Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Toetsstof thema 9 Menswetenschappen, DNP OK

Note
-
Vendu
-
Pages
23
Publié le
12-01-2026
Écrit en
2025/2026

. Hooijmaaijers, T, Stokhof, T en Verhulst, F. 2019 Ontwikkelingspsychologie voor leerkrachten basisonderwijs. Assen Van Gorcum 1. Hoofdstuk 2, paragraaf 2.3 pagina 29 t/m 43 2. Hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.3. Pagina 169 t/m 176 2. Hoofdstuk 5, pagina 179 t/m 231 2. Maas, Ad et al. 2009, Het oudere kind. Esstede. 1.Hoofdstuk 3 2.Paragraaf 5.3, pagina 164 t/m 183

Montrer plus Lire moins
Établissement
Cours










Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
12 janvier 2026
Nombre de pages
23
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Menswetenschappen thema 9
Hoofdstuk 2
Onderwijsdidactische termen:
- Leefwereld:
 Verschillen in sociaal milieu komen onder meer tot uitdrukking in taal en in de
samenstelling van gezinnen
 Sociaal-culturele factoren hebben ook invloed op de leefwereld (bijv. de
sociale contacten van ouders)
 Anderen hebben invloed op de opvoeding van het kind (leeftijdsgenoten,
ouders, leerkrachten, de buurt etc.)
- Belevingswereld:
 Is de wijze waarop de kinderen hun leefwereld ervaren, ook vanuit hun
ontwikkelingsleeftijd
 Ontwikkelingsstereotiep: als leerkracht gaan we ervan uit dat dit de klas wel
leuk zal vinden
 Middenbouwkinderen: scheiding van fantasie en werkelijkheid, meer ordening
en structuur etc. (eigen-aardigheden)
 Bovenbouwkinderen: hang naar realiteit vooropstaat, inzicht in sociale relaties
neemt toe, kinderen redeneren abstract, eigen mening vormen etc. (eigen-
aardigheden)
 Eigen-aardogjeden per leeftijdsgroep betreft de basiskennis en basisinzichten
van waaruit je gericht naar individuele kinderen kunt kijken
Ontwikkelingspsychologische termen:
- Klassieke ontwikkelingspsychologie:
 Beschrijvende wetenschap
 Tijd- en cultuurgebonden
 Gaat uit van aan de biologie ontleende opvattingen over groei en ontwikkeling
 Menselijke ontwikkeling werd altijd in relatie gebracht met waarneembare
veranderingen binnen een bepaalde tijd
 Gaat er van uit dat er een eindpunt is van de ontwikkeling
 Ontwikkeling werd een synoniem met het proces van volwassenwording:
drietal factoren van belang: chronologische leeftijd (op een bepaalde leeftijd
mag je bepaalde gedragingen en veranderingen verwachten), biologische
leeftijd (ontwikkeling wordt mede bepaald door fysieke factoren), sociale
context (ontwikkeling wordt bepaald door invloeden van de omgeving)
 Moderne ontwikkelingspsychologie: minutieuze beschrijvingen van
gedragingenbelangrijk, ook het verklaren van processen en mechanismen die
aan de basis liggen van gedrag en gedragskenmerken -> verklarende
wetenschap
- Levenslooppsyschologie:
 Veel aandacht besteden aan de interactie tussen kinderen en hun omgeving
en de impact daarvan op het verdere levensverloop -> er wordt niet enkel
gekeken naar wat er zich bij het kind van binnenuit ontwikkelt, maar wat door
het kind wordt ontwikkeld in de relatie met zijn omgeving
 Ontwikkeling heeft betrekking op processen die tijdens de hele levensloop
werkzaam zijn
- Ontwikkeling-ervaring-rijping:

