Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 39 pages
Resume

Samenvatting grammatica Duits I (16/20)

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 39 pages

Deze samenvatting bevat alle grammatica van het vak Duits op een overzichtelijke en duidelijke manier. Ik ben elke les aanwezig geweest en heb alles samengevat op basis van de lessen en oefeningen. Met deze samenvatting behaalde ik 16/20 voor dit vak.

Aperçu du contenu

DEUTSCH FÜR ANGEHENDE
MARKETINGPROFILS I
DAS VERB

DAS PRÄSENS

HET HOOFDWERKWOORD (DAS VOLLVERB)

Er zijn enerzijds regelmatige (zwakke) hoofdwerkwoorden en anderzijds onregelmatige
(sterke) hoofdwerkwoorden
A) Zwakke en sterke hoofdwerkwoorden
Het zwakke werkwoord (das schwache Verb)
Het behoudt dezelfde stam in alle personen en alle tijden, bijvoorbeeld:
kauf
ich kauf -e
er kauf -t
ich kauf -te
wir haben gekauft

Het werkwoord "kaufen" is dus zwak in het Duits, maar onregelmatig in het Nederlands.
Het sterke werkwoord
Het vertoont een wissel van de stamklank, het voltooid deelwoord eindigt op "en".
les -en
ich les -e
er lies -t
wir las -en
wir haben geles -en

B) Er zijn vier klassen van zwakke werkwoorden
Klasse 1
De meeste zwakke werkwoorden volgen dit model. De andere klassen zijn afwijkingen van het
hoofdmodel.
Infinitiv
HÖREN
ich hör -e
du hör -st
er, sie, es hör -t
wir hör -en
ihr hör -t
sie hör -en
Sie hör -en

Opmerkingen
In tegenstelling tot het Nederlands worden geen consonanten geschrapt of gewijzigd in de
stam. Vergelijk:
 Er gönnt mir nichts. (gönnen)  Hij gunt me niets. (gunnen)
 Das reizt ihn. (reizen) Dat prikkelt hem.  Hij reist graag (reizen)



1

,Klasse 2
De stam eindigt op -d of -t  Toevoeging van "e", waar nodig voor de uitspraak.
Infinitiv
MELDEN ARBEITEN
ich meld -e arbeit -e
du meld -e -st arbeit -e -st
er, sie, es meld -e -t arbeit -e -t
wir meld -en arbeit -en
ihr meld -e -t arbeit -e -t
sie meld -en arbeit -en
Sie meld -en arbeit -en

De stam eindigt op een "harde" consonant + -m of + -n  Toevoeging van "e" waar nodig
voor de uitspraak.
Infinitiv
RECHNEN ATMEN
ich rechn -e atm -e
du rechn -e -st atm -e -st
er, sie, es rechn -e -t atm -e -t
wir rechn -en atm -en
ihr rechn -e -t atm -e -t
sie rechn -en atm -en
Sie rechn -en atm -en
Andere voorbeelden: Zeichnen (tekenen), öffnen (openen), regnen (regenen)
 Vergelijk met werkwoorden waarvan de stam eindigt op een "zachte" medeklinker of op
een klinker + -m of -n  In dit geval wordt er geen extra "e" toegevoegd.
o er film -t
o du spinn -st
o er warn -t

Klasse 3
De stam eindigt op een onbeklemtoonde -el of -er  Weglating van "e"
Infinitiv
HANDELN LIEFERN
ich handl -e liefr -e
du handel -st liefer -st
er, sie, es handel -t liefer -t
wir handel -n liefer -n
ihr handel -t liefer -t
sie handel -n liefer -n
Sie handel -n liefer -n

 In het Duits vermijdt men de opeenvolging van een onbeklemtoonde "e", een medeklinker
en nog een onbeklemtoonde "e". In dat geval laat man één "e" vallen.
 Vergelijk ook met teuer - teurer -teure /euer - eure
Klasse 4
De stam eindigt op -s, -ß, -z, -x (de stam eindigt op een sisklank - Zischlaut)  In de tweede
persoon enkelvoud valt de "s" weg.
Infinitiv
REISEN GRÜßEN REIZEN FAXEN
ich grüß -e reiz -e fax -e
du reis -e grüß -t reiz -t fax -t
er, sie, es reis -t grüß -t reiz -t fax -t

