sommige (goedkope) wijn (Commissie tegen VK) het
vaststellen van concurrentie van verschillende producten is lastig.
HOORCOLLEGE WEEK 1
Inleiding en vrij verkeer van goederen
Drie karakteristieken van het EU-recht
1. Gelaagde structuur:
o Primair recht → EU-verdragen (VWEU en VEU) + algemene beginselen van Europees
recht + Handvest + interpretaties van Verdragen door het Hof.
o Secundair recht (verenigbaar met primaire recht en mag niet verdergaand zijn) →
wetgeving en overige handelingen van de EU-instellingen op grond van de EU-
verdragen) + nationale uitvoering door lidstaten
o Tertiaire recht → uitvoeringsmaatregelen op grond van secundair recht
o Belangrijkste bronnen:
1. Verdrag betreffende Europese Unie (VEU)
2. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
3. Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
4. Geselecteerde EU-wetgeving (secundair EU-recht)
2. Veel open normen en sterke focus op rechtspraak: voornamelijk “rechtersrecht”
3. Verdragsherzieningen in 2009 en bijbehorende hernummering van de Verdragen
De interne markt: wat en waarom?
Wat is de interne markt? → art 26 lid 2 VWEU
Binnen de Europese Unie hebben we geen grenzen meer voor goederen, in praktijk is
dat echter wel anders. Bv bij migratie
Waarden en beginselen van de interne markt → Art 3 lid 3 VEU
Niet volledig economische waarden en beginselen die volgens dit artikel mee moeten
worden genomen
Economisch middel om doelstellingen te bereiken tussen lidstaten
Waarom hebben we een interne markt? → Art 1 en 3 lid 1 VEU
Waaruit bestaan de interne markt
1. Vrij verkeer van goederen → art 30, 34-36 en 110 VWEU
2. Vrij verkeer van personen
a. Werknemers → art 45 VWEU
b. Zelfstandigen en bedrijven → art 49 VWEU
3. Vrij verkeer van diensten → art 56-62 VWEU
4. Vrij verkeer van kapitaal → art. 63–65 VWEU
5. Unieburgerschap → art. 20 en 21 VWEU
6. Een systeem van onvervalste mededinging → art. 101–109 VWEU en protocol
Positieve en negatieve integratie
Negatieve integratie = de verboden in het Verdrag (zie artikelen vorige kopje)
, De Verdragen vertellen lidstaten door middel van de verboden wat ze niet mogen
doen
Focus op nationale regelgeving die het functioneren van de interne markt
belemmert
Vaak gaat het erover of nationale regelgeving in strijd is met een Verdrag
Positieve integratie (harmonisatie) = Secundair EU-recht
Nationale regelgeving wordt vervangen door uniforme EU-standaarden
Focus op EU-regels die het functioneren van de interne markt bevorderen
Bijvoorbeeld wanneer je iets “jam” mag noemen
Verhouding positieve en negatieve integratie
Geen harmonisatie? De verboden in de Verdragen vormen de beoordelingskader van de
nationale regels
Harmonisatie? De Europese secundaire wetgeving wordt het beoordelingskader van
nationale regels
Constitutionalisering van het EU recht
Wat is nodig om Europese integratie daadwerkelijk te doen slagen?
Context: Het falen van het internationaal recht in de voorafgaande decennia om oorlog te
voorkomen
De methode van het Hof van Justitie: “integratie door recht” oftewel de
“constitutionalisering” van de Verdragen:
Autonomie
Rechtstreekse werking
Voorrang
Essentieel hierin is de zgn. “prejudiciëlevraagprocedure
Autonomie: Van Gend en Loos
Eerst jurisprudentie over de werking van het EU recht
Het EEG-verdrag is meer dan een overeenkomst welke slechts wederzijdse verplichtingen
tussen de verdragssluitende mogendheden schept”
Nationaal recht kan geen afbreuk doen aan het Unierecht. Het Unierecht heeft voorrang
boven het nationaal recht van de lidstaten. Het Unierecht heeft rechtstreekse werking en
voorrang
Unierecht heeft een werking als intern recht. Een onderdaan kan onder voorwaarden
beroepen op een regel van Unierecht. Wanneer het nationaal recht botst met Unierecht, zal
het Unierecht voorrang krijgen
Autonomie en rechtstreekse werking
Dat het gemeenschapsrecht derhalve, evenzeer als het, onafhankelijk van de wetgeving der
lidstaten, ten laste van particulieren verplichtingen in het leven roept, ook geëigend is
rechten te scheppen welke zij uit eigen hoofde kunnen geldig maken”
, Monisme en dualisme zijn niet relevant voor de inroepbaarheid van het Unierecht in de lidstaten
Waarom is dit zo? Dat de individuen zijn lidstaten eraan gaan houden, het EU recht moet dus
onafhankelijk inroepbaar zijn zodat particulieren zich op het EU recht kunnen beroepen
tegen hun eigen lidstaat
Wat betekent rechtstreekse werking in praktijk? Een bepaling van Unierecht kan door een
individu worden ingeroepen voor de nationale rechter.
