Part 6: Economic growth
Chapter 26. GDP and the measurement of progress (module 2)
- bbp van een land en bbp per hoofd > 2 statistieken om de waarde van de
economische productie te meten
Wat is the GDP?
Bruto Binnenlands Product (bbp) = de marktwaarde van alle eindgoederen en -
diensten die in een land in één jaar geproduceerd zijn
Bruto Binnenlands Product per hoofd = bbp een land/bevolkingsaantal van het land
GDP is the Market Value
- maakt gebruik van de marktwaarde van de producten of diensten om de waarde
te bepalen
- is de som van de marktwaarde x het aantal producten
… of al finished …
- intermediaire goederen en diensten behoren niet tot categorie van eindgoederen
en -diensten en tellen niet mee voor bbp
- enkel goederen die niet verkocht worden als hulp- of grondstof voor andere
producten (anders zouden deze dubbel in bbp zitten)
… goods and services …
- output van een land bevat zowel goederen als diensten
- diensten leveren een voordeel voor consumenten zonder een ‘tastbare’ output te
leveren
… produced …
- bbp is bedoeld als maatstaf voor de productie
- 2de hands producten zullen dus niet meetellen (die zitten al in de bbp in het jaar
van oorspronkelijke productie
- verkoop van aandelen en dergelijke zit niet in bbp
… within a country …
- bbp bevat alles geproduceerd binnen de landgrenzen ongeacht de afkomst van
producent of werknemers
Bruto Nationaal Product (bnp) = de marktwaarde van alle eindgoederen en -
diensten in één jaar geproduceerd zijn door de inwoners van dit land, ongeacht
waar de productie plaatsvindt
… in a year
- bbp gaat enkel over de productie in één jaar niet over de gehele geschiedenis
- stroomvariabele (hoeveelheid per tijdseenheid)
- nationaal vermogen is voorraarvariabele (hoeveelheid op bepaald moment)
Growth rates
( (bbp20X2 - bbp20X1) / bbp20X1 ) x 100% = groeivoet voor 20X2
1
,Nominal vs real GDP
Nominaal bbp
- tegen prijzen op moment van verkoop
(lopende prijzen)
= prijs 20X2 x hoeveelheid 20X2
Reëel bbp
- tegen prijzen van basisjaar
(in volume)
- voor vergelijking van hoeveelheden tussen verschillende jaren
- gecorrigeerd voor inflatie
= prijs 2000 x hoeveelheid 20X2
The GDP deflator
bbp-deflator = de prijsindex die gebruikt kan worden om de inflatie te meten tov het
basisjaar
- factor waarmee prijzen zijn gestegen
bbp-deflator = ( nominaal bbp / reëel bbp) x 100
Real GDP growth
- op LT is Belgische economie gegroeid met 3%
- groeivoet lag in jaren 60, 70 hoger dan nu
Real GDP growth per capita
- verandering in bbp per hoofd is reflectie van veranderende levensstandaarden
*vb als je bbp stijgt maar ook je aantal inwoners zal je bbp de effectieve
verandering voor de inwoners weergeven terwijl bbp een vertekend beeld geeft
Cyclical and short-run changes in GDP
- bbp gebruiken voor meting van korte termijn fluctuaties in de economie
- bij een negatieve groeivoet spreken we van een recessie
- op KT adhv kwartaalgegevens
Recessie = periode waar economische groei voor 2 opeenvolgende kwartalen
negatief is (economische conjunctuur)
- zichtbaar over verschillende sectoren van de economie (inkomen, werkloosheid,
verkoop…)
The many ways of splitting GDP
The national spending approach: Y = C + I + G + NX
Bestedingsbenadering = ipv te kijken naar de productie gaan we kijken naar de
besteding
Y: nominaal bbp, alle bestedingen aan binnenlands product
C: consumptie
= bestedingen door huishoudens aan eindgoederen en -diensten
2
,I : investeringen
= particuliere bestedingen aan kapitaalgoederen (goederen bestemd voor
toekomstige output te produceren)
- ook nieuwe woning
G: overheid
= overheidsbestedingen aan eindgoederen en -diensten
-salarissen ambtenaren
- raming marktwaarde overheidsdiensten
- openbare werken
NX: netto-uitvoer
= uitvoer - invoer
+ uitvoer: bestedingen aan binnenlandse goederen en diensten door het
buitenland
- invoer: C, I, G bevatten goederen en -diensten die niet in het binnenland zijn
geproduceerd
Y = C + I + G + NX
Y = 60% + 20% + 20% + 0%
The factor income approach: Y = employee compensation + rent + interest +
profit
Inkomensbenadering van bbp = alle bestedingen aan binnenlandsproduct zijn
iemands inkomen
Productiefactoren: arbeid land kapitaal
Inkomen: Y = lonen + landrente + interest + winst
(lonen zijn +/- 60% van totaal inkomen)
Why split?
