Interieur geschiedenis 1
Les 1: intro
Wat is interieurgeschiedenis en -theorie?
Interieur Geschiedenis en -theorie bestudeert het interieur als cultureel, maatschappelijk en
ruimtelijk fenomeen.
Het interieur wordt nooit los gezien van zijn context:
● samenleving
● cultuur
● mens
● tijd
● plaats
Het interieur is dus meer dan een kamer: het is een drager van ideeën en betekenissen
Het interieur als studieobject
Een interieur:
● is een beschermde ruimte tegenover de natuur (Pimlott)
● vormt het decor voor menselijk handelen (Caan)
● beïnvloedt lichaam, geest en gedrag
● kan variëren in schaal: kamer → gebouw → stad → territorium
Belangrijk citaat idee:
“The interior is a contextualized backdrop for all human engagement.”
Interieur = fundamenteel voor architectuur
Volgens Mark Pimlott:
● architectuur ontstaat om een interieur te maken
● het interieur is het eigenlijke doel van bouwen
● interieurs worden gevormd door ideeën, niet alleen door vorm of materiaal
Maatschappelijke en ethische dimensie
Volgens Liz Teston:
● interieurs beïnvloeden levens op persoonlijk niveau
● ontwerpers hebben de verantwoordelijkheid om
toegang tot goed ontwerp als mensenrecht te zien
,5 interpretaties van het interieur:
1. Interieur als bestaande ruimte
2. Interieur als gedeelde ruimte
3. Interieur als persoonlijke ruimte
4. Interieur als fenomenologische ruimte
5. Interieur als fluïde ruimte
Les 2: definities & historiografie
Interieurgeschiedenis en -theorie werkt met beelden, teksten en voorbeelden uit
verschillende tijden en culturen om terugkerende vragen over het interieur te onderzoeken.
Belangrijke thema’s:
● Interieur ≠ louter fysiek object
● Interieur als ervaring
● Relatie tussen:
○ interieur & exterieur
○ lichaam & ruimte
○ tijdelijkheid & vergankelijkheid
○ beeld & beleving
Voorbeelden:
● Abbaye de Fontenay → soberheid, spiritualiteit
● Genji Monogatari (Japan):
○ mono no aware: bewustzijn van vergankelijkheid
○ interieur als emotionele, tijdelijke ruimte
○ techniek fukinuki yatai: dak weg → interieur en exterieur vloeien samen
Interieur als ervaring
Volgens McCarter & Pallasmaa:
● Architectuur draait niet om hoe iets eruitziet
● Maar om hoe het is om erin te zijn
● Betekenis ontstaat uit:
○ lichaam
○ zintuigen
○ ervaring
○ herinnering
Interieur = multisensorische ervaring, niet alleen visueel
, Kritiek op beeldcultuur
● Guy Debord: samenleving van het spektakel
● John Berger: overvloed aan beelden
● Pallasmaa: westerse cultuur is te visueel (ocularcentrisch)
○ pleidooi voor “architecture of the seven senses”
Lectuurbespreking – Lois Weinthal
Waarom dit boek?
● Er bestaat geen volwaardige interieurtheorie zoals in architectuur
● Interieurtheorie moet vertrekken vanuit:
○ wat eigen is aan het interieur
○ niet als afgeleide van architectuur
Belangrijke ideeën
● Interieur is:
○ interdisciplinair
○ gelaagd
○ persoonlijk
○ tijdsgevoelig
Lagen van het interieur
● Interieur bestaat uit zichtbare én onzichtbare lagen
● Emotionele lagen zoals:
○ herinnering
○ nostalgie
○ macht
○ gender
● Dialoog met:
○ architectuur
○ kunst
○ mode
○ literatuur
○ film
○ filosofie
“To work at the interior scale is to work at full-scale”
● Interieurontwerp werkt op menselijke schaal
● Hier begint:
○ personalisering
○ dagelijks leven
● Architect verlaat hier vaak het project
● Interieurs veranderen door gebruik, onderhoud, tijd
Les 1: intro
Wat is interieurgeschiedenis en -theorie?
