Het Rechterlijk beslissingsmodel
Het lijkt lastiger dan dat het is maar alles staat duidelijk in de wet het is gewoon een
stappen plan volgen. Om het makkelijker te maken heb ik waar je naar moet kijken
onder de bijbehorende vraag gezet. We beginnen altijd bij de formele vragen van de
artikelen 348 en de einduitspraken 349 Sv.
De Formele vragen van Art 348 Jo 349 Sv
1) Is de dagvaarding geldig? Art. 348 Sv.
Nee: Nietigheid der dagvaarding Art. 349 lid 1 Sv.
Ja: Vraag 2
- De geldigheid van de dagvaarding
In de tenlastelegging (De beschuldiging) MOETT staan
Datum, plaats, opgave van het feit en de omstandigheden waaronder het
begaan is. ALS HET ER NIET IN STAAT NIETIGHEID DER
DAGVAARDING.
Artikel 36a Sv Betekening van de dagvaarding het liefst de dagvaarding
aan de verdachte zelf uitgereikt. De akte van uitreiking zorgt ervoor dat
de rechter de betekening kan nachecken.
Artikel 36b Sv Kennisgeving van gerechtelijke mededelingen door
toezendingen betekening mondelijk mededeling.
NIET BETEKEND IS NIET GELDIG.
2) Is de rechter bevoegd? Art. 348 Sv.
Nee: Hare onbevoegdheid Art. 349 lid 1 Sv.
Ja: Vraag 3
- Relatieve competentie: Welke rechtbank is bevoegd?
De rechtbank van waar het feit gepleegd is en De rechtbank woonplaats
van verdachte zijn gelijkelijk bevoegd. (een kantonrechter mag geen
misdrijven behandelen)
- Absolute competentie: Welke rechter is bevoegd?
De kantonrechter: Overtredingen en 1 misdrijf (Art 266 Sr) Boek 3 Sr
De politierechter: Zware overtredingen en misdrijven boek 2 Sr
De meervoudige kamer: Zware misdrijven boek 2 Sr