ORTHOPEDAGOGIE
1) ORTHOPEDAGOGIE ALS WETENSCHAP
1.1) WAT BETEKENT ORTHOPEDAGOGIE
1.1.1) PEDAGOGIEK EN PEDAGOGIE
PEDAGOGIEK De opvoedingswetenschap = de wetenschap die het opvoeden als
object heeft waarin het denken over opvoeden centraal staat = DE
STUDIE ER ROND
PEDAGOGIE Het handelen, uitvoeren = PRAKTIJK
- Pedagogie komt van:
Pais = kind
Agogein = leiden
Paidagoogie = kinderleiding
Opvoeden = ontwikkelen, leren en veranderen. enigzijds: geleidelijk = proces.
Anderzijds wordt er niemand op dezelfde manier opgevoed.
Opvoeden = in relatie gaan van de opvoedingsfiguren en het kind. Het is iets
individueels.
20ste eeuw: evolutie van een opvoeding als eenzijdig gebeuren. Ouder kind. Hierna
ontstond er een wisselwerking:
Het gaat over innerlijke en uiterlijke factoren:
- Innerlijk: erfelijk, in aanleg vanaf de geboorte
- Uiterlijk: omstandigheden waarin het kind opgroeit (milieu, omgeving, situatie,…)
Examenvraag: geef de 3 kenmerken die in een opvoedingsrelatie belangrijk zijn
Aantal domeinen die relatie tijdens opvoedingsproces kennen:
- Omgang met verantwoordelijkheid
o Sensitieve responsiviteit!!!= eerste levensfase is het kind hulpbehoevend,
ouders moeten bijdragen aan de noden en behoeften van het kind ook naar
de signalen. Hier moeten ze gepast op reageren
o Voorleven van normen en waarden = door omgang van opvoedingspersoon
en kind, hierdoor wordt het kind gevormd naar de noden en waarden van
de ouders. = kopiegedrag dat ontstaat door het observeren
o Zelf verantwoordelijkheid opnemen van het kind komt door
opvoedingsproces
, - Aandacht voor het unieke
o Niet programmeren maar ruimte voor de eigen onvoorziene weg door
verantwoordelijkheid. Stimuleert zelfvertrouwen van het kind en zorgt
ervoor dat het kind kan groeien
- Omgang met vrijheid en beperkingen
o Grenzen zijn belangrijk en nodig bv bij grensoverschrijdend gedrag kader
waarbinnen het kind begrensd mag en moet worden. Moet horen wat kan
en niet kan.
o Grenzen nemen af naarmate het kind opgroeit opvoeding gaat van
geleid worden naar zelfstandigheid en een bepaalde mate van
volwassenheid
1.1.2) ORTHOPEDAGOGIEK EN ORTHOPEDAGOGIE
ORTHOPEDAGOG - Orthos= recht maken wat krom is gegroeid
IEK Het is de wetenschap van het bijzonder opvoeden
Vorm van begeleiden en opvoeden die bijstuurt van
wat afwijkt van de norm
ORTHOPEDAGOG - Het handelen, uitvoeren en de praktijk
IE Wat er moet gebeuren om de scheefgegroeide
opvoedingssituatie recht te kunnen trekken
Orthopedagogiek verwijst naar handelen van professionelen: zie ter horst in hoofdstuk 4
(pg 10 ook op cursus korte uitleg lezen)
Opvoeden in de moderne orthopedagogiek professionele opvoeder is een spilfiguur
- We vertrekken vanuit de wensen en krachten van de cliënt
- Grijpt pas in als de veiligheid en de integriteit van de mens wordt bedreigd
1.1.3) (ORTHO) AGOGIEK
Pedagogiek= kind/ jongeren
Ortho-agogiek = volwassenen
1.1.3.1) WERKGEBIEDEN ORTHOPEDAGOGIEK
ZINTUIGELIJKE Personen met een beperking op vlak van 1 of
FUNCTIONERINGSPROBLE meerdere zintuigen
MEN Vb: doof, slechthorend, blind, slechtziend
MOTORISCHE Personen waarbij hun motoriek belemmerd worden
FUNCTIONERINGSPROBLE
MEN
COGNITIEVE Verwijst naar het denken (kortetermijngeheugen,
FUNCTIONERINGSPROBLE lange termijngeheugen, dementie, autisme,
MEN concentratieproblemen)
GEDRAGS- EN Mensen die met zichzelf in de knoop zitten en
EMOTIONELE hiermee overspoeld geraakt.
FUNCTIONERINGSPROBLE Vb: agressie, depressie, mensen met adhd kunnen hier
MEN ook in vallen maar niet allemaal.