Interieur Geschiedenis en -theorie bestudeert het interieur als cultureel, maatschappelijk en
ruimtelijk fenomeen.
Het interieur wordt nooit los gezien van zijn context:
● samenleving
● cultuur
● mens
● tijd
● plaats
Het interieur is dus meer dan een kamer: het is een drager van ideeën en betekenissen
Het interieur als studieobject
Een interieur:
● is een beschermde ruimte tegenover de natuur (Pimlott)
● vormt het decor voor menselijk handelen (Caan)
● beïnvloedt lichaam, geest en gedrag
● kan variëren in schaal: kamer → gebouw → stad → territorium
Belangrijk citaat idee:
“The interior is a contextualized backdrop for all human engagement.”
Interieur = fundamenteel voor architectuur
Volgens Mark Pimlott:
● architectuur ontstaat om een interieur te maken
● het interieur is het eigenlijke doel van bouwen
● interieurs worden gevormd door ideeën, niet alleen door vorm of materiaal
Maatschappelijke en ethische dimensie
Volgens Liz Teston:
● interieurs beïnvloeden levens op persoonlijk niveau
● ontwerpers hebben de verantwoordelijkheid om
toegang tot goed ontwerp als mensenrecht te zien
,5 interpretaties van het interieur:
1. Interieur als bestaande ruimte
2. Interieur als gedeelde ruimte
3. Interieur als persoonlijke ruimte
4. Interieur als fenomenologische ruimte
5. Interieur als fluïde ruimte
Les 2: definities & historiografie
Interieurgeschiedenis en -theorie werkt met beelden, teksten en voorbeelden uit
verschillende tijden en culturen om terugkerende vragen over het interieur te onderzoeken.
Belangrijke thema’s:
● Interieur ≠ louter fysiek object
● Interieur als ervaring
● Relatie tussen:
○ interieur & exterieur
○ lichaam & ruimte
○ tijdelijkheid & vergankelijkheid
○ beeld & beleving
Voorbeelden:
● Abbaye de Fontenay → soberheid, spiritualiteit
● Genji Monogatari (Japan):
○ mono no aware: bewustzijn van vergankelijkheid
○ interieur als emotionele, tijdelijke ruimte
○ techniek fukinuki yatai: dak weg → interieur en exterieur vloeien samen
Interieur als ervaring
Volgens McCarter & Pallasmaa:
● Architectuur draait niet om hoe iets eruitziet
● Maar om hoe het is om erin te zijn
● Betekenis ontstaat uit:
○ lichaam
○ zintuigen
○ ervaring
○ herinnering
Interieur = multisensorische ervaring, niet alleen visueel
, Kritiek op beeldcultuur
● Guy Debord: samenleving van het spektakel
● John Berger: overvloed aan beelden
● Pallasmaa: westerse cultuur is te visueel (ocularcentrisch)
○ pleidooi voor “architecture of the seven senses”
Lectuurbespreking – Lois Weinthal
Waarom dit boek?
● Er bestaat geen volwaardige interieurtheorie zoals in architectuur
● Interieurtheorie moet vertrekken vanuit:
○ wat eigen is aan het interieur
○ niet als afgeleide van architectuur
Belangrijke ideeën
● Interieur is:
○ interdisciplinair
○ gelaagd
○ persoonlijk
○ tijdsgevoelig
Lagen van het interieur
● Interieur bestaat uit zichtbare én onzichtbare lagen
● Emotionele lagen zoals:
○ herinnering
○ nostalgie
○ macht
○ gender
● Dialoog met:
○ architectuur
○ kunst
○ mode
○ literatuur
○ film
○ filosofie
“To work at the interior scale is to work at full-scale”
● Interieurontwerp werkt op menselijke schaal
● Hier begint:
○ personalisering
○ dagelijks leven
● Architect verlaat hier vaak het project
● Interieurs veranderen door gebruik, onderhoud, tijd