Samenvatting sociologie deel 2: de lenzen: basisconcepten uit de
sociologie
Inleiding
Sociale structuur verwijst naar de vorm van een sociaal systeem: posities en
relaties tussen mensen.
Macht
Hoe organiseren we de boel? Hoe coördineren we? Wat kunnen we van wie
verwachten?
Sociale cultuur staat voor de inhoud van dat systeem: gedeelde kennis,
waarden, normen, verwachtingen en doelen.
Wat is belangrijk? Waar zit ons gedeeld betekeniskader?
Institutionalisering: het samenvallen van structuur en cultuur in één
standvastig en voorspelbaar patroon van denken en handelen.
groeien uit tot instituties die gedrag sturen en structuur geven
1. Hoofdstuk 1: sociale structuur
1. sociale actoren en sociale posities
Sociale actoren: personen, groepen of instellingen die sociaal handelen (hun
handelen afstemmen op anderen).
niveau-afhankelijk: micro (individu), meso (groep/organisatie), macro
(samenleving).
Sociale actoren hebben een sociale locatie, die pas betekenis krijgt via relaties.
→ die locatie in een netwerk = sociale positie.
Sociale positie:
Wie ben ik (= actor)? Waar en voor wie?
De plaats van een actor in een netwerk van sociale relaties
Bestaat altijd in relatie tot andere posities (bv. student ↔ lector)
We handelen positiegebonden en benaderen anderen als positiebekleders
Posities zijn blijvend, personen vervangbaar
Sociale structuur bestaat uit:
sociale posities
relaties tussen die posities
de dragende structuur
Deze abstracte begrippen maken het sociale zichtbaar en tonen ook macht en
sociale ongelijkheid binnen systemen.
Allocatieprincipe
,Het allocatieprincipe beschrijft hoe mensen sociale posities krijgen in de
samenleving. Dat gebeurt op twee manieren:
1. Toewijzing (toegeschreven posities)
Posities krijg je zonder eigen inspanning
Gebaseerd op bv. geslacht, leeftijd, afkomst, familiebanden
Voorbeeld: koning(in)
Leidt tot een gesloten samenleving (zoals kasten- of
standenmaatschappijen)
2. Verwerving (verworven posities)
Posities krijg je door inspanning, talent, opleiding of ervaring
Voorbeelden: diploma, promotie, verkiezing
Leidt tot een open samenleving (klassenmaatschappij)
Meritocratie: Idee dat wie hard werkt en talent heeft, beloond wordt
!! Schaduwzijde: blinde vlekken
o Ongelijkheden blijven bestaan (SES, geslacht, etniciteit)
Fenomenen zoals het glazen plafond en de sticky floor
Succes wordt gezien als eigen verdienste, falen als eigen
schuld
2. Sociale relaties
p.89
Posities en relaties zijn mekaars voorwaarde: posities vormen de basis voor
relaties, relaties bevestigen posities.
Sociale relaties structureren de interactie of wederzijdse beïnvloeding
tussen actoren vanuit een sociale positie.
Een sociale relatie is de structurele inbedding van die beïnvloeding en
geeft vorm aan de interactie.
symmetrisch (gelijkwaardig) of hiërarchisch/complementair (bijv. docent–
student)
Vb. lector en student interageren anders dan broers en zussen, waardoor
hun posities bevestigd worden.
Communicatie, interactie
Sociale relaties zorgen ervoor dat mensen weten hoe ze met elkaar
omgaan. (structuur in de interactiepatronen)
Interactie betekent dat mensen elkaar invloed uitoefenen.
Omdat relaties duidelijk zijn, wordt gedrag voorspelbaar en netjes
georganiseerd in een sociaal systeem.
Communicatie heeft drie lagen:
Inhoud / informatie → wat je letterlijk zegt
o Vb.“Het is koud met de deur open.”
Betekenis → wat je eigenlijk wilt zeggen
, o Vb. “Doe je de deur even dicht?”
De invloed die communicatie bewerkstelligt / effect → wat het doet
in de interactie
o Bevat sociaal handelen en een relatievoorstel: accepteert de
ontvanger je verzoek of niet?
o Bepaalt positionering: heb je het recht om iets van iemand te
vragen?
o Vb. Heb jij het mandaat om van mij te verlangen de deur dicht te
doen?
Sociale posities maken sociale relaties voorspelbaar
3. sociale netwerken en sociale groeperingen
Sociaal netwerk: Meest losse vorm van sociale structuur.
Sociale posities die met elkaar verbonden zijn door relaties.
Kan uitgebreid zijn vb. samenleving als ‘netwerksamenleving’ -
totaalnetwerk
Vaak wordt een netwerk bekeken vanuit één acteur.
Sommige netwerken kenmerken zich door meer structurering, meer
afgrenzing.
grafisch voorstellen via sociogram
Organogram: posities en relaties binnen organisaties
Genogram: relaties binnen een gezin
Ecogram: volledig sociaal netwerk van een individu
Structurering: Interacties worden stabiel en voorspelbaar.