MEERVOUDIGE Combinatie van de hierboven omschreven
FUNCTIONERINGSPROBLE functioneringsproblemen, dementie is ook een
MEN meervoudig probleem
,1.2) MAATSCHAPPIJVISIE
1.2.1) SEPARATIE
= personen scheiden van de samenleving die hulpbehoevend zijn
- Ter bescherming en om de samenleving niet te belasten met de confrontatie
- Wederzijdse vervreemding het is voor de afgezonderde persoon niet evident om
hierna terug te participeren in de SL
- Grote barrière tussen persoon en SL
- Vb: zorg voor personen met een handicap, bijzondere jeugdzorg, psychiatrie
grootschalige voorzieningen weg van de normale SL
1.2.2) INTEGRATIE
- Proces van dichterbij komen van maatschappij en individu
- Vanaf de jaren 60
- Het individu dient zich aan te passen aan de normale maatschappij
- Minderheidsgroep mag deel worden van de samenleving maar ze moeten zich
aanpassen aan de samenleving, ze worden nog steeds als aparte groep gezien
1.2.3) NORMALISATIE
= einddoel van geslaagde integratie
- Normaliseren van de leefomstandigheden zo normaal mogelijke leefgewoonten
en omstandigheden
o De levensomstandigheden moeten zo dicht mogelijk bij het dagritme van
de gewone persoon liggen vb: persoon met handicap moet kunnen leven in
een biseksuele wereld, een normaal dag/week/jaar ritme hebben en heeft
recht op een eigen mening
- Normaliseren van de persoon zo normaal mogelijk functioneren
o Doel = positief gewaardeerde plaats in de SL bemachtigen moet zo
weinig mogelijk afwijkend gedrag stellen
- Persoon met beperking heeft beperkte handelingsbekwaamheid
- Kleinschalige bewegingen: woonzorgprojecten die kleinschalig zijn, huizen in de
straat, dagbesteding buitenshuis etc
1.2.4) EMANCIPATIE
=het proces van vrijmaking van personen of groepen van afhankelijkheid, opheffen
inperking en geven van gelijke rechten
Dit loopt niet altijd even gemakkelijk bv bij mensen met een handicap hierdoor spreken
we van empowerment
- To empower = verlenen van macht of kracht
- Verlenen van kracht = ondersteuning en support geven van de juiste
hoeveelheid en de juiste inhoud van ondersteuning zodat mensen toegang krijgen
, tot bronnen van informatie en relaties makkelijker controle over hun eigen
leven hebben.
- Verlenen van macht = verschuiving van verantwoordelijkheid en herverdeling van
macht van beroepsmensen naar personen met een handicap en of hun familie.
Empowerment: zelfbeschikking en vrijheid om verantwoordelijkheden voor zichzelf te
dragen, ideeen te uiten, beslissingen te nemen en het beleid op alle niveaus te kunnen
beinvloeden
Dit speelt zich af op 2 vlakken:
- Persoonlijk = mensen nemen zelf hun beslissingen over het persoonlijk leven
- Politiek = beleid moet doorzichtiger worden, diensten toegankelijker
1.2.5) INCLUSIE
= insluiting van achtergestelde groepen
Gebeurt op basis van gelijkwaardige rechten en plichten waarbij iedereen kan genieten
van volwaardig burgerschap
Vb: inclusief onderwijs waar jongeren met een beperking en zonder samen zitten zonder
een onderscheid te maken er tussen
Inclusie = ingesloten worden, het is vanzelfsprekend dat mensen met een handicap er
gewoon bij horen en dat op alle mogelijke gebieden.
1.3) VERSCHILLENDE BEGELEIDINGSMODELLEN
MEDISCH MODEL
Kenmerken hiervan zijn:
- Defect/ziekte/onmogelijkheden van een persoon
- Causaal-lineair denken (= oorzaak/gevolg) rechtlijnige redenering (dit is de
oorzaak hiervan)
- Classificeren en labelen
- Intra-individuele benadering
- Afhankelijkheidspositie tav hulpverlener
- Disfunctioneren van de mens => ziekte in het lichaam
- Afwijkend gedrag => disfunctioneren centrale zenuwstelsel
- Problematiek komt voort uit tekortkoming van het individu
Aanpak:
- Dit doen we vanuit de diagnose, de medische behandeling/symptoombehandeling
Link met casus annelies:
- In het medisch model zal men vooral zoeken naar medicatie om de
agressieaanvallen onder controle te houden.
- Annelies (en haar ouders) ondergaat deze aanpak. Andere elementen en personen
worden er in de aanpak van dit probleem niet betrokken.
SOCIOLOGISCH MODEL
Kenmerken zijn:
- Uitgangspunt: ‘menselijk gedrag wordt bepaald door maatschappelijke structuur-
en cultuurgegevens’.
