Nederlands samenvatting van boek+notities+ppt
PPT 1 -> (Meertalige) taalverwerving (boek pg 94-116-pg396-401-pg534-
535)
Wat hebben kinderen nodig om taal te leren?
- Zelf te mogen proberen
- Taal rondom hen te horen
Kinderen leren hun taal in de eerste 5 levensjaren
Theorieën van het taalverwervingsproces:
Het behaviorisme
-> Taalverwerking die verloopt volgens de theorie van imitatie,
bekrachtiging (positieve feedback) en conditionering (beloning van goed
gedrag). Voorbeeld: Kind keert taal door volwassenen te imiteren, waarop
die volwassenen vervolgend positief op reageren.
Het nativisme
-> Taalleervermogen is aangeboren en bevind zich in de herenen. De
Amerikaanse taalkundige noemt dit Language acquisition device.
De interactionele benadering
-> de combinatie van de 2 voorgaande theorieën. De mogelijkheid om taal
te verwerven, in de eerste plaats mondelinge taalvaardigheid. Dat is wel
degelijk van de geboorte in de hersenen aanwezig, maar die mogelijkheid
moet door de omgeving geactiveerd en gestimuleerd worden.
, De 4 fases van vroege taalverwerving:
-> De voortalige fase (0-12 maanden)
- Huilen (0-2 maanden): Pasgeborenen communiceren voornamelijk door
te huilen.
- Vocaliseren (2-6maanden): Baby’s beginnen geluiden te maken zoals
lachen en gorgelen.
- Brabbelen (6-12 maanden): Baby’s experimenteren met klanken en
beginnen klanken te herhalen ‘bababa’ of ‘dadada’
-> De vroegtalige fase (12-30 maanden)
- eerste woorden (12-18 maanden): baby’s en peuters spreken hun eerste
woorden uit. Deze hebben betrekking op hun directe omgeving, ‘papa’,
‘mama’, ‘bal’
- tweewoordfase (18-24 maanden): peuters beginnen woorden te
combineren tot eenvoudige zinnen van 2 woorden, ‘mama eten’
- Uitbreiding van woordenschat en grammatica (24-30 maanden): de
woordenschat groeit snel en peuters beginnen complexere zinnen te
vormen
-> De differentiatiefase (2,5-5 jaar)
- Zinstructuren verfijnen: kleuters ontwikkelen een beter begrip van
grammaticale regels en beginnen langere, complexere zinnen te gebruiken
-Woordenschatsuitbreiding: kleuters leren nieuwe woorden door interacties
en ervaringen
-Morfologische ontwikkeling: Kleuters leren het gebruik van meervouden,
vervoegingen van werkwoorden
-> De voltooiingsfase (5 jaar en ouder)
-Complexe grammaticale structuren: Kinderen beheersen nu de meeste
grammaticale regels en kunnen complexe zinnen begrijpen en produceren.
-Progmatiek: Kinderen ontwikkelen een beter begrip van progmatiek, wat
betekent dat ze taal effectiever kunnen gebruiken
-Verfijnen van taalgebruik; In deze fase wordt de taalvaardigheid verder
verfijnd en aangepast aan de specifieke behoeften van communicatie in
verschillende situaties.
Je moedertaal leren vraagt (veel) tijd:
o Vier fasen geven een algemeen beeld weer
o Lang, geleidelijk en grillig proces
o (grote) verschillen tussen kinderen
o Samenhang met individuele en omgevingsfactoren, de mate waarin
de voorwaarden voor taalverwerving vervuld zijn, eventuele
meertalige taalverwerving
Het belang van input en output
o De eerste voorwaarde om taal te leren is taalaanbod
, o Het brein werkt dus op basis van input, het talige materiaal dat het
binnenkrijgt.
o Maar kinderen moeten ook voldoende de kansen krijgen om zelf taal
te produceren= output
o Input wordt veel beter opgenomen wanneer kinderen onderhandelen
over de betekenis van de boodschap die ze gehoord of gelezen
denken te hebben.
De rol van motivatie en socio-emotionele factoren
Individuele cognitieve verschillen bepalen mee hoe vlot kinderen een taal
leren. Bij (jonge) kinderen gaat het onder andere over verschillen op het
vlak van voorkennis en de kennis van andere talen die ze al dan niet
hebben.
Naast cognitieve factoren wordt taal leren ook sterk beïnvloed door socio-
emotionele en affectieve factoren.
o Het toont aan dat Positieve associaties en emoties het taalleerproces
bevorderen.
o Positieve emoties hangen samen met de gevoelens van veiligheid en
zelfvertrouwen die kinderen ervaren terwijl ze oefenen
Ook motivatie speelt een belangrijke rol: wie heel sterk gemotiveerd is om
een taal te leren, zal vaak meer tijd en energie investeren in het
taalleerproces. (zie pg 107-108)
Meerdere talen leren
Meertalige taalontwikkeling kan volgens 2 processen verlopen:
-> Simultaan: Gelijktijdig 2 talen leren van bij de geboorte
-> Successief: Eerst moedertaal daarna pas een andere taal
Simultaan
-> Beide talen ontwikkelen zoals de ééntalige ontwikkeling
-> systeem zoeken om voldoende taalaanbod in beide talen te garanderen
-> Het kind leert vanaf de geboorte meerdere talen tegelijkertijd (ouders,
kinderdagverblijf,…)
Successief
-> De thuistaal is van groot belang voor de tweede taal.
