1
,
, De waarneming
1. Inleiding
Waarneming: Organiseren, identificeren en interpreteren van prikkels door onze hersenen.
5 zintuigen:
1. gezichtsvermogen (ogen)
2. gehoor (oren)
3. reukzin (neus)
4. smaakzin (tong)
5. tastzin (huid)
2. Hoe verloopt de waarneming?
Prikkels worden opgevangen via onze zintuigen en worden daarna via onze zenuwbaan naar de hersenen
gestuurd. In de hersenen worden we ons bewust wat we waarnemen.
Prikkels komen aan in het kortetermijngeheugen. Slechts een deel wordt opgeslagen in het
langetermijngeheugen. Er vindt selectie plaats omdat niet alles bewaart kan worden.
Soorten geheugen:
• impliciete of niet-declaratieve geheugen
Dit geheugen zorgt voor informatieopslag zonder dat je je daarvan bewust bent.
Bv.: fietsen, auto rijden, blindtypen, …
• explicite of declaratieve geheugen
Dit geheugen laat je toe opgeslagen kennis bewust op te roepen.
Bv.: je herinnert je dat Amsterdam de hoofdstad is van Nederland, je weet wat je gisteren gegeten hebt, …
2.1 Selectiviteit van de waarneming
Wat heeft een invloed op welke prikkels we opmerken?
• aard van de prikkel
§ absolute drempel
Elk zintuig heeft een boven- en ondergrens en als een prikkel erboven of onder zit wordt deze niet
waargenomen.
Bv.: hondenfluitje, …
§ intensiteit/sterkte
Een sterkere of intensere prikkel wordt makkelijker waargenomen.
Bv.: een leerling die roept merk je sneller op dan een leerling die fluistert, geel zal je sneller opmerken
dan wit, …
§ afwijkende samenstelling
Wat anders is dan gewoonlijk wordt makkelijker waargenomen.
Bv.: Als je digitale klok geel was en je koopt een nieuwe die plots roodt is zal deze opvallen, …
,
, De waarneming
1. Inleiding
Waarneming: Organiseren, identificeren en interpreteren van prikkels door onze hersenen.
5 zintuigen:
1. gezichtsvermogen (ogen)
2. gehoor (oren)
3. reukzin (neus)
4. smaakzin (tong)
5. tastzin (huid)
2. Hoe verloopt de waarneming?
Prikkels worden opgevangen via onze zintuigen en worden daarna via onze zenuwbaan naar de hersenen
gestuurd. In de hersenen worden we ons bewust wat we waarnemen.
Prikkels komen aan in het kortetermijngeheugen. Slechts een deel wordt opgeslagen in het
langetermijngeheugen. Er vindt selectie plaats omdat niet alles bewaart kan worden.
Soorten geheugen:
• impliciete of niet-declaratieve geheugen
Dit geheugen zorgt voor informatieopslag zonder dat je je daarvan bewust bent.
Bv.: fietsen, auto rijden, blindtypen, …
• explicite of declaratieve geheugen
Dit geheugen laat je toe opgeslagen kennis bewust op te roepen.
Bv.: je herinnert je dat Amsterdam de hoofdstad is van Nederland, je weet wat je gisteren gegeten hebt, …
2.1 Selectiviteit van de waarneming
Wat heeft een invloed op welke prikkels we opmerken?
• aard van de prikkel
§ absolute drempel
Elk zintuig heeft een boven- en ondergrens en als een prikkel erboven of onder zit wordt deze niet
waargenomen.
Bv.: hondenfluitje, …
§ intensiteit/sterkte
Een sterkere of intensere prikkel wordt makkelijker waargenomen.
Bv.: een leerling die roept merk je sneller op dan een leerling die fluistert, geel zal je sneller opmerken
dan wit, …
§ afwijkende samenstelling
Wat anders is dan gewoonlijk wordt makkelijker waargenomen.
Bv.: Als je digitale klok geel was en je koopt een nieuwe die plots roodt is zal deze opvallen, …