Meer structuur en duidelijkere grenzen.
Grens tussen het sociale systeem en de buitenwereld.
Binnen het systeem:
o Sociale posities
o Relaties tussen leden
o Interactiepatronen gebaseerd op posities
Vb. in een klas hebben leraar en leerlingen vaste rollen en interacties.
Typologie van Merton: sociale groeperingen
Netwerkdimensie: Is er directe interactie en communicatie tussen
mensen?
Culturele dimensie: Zijn er gemeenschappelijke waarden en normen?
Interactie Hoog / direct Laag / indirect
Gedeelde waarden en
normen
Hoog Groep Collectiviteit
Laag togetherness situation Sociale categorie
, Groepen
Een groep is een sociaal systeem waarbinnen duurzame en frequente
interacties plaatsvinden volgens vaste patronen, en waarbij de leden zichzelf
beschouwen als lid van de groep en door de andere leden als groepslid
beschouwd worden.
gedeeld waarden- en normenkader
2 karakters:
objectief karakter: frequente, regelmatige, uitgebreide, directe,
gecoördineerde en duurzame karakter van de sociale interactie tussen een
aantal personen.
subjectief karakter: groepsleden zijn zich bewust van het lidmaatschap
en gedragen zich ernaar
Aantal personen:
Dyade: 2 personen, directe kennis van elkaar.
Triade en meer: indirecte kennis en complexiteit neemt toe, waardoor de
onderlinge afhankelijkheid groter wordt.
Kenmerken:
Gedeelde belangen en doelen
o Emotioneel of taakgericht.
Sterke interactiestructuur tussen leden
o Binnen een groep beïnvloeden leden elkaar voortdurend, bewust of
onbewust, richting het handelen ten voordele van de groep
(groepsdruk).
Samenhorigheidsgevoel
o Sociale cohesie
o “Wij-gevoel” of groepsidentiteit.
o Sterke groepsidentiteit → belang van groep primeert op individueel
belang.
Groepen verhogen de productiviteit
o wat het belang van HR benadrukt, omdat het geheel meer is dan de
som van de individuele bijdragen.
Referentiegroep: een echte of denkbeeldige groep die iemand belangrijk vindt
en gebruikt als maatstaf voor waarden, normen, attitudes en levensstijl, ook al
hoort die persoon er zelf niet bij.
sociologie
Inleiding
Sociale structuur verwijst naar de vorm van een sociaal systeem: posities en
relaties tussen mensen.
Macht
Hoe organiseren we de boel? Hoe coördineren we? Wat kunnen we van wie
verwachten?
Sociale cultuur staat voor de inhoud van dat systeem: gedeelde kennis,
waarden, normen, verwachtingen en doelen.
Wat is belangrijk? Waar zit ons gedeeld betekeniskader?
Institutionalisering: het samenvallen van structuur en cultuur in één
standvastig en voorspelbaar patroon van denken en handelen.
groeien uit tot instituties die gedrag sturen en structuur geven
1. Hoofdstuk 1: sociale structuur
1. sociale actoren en sociale posities
Sociale actoren: personen, groepen of instellingen die sociaal handelen (hun
handelen afstemmen op anderen).
niveau-afhankelijk: micro (individu), meso (groep/organisatie), macro
(samenleving).
Sociale actoren hebben een sociale locatie, die pas betekenis krijgt via relaties.
→ die locatie in een netwerk = sociale positie.
Sociale positie:
Wie ben ik (= actor)? Waar en voor wie?
De plaats van een actor in een netwerk van sociale relaties
Bestaat altijd in relatie tot andere posities (bv. student ↔ lector)
We handelen positiegebonden en benaderen anderen als positiebekleders
Posities zijn blijvend, personen vervangbaar
Sociale structuur bestaat uit:
sociale posities
relaties tussen die posities
de dragende structuur
Deze abstracte begrippen maken het sociale zichtbaar en tonen ook macht en
sociale ongelijkheid binnen systemen.
Allocatieprincipe
,Het allocatieprincipe beschrijft hoe mensen sociale posities krijgen in de
samenleving. Dat gebeurt op twee manieren:
1. Toewijzing (toegeschreven posities)
Posities krijg je zonder eigen inspanning
Gebaseerd op bv. geslacht, leeftijd, afkomst, familiebanden
Voorbeeld: koning(in)
Leidt tot een gesloten samenleving (zoals kasten- of
standenmaatschappijen)
2. Verwerving (verworven posities)
Posities krijg je door inspanning, talent, opleiding of ervaring
Voorbeelden: diploma, promotie, verkiezing
Leidt tot een open samenleving (klassenmaatschappij)
Meritocratie: Idee dat wie hard werkt en talent heeft, beloond wordt
!! Schaduwzijde: blinde vlekken
o Ongelijkheden blijven bestaan (SES, geslacht, etniciteit)
Fenomenen zoals het glazen plafond en de sticky floor
Succes wordt gezien als eigen verdienste, falen als eigen
schuld
2. Sociale relaties
p.89
Posities en relaties zijn mekaars voorwaarde: posities vormen de basis voor
relaties, relaties bevestigen posities.
