Deel 1: wat is sociaal werk?
Les 1: inleiding
1.2 wat zijn sociale problemen?
(Voorwaarden voor dat we kunnen spreken van een sociaal
probleem.)
- Onmenselijk
- Gepercipieerd probleem. (Geen objectief probleem, er
staat een perceptie op, sommige vinden het een probleem
en andere niet)
- Wijken af van ‘de norm’
Als je afwijkt van de norm, kan je gezien worden als een
probleem.
De norm hier is bv dat niet veel vrouwen een hoofddoek
dragen, als je wel een hoofddoek draagt wijk je af van de
norm !!! in Iran dan weer andersom!!!
- Dominante groepen bepalen de normen en geven ze door
door socialisatie
Geconstrueerd in en door de samenleving = sociaal
construct à resultaat van een wisselwerking. Reactie van
de samenleving op gedrag van mens/groep is essentieel!
- Voorwerp van maatschappelijk debat en beleid: strijd
tussen dominante groepen en minderheden
Discussie over wat de norm is! (Aha! Meteen het antwoord
op de vraag of politiek belangrijk is voor sociaal werk!)
- Norm wordt vaak geformaliseerd in wetgeving.
Niet altijd, maar vaak.
Bv een hoofddoeken verbod
- Evolueert doorheen de tijd
1
, vb. 60 jaar geleden werkten vrouwen niet <-> vandaag
moeten vrouwen ook werken à in historisch perspectief
plaatsen!
- Cultureel bepaald
vb. ‘morality police’ in Iran à hoofddoek verplicht ßà
Westen: hoofddoekenverbod op bepaalde plaatsen/in
bepaalde functies.
Wat zijn sociale problemen? (2)
- Definiëring:
- Door dominante groepen. Wat met minderheden?
- Normatief (niet neutraal, niet objectief)
- Wie bepaalt de norm? à Minderheidsgroepen behoren
niet tot de dominante groepen en MOETEN vechten
tegen wat problematisch is volgens de dominante
groep.
Dominante groepen hier in Vlaanderen: hedendaagse
witte middenklasse mannen.
In een ander land dan weer helemaal andere
dominante groepen!!!
Kunnen we niets leren van minderheidsgroepen?
- Gevolgen:
- Labelling (iemand in de psychiatrie is gek),
marginalisering, uitsluiting, ontwikkeling van nieuwe
problemen
1.2 Wat zijn sociale problemen? (3)
Volgens andere disciplines
1. Psychologie
2
, - Focus op het individu (focussen op de persoon zelf)
- Afwijken van het ‘normale’ à pathologie, stoornis, afwijking
- Optelsom van symptomen kan leiden tot diagnose (DSM
als leidraad)
- Als iemand afwijkt van het ‘normale’ staat in de DSM
(stoornissen, aandoeningen, diagnoses)
2. Sociologie
- Focus op de samenleving, haar structuren en relaties
tussen mensen, hoe gaan mensen om met elkaar
- Maatschappelijke structuren; hoe heeft die invloed op
individuen?
- Reactie en effect van samenleving op individueel gedrag
vb. stigmatisering, labelling, deviantie (iemand die
deviant/afwijkend gedrag vertoont)
3. Economie
- Focus op welvaart en groei
- Indicatoren: productie, consumptie, werkloosheid,
investeringen, export
- Problematisch zijn alle obstakels die de groei verhinderen:
vergrijzing, mensen die een burn-out hebben, lage
werkgelegenheidsgraad, laag consumentenvertrouwen,
hoge staatsschuld, …
4. Recht
- Focus op wat volgens de wet bestraft (en dus afgekeurd)
wordt
- Wordt gevormd door beleidsmakers die op een bepaald
moment, al dan niet onder druk van de samenleving, (vb.
drukkingsgroepen, lobbyisten) vinden dat bepaald gedrag
bestraft moet worden.
3
, 1.3 Hoe kijkt een sociaal werker naar sociale problemen? (1)
Sociaal werken = roodkapje
Ze plukt uit verschillende tuintjes bloemen.
Wij (sociaal werkers) plukken uit vele tuinen (sociologie,
psychologie, recht, filosofie…) en bouwen een
MULTIPERSPECTIEF op!
Niet 1 voor waar aannemen, maar vanuit verschillende
ingangspoorten
1.3 Hoe kijkt een sociaal werker naar sociale problemen? (3)
Voorbeeld:
Hoge werkloosheid bij nieuwkomers (voorbeeld)
1) Psychologisch perspectief: trauma, heimwee, depressie,
aanpassingsmoeilijkheden, …
2) Sociologisch perspectief: stigma (vreemde familienaam,
taal niet machtig, andere kleur)
Uitsluitingsmechanismen: moeilijke toegang tot
huisvesting, onderwijs, arbeid, moeilijk sociaal
contact leggen
3) Economisch perspectief: kenniseconomie à kennis en
taal = sleutel tot succes.
Als je geen kennis hebt over de Nederlandse taal is het
heel moeilijk om succesvol te worden.
4) Rechtenperspectief: werkbereidheid bewijzen, anders
sanctie (vaak krijg je dan geen uitkering).
Sociaal werker combineert deze perspectieven!!!