-> eerste taal -> moedertaal
-> 2de taal -> hier wordt de eerste fase overgeslagen
-> Boven water: 2 verschillende talen
PPT 1 -> (Meertalige) taalverwerving (boek pg 94-116-pg396-401-pg534-
535)
Wat hebben kinderen nodig om taal te leren?
- Zelf te mogen proberen
- Taal rondom hen te horen
Kinderen leren hun taal in de eerste 5 levensjaren
Theorieën van het taalverwervingsproces:
Het behaviorisme
-> Taalverwerking die verloopt volgens de theorie van imitatie,
bekrachtiging (positieve feedback) en conditionering (beloning van goed
gedrag). Voorbeeld: Kind keert taal door volwassenen te imiteren, waarop
die volwassenen vervolgend positief op reageren.
Het nativisme
-> Taalleervermogen is aangeboren en bevind zich in de herenen. De
Amerikaanse taalkundige noemt dit Language acquisition device.
De interactionele benadering
-> de combinatie van de 2 voorgaande theorieën. De mogelijkheid om taal
te verwerven, in de eerste plaats mondelinge taalvaardigheid. Dat is wel
degelijk van de geboorte in de hersenen aanwezig, maar die mogelijkheid
moet door de omgeving geactiveerd en gestimuleerd worden.
, De 4 fases van vroege taalverwerving:
-> De voortalige fase (0-12 maanden)
- Huilen (0-2 maanden): Pasgeborenen communiceren voornamelijk door
te huilen.
- Vocaliseren (2-6maanden): Baby’s beginnen geluiden te maken zoals
lachen en gorgelen.
- Brabbelen (6-12 maanden): Baby’s experimenteren met klanken en
beginnen klanken te herhalen ‘bababa’ of ‘dadada’
-> De vroegtalige fase (12-30 maanden)
- eerste woorden (12-18 maanden): baby’s en peuters spreken hun eerste
woorden uit. Deze hebben betrekking op hun directe omgeving, ‘papa’,
‘mama’, ‘bal’
- tweewoordfase (18-24 maanden): peuters beginnen woorden te
combineren tot eenvoudige zinnen van 2 woorden, ‘mama eten’
- Uitbreiding van woordenschat en grammatica (24-30 maanden): de
woordenschat groeit snel en peuters beginnen complexere zinnen te
vormen
-> De differentiatiefase (2,5-5 jaar)
- Zinstructuren verfijnen: kleuters ontwikkelen een beter begrip van
grammaticale regels en beginnen langere, complexere zinnen te gebruiken
-Woordenschatsuitbreiding: kleuters leren nieuwe woorden door interacties
en ervaringen
-Morfologische ontwikkeling: Kleuters leren het gebruik van meervouden,
vervoegingen van werkwoorden
-> De voltooiingsfase (5 jaar en ouder)
-Complexe grammaticale structuren: Kinderen beheersen nu de meeste
grammaticale regels en kunnen complexe zinnen begrijpen en produceren.
-Progmatiek: Kinderen ontwikkelen een beter begrip van progmatiek, wat
betekent dat ze taal effectiever kunnen gebruiken
-Verfijnen van taalgebruik; In deze fase wordt de taalvaardigheid verder
verfijnd en aangepast aan de specifieke behoeften van communicatie in
verschillende situaties.
Je moedertaal leren vraagt (veel) tijd:
o Vier fasen geven een algemeen beeld weer
o Lang, geleidelijk en grillig proces
o (grote) verschillen tussen kinderen
o Samenhang met individuele en omgevingsfactoren, de mate waarin
de voorwaarden voor taalverwerving vervuld zijn, eventuele
meertalige taalverwerving
Het belang van input en output
o De eerste voorwaarde om taal te leren is taalaanbod
, o Het brein werkt dus op basis van input, het talige materiaal dat het
binnenkrijgt.
o Maar kinderen moeten ook voldoende de kansen krijgen om zelf taal
te produceren= output
o Input wordt veel beter opgenomen wanneer kinderen onderhandelen
over de betekenis van de boodschap die ze gehoord of gelezen
denken te hebben.
De rol van motivatie en socio-emotionele factoren
Individuele cognitieve verschillen bepalen mee hoe vlot kinderen een taal
leren. Bij (jonge) kinderen gaat het onder andere over verschillen op het
vlak van voorkennis en de kennis van andere talen die ze al dan niet
hebben.
Naast cognitieve factoren wordt taal leren ook sterk beïnvloed door socio-
emotionele en affectieve factoren.
o Het toont aan dat Positieve associaties en emoties het taalleerproces
bevorderen.
o Positieve emoties hangen samen met de gevoelens van veiligheid en
zelfvertrouwen die kinderen ervaren terwijl ze oefenen
Ook motivatie speelt een belangrijke rol: wie heel sterk gemotiveerd is om
een taal te leren, zal vaak meer tijd en energie investeren in het
taalleerproces. (zie pg 107-108)
Meerdere talen leren
Meertalige taalontwikkeling kan volgens 2 processen verlopen:
-> Simultaan: Gelijktijdig 2 talen leren van bij de geboorte
-> Successief: Eerst moedertaal daarna pas een andere taal
Simultaan
-> Beide talen ontwikkelen zoals de ééntalige ontwikkeling
-> systeem zoeken om voldoende taalaanbod in beide talen te garanderen
-> Het kind leert vanaf de geboorte meerdere talen tegelijkertijd (ouders,
kinderdagverblijf,…)
Successief
-> De thuistaal is van groot belang voor de tweede taal.
-> eerste taal -> moedertaal
-> 2de taal -> hier wordt de eerste fase overgeslagen
-> Boven water: 2 verschillende talen