Samenvatting Management Accounting – Jolien De Jaeger
HOOFDSTUK 1: DE TECHNIEK VAN KOSTPRIJSCALCULATIE
INLEIDING
Basisprincipe
We proberen met beperkte middelen, maximale winst te bereiken
• Elke bedrijf heeft beperkte middelen (geld, tijd, personeel, vaste
aciva,..) maar wil haar winst maximaliseren;
Personeel
Geld en • Wanneer we middelen inzetten (gebruiken) krijgen we kosten.
activa
• Een kost is dus de vertaling van het gebruik van een middel.
Tijd
Winst
Management accounting:
- Wordt intern gebruikt voor het nemen van bedrijfsbeslissingen (het vergemakkelijkt het nemen van
beslissingen), opgesteld wanneer ze het nodig hebben
o Beslissingen zoals: gaan we producten zelf maken? Wat is een aanvaardbare kostprijs,
stoppen we de productie? Moeten ze extra personeel aanwerven?
- Wordt door externen gebruikt bij het bepalen van belastingen, het toekennen van leningen...
- Is niet verplicht
Kortom het doel van management accounting: informatie verzamelen, beslissingen faciliteren en informatie
analyseren
BEGRIP KOSTPRIJS
DEFINITIE VAN HET BEGRIP ‘KOSTPRIJS’
De kostprijs = de som van de kosten nodig voor het realiseren van een bepaalde prestatie
De kosten =
o De in geldwaarde uitgedrukte offers van de ingezette productiemiddelen
o Heeft direct te maken met onze opbrengsten
o Kunnen uitgedrukt worden in geld, maar zijn géén uitgaven!
Bij het berekenen van de kostprijs moet men de volgende vragen beantwoorden:
1. Wat is de inhoud van de prestatie, het kostenobject?
2. Welke kostensoorten zijn nodig voor deze prestatie?
3. Hoe bepalen we de waarde van de kosten?
1
,Samenvatting Management Accounting – Jolien De Jaeger
BEPALING VAN DE PRESTATIE
Waarvan willen we de kostprijs berekenen? Waarvoor maken we de kosten? Het kostenobject moet bepaald
worden
Grondstoffen + manuren
Bij een product/dienst moeten we het onderscheid maken tussen het
productieproces en het verkoopproces
De fabricagekostprijs = het geheel van de in geldwaarde uitgedrukte
+ machines + magazijn
productiemiddelen die nodig zijn om een afgewerkt product of dienst te
produceren
o In een productieonderneming: kosten tussen AK en aanwezigheid
= motor + marketing
in het magazijn, niet de marketingkosten!
o In een handelsonderneming: alle kosten vanaf de AK tot het
afleveren van eindproduct
o In een dienstenorganisatie: alle kosten tijdens het proces tot het
= verkoop aanbieden van de dienst
De verkoopkostprijs = prestatie is het verkochte product/dienst, het omvat dus naast de kosten van het
productieproces ook het verkoopproces
= de fabricagekostprijs + alle kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren
=> we houden dus rekening met de productie- en verkoopkosten
= kostprijscalculatie van het uitgangsvoorbeeld (een
motorfiets)
Prestatie kan in de praktijk ook een deelactiviteit van
het productie- en verkoopproces zijn
Fabricagekostprijs = produceren:
o Directe productiekosten
o Indirecte productiekosten
o Een deel! van de beheerskosten
Verkoopkostprijs = produceren + verkopen:
o Commissie
o Een deel! van de beheerskosten
Is dit ook de verkoopprijs?
Neen, want we willen ook winst maken verkoopprijs ≠
verkoopkostprijs
Kostprijscalculatie is een deel van kostencalculatie
2
,Samenvatting Management Accounting – Jolien De Jaeger
BEPALING VAN DE KOSTENSOORTEN
a. Onderscheid tussen kosten en uitgaven
Uitgave = heeft te maken met liquide middelen (cash, bankrekeningen,…), wanneer we geld uitgeven
Kosten = offers die in het productie- of verkoopproces gemaakt worden om tot de prestatie te
komen.
