LES 1: INLEIDING
1. Geschiedenis – theorie – kritiek
- Geschiedenis = beschrijven / verklaren
- Bestudeert verleden
- Gebaseerd op documenten/artefacten
- Probeert te beschrijven, analyseren en verklaren
- Niet per se normatief
- Voorbeeld: A History of Interior Design
- Theorie = conceptueel kader
- Verzameling concepten & beweringen om fenomenen te
begrijpen
- Biedt een kader om analyses te maken
- Gaat verder dan feiten → zoekt verbanden
- Theoretische werken geven taal om over interieurs te denken
- Kritiek = evalueren obv waarden
- Oordeel / verklarende evaluatie van bestaande werken
- Gebaseerd op waarden en normatieve kaders
- Voorbeeld: Loos – Ornament und Verbrechen
2. Waarom theorie belangrijk is (voor interieur)
- Organiseert kennis – maakt patronen zichtbaar.
- Verduidelijkt relaties tussen fenomenen.
- Laat je van voorbeelden naar principes denken
Interieur werd lang gezien als: “marginaal, vocational, weinig intellectueel”
omdat het geen sterke theoretische traditie had
→ daarom is interieur theorie cruciaal: het maakt de discipline volwaardig,
academisch en kritisch
3. Vormen van theorie
3.1. Paradigma (Kuhn)
- gedeeld wereldbeeld binnen een discipline
- bestaat uit: kernbegrippen, waarden, methodes, canon
- evolueert via
- pre-paradigmatische fase
- normale wetenschap
- paradigmashift (revolutie)
3.2. Conceptueel model
- schema dat relaties toont
- helpt processen begrijpen
3.3. Taxonomie
1
, - classificatie op basis van empirische kenmerken
- ordening, hiërarchie
3.4. Typologie
- indeling op basis van kwalitatieve of conceptuele kenmerken
- vaak open en interpretatief
4. Interieur als gedeeld / sociale ruimte
= Het interieur als gedeelde ruimte is een collectief bewoonde en gebruikte
omgeving,
waar interactie, communicatie en rituelen plaatsvinden,
en die zowel door mensen als door ontwerp wordt gevormd
- kenmerken
- Co-aanwezigheid & interactie
→ ruimtes faciliteren ontmoeting en gemeenschapsvorming
- Cultureel & temporeel gesitueerd
→ betekenissen veranderen door tijd, cultuur, rituelen
- Onderhandeld & betwist
→ privacy, territorium, macht, gender, identiteit → altijd
aanwezig
- Geformuleerd door gedrag én ontwerp
→ mensen co-produceren ruimte door hun gebruik
→ dynamisch en performatief → geen neutrale container, maar gevormd door
sociale praktijken én architectuur
5. Privé – Semi Publiek – Publiek
- Privé
- Toegankelijk op uitnodiging
- Regels door eigenaar bepaald
- Geborgenheid, intimiteit
- Bv. woning, privéterras, slaapkamer
- Semipublieke ruimte
- Open voor publiek, maar gecontroleerde toegang/regels
- Bv. bibliotheek, museum, winkelcentrum, ziekenhuis, school
- Publieke ruimte
- Van iedereen, vrij toegankelijk
- Bv. plein, park, straat
2
, 6. Interiority
Wat?
- geen fysieke kamer, maar een gevoelskwaliteit van binnen-zijn:
- geborgenheid
- omsluiting
- nabijheid
- introversie
- belangrijke inzichten:
- Je kan “interiority” ook buiten ervaren (parkbank, auto, stad)
- Interieur = niet gelijk aan “binnenruimte van een gebouw”
- Vraag van Attiwill:
“Niet: wat is interieur?"
Wel: "Hoe ontwerpen we interiority?”
→ Interiority = kwaliteit van binnen zijn; niet object → maar ervaring
7. Ethiek, waarden, normen
- Ethiek: filosofie van juist handelen
- Waarden: Wat mensen belangrijk vinden (gelijkheid, privacy, veiligheid)
- Normen:
- Regels die uit waarden afgeleid zijn (stilte in de bibliotheek).