1) ORTHOPEDAGOGIE ALS WETENSCHAP
1.1) WAT BETEKENT ORTHOPEDAGOGIE
1.1.1) PEDAGOGIEK EN PEDAGOGIE
PEDAGOGIEK De opvoedingswetenschap = de wetenschap die het opvoeden als
object heeft waarin het denken over opvoeden centraal staat = DE
STUDIE ER ROND
PEDAGOGIE Het handelen, uitvoeren = PRAKTIJK
- Pedagogie komt van:
Pais = kind
Agogein = leiden
Paidagoogie = kinderleiding
Opvoeden = ontwikkelen, leren en veranderen. enigzijds: geleidelijk = proces.
Anderzijds wordt er niemand op dezelfde manier opgevoed.
Opvoeden = in relatie gaan van de opvoedingsfiguren en het kind. Het is iets
individueels.
20ste eeuw: evolutie van een opvoeding als eenzijdig gebeuren. Ouder kind. Hierna
ontstond er een wisselwerking:
Het gaat over innerlijke en uiterlijke factoren:
- Innerlijk: erfelijk, in aanleg vanaf de geboorte
- Uiterlijk: omstandigheden waarin het kind opgroeit (milieu, omgeving, situatie,…)
Examenvraag: geef de 3 kenmerken die in een opvoedingsrelatie belangrijk zijn
Aantal domeinen die relatie tijdens opvoedingsproces kennen:
- Omgang met verantwoordelijkheid
o Sensitieve responsiviteit!!!= eerste levensfase is het kind hulpbehoevend,
ouders moeten bijdragen aan de noden en behoeften van het kind ook naar
de signalen. Hier moeten ze gepast op reageren
o Voorleven van normen en waarden = door omgang van opvoedingspersoon
en kind, hierdoor wordt het kind gevormd naar de noden en waarden van
de ouders. = kopiegedrag dat ontstaat door het observeren
o Zelf verantwoordelijkheid opnemen van het kind komt door
opvoedingsproces
, - Aandacht voor het unieke
o Niet programmeren maar ruimte voor de eigen onvoorziene weg door
verantwoordelijkheid. Stimuleert zelfvertrouwen van het kind en zorgt
ervoor dat het kind kan groeien
- Omgang met vrijheid en beperkingen
o Grenzen zijn belangrijk en nodig bv bij grensoverschrijdend gedrag kader
waarbinnen het kind begrensd mag en moet worden. Moet horen wat kan
en niet kan.
o Grenzen nemen af naarmate het kind opgroeit opvoeding gaat van
geleid worden naar zelfstandigheid en een bepaalde mate van
volwassenheid
1.1.2) ORTHOPEDAGOGIEK EN ORTHOPEDAGOGIE
ORTHOPEDAGOG - Orthos= recht maken wat krom is gegroeid
IEK Het is de wetenschap van het bijzonder opvoeden
Vorm van begeleiden en opvoeden die bijstuurt van
wat afwijkt van de norm
ORTHOPEDAGOG - Het handelen, uitvoeren en de praktijk
IE Wat er moet gebeuren om de scheefgegroeide
opvoedingssituatie recht te kunnen trekken
Orthopedagogiek verwijst naar handelen van professionelen: zie ter horst in hoofdstuk 4
(pg 10 ook op cursus korte uitleg lezen)
Opvoeden in de moderne orthopedagogiek professionele opvoeder is een spilfiguur
- We vertrekken vanuit de wensen en krachten van de cliënt
- Grijpt pas in als de veiligheid en de integriteit van de mens wordt bedreigd
1.1.3) (ORTHO) AGOGIEK
Pedagogiek= kind/ jongeren
Ortho-agogiek = volwassenen
1.1.3.1) WERKGEBIEDEN ORTHOPEDAGOGIEK
ZINTUIGELIJKE Personen met een beperking op vlak van 1 of
FUNCTIONERINGSPROBLE meerdere zintuigen
MEN Vb: doof, slechthorend, blind, slechtziend
MOTORISCHE Personen waarbij hun motoriek belemmerd worden
FUNCTIONERINGSPROBLE
MEN
COGNITIEVE Verwijst naar het denken (kortetermijngeheugen,
FUNCTIONERINGSPROBLE lange termijngeheugen, dementie, autisme,
MEN concentratieproblemen)
GEDRAGS- EN Mensen die met zichzelf in de knoop zitten en
EMOTIONELE hiermee overspoeld geraakt.
FUNCTIONERINGSPROBLE Vb: agressie, depressie, mensen met adhd kunnen hier
MEN ook in vallen maar niet allemaal.