,  De omgeving moet voor een geode ontwikkeling stimulerende factoren
bevatten
 Tabula rasa: de mens komt ter wereld als een onbeschreven blad dat na de
geboorte ingevuld gaat worden
 Behaviorisme: wie je bent, en wat je wordt is afhankelijk van de
omstandigheden
 Conditionering: goed gedrag belonen, slecht gedrag straffen
 Bepalend voor de ontwikkeling: de rijping van het centrale zenuwstelsel -> al
ons denken en handelen wordt gestuurd vanuit de hersenen
- Ecologische benadering:
 Gaat uit van interacties van mensen met hun omgeving
 Individu past zich aan of kan de omgeving beïnvloeden
 Als we de ontwikkeling willen begrijpen moeten we ook de context begrijpen
 Kans krijgen om interactie aan te gaan -> aansluiten op de
ontwikkelingsmogelijkheden van het kind
 Deze benadering moet je zien als een theorie die probeert een denkmodel te
verschaffen om na te denken over ontwikkeling in relatie tot aanleg en
opvoeding
 Opvoeder is een van de belangrijkste factoren voor de kwaliteit van de
interacties
 Om de ontwikkeling te bevorderen, moet de opvoeder letten op:
1. De activiteit van het kind: wat en hoe het kind iets doet, en de mate van
betrokkenheid
2. De interacties van het kind: positief op elkaar reageren, geleidelijk het kind
meer zeggenschap krijgen
3. De rol van het zich ontwikkelende kind in interacties: de verschillende
rollen die een kind kan aannemen (ene keer bijv. de winkelier, andere keer
de klant)
 Onderscheid maken tussen:
1. Processen die te maken hebben met de rechtstreekse interacties van een
kind met zijn directe omgeving
2. Factoren die verder van het kind afleggen (werkeloosheid,
onderwijsbeleid)
- Narratieve benadering
 Narratief-biografisch perspectief: het persoonlijk denken en persoonlijke
ervaringen spelen een grote rol bij het nemen van beslissingen en het maken
van keuzes door de leerkracht
 -> wat mensen nu doen en denken is gekleurd door hun ervaringen uit het
verleden en hun verwachtingen over hun toekomst
 Benadering is narratief omdat het gaat om het verhaal dat leerkrachten over
hun loopbaan vertellen. De verhalen zijn wel constructies: een reeks
gebeurtenissen krijgen betekenis door ze samen te brengen en te verbinden.
Bovendien vinden die verhalen in een context plaats: ze spelen zich af in
ruimte en tijd.
 Verhalen zijn nooit af: sprake van een dynamisch proces -> de verhalen
worden aangevuld of veranderd
 Kritische incidenten: zijn momenten waarin je geconfronteerd werd met een
nieuwe uitdaging of een onverwacht probleem
Termen uit de persoonlijkheidstheorie:
- Identiteit:

,  Zelfbeeld van leerlingen verandert in de loop van de ontwikkeling
 Beschrijven leerlingen zich vaak in overeenkomsten en verschillen met
leeftijdsgroepen
 Als leerkracht moet je dus voor impulsen zorgen die tot een positief zelfbeeld
bij het kind leiden
 Het gaat bij identiteit om het aannemen van waarden, principes en
maatschappelijke rollen, om de zogenoemde eigen stijl. Identiteit heeft te
maken met de overtuiging een individu te zijn, anders dan anderen
 Persoonlijke identiteit: worden ervaringen uit het verleden, de eisen die de
maatschappij stelt en toekomstverwachtingen tot een samenhangend geheel
gevormd
 Voor er gesproken kan worden van een geïntegreerde persoonlijke identiteit
moet er tijdens de ontwikkeling ruimte zijn om te experimenteren ->
adolescentie
- Genderontwikkeling
 Gender: is een overkoepelend begrip, het wordt ingezet om de
psychologische, sociale en juridische aspecten van het man of vrouw te
beschrijven
 Sekse of geslacht: lichamelijke aspecten
 Genderrolgedrag: Bepaald gedrag van jongens en meisjes wat wordt
verwacht in de maatschappij of cultuur
 Kennis over de genderrol begint zich in de kleutertijd vorm te krijgen
 Genderidentiteit: tevredenheid is met en acceptatie van het eigen geslacht en
de ril die daarbij past
 Genderdysforie: onvrede met de biologische sekse
Hoofdstuk 4
Leervoorwaarden die kinderen nodig hebben om in groep 3 te starten:
- Ontwikkeling van cognitieve functies: waarneming of perceptie, eenvoudig logisch
kunnen redeneren, geheugen en aandacht, beheersing van taal
- Ontwikkeling van emotionele ontwikkeling: kind genoeg eigenwaarde, vertrouwen en
zelfstandigheid bezit, moet ertegen kunnen dat zijn behoefte niet direct wordt
beantwoord, het moet zich kunnen openstellen, gemotiveerd zijn om te leren
- Ontwikkeling van de sociale ontwikkeling: kind moet de hele dag zonder ouders
kunnen, zichzelf kunnen redden zonder dat daar voortdurend aandacht aangegeven
moet worden
Tussen de vijf en tien jaar zijn kinderen zeer sensitief voor taal. Op school veel aandacht
besteed aan vier gebieden: horen, spreken, lezen en schrijven -> taal ontwikkelt zich vooral
door de omgang met anderen. Er zijn ook factoren in het kind zelf die van invloed zijn op de
ontwikkeling. Die factoren noem je aanleg.
Tussen de leeftijd zes en negen jaar groeit de woordenschat flink. Ze hebben een passieve
en een actieve woordenschat. Ontwikkelen in het maken van zinnen (de syntaxis), en in het
letten op vervoegingen van woorden (de morfologie).
Uitleg kort, bondig en werk met concrete materialen om dingen voor te doen of te illustreren
Alle info die kinderen ontvangen als ze bezig zijn met de lesstof worden verwerkt door het
zenuwstelsel
€6,99
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
sanne1102

Document également disponible en groupe

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
sanne1102 Fontys Hogeschool
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
0
Membre depuis
4 mois
Nombre de followers
1
Documents
8
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions