Strafprocesrecht
Les 1 (29/9)
De bronnen van het strafprocesrecht
1) Wetboek van strafvordering
2) Gerechtelijk Wetboek
3) Wet op de voorlopige hechtenis (1990)
4) EVRM
Een klassieke fout op het examen is als er gevraagd wordt over de
rechtsmiddelen en dat er vergeten wordt dat er een afwijkende regel is.
Voorlopige hechtenis = iemand wordt van zijn vrijheid beroofd, terwijl de
zaak nog lopende is. In principe gaat deze persoon voorlopig de
gevangenis in. Zolang het bewijs niet geleverd, heb je het vermoeden van
onschuld –toch kan je iemand al van zijn vrijheid ontnemen.
Een voorbeeld van hoe het EVRM impact heeft gehad, is dat we het nu
normaal vinden dat je een advocaat kan raadplegen wanneer je wordt
verhoord. En dat je met je advocaat eerst kan overleggen voor het verhoor
doorgaat. In 2008 zei het EHRM dat het niet eerlijk is dat je niet een
advocaat kunt raadplegen en met hem/haar te overleggen.
De wet op de voorlopige hechtenis voorzag helemaal niet dat je eerst kon
beraadslagen met je advocaat. Het werd als normaal bevonden, ook door
het Hof van Cassatie. Het is pas wanneer het EHRM zich erover uit heeft
gesproken dat dit veranderde. Dit is waarom deze rechtspraak zo
belangrijk is.
Algemene beginselen strafprocesrecht
Je hebt het materieel strafrecht en het formeel strafrecht (syn.
strafprocesrecht, strafrechtspleging, strafvordering).
Het strafprocesrecht gaat over het geheel van de regels bij de opsporing,
vervolging en bestraffing bij personen die een misdrijf hebben gepleegd.
Concreet: heel veel handelingen zijn strafbaar gesteld. Binnen het
materieel strafrecht kijk je wat en waarom iets strafbaar is. Binnen het
strafprocesrecht kijk je naar de regels die uiteindelijk de procedure
bepalen om het materieel strafrecht om te zetten in de concrete
beslissing. Je hebt dan ook een procedure nodig waar je als maatschappij
kan bepalen wie iets gaat onderzoeken, hoe je dat gaat onderzoeken, wie
bewijs moet dragen (de algemene regel: overheid), hoe je bij de rechter
komt… Dit zijn allemaal spelregels die bepalen hoe de procedure verloopt.
1
,ARRAHMOUNI I.
Het eindigt ook niet bij de eindspraak, want je kan binnen het
strafprocesrecht ook wel de uitvoering ervan begrijpen. We houden ons
daar niet mee bezig voor dit vak.
Om nog duidelijk het onderscheid te begrijpen tussen materieel strafrecht
en formeel strafrecht, kunnen we ook kijken naar de personen tot wie de
regels gericht zijn. Het materieel strafrecht is gericht op ons allemaal.
Een rechtspersoon kan ook strafrechtelijk worden vervolgd, je kan ze niet
in de gevangenis steken, maar je kan ze wel boetes opleggen. Zelfs een
overheid kan schuldig worden verklaard (hier zijn speciale regels voor).
Tot wie zijn de regels gericht? Voornamelijk tegenover de overheid zelf.
Waarom? In een strafproces heb je een proces tussen de verdachte en de
maatschappij, de overheid gaat zichzelf beperkingen opleggen. Een
democratische rechtstaat kan je maar faciliteren als de overheid wordt
beperkt. In zeer uitzonderlijke gevallen mag je iemand van zijn vrijheid
beroven, je mag niet zomaar iemand afluisteren, je mag niet zomaar bij
iemand thuis komen… We gaan niet in een democratische rechtstaat leven
als we hier geen grenzen aan leggen. Daarom omlijnen we beperkingen in
de wetgeving.
De inhoud van de regels
Hoe vanzelfsprekend zijn regels? De regels van het materieel
strafrecht zijn nog “redelijk eenvoudig” om te vatten. De kern van de
misdrijven zijn nog al evident (het is duidelijk dat je weet dat je niet mag
doden). Van de kernmisdrijven mag je verwachten dat iedereen dit wel
weet. Of het strafbaar blijft of niet zal ook niet zo snel worden veranderd
(prof bedoelt hiermee dat moord altijd strafbaar zal blijven). Je kan wel een
verandering hebben in de strafmaat; de wetgever gaat soms strenger of
milder straffen.
Maar de overheid legt zichzelf ook spelregels op. Deze hebben niet
dezelfde vanzelfsprekendheid. Er zijn schreeuwers die vinden dat het
makkelijker of moeilijker moet worden gemaakt om een huiszoeking te
laten plaatsvinden.
De verjaring is een goed voorbeeld van hoe de spelregels niet altijd even
evident zijn, zo is de verjaring 25 keer verandert in 30 jaar. In Nederland
kunnen moorden niet verjaren, bij ons wel. Het is normaal dat dit niet altijd
evident is omdat je een balans moet vinden tussen rechtsbescherming en
rechtshandhaving. Het juiste evenwicht vinden, is een zoektocht; soms
gebeurt er ook iets (bv. terroristische aanslag) dat een opening geeft om
misschien meer in te zetten op rechtshandhaving.
2
,ARRAHMOUNI I.
De inhoud van de regels moet je ook altijd in vraag stellen of het wel in lijn
is met wat er gewenst is door de maatschappij.