- elke manier van splitsen geeft een andere kijk op de economie
- afhankelijk van waar je onderzoek naar doet zal de ene manier je verder helpen
dan de andere
Problems with GDP as a measure of output and welfare
- van vele goederen en diensten kennen we de marktwaarde niet
GDP does not count the underground economy
- illegale of ondergrondse-markt transacties zitten niet in het bbp
- legale goederen die ‘in het zwart’ worden verhandeld zitten niet in het bbp
GDP does not count nonpriced production
- niet geprijsde productie, wanneer waardevolle goederen en diensten worden
geproduceerd maar geen expliciete prijs wordt betaald
- vaak is dit zelf geproduceerd
GDP does not count bads: environmental costs
- de milieuvervuiling wordt niet afgetrokken van het bbp, terwijl het ook jaarlijks
geproduceerd wordt
- ‘green accounting’ is een poging om deze kosten ook in rekening te brengen bij
de bbp
3
, GDP does not count the health of nations
- de waarde van de betere gezondheidszorg wordt niet in rekening gebracht bij het
bbp
GDP does not measure the distribution of income
- bbp is geen maat voor de verdeling van het inkomen > als het bbp stijgt wil dit niet
per se zeggen dat het inkomen van de gemiddelde persoon groeit
*vb bij een stijging kan de ongelijkheid gelijk blijven, stijgen of dalen
Chapter 27. The wealth of nations and economic growth (module
3)
Why are some nations wealthy, while others are poor?
Why are some nations getting wealthier faster than others?
Can anything be done to help poor nations become wealthy?
(kijken op LT)
Key facts about the wealth of nations
- materiële welvaart is sterk gecorreleerd met welvaart, bewegen doorgaans in
dezelfde richting
Fact one: GDP per capita varies enormously among nations
- de rijkste landen zijn ongeveer 30 keer rijker dan de armste landen
- een kwart van de wereldbevolking is rijker dan het gemiddelde
→ fig. 27.2
Fact two: everyone used to be poor
- vanaf 1800 stijging van het inkomen in VS en West - Europa
- voor het grootste deel van de geregistreerde menselijke geschiedenis was er geen
LT-groei in reële bbp per capita
→ fig. 27.3
Groeivoeten
De groeivoet = de procentuele verandering van een variabele over een bepaalde
tijd; vb een jaar
Economische groei = de groeivoet van het reële bbp per capita
- vorm van exponentiële groei
- regel van 70 (verdubbelingstijd) = 70/g met g de procentuele jaarlijkse groeivoet
Fact three: there are growth miracles and growth disasters
- groeimirakel: Japan en Zuid - Korea
- groeiramp: Argentinië en Nigeria
→ fig. 27.4
Summarizing the facts: good and bad news
- grootste deel van de wereld is arm
- meer dan 1 miljard mensen leeft op minder dan $3 per dag
- lagere kansen op: gezondheid, geluk en vrede
+ economische groei heeft de wereld getransformeerd
4
Chapter 26. GDP and the measurement of progress (module 2)
- bbp van een land en bbp per hoofd > 2 statistieken om de waarde van de
economische productie te meten
Wat is the GDP?
