Thema 1: Het sociologisch perspectief
1. Wat is sociologie?
Sociologie is de wetenschap die begaan is met de systematische studie van:
- Interacties tussen personen en/of sociale eenheden (meso niveau)
- De wijze waarop het verloop van deze sociale interactie wordt bepaald door de omgeving en
resulteert in de ontwikkeling van vaste patronen (macro niveau)
- Gevolgen daarvan voor het menselijk gedrag (micro niveau)
2. Historische achtergrond van de sociologie
Ontstaan sociologie als wetenschap
De sociologie is sinds 150 jaar een zelfstandige wetenschappelijke discipline.
De mens heeft altijd al gezocht naar verklaringen van hun leven / de wereld rond hen
- In archaïsche SL: verklaringen buiten de mens om
- In de huidige SL: verklaringen in de SL zelf/ empirische toetsing om tot generalistische
uitspraken te komen
De sociologie ontwikkelde zich in een periode van grote maatschappelijke veranderingen.
3. De sociologische verbeelding
Wat is ‘sociologische verbeelding’
- Het wetenschappelijk perspectief vanuit de sociologie
- Het is het vermogen om persoonlijke ervaringen te verbinden met bredere
maatschappelijke structuren
- Wat wij vaak als een individueel probleem ervaren, is vaak in werkelijkheid een
maatschappelijk vraagstuk
,De sociologie verbeelding in een oorzakelijk schema voor maatschappelijke fenomenen:
Besluit over de sociologie verbeelding
- Bij het zoeken naar verklaringen speelt de sociologische verbeelding een belangrijke rol
- Gebeurtenissen die het leven van mensen typeren worden bekeken vanuit het ruimere
geheel waarbinnen mensen met elkaar samenleven
= sociale relaties bepalen de biografieën van mensen, sociale relaties zijn echter zelf het resultaat van
een historisch proces binnen een brede samenleving
Het terrein van de sociologie BEÏNVLOEDING
1. Sociologie en het sociaal handelen
Weber: 4 types van sociaal handelen
- Instumenteel-rationeel handelen: er wordt een afweging gemaakt welke middelen het best
geschikt zijn om doel te bereiken.
- Waarde-rationeel handelen: het bewust geloof in de waarde volheid van de handeling
centraal staat.
- Affectief handelen: het handelen wordt gedreven door gevoelens
- Traditioneel handelen: waarbij de gewoonte aan de basis ligt
- LATER ook reflexief handelen (giddens): het vermogen van mensen om hun eigen gedrag en
sociale context te overzien, te beoordelen en aan te passen in plaats van blindelings tradities
te volgen. In moderne samenlevingen wordt men gedwongen steeds vaker zelf beslissingenn
te nemen en te reageren op de zelfgecreëerde uitdagingen, wat leidt tot een combinatie van
zowel bevrijding als onzekerheid.
Gedrag
- Is betekenisvol, herkenbaar en voorspelbaar (we zien patronen in gedrag van mensen)
- Wordt beïnvloed door interacties met anderen individuen
- Maar niet altijd herkenbaar en voorspelbaar!
,Interactie
Sociologie is de wetenschap die begaan is met de systematische studie van interacties tussen
personen en/of sociale eenheden.
Hierbij:
- Is een voorwaarde voor interacties nl. communicatie
- Is een interactie wederzijdse beïnvloeding of actie en reactie
- Verwijst interactie naar de manier waarop het sociaal handelen verloopt (zichtbaar aspect)
- Verwijst interactie op betrokkenheid van handelingen op elkaar
Opdat en Omdat motieven:
Interacties=
- Handelingen van een persoon en de reactie daarop door een andere persoon
- Het proces van wederzijdse beïnvloeding tussen personen of sociale eenheden
- Geslaagd indien ‘opdat’ – en ‘omdat’ – motieven onderling worden afgestemd
Alter: opdat-motief: motief dat erop wijst dat iets wil realiseren en zich daar min of meer bewust
mentaal op voorbereidt- drijveren
Ego: omdat-motief: motief dat erop wijst dat iemand reageert op het ‘opdat’-motief van een ander
5 basisvormen van interactie:
1) Conformiteit of aanpassing
2) Uitwisseling of ruil
3) Samenwerking
4) Competitie
5) Conflict
Conformiteit of aanpassing
Conformiteit is de interactievorm waarbij de partijen zich aanpassen aan elkaars rolverwachtingen of
aan de normatieve verwachtingen in de groep.
We onderscheiden 2 elementen:
- Een wederzijds akkoord over interactiesituatie
- Een akkoord over hoe de overdracht zal verlopen
Bijvoorbeeld: onderzoek van Asch
Conformiteit in het onderwijs: conform gedrag is het tegengestelde van devinat of afwijkend gedrag
, Uitwisseling of ruil
Bij uitwisseling steunt interactie op wederzijdse kost en profijt. Het resultaat is een persoonlijk
voordeel.
De kost moet proportioneel zijn aan de winst.
Samenwerking
Bij samenwerking is de interactie gericht op het verwezenlijken van een gemeenschappelijk doel. De
opbrengst wordt ‘gedeeld’. Het resultaat is iets dat zonder samenwerking niet mogelijk zou zijn.
Samenwerking doet zich voor vanaf het moment dat een situatie normen impliceert.
Bv: vakbondsacties in het onderwijs tav besparingen
Competitie
Bij competitie is de interactie gericht op het verwezenlijken van eenzelfde doel dat schaars is. Niet het
gemeenschappelijk doel is belangrijk, maar wel het overwinnen van de ander.
Competitie verloopt vaak via spelregels.
Conflict
Bij conflict is de interactie gebasseerd op tegenstellingen die het gevolg zijn van ongelijke controle
over schaarse en gewaardeerde middelen (materiële en immateriële) zoals: geld, land, waarden,
aanzien, macht,…
Conflict is een poging om de interactie te laten verlopen volgens de eigen zienswijze/ de zienswijze
van de eigen groep.
Conflicten zijn niet altijd slecht, maar kunnen een positieve bijdrage vormen tot de opbouw en
versterking van de samenleving. Bv: UVRM
Conflict en samenwerking zijn als elkaars tegengestelde, ook onlosmakelijk verbonden met elkaar.
On-evenwichten in de interactie
We onderscheiden enkele vormen van on-evenwichten in de interactie
- Macht
- Gezag of autoriteit
- Manipulatie
Macht
= een interactie gebasseerd op de mogelijkheid om handelingsmogelijkheden van de andere te sturen
Macht heeft te maken met de ongelijkheid op vlak van:
- Positie
- Kennis
- Bezit
- Vaardigheden
+ de afhankelijkeid ervan