2.1 Idee en oorsprong van de rechtsstaat
01 Rechtsstaat en voordelen daarvan
Rechtsstaat → Een staat waarin je als burger met grondrechten wordt beschermd tegen
machtsmisbruik en willekeur van de overheid
De overheid beschermt burgers tegen elkaar, maar de rechtsstaat beschermt je tegen de
overheid. Voordelen:
- sociale vrede en sociale cohesie (verbondenheid)
- vertrouwen en wederkerigheid
- rechtszekerheid: verwachting dat overheid en burgers zich aan de wet houden
02 Democratische/sociale rechtsstaat
Democratische rechtsstaat → Burgers mogen meedoen aan vrije verkiezingen en
kunnen zo indirect meebeslissen over politieke kwesties
Sociale rechtsstaat → Er bestaan wetten en voorzieningen om de welvaart en het
welzijn van burgers te bevorderen
03 Ontstaan rechtsstaat
Tijdens de eeuw van de Verlichting kwamen boeren, arbeiders en de burgerij in opstand.
Men zag vrijheid als voorwaarde voor geluk. Nieuwe kennis werd snel verspreid en er waren
veel redevoeringen. De VS stelden na hun onafhankelijkheid een rechtsstaat op, Frankrijk
begon ermee na de Franse Revolutie, tot Napoleon een verlichte dictatuur opstelde.
Verlichte dictatuur → Dictatuur waarin de machthebber in zekere mate rekening
houdt met de bevolking.
04 Vier grondbeginselen rechtsstaat
- Het beginsel van grondrechten
- Het soevereiniteits- en democratiebeginsel
- Het legaliteitsbeginsel
- Het beginsel van de trias politica
05 Sociaal contract
Het sociaal contract is een afspraak tussen burgers en de gekozen overheid waarbij ze hun
rechten en plichten accepteren: de geweldsmonopolie van de overheid die wel is
ingeperkt door afspraken en de staat die scheidsrechter mag spelen.
2.2 Grondwet en grondrechten
06 Doelen van een grondwet
Een grondwet
- legt fundamentele rechten van burgers vast
- begrenst de macht van de staat
- geeft aan hoe de machtsorganen van de staat zijn georganiseerd
- drukt de eenheid van de natie uit
07 1848
In 1848 wordt door kamerlid Thorbecke een grondwetswijziging voorgesteld waarbij de
macht van koning Willem II wordt ingeperkt. De koning stemt ermee in.
, 08 Nachtwakersstaat
Nachtwakersstaat → Staat die zich voornamelijk inzet voor bewaking van de
veiligheid van de burgers en de noodzakelijke voorwaarden realiseert voor
economische groei.
De staat laat de burgers en de economie dus zo veel mogelijk vrij.
09 Uitbreiding kiesrecht in Nederland
Door deze nachtwakersstaat ontstond sociale onrust: arbeiders hadden het enorm zwaar.
Dit leidde tot een klassenstrijd. Hierdoor ontstond algemeen kiesrecht, in 1917 voor alle
mannen en in 1919 voor alle vrouwen.
10 Klassieke en sociale grondrechten
Klassieke grondrechten moet de overheid garanderen. De nadruk ligt op vrijheid en
gelijkheid. De overheid heeft een passieve rol (behalve bij kiesrecht). Een burger kan naar
de rechter als deze grondrechten geschonden worden. Soorten:
- Recht op gelijke behandeling
- Persoonlijke vrijheid
- Politieke vrijheid
Voor sociale grondrechten heeft de overheid een inspanningsplicht. Door sociale
grondrechten werd de klassieke rechtsstaat een sociale rechtsstaat, aka verzorgingsstaat.
Denk aan recht op onderwijs, bestaanszekerheid, volksgezondheid, etc.
11 Botsingen tussen grondrechten
Grondrechten hebben een verticale (burger vs overheid) of een horizontale (burger vs
burger). Er is geen vaste rangorde van grondrechten. Soms botsen grondrechten, zoals
vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, privacyrecht en recht op gelijke behandeling. De
rechter bepaalt per situatie wat het zwaarste weegt.
2.3 Legaliteitsbeginsel
12 Legaliteitsbeginsel en twee elementen
Legaliteitsbeginsel → Iemands vrijheid kan alleen worden ingeperkt als de
rechtmatigheid van die beperking is vastgelegd in wetten en regels die door het parlement
zijn aangenomen.
