Samenvatting
psychodiagnostiek
1.0 Achtergrond ontwikkeling Richtlijn Casusformulering
vroeger : bestaan van classificerende diagnostische protocollen (strikte maatregelen)
bv. autisme & verstandelijke beperking,… maar nood aan betere richtlijnen :
- De Algemene Intersectorale Richtlijn Diagnostiek (AIRD)
- 7 pijlers voor kwaliteitsvolle diagnostiek
- Focusgroepstudie : de implementatie van de AIRD in de integrale Jeugdzorg
waarbij onderzoekers aan 65 hulpverleners vroegen hoe ze de AIRD
gebruiken in praktijk
Onderzoeksvragen Methode Conclusie
1.Hoe wordt de AIRD momenteel 65 professionals rond 8 tafels 1.Nood aan meer handvaten
geïmplementeerd in de praktijk . om casusgericht te werken
CAR, CLB, COS, DMW, GGZ,
2.Wat zijn bestaande noden om de OBC, OOOC, RCA, MFC 2.Nood aan richtlijnen om
AIRD verder te implementeren meer participatief,
diversiteitssintensief en
interdisciplinair te werken
Pathologiemodel (vroeger) : diagnostiek = een label plakken, en verder niks.
Pathologiemodel (vroeger) Persoonsgericht model (nu)
- Diagnostiek = een label plakken - diagnostiek = kijkt naar het hele verhaal
- Heel medisch, probleemgericht - niet alleen problemen, ook positieve dingen
- hulpverlener is expert - samen zoeken naar gedeeld begrip &
haalbare doelen
Gevaar : Cliënt wordt herleid tot zijn probleem, - probleem niet alleen “IN PERSOON”
risico op stigma (“ik ben mijn stoornis”) & biedt
weinig handvaten voor een behandeling casusformulering :persoonsgeoriënteerd perspectief
1.1 Definitie casusformulering
Casusformulering : Het vermogen om een gedeeld begrip te bieden
van de problemen die iemand presenteert door middel van een
theoretische uitleg van veronderstelde oorzaken en in stand houdende
factoren, zodat passende interventies kunnen worden ingezet
Makkelijk : samen uitzoeken wat er aan de hand is, waarom het zo blijft duren, en
welke hulp dat het best kan werken
, 1.2 casusformulering
2 Proces : Een casusformulering is dynamisch en
kan steeds herzien en geherformuleerd worden op
basis van nieuwe aanvullende informatie.
3 Product : het resultaat van het proces, zoals een
diagram, verslag of adviesbrief, aangepast aan
het doelpubliek. Het product is een
momentopname en dus tijdelijk
1.3 Casusformulering focust op :
Idiografisch : het unieke verhaal/context van cliënt
Integratief : formuleren van onderbouwde hypotheses
over het ontstaan/in stand houden moeilijkheden
Interactief : samen met cliënt tot gedeeld begrip komen
Interventiegericht : bepalen welke hulp / interventies
Introspectief : reflexief werken, nadenken over je doen
1.4 Wat is de hulpvraag
Wie stelt de vraag ? Cliënt/context of verwijzer
Wat is de opdracht ? verwachtingen of visie en werking
Wat is de aard van de vraag ?
- Classificatie probleem gefocust
- Inschaling
- Advies & hulpverlening oplossings-gefocust/ persoons-gefocust
,1.5 De hulpvraag
De hulpvraag bepaalt de richting van de diagnostiek
, De hulpvraag bepaalt NIET altijd de richting van de diagnostiek
1.6 Idiografisch : een unieke cliënt in een unieke context
Idiografisch : idios = ‘eigen’ en graphein = ‘beschrijven’
Het in kaart brengen van informatie op het niveau van de unieke cliënt
Bio-psycho-sociaal model
psychodiagnostiek
1.0 Achtergrond ontwikkeling Richtlijn Casusformulering
vroeger : bestaan van classificerende diagnostische protocollen (strikte maatregelen)
bv. autisme & verstandelijke beperking,… maar nood aan betere richtlijnen :
- De Algemene Intersectorale Richtlijn Diagnostiek (AIRD)
- 7 pijlers voor kwaliteitsvolle diagnostiek
- Focusgroepstudie : de implementatie van de AIRD in de integrale Jeugdzorg
waarbij onderzoekers aan 65 hulpverleners vroegen hoe ze de AIRD
gebruiken in praktijk
Onderzoeksvragen Methode Conclusie
1.Hoe wordt de AIRD momenteel 65 professionals rond 8 tafels 1.Nood aan meer handvaten
geïmplementeerd in de praktijk . om casusgericht te werken
CAR, CLB, COS, DMW, GGZ,
2.Wat zijn bestaande noden om de OBC, OOOC, RCA, MFC 2.Nood aan richtlijnen om
AIRD verder te implementeren meer participatief,
diversiteitssintensief en
interdisciplinair te werken
Pathologiemodel (vroeger) : diagnostiek = een label plakken, en verder niks.
Pathologiemodel (vroeger) Persoonsgericht model (nu)
- Diagnostiek = een label plakken - diagnostiek = kijkt naar het hele verhaal
- Heel medisch, probleemgericht - niet alleen problemen, ook positieve dingen
- hulpverlener is expert - samen zoeken naar gedeeld begrip &
haalbare doelen
Gevaar : Cliënt wordt herleid tot zijn probleem, - probleem niet alleen “IN PERSOON”
risico op stigma (“ik ben mijn stoornis”) & biedt
weinig handvaten voor een behandeling casusformulering :persoonsgeoriënteerd perspectief
1.1 Definitie casusformulering
Casusformulering : Het vermogen om een gedeeld begrip te bieden
van de problemen die iemand presenteert door middel van een
theoretische uitleg van veronderstelde oorzaken en in stand houdende
factoren, zodat passende interventies kunnen worden ingezet
Makkelijk : samen uitzoeken wat er aan de hand is, waarom het zo blijft duren, en
welke hulp dat het best kan werken
, 1.2 casusformulering
2 Proces : Een casusformulering is dynamisch en
kan steeds herzien en geherformuleerd worden op
basis van nieuwe aanvullende informatie.
3 Product : het resultaat van het proces, zoals een
diagram, verslag of adviesbrief, aangepast aan
het doelpubliek. Het product is een
momentopname en dus tijdelijk
1.3 Casusformulering focust op :
Idiografisch : het unieke verhaal/context van cliënt
Integratief : formuleren van onderbouwde hypotheses
over het ontstaan/in stand houden moeilijkheden
Interactief : samen met cliënt tot gedeeld begrip komen
Interventiegericht : bepalen welke hulp / interventies
Introspectief : reflexief werken, nadenken over je doen
1.4 Wat is de hulpvraag
Wie stelt de vraag ? Cliënt/context of verwijzer
Wat is de opdracht ? verwachtingen of visie en werking
Wat is de aard van de vraag ?
- Classificatie probleem gefocust
- Inschaling
- Advies & hulpverlening oplossings-gefocust/ persoons-gefocust
,1.5 De hulpvraag
De hulpvraag bepaalt de richting van de diagnostiek
, De hulpvraag bepaalt NIET altijd de richting van de diagnostiek
1.6 Idiografisch : een unieke cliënt in een unieke context
Idiografisch : idios = ‘eigen’ en graphein = ‘beschrijven’
Het in kaart brengen van informatie op het niveau van de unieke cliënt
Bio-psycho-sociaal model