2

, reis -t
wir reis -en grüß -en reiz -en fax -en
ihr reis -t grüß -t reiz -t fax -t
sie reis -en grüß -en reiz -en fax -en
Sie reis -en grüß -en reiz -en fax -en


Wanneer de stam eindigt op -sch, dan volgt het werkwoord weer de hoofdregel (zie klasse 1),
voorbeeld:
 Wünschen  Du wünsch -st
 Naschen  Du nasch -st

C) De sterke werkwoorden
Bij de sterke hoofdwerkwoorden onderscheiden we twee speciale groepen
1) Sterke werkwoorden met een "e" in de stam
Infinitiv
HELFEN LESEN
(korte e) (lange e)
ich helf -e les -e
du hil -st lies-t
er, sie, es hilf -t lies -t
wir helf -en les -en
ihr helf -t les-t
sie helf -en les -en
Sie helf -en les -en
Sterke werkwoorden met een "e" in de stam ondergaan een zogenaamde e/i-wisseling in de
tweede (du) en derde persoon enkelvoud (er, sie, es).
  Korte e wordt korte i en lange e wordt ie
 In het meervoud wijzigt er niets!
 Indien daarenboven de stam op -d/t eindigt, valt de e-uitgang, zoals die optreedt bij de
zwakke werkwoorden weg.
 De derde persoon enkelvoud heeft zelfs helemaal geen uitgang meer.

Uitzonderingen
 Geben: Lange e wordt korte i (in plaats van ie), maar wordt toch lang uitgesproken:
o Gibst du mir bitte den Zucker?
o Es gibt immer viel zu tun.

 Nehmen: Lange e wordt korte i, de h verdwijnt en de m verdubbelt
o Sie nimmt nicht gern den Bus.
o Was nimmst du?

 Treten en werden: Lange e wordt korte i
o Es wird bald Sommer.
o Das Baby tritt, ich kann nicht schlafen.

 De volgende werkwoorden zijn sterk en hebben e in de stam. Toch hebben ze geen e / i-
wisseling:
o Bewehen  Beweg dich nicht vom Fleck!
o Gehen  Wo gehst du hin?
o Heben  Er hebt den Deckel auf.
o Stehen  Er steht wieder im Stau.

2) Sterke werkwoorden met een "a" in de stam


3

, Infinitiv
FALLEN FAHREN
(korte a) (lange a)
ich fall -e fahr -e
du fäll -st fähr-st
er, sie, es fäll -t fähr -t
wir fall -en fahr -en
ihr fall -t fahr-t
sie fall -en fahr -en
Sie fall -en fahr -en
Sterke werkwoorden met een "a" in de stam krijgen een Umlaut in de tweede en derde
persoon enkelvoud.
  Korte a wordt korte ä en lange a wordt ä
 In het meervoud worden de werkwoorden regelmatig vervoegd!
 Als daarenboven de stam op d/t eindigt, valt de extra e-uitgang, zoals die optreedt bij de
zwakke werkwoorden weg. De derde persoon enkelvoud heeft bij werkwoorden op -t zelfs
helemaal geen uitgang meer.

Nog drie extra werkwoorden volgen het systeem van de sterke werkwoorden met "a" in de
stam
Infinitiv
LAUFEN SAUFEN

ich lauf -e sauf -e
du läuf -st säuf -st
er, sie, es läuf -t säuf -t
STOßEN
ich stoß -e
du stöß -t
er, sie, es stöß -t

 Eén zwak werkwoord met "a" in de stam heeft geen Umlaut.
o Schaffen: Er schafft ein schönes Kunstwerk.
3) De overige sterke werkwoorden
Deze volgen de regels van de zwakke werkwoorden
Infinitiv:
SINGEN FINDEN BEIßEN
ich sing -e find-e beiß -e
du sing -st find -est beiß -t
er, sie, es sing -t find -et beiß -t
wir sing -en find -en beiß -en
ihr sing -t find -et beiß -t
sie sing -en find -en beiß -en
Sie sing -en find -en beiß -en

HABEN, SEIN, WERDEN

Haben (hebben), sein (zijn), werden (worden) kunnen enerzijds als
hoofdwerkwoord optreden
Hast du viel Freizeit? Heb je veel vrije tijd?
Mein Name ist Heinz Uhlmann. Mijn naam is Heinz Uhlmann.
Wenn er zu wenig schläft, wird er krank. Als hij te weinig slaapt, wordt hij ziek.