MEERVOUDIGE Combinatie van de hierboven omschreven
FUNCTIONERINGSPROBLE functioneringsproblemen, dementie is ook een
MEN meervoudig probleem
,1.2) MAATSCHAPPIJVISIE
1.2.1) SEPARATIE
= personen scheiden van de samenleving die hulpbehoevend zijn
- Ter bescherming en om de samenleving niet te belasten met de confrontatie
- Wederzijdse vervreemding het is voor de afgezonderde persoon niet evident om
hierna terug te participeren in de SL
- Grote barrière tussen persoon en SL
- Vb: zorg voor personen met een handicap, bijzondere jeugdzorg, psychiatrie
grootschalige voorzieningen weg van de normale SL
1.2.2) INTEGRATIE
- Proces van dichterbij komen van maatschappij en individu
- Vanaf de jaren 60
- Het individu dient zich aan te passen aan de normale maatschappij
- Minderheidsgroep mag deel worden van de samenleving maar ze moeten zich
aanpassen aan de samenleving, ze worden nog steeds als aparte groep gezien
1.2.3) NORMALISATIE
= einddoel van geslaagde integratie
- Normaliseren van de leefomstandigheden zo normaal mogelijke leefgewoonten
en omstandigheden
o De levensomstandigheden moeten zo dicht mogelijk bij het dagritme van
de gewone persoon liggen vb: persoon met handicap moet kunnen leven in
een biseksuele wereld, een normaal dag/week/jaar ritme hebben en heeft
recht op een eigen mening
- Normaliseren van de persoon zo normaal mogelijk functioneren
o Doel = positief gewaardeerde plaats in de SL bemachtigen moet zo
weinig mogelijk afwijkend gedrag stellen
- Persoon met beperking heeft beperkte handelingsbekwaamheid
- Kleinschalige bewegingen: woonzorgprojecten die kleinschalig zijn, huizen in de
straat, dagbesteding buitenshuis etc
1.2.4) EMANCIPATIE
=het proces van vrijmaking van personen of groepen van afhankelijkheid, opheffen
inperking en geven van gelijke rechten
Dit loopt niet altijd even gemakkelijk bv bij mensen met een handicap hierdoor spreken
we van empowerment
- To empower = verlenen van macht of kracht
- Verlenen van kracht = ondersteuning en support geven van de juiste
hoeveelheid en de juiste inhoud van ondersteuning zodat mensen toegang krijgen
, tot bronnen van informatie en relaties makkelijker controle over hun eigen
leven hebben.
- Verlenen van macht = verschuiving van verantwoordelijkheid en herverdeling van
macht van beroepsmensen naar personen met een handicap en of hun familie.
Empowerment: zelfbeschikking en vrijheid om verantwoordelijkheden voor zichzelf te
dragen, ideeen te uiten, beslissingen te nemen en het beleid op alle niveaus te kunnen
beinvloeden
Dit speelt zich af op 2 vlakken:
- Persoonlijk = mensen nemen zelf hun beslissingen over het persoonlijk leven
- Politiek = beleid moet doorzichtiger worden, diensten toegankelijker
1.2.5) INCLUSIE
= insluiting van achtergestelde groepen
Gebeurt op basis van gelijkwaardige rechten en plichten waarbij iedereen kan genieten
van volwaardig burgerschap
Vb: inclusief onderwijs waar jongeren met een beperking en zonder samen zitten zonder
een onderscheid te maken er tussen
Inclusie = ingesloten worden, het is vanzelfsprekend dat mensen met een handicap er
gewoon bij horen en dat op alle mogelijke gebieden.
1.3) VERSCHILLENDE BEGELEIDINGSMODELLEN
MEDISCH MODEL
Kenmerken hiervan zijn:
- Defect/ziekte/onmogelijkheden van een persoon
- Causaal-lineair denken (= oorzaak/gevolg) rechtlijnige redenering (dit is de
oorzaak hiervan)
- Classificeren en labelen
- Intra-individuele benadering
- Afhankelijkheidspositie tav hulpverlener
- Disfunctioneren van de mens => ziekte in het lichaam
- Afwijkend gedrag => disfunctioneren centrale zenuwstelsel
- Problematiek komt voort uit tekortkoming van het individu
Aanpak:
- Dit doen we vanuit de diagnose, de medische behandeling/symptoombehandeling
Link met casus annelies:
- In het medisch model zal men vooral zoeken naar medicatie om de
agressieaanvallen onder controle te houden.
- Annelies (en haar ouders) ondergaat deze aanpak. Andere elementen en personen
worden er in de aanpak van dit probleem niet betrokken.
SOCIOLOGISCH MODEL
Kenmerken zijn:
- Uitgangspunt: ‘menselijk gedrag wordt bepaald door maatschappelijke structuur-
en cultuurgegevens’.