Bruto Binnenlands Product (bbp) = de marktwaarde van alle eindgoederen en -
diensten die in een land in één jaar geproduceerd zijn
Bruto Binnenlands Product per hoofd = bbp een land/bevolkingsaantal van het land
GDP is the Market Value
- maakt gebruik van de marktwaarde van de producten of diensten om de waarde
te bepalen
- is de som van de marktwaarde x het aantal producten
… of al finished …
- intermediaire goederen en diensten behoren niet tot categorie van eindgoederen
en -diensten en tellen niet mee voor bbp
- enkel goederen die niet verkocht worden als hulp- of grondstof voor andere
producten (anders zouden deze dubbel in bbp zitten)
… goods and services …
- output van een land bevat zowel goederen als diensten
- diensten leveren een voordeel voor consumenten zonder een ‘tastbare’ output te
leveren
… produced …
- bbp is bedoeld als maatstaf voor de productie
- 2de hands producten zullen dus niet meetellen (die zitten al in de bbp in het jaar
van oorspronkelijke productie
- verkoop van aandelen en dergelijke zit niet in bbp
… within a country …
- bbp bevat alles geproduceerd binnen de landgrenzen ongeacht de afkomst van
producent of werknemers
Bruto Nationaal Product (bnp) = de marktwaarde van alle eindgoederen en -
diensten in één jaar geproduceerd zijn door de inwoners van dit land, ongeacht
waar de productie plaatsvindt
… in a year
- bbp gaat enkel over de productie in één jaar niet over de gehele geschiedenis
- stroomvariabele (hoeveelheid per tijdseenheid)
- nationaal vermogen is voorraarvariabele (hoeveelheid op bepaald moment)
Growth rates
( (bbp20X2 - bbp20X1) / bbp20X1 ) x 100% = groeivoet voor 20X2
1
,Nominal vs real GDP
Nominaal bbp
- tegen prijzen op moment van verkoop
(lopende prijzen)
= prijs 20X2 x hoeveelheid 20X2
Reëel bbp
- tegen prijzen van basisjaar
(in volume)
- voor vergelijking van hoeveelheden tussen verschillende jaren
- gecorrigeerd voor inflatie
= prijs 2000 x hoeveelheid 20X2
The GDP deflator
bbp-deflator = de prijsindex die gebruikt kan worden om de inflatie te meten tov het
basisjaar
- factor waarmee prijzen zijn gestegen
bbp-deflator = ( nominaal bbp / reëel bbp) x 100
Real GDP growth
- op LT is Belgische economie gegroeid met 3%
- groeivoet lag in jaren 60, 70 hoger dan nu
Real GDP growth per capita
- verandering in bbp per hoofd is reflectie van veranderende levensstandaarden
*vb als je bbp stijgt maar ook je aantal inwoners zal je bbp de effectieve
verandering voor de inwoners weergeven terwijl bbp een vertekend beeld geeft
Cyclical and short-run changes in GDP
- bbp gebruiken voor meting van korte termijn fluctuaties in de economie
- bij een negatieve groeivoet spreken we van een recessie
- op KT adhv kwartaalgegevens
Recessie = periode waar economische groei voor 2 opeenvolgende kwartalen
negatief is (economische conjunctuur)
- zichtbaar over verschillende sectoren van de economie (inkomen, werkloosheid,
verkoop…)
The many ways of splitting GDP
The national spending approach: Y = C + I + G + NX
Bestedingsbenadering = ipv te kijken naar de productie gaan we kijken naar de
besteding
Y: nominaal bbp, alle bestedingen aan binnenlands product
C: consumptie
= bestedingen door huishoudens aan eindgoederen en -diensten
2
,I : investeringen
= particuliere bestedingen aan kapitaalgoederen (goederen bestemd voor
toekomstige output te produceren)
- ook nieuwe woning
G: overheid
= overheidsbestedingen aan eindgoederen en -diensten
-salarissen ambtenaren
- raming marktwaarde overheidsdiensten
- openbare werken
NX: netto-uitvoer
= uitvoer - invoer
+ uitvoer: bestedingen aan binnenlandse goederen en diensten door het
buitenland
- invoer: C, I, G bevatten goederen en -diensten die niet in het binnenland zijn
geproduceerd
Y = C + I + G + NX
Y = 60% + 20% + 20% + 0%
The factor income approach: Y = employee compensation + rent + interest +
profit
Inkomensbenadering van bbp = alle bestedingen aan binnenlandsproduct zijn
iemands inkomen
Productiefactoren: arbeid land kapitaal
Inkomen: Y = lonen + landrente + interest + winst
(lonen zijn +/- 60% van totaal inkomen)
Why split?