- Interieurontwerp is nooit waardevrij:
- bepaalt wie mag binnenkomen
- organiseert macht
- ondersteunt of onderdrukt groepen
- creëert inclusie of exclusie
- Daarnaast drie ethische kader:
- Deontologie → plicht
- Utilitarisme → gevolgen
- Deugdethiek → karaktereigenschappen
8. Algemene doelstelling:
- kritisch nadenken over interieur
- historische voorbeelden verbinden met theorie
- nadenken over ruimte als sociaal, dynamisch en performatief
- inzicht krijgen in machtsverhoudingen, identiteit, cultuur, politiek
- leren hoe interieurs gedrag vormgeven
- leren hoe gedeelde ruimtes functioneren
→ Doel: historische + theoretische inzichten combineren → begrijpen hoe
interieurs sociale werkelijkheden creëren
3
, LES 2: Interieur als gedeelde/sociale ruimte
→ evenwicht tussen private en collectieve functies in verschillende culturen en tijden
→ ruimte als sociaal construct - Lefebvre, Berger, Luckmann, Tuan
1. Geschiedenis: wonen als gedeelde ruimte
OUDHEID
- Grieken → Oikos
- Oikos = huis + gezin + huishouden + bezittingen (+ eventueel
land)
- Basis van de samenleving: man, familie, slaven, concubines
- Woningen zijn introvert, georganiseerd rond een binnenhof
- Sterke gendersegregatie:
- Gynaikonitis: deel voor vrouwen
- Andron: deel voor mannen
- Pastas: half open portiek ruimte als overgang tussen binnenhof
en woonruimte
- Romeinen → Domus en Insulae
- Domus = woning van de elite
- Atrium = publieke ontvangstruimte
- Peristylium = meer private zone
- Complexe organisatie: tablinum (kantoor), triclinium
(eetkamer), culina (keuken), cubiculum (slaapkamer)
- Insulae = meerlagige appartementsblokken voor de stedelijke
massa
- gedeelde voorzieningen, collectief wonen
- spanning tussen rijk vs. arm, publiek vs. privé
2. Niet-westerse woonvormen
→ evenwicht tussen collectief en privé wonen
- Japan - Machiya
- ontstaan in Heian-periode (794 - 1185), bloei in Edo-periode
(1603 - 1867)
- traditionele stadswoning van handelaars
- modulair en flexibel: schuifwanden (fusuma, shoji)
- nauwe relatie met straat en gemeenschap
- weinig strikte grens tussen privé en gedeeld
- China - Siheyuan
- vanaf Han-dynastie (206 v.C) tot Qing (1912)
- vier gebouwen rond binnenplaats, verbonden door veranda’s
- privacy én gemeenschap: binnenhof als sociale kern
- cultureel symbool van harmonie, familie en orde
4
1. Geschiedenis – theorie – kritiek
- Geschiedenis = beschrijven / verklaren
- Bestudeert verleden
- Gebaseerd op documenten/artefacten
- Probeert te beschrijven, analyseren en verklaren
- Niet per se normatief
- Voorbeeld: A History of Interior Design
- Theorie = conceptueel kader
- Verzameling concepten & beweringen om fenomenen te
begrijpen
- Biedt een kader om analyses te maken
- Gaat verder dan feiten → zoekt verbanden
- Theoretische werken geven taal om over interieurs te denken
- Kritiek = evalueren obv waarden
- Oordeel / verklarende evaluatie van bestaande werken
- Gebaseerd op waarden en normatieve kaders
- Voorbeeld: Loos – Ornament und Verbrechen
2. Waarom theorie belangrijk is (voor interieur)
- Organiseert kennis – maakt patronen zichtbaar.
- Verduidelijkt relaties tussen fenomenen.
- Laat je van voorbeelden naar principes denken
Interieur werd lang gezien als: “marginaal, vocational, weinig intellectueel”
omdat het geen sterke theoretische traditie had
→ daarom is interieur theorie cruciaal: het maakt de discipline volwaardig,
academisch en kritisch
3. Vormen van theorie
3.1. Paradigma (Kuhn)
- gedeeld wereldbeeld binnen een discipline
- bestaat uit: kernbegrippen, waarden, methodes, canon
- evolueert via
- pre-paradigmatische fase
- normale wetenschap
- paradigmashift (revolutie)
3.2. Conceptueel model
- schema dat relaties toont
- helpt processen begrijpen
3.3. Taxonomie
1
, - classificatie op basis van empirische kenmerken
- ordening, hiërarchie
3.4. Typologie
- indeling op basis van kwalitatieve of conceptuele kenmerken
- vaak open en interpretatief
4. Interieur als gedeeld / sociale ruimte
= Het interieur als gedeelde ruimte is een collectief bewoonde en gebruikte
omgeving,
waar interactie, communicatie en rituelen plaatsvinden,
en die zowel door mensen als door ontwerp wordt gevormd
- kenmerken
- Co-aanwezigheid & interactie
→ ruimtes faciliteren ontmoeting en gemeenschapsvorming
- Cultureel & temporeel gesitueerd
→ betekenissen veranderen door tijd, cultuur, rituelen
- Onderhandeld & betwist
→ privacy, territorium, macht, gender, identiteit → altijd
aanwezig
- Geformuleerd door gedrag én ontwerp
→ mensen co-produceren ruimte door hun gebruik
→ dynamisch en performatief → geen neutrale container, maar gevormd door
sociale praktijken én architectuur
5. Privé – Semi Publiek – Publiek
- Privé
- Toegankelijk op uitnodiging
- Regels door eigenaar bepaald
- Geborgenheid, intimiteit
- Bv. woning, privéterras, slaapkamer
- Semipublieke ruimte
- Open voor publiek, maar gecontroleerde toegang/regels
- Bv. bibliotheek, museum, winkelcentrum, ziekenhuis, school
- Publieke ruimte
- Van iedereen, vrij toegankelijk
- Bv. plein, park, straat
2
, 6. Interiority
Wat?
