Je naam: Megan Zuurendonk
Verwerkingsopdracht 3
Verwerkingsvragen Noordman en Maes, 2000
1. Er wordt gezegd dat taalpsychologisch experimenteel onderzoek en analytisch-taalkundig
onderzoek elkaar aanvullen. Leg uit welke methoden in beide worden gebruikt, en hoe die
elkaar nodig hebben.
- Analytisch-taalkunde
o Beschrijving van coherentie van de tekst
o Wel ideeën over causale verklaringen voor fenomenen
Die worden niet getoetst
- Taalpsychologisch experimenteel
o Processen tijden het lezen/verwerken van de tekst
2. Een klassiek voorbeeld waarmee de verschillende niveaus van discourse representatie
worden geïllustreerd is het volgende.
a. Twee schildpadden rustten op een stuk hout en een vis zwom eronder door
b. Twee schildpadden rustten op een stuk hout en een vis zwom onder hen door
c. Twee schildpadden rustten naast een stuk hout en een vis zwom eronder door
d. Twee schildpadden rustten naast een stuk hout en een vis zwom onder hen door
Zin a en b hebben een verschillende oppervlakterepresentatie (want er staan andere
woorden), maar wel hetzelfde situatiemodel. Het plaatje is uiteindelijk hetzelfde, namelijk
een vis die onder twee schildpadden op een stuk drijvend hout door zwemt.
Analyseer nu c en d. Op welke niveaus van representatie verschillen deze zinnen?
- De vis zwemt in zin c alleen onder het stuk hout door en niet ook onder de twee
schildpadden
Verwerkingsopdracht 3
Verwerkingsvragen Noordman en Maes, 2000
1. Er wordt gezegd dat taalpsychologisch experimenteel onderzoek en analytisch-taalkundig
onderzoek elkaar aanvullen. Leg uit welke methoden in beide worden gebruikt, en hoe die
elkaar nodig hebben.
- Analytisch-taalkunde
o Beschrijving van coherentie van de tekst
o Wel ideeën over causale verklaringen voor fenomenen
Die worden niet getoetst
- Taalpsychologisch experimenteel
o Processen tijden het lezen/verwerken van de tekst
2. Een klassiek voorbeeld waarmee de verschillende niveaus van discourse representatie
worden geïllustreerd is het volgende.
a. Twee schildpadden rustten op een stuk hout en een vis zwom eronder door
b. Twee schildpadden rustten op een stuk hout en een vis zwom onder hen door
c. Twee schildpadden rustten naast een stuk hout en een vis zwom eronder door
d. Twee schildpadden rustten naast een stuk hout en een vis zwom onder hen door
Zin a en b hebben een verschillende oppervlakterepresentatie (want er staan andere
woorden), maar wel hetzelfde situatiemodel. Het plaatje is uiteindelijk hetzelfde, namelijk
een vis die onder twee schildpadden op een stuk drijvend hout door zwemt.
Analyseer nu c en d. Op welke niveaus van representatie verschillen deze zinnen?
- De vis zwemt in zin c alleen onder het stuk hout door en niet ook onder de twee
schildpadden