Wat met de sanctie? De sanctie is bepaald in de wet. Een misdrijf kan
dan ook maar worden gestraft als er een wet is. Je kan ook enkel worden
gestraft door wetten die op dat moment bestonden. Het legaliteitsbeginsel
vereist dat je dit ook zou moeten kunnen weten. Je moet ook een kader
hebben dat de procedure bepaalt om deze sanctie te krijgen.
Maar wat is de sanctie op de inbreuk van deze spelregels?
Bijvoorbeeld: je mag als procureur iemand maar 48u lang arresteren,
zonder rechterlijk bevel mag dat niet langer. Wat als iemand wel langer
dan 48u van zijn vrijheid wordt beroofd? In dit geval zou de sanctie
invrijheidstelling zijn.
Bijv. huiszoeking als procureur als er een toestemming is van de bewoner
van het huis, maar de Huiszoekingswet zegt dat deze toestemming
schriftelijk en voorafgaand moet gebeuren. Wat als dit onwettig was? Bijv.
toestemming is achteraf gegeven. hier is geen duidelijke sanctie. Het
gevolg ervan is dat je bv. bewijs hebt gevonden om die persoon te kunnen
oordelen, de vraag hierbij is dan of je dat bewijs mag gebruiken? Voor
2003 mocht je dat bewijs absoluut niet gebruiken. Sinds 2003 is de regel
dat je het wel mag gebruiken, behalve in specifieke gevallen (bijvoorbeeld
door het bewijs te gebruiken je het proces oneerlijk maakt).
Er is geen heldere regel in de wet die zegt dat het altijd zus of zo is.
Er zijn ook veel vormschriften die niet leiden tot bewijs en die ook geen
sanctie hebben, bijv. als het HvB uitspraak doet, moet dit altijd binnen een
maand. Als dit niet gebeurt, dan gebeurt er ook niets qua sanctie.
Het zou kunnen dat de strafvordering onontvankelijk wordt, bijv. als je
wordt gefolterd voor bewijs. Je hebt heel veel procedureproblemen die
geen duidelijke sanctie hebben en waarbij de rechter zelf moet beslissen
wat deze sanctie gaat zijn. Dit maakt het in een zin moeilijker.
Doelstellingen van het strafprocesrecht
We willen als maatschappij dat strafbare feiten worden opgespoord,
ontdekt worden, dat ze vervolgd worden en dat ze uiteindelijk de
verdachte straffen. We willen doen aan waarheidsvinding. We moeten ons
altijd afvragen wat de ratio legis is. Tip: altijd afvragen waarom er een
regel is gekomen? Als je dit weet, onthoud je ook wat de regel zelf is.
De ratio legis van het strafprocesrecht is de zoektocht naar het evenwicht
in een strafzaak. Heel vaak denkt men dat de verdachte “maar geen
misdrijf moet plegen”, maar we moeten onthouden dat deze spelregels
voor ons allemaal bestaan. Het is omdat deze spelregels bestaan dat je
3
, ARRAHMOUNI I.
niet moet vrezen dat er ergens een camera of afluisterapparatuur is
geplaatst in je kamer. De wetgever laat het woord ook heel vaak over aan
de rechtspraak.
Accusatoir versus inquisitoir proces
Dit gaat over de processtructuur. Wat is het verschil tussen deze twee?
We hebben twee grote rechtssystemen, je hebt de common law landen
(V.S., Canada, V.K….) en je hebt continentale landen. De common law
landen zijn voornamelijk gebaseerd op een accusatoir systeem. Bij
continentale landen heb je vaak een mix.
Het verschil tussen de twee stelsels (accu en inqui) is:
- Accusatoir: horizontale processtructuur
Iedereen staat op hetzelfde niveau. Je verdediging, aanklager etc. staat op
dezelfde plaats. Het proces zelf loopt ook mondeling en volledig
tegensprekelijk; alles gebeurt ter terechtzitting (je hebt dus helemaal geen
vooronderzoek, ze doen wel aan bewijsgaring terwijl de verdachte er geen
kennis van heeft). Dit heeft ook impact op wat er wordt verwacht van de
rechter. De rechter is zeer passief en zit er om aan te horen of alles dat er
is gebeurd correct is verlopen.
- Inquisitoir: dit is het tegenovergestelde. Een strikt inquisitoir
systeem zou betekenen dat je een verticaal processtructuur hebt.
De verdachte moet hierbij het proces ondergaan. Het is de openbare
aanklager die namens de maatschappij actieve handelingen moet stellen
om de waarheid te vinden/onderzoeken. In een strikt inquisitoir systeem
gebeurt dit allemaal heimelijk en is er geen ruimte voor tegenspraak.
Natuurlijk is dit niet het geval in BE. Wij hebben verzachtingen ingebouwd,
zoals dat er wel tegenspraak mogelijk is.
Onze rechter is dus op zekere hoogte een onderzoeker. Hij moet de
waarheid achterhalen en kan vaststellen dat er onderzoekshandelingen
moeten worden gesteld. Bijv. vaststellen dat er een getuigen moet worden
verhoord. Natuurlijk moet de rechter opletten dat hij in die mate actief is
dat hij onpartijdig is. Hij moet dus zoeken naar zaken die zowel positief als
negatief zijn voor de verdachte.
Verloop van het strafproces
In grote lijnen hoe het verloopt:
4