4

Table des matières

  1. 01 das präsens 1
    1. Het hoofdwerkwoord (das Vollverb) 1
    2. Haben, sein, werden 4
    3. De modale werkwoorden + "wissen" 5
  2. 02 das perfekt (voltooid tegenwoordige tijd) 9
    1. De hoofdwerkwoorden 9
    2. De modale werkwoorden 11
    3. De hulpwerkwoorden 12
  3. 03 De hoofdtijden (die Stammformen) 12
    1. Zwak in het Duits (maar sterk of gemengd in het Nederlands) 14
    2. Sterk in het Duits (maar zwak of gemengd in het Nederlands) 15
  4. 04 DER IMPERATIV (DE IMPERATIEF) 15
    1. 1 Het hoofdwerkwoord 15
    2. 2 Het hulpwerkwoord 16
    3. 3 De modale werkwoorden + "wissen" 16
    4. 4 Het reflexief werkwoord 16
  5. 05 Der bestimmte artikel (het bepaald lidwoord) 16
    1. 1 het werkwoord 17
    2. 2 een voorzetsel 17
    3. 3 een tijdsaanduiding 17
  6. 06 der unbestimmte artikel (het onbepaalde lidwoord + kein) 17
  7. 07 de “dieser” -groep 18
    1. De meeste bepalende woorden volgen het schema van "dieser" (deze). 18
    2. Sommige bepalende woorden komen enkel in het meervoud voor: 18
  8. 08 de “ein”-groep 18
    1. 1 Overzicht van de bezittelijke voornaamwoorden 18
    2. 2 Gebruik 19
  9. 09 das personalpronomen (het persoonlijk voornaamwoord) 20
    1. Overzicht 20
    2. Gebruik 20
  10. 10 das possessivpronomen (het bezittelijk voornaamwoord) 21
  11. 11 das fragepronomen (het vragend voornaamwoord) 21
    1. 1 Voor personen 21
    2. 2 Voor dingen, zaken 21
    3. 3 Andere vraagwoorden 21
  12. 12 das substantiv / das nomen (het substantief) 22
    1. Genus en getal 22
    2. Woordgeslacht op basis van de betekenis van het woord 22
    3. Woordgeslacht op basis van de vorm van het woord 23
  13. 13 die deklination des substantivs (de verbuiging van het substantief) 26
    1. Datief meervoud: +-n. 26
    2. De meervoudsuitgangen 26
  14. 14 Präpositionen mit akkusativ 30
    1. Overzicht 30
    2. Opmerkingen 31
  15. 15 prapösitionen mit dativ 32
    1. Overzicht 32
    2. Opmerkingen 33
  16. 16 der nominativ 33
    1. Onderwerp - Das Subjekt 34
    2. Gezegde - das Prädikativ 34
    3. Aanspreking - Die Anrede 34
    4. Onder invloed van voorzetsels 34
  17. 17 der akkusativ 34
    1. Relatie met het werkwoord 34
    2. Voorzetsels met de accusatief 35
    3. Tijdsbepalingen in de accusatief 35
  18. 18 der dativ 36
    1. Relatie met het werkwoord 36
    2. Voorzetsels met de datief 37
    3. Tijdsbepalingen in de datief 37
  19. 19 die kardinalzahl (het hoofdtelwoord) 38

Infos sur le Document

Publié le
14 janvier 2026
Nombre de pages
39
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
AltijdSlagen
4,0
(1)
Vendu
9
Abonnés
0
Éléments
21
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions