Oefening over Statica en Dynamica in de Biomechanica van een
Dier
Biomechanica speelt een cruciale rol in het begrijpen van de bewegingen
en krachten die inwerken op het lichaam van een dier. In deze opdracht ga
je aan de slag met zowel statische als dynamische principes om een
diepgaande analyse te maken van een zelfgekozen casus binnen de
dierlijke biomechanica. Je oefening moet gebaseerd zijn op realistische en
anatomisch correcte afstanden en gewrichtshoeken.
Je mag zelf een casus kiezen waarin zowel statica als dynamica een rol
spelen, zoals:
De krachtverdeling in de poten van een paard in stand en tijdens
galop.
De sprongkracht en impact bij een hond die een hindernis neemt.
De gewichtsverdeling en balans van een vogel op een tak en tijdens
de vlucht.
De krachten die inwerken op de wervelkolom van een kat bij het
landen na een sprong.
Het eindresultaat is een uitgebreide en diepgaande biomechanische
analyse, ondersteund door berekeningen en illustraties. Een essentieel
onderdeel van de opdracht is het correct berekenen van momenten en
krachten in de gewrichten en de spieren, zowel in statische als
dynamische situaties.
Deelopdrachten
1. Keuze van de Casus en Beschrijving van het Dierlijk Model
Kies een dier en een biomechanische situatie waarin zowel statische
als dynamische krachten voorkomen.
o De krachtverdeling in de benen van een paard in stand en
tijdens galop.
Geef een duidelijke omschrijving van de anatomie van het dier met
aandacht voor de relevante gewrichten, spieren en botstructuren.
,o In verband met het onderzoek naar de krachtverdeling in de
benen van het paard in stand en galop zullen we vooral nadruk
leggen op de gewrichten, spieren en botstructuren in de voor-
en achterbenen van het paard.
Relevante botstructuren:
De belangrijkste botstructuren in de voorbenen
van het paard zijn:
schouderblad/ scapula: Niet via een gewricht
verbonden met de romp, maar opgehangen
in spieren
opperarm/ humerus: Verbinding tussen
schouderblad en onderarm.
Ellepijp/ ulna
Spaakbeen/ radius
handwortelbeentjes/ carpus
middenhandsbeentjes/ metacarpus:
Belangrijk dragend bot in het onderbeen.
Teen/ phalanx: Drager van het
lichaamsgewicht naar de ondergrond.
De belangrijkste botstructuren in de achterbenen
van het paard zijn:
Bekken: Verbindt de achterbenen aan de
wervelkolom
, Dijbeen/ femur: verbindt bekken met
onderbeen
Knieschijf/ patella
Kuitbeen/ fibula
Scheenbeen/ tibia
Spronggewricht/ tarsus
Middenvoetsbeentjes/ metatarsus: Dragend
bot in het achteronderbeen.
Teen / phalanx
deze botstructuren aangeduid op de afbeelding
Relevante gewrichten:
De belangrijkste gewrichten in de voorbenen van
het paard zijn:
schoudergewricht/ boeg: tussen scapula en
humerus
elleboog: tussen humerus, radius en ulna
voorknie/ carpus : proximaal tussen radius /
ulna & carpus en distaal tussen carpus en
metacarpalen
kogelgewricht: tussen metacarpus en
phalanx
Dier
Biomechanica speelt een cruciale rol in het begrijpen van de bewegingen
en krachten die inwerken op het lichaam van een dier. In deze opdracht ga
je aan de slag met zowel statische als dynamische principes om een
diepgaande analyse te maken van een zelfgekozen casus binnen de
dierlijke biomechanica. Je oefening moet gebaseerd zijn op realistische en
anatomisch correcte afstanden en gewrichtshoeken.
Je mag zelf een casus kiezen waarin zowel statica als dynamica een rol
spelen, zoals:
De krachtverdeling in de poten van een paard in stand en tijdens
galop.
De sprongkracht en impact bij een hond die een hindernis neemt.
De gewichtsverdeling en balans van een vogel op een tak en tijdens
de vlucht.
De krachten die inwerken op de wervelkolom van een kat bij het
landen na een sprong.
Het eindresultaat is een uitgebreide en diepgaande biomechanische
analyse, ondersteund door berekeningen en illustraties. Een essentieel
onderdeel van de opdracht is het correct berekenen van momenten en
krachten in de gewrichten en de spieren, zowel in statische als
dynamische situaties.
Deelopdrachten
1. Keuze van de Casus en Beschrijving van het Dierlijk Model
Kies een dier en een biomechanische situatie waarin zowel statische
als dynamische krachten voorkomen.
o De krachtverdeling in de benen van een paard in stand en
tijdens galop.
Geef een duidelijke omschrijving van de anatomie van het dier met
aandacht voor de relevante gewrichten, spieren en botstructuren.
,o In verband met het onderzoek naar de krachtverdeling in de
benen van het paard in stand en galop zullen we vooral nadruk
leggen op de gewrichten, spieren en botstructuren in de voor-
en achterbenen van het paard.
Relevante botstructuren:
De belangrijkste botstructuren in de voorbenen
van het paard zijn:
schouderblad/ scapula: Niet via een gewricht
verbonden met de romp, maar opgehangen
in spieren
opperarm/ humerus: Verbinding tussen
schouderblad en onderarm.
Ellepijp/ ulna
Spaakbeen/ radius
handwortelbeentjes/ carpus
middenhandsbeentjes/ metacarpus:
Belangrijk dragend bot in het onderbeen.
Teen/ phalanx: Drager van het
lichaamsgewicht naar de ondergrond.
De belangrijkste botstructuren in de achterbenen
van het paard zijn:
Bekken: Verbindt de achterbenen aan de
wervelkolom
, Dijbeen/ femur: verbindt bekken met
onderbeen
Knieschijf/ patella
Kuitbeen/ fibula
Scheenbeen/ tibia
Spronggewricht/ tarsus
Middenvoetsbeentjes/ metatarsus: Dragend
bot in het achteronderbeen.
Teen / phalanx
deze botstructuren aangeduid op de afbeelding
Relevante gewrichten:
De belangrijkste gewrichten in de voorbenen van
het paard zijn:
schoudergewricht/ boeg: tussen scapula en
humerus
elleboog: tussen humerus, radius en ulna
voorknie/ carpus : proximaal tussen radius /
ulna & carpus en distaal tussen carpus en
metacarpalen
kogelgewricht: tussen metacarpus en
phalanx