Het tijdstip van betaling staat los van het gebruik er van!
Bv: op 15 januari kopen en betalen we grondstoffen, deze grondstoffen gebruiken we pas op 7 april.
Wanneer erkennen we een kost? à 7 april
Kost is het gebruik van een middel, uitgave is het betalen van de kost.
b. Onderscheid tussen opbrengsten en inkomsten
Inkomst = heeft te maken met liquide middelen (cash, bankrekeningen,…)
Opbrengsten = het resultaat van onze verkopen van onze prestaties (kostenobjecten)
Bv: Op 13 februari verkopen we een motorfiets. De klant betaalt echter pas op 28 februari. Wanneer
erkennen we een opbrengst? à 13 februari
Samenstellende elementen van de verkoopkostprijs
• Productiekosten
• Beheerskosten
• Verkoopkosten
De verkoopkostprijs = fabricagekosten + verkoopkosten (m.a.w. De totale kostprijs)
De fabricagekosten = productiekosten + deel van de beheerskosten (vraag is nu: welk deel?)
De verkoopkosten = specifieke verkoopkosten + deel van de beheerskosten (vraag is nu: welk deel?)
De beheerskosten zijn altijd indirecte kosten
Voor productiekosten en verkoopkosten wordt dus een onderscheid gemaakt tussen direct en indirect
ZIE DIA 13!! (schema)
Wanneer kan je er 100% vanuit gaan dat je geen indirecte kosten hebt? à Als je maar 1 soort product
verkoopt.
Om de fabricagekostprijs te kunnen berekenen, zal men een analyse moeten maken van de beheerskosten
en zal men moeten nagaan welke kosten gemaakt worden ter ondersteuning van de productie en welk
percentage voor de verkoopafdeling
WAARDERING VAN DE KOSTEN
Hoe bepalen we de waarde van de kosten?
DE kostprijs is dus een onduidelijk begrip!
Berekenen we de kostprijs op basis van de werkelijke (historische) of toelaatbare kosten (standaard)?
3
, Samenvatting Management Accounting – Jolien De Jaeger
Bv. Als we volgend jaar een motorfiets maken dan verwachten we dat deze €1.500 kost. =
STANDAARDKOSTPRIJS (geschat)
We hebben vorig jaar een motorfiets gemaakt en deze heeft €1.423,34 gekost. = HISTORISCHE KOSTPRIJS
(gekend)
De normatieve of standaardkosten vormen de basis van een goede beleidsbeslissing.
o We houden enkel rekening met de doelmatig gebrachte offers, NOOIT met verspillingen
o We mogen niet werken met historische kosten;
o Toelaatbare en niet vermijdbare kosten worden WEL ingecalculeerd, denk aan rusttijden van de
arbeiders, onderhoud van machines,…
o We kijken met andere woorden naar de NORMALE omstandigheden.
o We houden enkel rekening met de vervangingswaarde en niet de aanschaffingswaarde.
Standaard kostprijs (voorcalculatie) —> onder normale omstandigheden
Historische kostprijs (na calculatie, actuele kost na het product is gemaakt)
Oefening: Welke kosten brengen we in rekening voor standaardkostprijs van een motor?
VASTE EN VARIABELE KOSTEN
DEFINITIES
Vaste kosten = onafhankelijk van de bedrijfsdrukte. Ze blijven constant. Of we nu 1 of 1.000 motors bouwen:
de lonen moeten betaald worden, de afschrijvingen moeten gebeuren en er is licht nodig in onze fabriek.
Variabele kosten = afhankelijk van de bedrijfsdrukte (productievolume). Indien we veel motors bouw zullen
de grondstofkosten stijgen en zullen onze werknemers overuren moeten doen en de machines zullen meer
energie gebruiken.