Sociale relaties structureren de interactie of wederzijdse beïnvloeding
tussen actoren vanuit een sociale positie.
Een sociale relatie is de structurele inbedding van die beïnvloeding en
geeft vorm aan de interactie.
symmetrisch (gelijkwaardig) of hiërarchisch/complementair (bijv. docent–
student)
Vb. lector en student interageren anders dan broers en zussen, waardoor
hun posities bevestigd worden.
Communicatie, interactie
Sociale relaties zorgen ervoor dat mensen weten hoe ze met elkaar
omgaan. (structuur in de interactiepatronen)
Interactie betekent dat mensen elkaar invloed uitoefenen.
Omdat relaties duidelijk zijn, wordt gedrag voorspelbaar en netjes
georganiseerd in een sociaal systeem.
Communicatie heeft drie lagen:
Inhoud / informatie → wat je letterlijk zegt
o Vb.“Het is koud met de deur open.”
Betekenis → wat je eigenlijk wilt zeggen
, o Vb. “Doe je de deur even dicht?”
De invloed die communicatie bewerkstelligt / effect → wat het doet
in de interactie
o Bevat sociaal handelen en een relatievoorstel: accepteert de
ontvanger je verzoek of niet?
o Bepaalt positionering: heb je het recht om iets van iemand te
vragen?
o Vb. Heb jij het mandaat om van mij te verlangen de deur dicht te
doen?
Sociale posities maken sociale relaties voorspelbaar
3. sociale netwerken en sociale groeperingen
Sociaal netwerk: Meest losse vorm van sociale structuur.
Sociale posities die met elkaar verbonden zijn door relaties.
Kan uitgebreid zijn vb. samenleving als ‘netwerksamenleving’ -
totaalnetwerk
Vaak wordt een netwerk bekeken vanuit één acteur.
Sommige netwerken kenmerken zich door meer structurering, meer
afgrenzing.
grafisch voorstellen via sociogram
Organogram: posities en relaties binnen organisaties
Genogram: relaties binnen een gezin
Ecogram: volledig sociaal netwerk van een individu
Structurering: Interacties worden stabiel en voorspelbaar.
Meer structuur en duidelijkere grenzen.
Grens tussen het sociale systeem en de buitenwereld.
Binnen het systeem:
o Sociale posities
o Relaties tussen leden
o Interactiepatronen gebaseerd op posities
Vb. in een klas hebben leraar en leerlingen vaste rollen en interacties.
Typologie van Merton: sociale groeperingen
Netwerkdimensie: Is er directe interactie en communicatie tussen
mensen?
Culturele dimensie: Zijn er gemeenschappelijke waarden en normen?
Interactie Hoog / direct Laag / indirect
Gedeelde waarden en
normen
Hoog Groep Collectiviteit
Laag togetherness situation Sociale categorie
, Groepen
Een groep is een sociaal systeem waarbinnen duurzame en frequente
interacties plaatsvinden volgens vaste patronen, en waarbij de leden zichzelf
beschouwen als lid van de groep en door de andere leden als groepslid
beschouwd worden.
gedeeld waarden- en normenkader
2 karakters:
objectief karakter: frequente, regelmatige, uitgebreide, directe,
gecoördineerde en duurzame karakter van de sociale interactie tussen een
aantal personen.
subjectief karakter: groepsleden zijn zich bewust van het lidmaatschap
en gedragen zich ernaar
Aantal personen:
Dyade: 2 personen, directe kennis van elkaar.
Triade en meer: indirecte kennis en complexiteit neemt toe, waardoor de
onderlinge afhankelijkheid groter wordt.
Kenmerken:
Gedeelde belangen en doelen
o Emotioneel of taakgericht.
Sterke interactiestructuur tussen leden
o Binnen een groep beïnvloeden leden elkaar voortdurend, bewust of
onbewust, richting het handelen ten voordele van de groep
(groepsdruk).
Samenhorigheidsgevoel
o Sociale cohesie
o “Wij-gevoel” of groepsidentiteit.
o Sterke groepsidentiteit → belang van groep primeert op individueel
belang.
Groepen verhogen de productiviteit
o wat het belang van HR benadrukt, omdat het geheel meer is dan de
som van de individuele bijdragen.
Referentiegroep: een echte of denkbeeldige groep die iemand belangrijk vindt
en gebruikt als maatstaf voor waarden, normen, attitudes en levensstijl, ook al
hoort die persoon er zelf niet bij.