Welke bepalingen kunnen individuen inroepen?
Van Gend en Loos: Algemene criteria voor rechtstreekse werking
Voldoende duidelijkheid
Onvoorwaardelijkheid
Tegen wie kan de bepaling worden ingeroepen?
Verticaal
Horizontaal
Autonomie en voorrang: Costa/ENEL
Van autonomie naar voorrang
“…[dat] het verdragsrecht, dat uit een autonome bron voortvloeit, op grond van zijn
bijzonder karakter niet door enig voorschrift van nationaal recht opzij kan worden
gezet, zonder zijn gemeenschapsrechtelijk karakter te verliezen en zonder dat de
rechtsgrond van de gemeenschap zelf daardoor wordt aangetast”
“Dat […] latere eenzijdig afgekondigde [nationale] wettelijke voorschriften, die tegen
het stelsel van de Gemeenschap ingaan, iedere werking ontberen”
Met andere woorden:
Het nationale recht kan niet in strijd zijn met het Europese recht.
De voorrang van Unierecht is absoluut
Bovendien: lidstaten hebben een plicht tot loyaliteit (art. 4(3) VEU), die geldt voor
alle entiteiten van de lidstaten (nationale rechters, bestuursorganen, …
Prejudiciëlevraagprocedure
Nu art. 267 VWEU (voorheen art. 177 EEG-verdrag; art. 234 EG-verdrag): “Het Hof van
Justitie van de Europese Unie is bevoegd, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak
te doen.
over de uitlegging van de Verdragen,
over de geldigheid en de uitlegging van de handelingen van de instellingen, de
organen of de instanties van de Unie.
Indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen voor een rechterlijke instantie van een
der lidstaten, kan deze instantie, indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor
het wijzen van haar vonnis, het Hof verzoeken over deze vraag een uitspraak te doen.”
HOORCOLLEGE WEEK 1B
Vrij verkeer van goederen
Wat zijn goederen?
Goederen = Op geld waardeerbaar en als zodanig het voorwerp van
, handelstransacties” + “tastbare fysieke eigenschappen” → Jägerskiöld
Dus ook: afval, menselijke stoffelijke overschotten, elektriciteit, enz.
Tarifaire belemmeringen
Art 30 VWEU → Verbod op in- en uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking
Onderdeel van de Europese douane unie
Art 110 VWEU → Verbod op discriminerende en protectionistische binnenlandse belastingen
De Europese douane unie
Interne dimensie
Afschaffing van alle in- en uitvoerrechten en alle heffingen van gelijke werking → Art 28 en
30 VWEU
Art 30 VWEU In- en uitvoerrechten (douanerechten)
1. Reikwijdte van art 30 VWEU: Wat is een in- of uitvoerrecht of heffing van gelijke werking?
a. Alle belasting of verkapte belasting die wordt geheven op het overgaan van een grens
2. Wat verbiedt art 30 VWEU? Absoluut verbod op alle in- en uitvoerrechten en heffingen van
gelijke werking
a. Geen minimumgrens
b. Geen rechtvaardiging
3. Wel 2 uitzonderingen
a. Heffingen op grond van de EU recht
b. Betalingen voor geleverde diensten
Art 110 VWEU Binnenlandse belastingen
1. Reikwijdte van art 110 VWEU
a. Binnenlandse belasting
b. Onderscheid tussen art 30 en 110 VWEU (Outokumpu) → Een belasting valt onder
artikel 110 als deze niet alleen van toepassing is op geïmporteerde producten, maar
ook op nationale producten zonder onderscheid van land van herkomst.
c. Art 110 VWEU niet van toepassing op directe belastingen (bijv inkomstenbelasting)
2. Wat verbiedt art 110 VWEU?
a. Verbod op discriminerende belastingen (Outokumpu)
1. Directe discriminatie = onderscheid maken in de wet niet toegestaan
2. Gelijksoortige producten
1. Productkarakteristieken en productieprocessen
2. consumentenvoorkeuren
b. Verbod op beschermende belastingen
1. Producten die niet gelijksoortig zijn maar wel met elkaar concurreren, bijv;
1. bij fietsen en scooters (Humblot) Verboden voor lidstaten om hun
belastingstelsel zo in te richten dat buitenlandse producten die
concurreren met nationale producten feitelijk worden benadeeld, tenzij
daar een objectieve reden voor is
2. bier en sommige (goedkope) wijn (Commissie tegen VK) het
vaststellen van concurrentie van verschillende producten is lastig.