4
HOOFDSTUK 1: DE TECHNIEK VAN KOSTPRIJSCALCULATIE
INLEIDING
Basisprincipe
We proberen met beperkte middelen, maximale winst te bereiken
• Elke bedrijf heeft beperkte middelen (geld, tijd, personeel, vaste
aciva,..) maar wil haar winst maximaliseren;
Personeel
Geld en • Wanneer we middelen inzetten (gebruiken) krijgen we kosten.
activa
• Een kost is dus de vertaling van het gebruik van een middel.
Tijd
Winst
Management accounting:
- Wordt intern gebruikt voor het nemen van bedrijfsbeslissingen (het vergemakkelijkt het nemen van
beslissingen), opgesteld wanneer ze het nodig hebben
o Beslissingen zoals: gaan we producten zelf maken? Wat is een aanvaardbare kostprijs,
stoppen we de productie? Moeten ze extra personeel aanwerven?
- Wordt door externen gebruikt bij het bepalen van belastingen, het toekennen van leningen...
- Is niet verplicht
Kortom het doel van management accounting: informatie verzamelen, beslissingen faciliteren en informatie
analyseren
BEGRIP KOSTPRIJS
DEFINITIE VAN HET BEGRIP ‘KOSTPRIJS’
De kostprijs = de som van de kosten nodig voor het realiseren van een bepaalde prestatie
De kosten =
o De in geldwaarde uitgedrukte offers van de ingezette productiemiddelen
o Heeft direct te maken met onze opbrengsten
o Kunnen uitgedrukt worden in geld, maar zijn géén uitgaven!
Bij het berekenen van de kostprijs moet men de volgende vragen beantwoorden:
1. Wat is de inhoud van de prestatie, het kostenobject?
2. Welke kostensoorten zijn nodig voor deze prestatie?
3. Hoe bepalen we de waarde van de kosten?
1
,Samenvatting Management Accounting – Jolien De Jaeger
BEPALING VAN DE PRESTATIE
Waarvan willen we de kostprijs berekenen? Waarvoor maken we de kosten? Het kostenobject moet bepaald
worden
Grondstoffen + manuren
Bij een product/dienst moeten we het onderscheid maken tussen het
productieproces en het verkoopproces
De fabricagekostprijs = het geheel van de in geldwaarde uitgedrukte
+ machines + magazijn
productiemiddelen die nodig zijn om een afgewerkt product of dienst te
produceren
o In een productieonderneming: kosten tussen AK en aanwezigheid
= motor + marketing
in het magazijn, niet de marketingkosten!
o In een handelsonderneming: alle kosten vanaf de AK tot het
afleveren van eindproduct
o In een dienstenorganisatie: alle kosten tijdens het proces tot het
= verkoop aanbieden van de dienst
De verkoopkostprijs = prestatie is het verkochte product/dienst, het omvat dus naast de kosten van het
productieproces ook het verkoopproces
= de fabricagekostprijs + alle kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren
=> we houden dus rekening met de productie- en verkoopkosten
= kostprijscalculatie van het uitgangsvoorbeeld (een
motorfiets)
Prestatie kan in de praktijk ook een deelactiviteit van
het productie- en verkoopproces zijn
Fabricagekostprijs = produceren:
o Directe productiekosten
o Indirecte productiekosten
o Een deel! van de beheerskosten
Verkoopkostprijs = produceren + verkopen:
o Commissie
o Een deel! van de beheerskosten
Is dit ook de verkoopprijs?
Neen, want we willen ook winst maken verkoopprijs ≠
verkoopkostprijs
Kostprijscalculatie is een deel van kostencalculatie
2
,Samenvatting Management Accounting – Jolien De Jaeger
BEPALING VAN DE KOSTENSOORTEN
a. Onderscheid tussen kosten en uitgaven
Uitgave = heeft te maken met liquide middelen (cash, bankrekeningen,…), wanneer we geld uitgeven
Kosten = offers die in het productie- of verkoopproces gemaakt worden om tot de prestatie te
komen.