Elementen:
1. Al het overheidshandelen berust op wetgeving.
2. De wetgeving voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen.
13 Redenen voor opstellen wetten
1. Chaos en eigenrichting (eigen rechtertje spelen) voorkomen
2. Laten zien welke waarden we delen en wat we goed en fout vinden.
14 Vier kwaliteitseisen van wetten
Wetten:
- moeten voor iedereen gelden
- moeten openbaar toegankelijk en begrijpbaar zijn
- mogen geen onmogelijke eisen stellen
- mogen niet met terugwerkende kracht worden toegepast
- mogen niet te vaak worden veranderd
01 Rechtsstaat en voordelen daarvan
Rechtsstaat → Een staat waarin je als burger met grondrechten wordt beschermd tegen
machtsmisbruik en willekeur van de overheid
De overheid beschermt burgers tegen elkaar, maar de rechtsstaat beschermt je tegen de
overheid. Voordelen:
- sociale vrede en sociale cohesie (verbondenheid)
- vertrouwen en wederkerigheid
- rechtszekerheid: verwachting dat overheid en burgers zich aan de wet houden
02 Democratische/sociale rechtsstaat
Democratische rechtsstaat → Burgers mogen meedoen aan vrije verkiezingen en
kunnen zo indirect meebeslissen over politieke kwesties
Sociale rechtsstaat → Er bestaan wetten en voorzieningen om de welvaart en het
welzijn van burgers te bevorderen
03 Ontstaan rechtsstaat
Tijdens de eeuw van de Verlichting kwamen boeren, arbeiders en de burgerij in opstand.
Men zag vrijheid als voorwaarde voor geluk. Nieuwe kennis werd snel verspreid en er waren
veel redevoeringen. De VS stelden na hun onafhankelijkheid een rechtsstaat op, Frankrijk
begon ermee na de Franse Revolutie, tot Napoleon een verlichte dictatuur opstelde.
Verlichte dictatuur → Dictatuur waarin de machthebber in zekere mate rekening
houdt met de bevolking.
04 Vier grondbeginselen rechtsstaat
- Het beginsel van grondrechten
- Het soevereiniteits- en democratiebeginsel
- Het legaliteitsbeginsel
- Het beginsel van de trias politica
05 Sociaal contract
Het sociaal contract is een afspraak tussen burgers en de gekozen overheid waarbij ze hun
rechten en plichten accepteren: de geweldsmonopolie van de overheid die wel is
ingeperkt door afspraken en de staat die scheidsrechter mag spelen.
2.2 Grondwet en grondrechten
06 Doelen van een grondwet
Een grondwet
- legt fundamentele rechten van burgers vast
- begrenst de macht van de staat
- geeft aan hoe de machtsorganen van de staat zijn georganiseerd
- drukt de eenheid van de natie uit
07 1848
In 1848 wordt door kamerlid Thorbecke een grondwetswijziging voorgesteld waarbij de
macht van koning Willem II wordt ingeperkt. De koning stemt ermee in.
, 08 Nachtwakersstaat
Nachtwakersstaat → Staat die zich voornamelijk inzet voor bewaking van de
veiligheid van de burgers en de noodzakelijke voorwaarden realiseert voor
economische groei.
De staat laat de burgers en de economie dus zo veel mogelijk vrij.
09 Uitbreiding kiesrecht in Nederland
Door deze nachtwakersstaat ontstond sociale onrust: arbeiders hadden het enorm zwaar.
Dit leidde tot een klassenstrijd. Hierdoor ontstond algemeen kiesrecht, in 1917 voor alle
mannen en in 1919 voor alle vrouwen.
10 Klassieke en sociale grondrechten
Klassieke grondrechten moet de overheid garanderen. De nadruk ligt op vrijheid en
gelijkheid. De overheid heeft een passieve rol (behalve bij kiesrecht). Een burger kan naar
de rechter als deze grondrechten geschonden worden. Soorten:
- Recht op gelijke behandeling
- Persoonlijke vrijheid
- Politieke vrijheid
Voor sociale grondrechten heeft de overheid een inspanningsplicht. Door sociale
grondrechten werd de klassieke rechtsstaat een sociale rechtsstaat, aka verzorgingsstaat.
Denk aan recht op onderwijs, bestaanszekerheid, volksgezondheid, etc.
11 Botsingen tussen grondrechten
Grondrechten hebben een verticale (burger vs overheid) of een horizontale (burger vs
burger). Er is geen vaste rangorde van grondrechten. Soms botsen grondrechten, zoals
vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, privacyrecht en recht op gelijke behandeling. De
rechter bepaalt per situatie wat het zwaarste weegt.
2.3 Legaliteitsbeginsel
12 Legaliteitsbeginsel en twee elementen
Legaliteitsbeginsel → Iemands vrijheid kan alleen worden ingeperkt als de
rechtmatigheid van die beperking is vastgelegd in wetten en regels die door het parlement
zijn aangenomen.
Elementen:
1. Al het overheidshandelen berust op wetgeving.
2. De wetgeving voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen.
13 Redenen voor opstellen wetten
1. Chaos en eigenrichting (eigen rechtertje spelen) voorkomen
2. Laten zien welke waarden we delen en wat we goed en fout vinden.
14 Vier kwaliteitseisen van wetten
Wetten:
- moeten voor iedereen gelden
- moeten openbaar toegankelijk en begrijpbaar zijn
- mogen geen onmogelijke eisen stellen
- mogen niet met terugwerkende kracht worden toegepast
- mogen niet te vaak worden veranderd