- elke manier van splitsen geeft een andere kijk op de economie
- afhankelijk van waar je onderzoek naar doet zal de ene manier je verder helpen
dan de andere
Problems with GDP as a measure of output and welfare
- van vele goederen en diensten kennen we de marktwaarde niet
GDP does not count the underground economy
- illegale of ondergrondse-markt transacties zitten niet in het bbp
- legale goederen die ‘in het zwart’ worden verhandeld zitten niet in het bbp
GDP does not count nonpriced production
- niet geprijsde productie, wanneer waardevolle goederen en diensten worden
geproduceerd maar geen expliciete prijs wordt betaald
- vaak is dit zelf geproduceerd
GDP does not count bads: environmental costs
- de milieuvervuiling wordt niet afgetrokken van het bbp, terwijl het ook jaarlijks
geproduceerd wordt
- ‘green accounting’ is een poging om deze kosten ook in rekening te brengen bij
de bbp
3
, GDP does not count the health of nations
- de waarde van de betere gezondheidszorg wordt niet in rekening gebracht bij het
bbp
GDP does not measure the distribution of income
- bbp is geen maat voor de verdeling van het inkomen > als het bbp stijgt wil dit niet
per se zeggen dat het inkomen van de gemiddelde persoon groeit
*vb bij een stijging kan de ongelijkheid gelijk blijven, stijgen of dalen
Chapter 27. The wealth of nations and economic growth (module
3)
Why are some nations wealthy, while others are poor?
Why are some nations getting wealthier faster than others?
Can anything be done to help poor nations become wealthy?
(kijken op LT)
Key facts about the wealth of nations
- materiële welvaart is sterk gecorreleerd met welvaart, bewegen doorgaans in
dezelfde richting
Fact one: GDP per capita varies enormously among nations
- de rijkste landen zijn ongeveer 30 keer rijker dan de armste landen
- een kwart van de wereldbevolking is rijker dan het gemiddelde
→ fig. 27.2
Fact two: everyone used to be poor
- vanaf 1800 stijging van het inkomen in VS en West - Europa
- voor het grootste deel van de geregistreerde menselijke geschiedenis was er geen
LT-groei in reële bbp per capita
→ fig. 27.3
Groeivoeten
De groeivoet = de procentuele verandering van een variabele over een bepaalde
tijd; vb een jaar
Economische groei = de groeivoet van het reële bbp per capita
- vorm van exponentiële groei
- regel van 70 (verdubbelingstijd) = 70/g met g de procentuele jaarlijkse groeivoet
Fact three: there are growth miracles and growth disasters
- groeimirakel: Japan en Zuid - Korea
- groeiramp: Argentinië en Nigeria
→ fig. 27.4
Summarizing the facts: good and bad news
- grootste deel van de wereld is arm
- meer dan 1 miljard mensen leeft op minder dan $3 per dag
- lagere kansen op: gezondheid, geluk en vrede
+ economische groei heeft de wereld getransformeerd
4