Het tijdstip van betaling staat los van het gebruik er van!
Bv: op 15 januari kopen en betalen we grondstoffen, deze grondstoffen gebruiken we pas op 7 april.
Wanneer erkennen we een kost? à 7 april
Kost is het gebruik van een middel, uitgave is het betalen van de kost.
b. Onderscheid tussen opbrengsten en inkomsten
Inkomst = heeft te maken met liquide middelen (cash, bankrekeningen,…)
Opbrengsten = het resultaat van onze verkopen van onze prestaties (kostenobjecten)
Bv: Op 13 februari verkopen we een motorfiets. De klant betaalt echter pas op 28 februari. Wanneer
erkennen we een opbrengst? à 13 februari
Samenstellende elementen van de verkoopkostprijs
• Productiekosten
• Beheerskosten
• Verkoopkosten
De verkoopkostprijs = fabricagekosten + verkoopkosten (m.a.w. De totale kostprijs)
De fabricagekosten = productiekosten + deel van de beheerskosten (vraag is nu: welk deel?)
De verkoopkosten = specifieke verkoopkosten + deel van de beheerskosten (vraag is nu: welk deel?)
De beheerskosten zijn altijd indirecte kosten
Voor productiekosten en verkoopkosten wordt dus een onderscheid gemaakt tussen direct en indirect
ZIE DIA 13!! (schema)
Wanneer kan je er 100% vanuit gaan dat je geen indirecte kosten hebt? à Als je maar 1 soort product
verkoopt.
Om de fabricagekostprijs te kunnen berekenen, zal men een analyse moeten maken van de beheerskosten
en zal men moeten nagaan welke kosten gemaakt worden ter ondersteuning van de productie en welk
percentage voor de verkoopafdeling
WAARDERING VAN DE KOSTEN
Hoe bepalen we de waarde van de kosten?
DE kostprijs is dus een onduidelijk begrip!
Berekenen we de kostprijs op basis van de werkelijke (historische) of toelaatbare kosten (standaard)?
3
, Samenvatting Management Accounting – Jolien De Jaeger
Bv. Als we volgend jaar een motorfiets maken dan verwachten we dat deze €1.500 kost. =
STANDAARDKOSTPRIJS (geschat)
We hebben vorig jaar een motorfiets gemaakt en deze heeft €1.423,34 gekost. = HISTORISCHE KOSTPRIJS
(gekend)
De normatieve of standaardkosten vormen de basis van een goede beleidsbeslissing.
o We houden enkel rekening met de doelmatig gebrachte offers, NOOIT met verspillingen
o We mogen niet werken met historische kosten;
o Toelaatbare en niet vermijdbare kosten worden WEL ingecalculeerd, denk aan rusttijden van de
arbeiders, onderhoud van machines,…
o We kijken met andere woorden naar de NORMALE omstandigheden.
o We houden enkel rekening met de vervangingswaarde en niet de aanschaffingswaarde.
Standaard kostprijs (voorcalculatie) —> onder normale omstandigheden
Historische kostprijs (na calculatie, actuele kost na het product is gemaakt)
Oefening: Welke kosten brengen we in rekening voor standaardkostprijs van een motor?
VASTE EN VARIABELE KOSTEN
DEFINITIES
Vaste kosten = onafhankelijk van de bedrijfsdrukte. Ze blijven constant. Of we nu 1 of 1.000 motors bouwen:
de lonen moeten betaald worden, de afschrijvingen moeten gebeuren en er is licht nodig in onze fabriek.
Variabele kosten = afhankelijk van de bedrijfsdrukte (productievolume). Indien we veel motors bouw zullen
de grondstofkosten stijgen en zullen onze werknemers overuren moeten doen en de machines zullen meer
energie gebruiken.
4