4
Les 1: inleiding
1.2 wat zijn sociale problemen?
(Voorwaarden voor dat we kunnen spreken van een sociaal
probleem.)
- Onmenselijk
- Gepercipieerd probleem. (Geen objectief probleem, er
staat een perceptie op, sommige vinden het een probleem
en andere niet)
- Wijken af van ‘de norm’
Als je afwijkt van de norm, kan je gezien worden als een
probleem.
De norm hier is bv dat niet veel vrouwen een hoofddoek
dragen, als je wel een hoofddoek draagt wijk je af van de
norm !!! in Iran dan weer andersom!!!
- Dominante groepen bepalen de normen en geven ze door
door socialisatie
Geconstrueerd in en door de samenleving = sociaal
construct à resultaat van een wisselwerking. Reactie van
de samenleving op gedrag van mens/groep is essentieel!
- Voorwerp van maatschappelijk debat en beleid: strijd
tussen dominante groepen en minderheden
Discussie over wat de norm is! (Aha! Meteen het antwoord
op de vraag of politiek belangrijk is voor sociaal werk!)
- Norm wordt vaak geformaliseerd in wetgeving.
Niet altijd, maar vaak.
Bv een hoofddoeken verbod
- Evolueert doorheen de tijd
1
, vb. 60 jaar geleden werkten vrouwen niet <-> vandaag
moeten vrouwen ook werken à in historisch perspectief
plaatsen!
- Cultureel bepaald
vb. ‘morality police’ in Iran à hoofddoek verplicht ßà
Westen: hoofddoekenverbod op bepaalde plaatsen/in
bepaalde functies.
Wat zijn sociale problemen? (2)
- Definiëring:
- Door dominante groepen. Wat met minderheden?
- Normatief (niet neutraal, niet objectief)
- Wie bepaalt de norm? à Minderheidsgroepen behoren
niet tot de dominante groepen en MOETEN vechten
tegen wat problematisch is volgens de dominante
groep.
Dominante groepen hier in Vlaanderen: hedendaagse
witte middenklasse mannen.
In een ander land dan weer helemaal andere
dominante groepen!!!
Kunnen we niets leren van minderheidsgroepen?
- Gevolgen:
- Labelling (iemand in de psychiatrie is gek),
marginalisering, uitsluiting, ontwikkeling van nieuwe
problemen
1.2 Wat zijn sociale problemen? (3)
Volgens andere disciplines
1. Psychologie
2
, - Focus op het individu (focussen op de persoon zelf)
- Afwijken van het ‘normale’ à pathologie, stoornis, afwijking
- Optelsom van symptomen kan leiden tot diagnose (DSM
als leidraad)
- Als iemand afwijkt van het ‘normale’ staat in de DSM
(stoornissen, aandoeningen, diagnoses)
2. Sociologie
- Focus op de samenleving, haar structuren en relaties
tussen mensen, hoe gaan mensen om met elkaar
- Maatschappelijke structuren; hoe heeft die invloed op
individuen?
- Reactie en effect van samenleving op individueel gedrag
vb. stigmatisering, labelling, deviantie (iemand die
deviant/afwijkend gedrag vertoont)
3. Economie
- Focus op welvaart en groei
- Indicatoren: productie, consumptie, werkloosheid,
investeringen, export
- Problematisch zijn alle obstakels die de groei verhinderen:
vergrijzing, mensen die een burn-out hebben, lage
werkgelegenheidsgraad, laag consumentenvertrouwen,
hoge staatsschuld, …
4. Recht
- Focus op wat volgens de wet bestraft (en dus afgekeurd)
wordt
- Wordt gevormd door beleidsmakers die op een bepaald
moment, al dan niet onder druk van de samenleving, (vb.
drukkingsgroepen, lobbyisten) vinden dat bepaald gedrag
bestraft moet worden.
3
, 1.3 Hoe kijkt een sociaal werker naar sociale problemen? (1)
Sociaal werken = roodkapje
Ze plukt uit verschillende tuintjes bloemen.
Wij (sociaal werkers) plukken uit vele tuinen (sociologie,
psychologie, recht, filosofie…) en bouwen een
MULTIPERSPECTIEF op!
Niet 1 voor waar aannemen, maar vanuit verschillende
ingangspoorten
1.3 Hoe kijkt een sociaal werker naar sociale problemen? (3)
Voorbeeld:
Hoge werkloosheid bij nieuwkomers (voorbeeld)
1) Psychologisch perspectief: trauma, heimwee, depressie,
aanpassingsmoeilijkheden, …
2) Sociologisch perspectief: stigma (vreemde familienaam,
taal niet machtig, andere kleur)
Uitsluitingsmechanismen: moeilijke toegang tot
huisvesting, onderwijs, arbeid, moeilijk sociaal
contact leggen
3) Economisch perspectief: kenniseconomie à kennis en
taal = sleutel tot succes.
Als je geen kennis hebt over de Nederlandse taal is het
heel moeilijk om succesvol te worden.
4) Rechtenperspectief: werkbereidheid bewijzen, anders
sanctie (vaak krijg je dan geen uitkering).
Sociaal werker combineert deze perspectieven!!!
4