- geen fysieke kamer, maar een gevoelskwaliteit van binnen-zijn:
- geborgenheid
- omsluiting
- nabijheid
- introversie
- belangrijke inzichten:
- Je kan “interiority” ook buiten ervaren (parkbank, auto, stad)
- Interieur = niet gelijk aan “binnenruimte van een gebouw”
- Vraag van Attiwill:
“Niet: wat is interieur?"
Wel: "Hoe ontwerpen we interiority?”
→ Interiority = kwaliteit van binnen zijn; niet object → maar ervaring
7. Ethiek, waarden, normen
- Ethiek: filosofie van juist handelen
- Waarden: Wat mensen belangrijk vinden (gelijkheid, privacy, veiligheid)
- Normen:
- Regels die uit waarden afgeleid zijn (stilte in de bibliotheek).
- Interieurontwerp is nooit waardevrij:
- bepaalt wie mag binnenkomen
- organiseert macht
- ondersteunt of onderdrukt groepen
- creëert inclusie of exclusie
- Daarnaast drie ethische kader:
- Deontologie → plicht
- Utilitarisme → gevolgen
- Deugdethiek → karaktereigenschappen
8. Algemene doelstelling:
- kritisch nadenken over interieur
- historische voorbeelden verbinden met theorie
- nadenken over ruimte als sociaal, dynamisch en performatief
- inzicht krijgen in machtsverhoudingen, identiteit, cultuur, politiek
- leren hoe interieurs gedrag vormgeven
- leren hoe gedeelde ruimtes functioneren
→ Doel: historische + theoretische inzichten combineren → begrijpen hoe
interieurs sociale werkelijkheden creëren
3
, LES 2: Interieur als gedeelde/sociale ruimte
→ evenwicht tussen private en collectieve functies in verschillende culturen en tijden
→ ruimte als sociaal construct - Lefebvre, Berger, Luckmann, Tuan
1. Geschiedenis: wonen als gedeelde ruimte
OUDHEID
- Grieken → Oikos
- Oikos = huis + gezin + huishouden + bezittingen (+ eventueel
land)
- Basis van de samenleving: man, familie, slaven, concubines
- Woningen zijn introvert, georganiseerd rond een binnenhof
- Sterke gendersegregatie:
- Gynaikonitis: deel voor vrouwen
- Andron: deel voor mannen
- Pastas: half open portiek ruimte als overgang tussen binnenhof
en woonruimte
- Romeinen → Domus en Insulae
- Domus = woning van de elite
- Atrium = publieke ontvangstruimte
- Peristylium = meer private zone
- Complexe organisatie: tablinum (kantoor), triclinium
(eetkamer), culina (keuken), cubiculum (slaapkamer)
- Insulae = meerlagige appartementsblokken voor de stedelijke
massa
- gedeelde voorzieningen, collectief wonen
- spanning tussen rijk vs. arm, publiek vs. privé
2. Niet-westerse woonvormen
→ evenwicht tussen collectief en privé wonen
- Japan - Machiya
- ontstaan in Heian-periode (794 - 1185), bloei in Edo-periode
(1603 - 1867)
- traditionele stadswoning van handelaars
- modulair en flexibel: schuifwanden (fusuma, shoji)
- nauwe relatie met straat en gemeenschap
- weinig strikte grens tussen privé en gedeeld
- China - Siheyuan
- vanaf Han-dynastie (206 v.C) tot Qing (1912)
- vier gebouwen rond binnenplaats, verbonden door veranda’s
- privacy én gemeenschap: binnenhof als sociale kern
- cultureel symbool van harmonie, familie en orde
4