Keuzevak : Seksualiteit bespreken
Academiejaar: 2025 - 2026
,Werkcollege 1: Wat is seksualiteit
Hoofdstuk 1: Hoe werkt seks
Lesdoelen
Hoofdstuk 1
- Ken je de basale anatomische en fysiologische aspecten van de seksuele respons en weet je
hoe psychologische processen hierop inwerken
- Ken je enkele belangrijke modellen die de seksuele respons helpen begrijpen
- Ken je de principes van het biopsychosociaal model
- Heb je handvatten om aan cliënten uitleg te geven over hoe seks werkt
Tip: zet doelen in ai en vraag om examenvragen te maken adhv de leerstof
Induiken
Wat is seks?
= iets intiems, fysiek, masturberen, kussen, geslachtsgemeenschap,..
= er is geen fout antwoord maar iedereen heeft een andere betekenis van seks
Waarom seks?
= voor genot/plezier, verbinding, voortplanting, uit nieuwsgierigheid of coping (= stressregulatie),..
= uit onderzoek is gebleken dat er 237 redenen zijn om seks te hebben
Hoe werkt seks?
= Seks is biopsychosociaal
Het biologische luik
De anatomie van de geslachtsorganen
De vrouw: de inwendige geslachtorganen, zijn:
- de beide eierstokken (ovarium/ovaria): maandelijkse rijping van eicellen en productie van
hormonen als oestrogeen en testosteron
- de beide eileiders (tuba/tubae): transport van de rijpe eicel naar de baarmoeder en meestal de
plek waar de bevruchting plaatsvindt
- de baarmoeder (uterus): maandelijkse rijping van de epitheellaag in de baarmoeder (het
endometrium). Als er geen bevruchte eicel innestelt, wordt het opgebouwde endometrium
afgestoten en menstrueert de vrouw
- de schede (vagina): het orgaan waarlangs menstruatiebloed of bij een bevalling het kind het
lichaam verlaat. De vagina is een holte die opgevouwen ligt; de wanden liggen slap tegen elkaar
aan (net als de wangen van de mond). De slappe wanden hebben veel plooien, waardoor de
vagina heel rekbaar is.
1
,De vagina wordt bij de ingang deels omsloten door een dwarsgestreepte spier. Deze vaginale kringspier
kan net als de kringspieren rond de plasbuis en rond de anus aangespannen worden. Deze kringspieren
vormen samen met een aantal dwarsgestreepte spieren onder in het benige bekken de
bekkenbodemspiergordel. Zie figuur 1.2.
De uitwendige geslachtsorganen (zie figuren 1.2 en 1.3) bestaan uit:
- de (behaarde) venusheuvel (mons veneris)
- de vulvalippen:
○ de buitenste lippen (labia majora). Behaard en gepigmenteerd, kleur afhankelijk van de
huidskleur; deze lippen vormen als het ware twee wallen aan weerszijden van de vulva;
○ de binnenste lippen (labia minora). Niet behaard en - in niet-opgewonden toestand -
slap tegen elkaar aan liggend. Bij seksuele opwinding zwellen ze en gaan open 'als een
roos van vlees', en vormen een soort 'stootkussentje'. De binnenste lippen vormen
bovenin een soort capuchon (voorhuid of 'hoedje') over de glans van de clitoris;
- de clitoris:
○ het caput of de glans van de clitoris: het bolletje dat zichtbaar is onder de capuchon van
de binnenste lippen;
○ het lichaam van de clitoris (corpus clitoridis). Dit is het wat stevig aanvoelende 'staafje'
onder de huid voelbaar;
○ twee zachte zwellichamen (bulbi vestibuli), uitlopers van de clitoris in de beide
binnenste lippen, die zorgen voor het zwellen en uiteenwijken hiervan;
○ twee harde zwellichamen (corpora cavernosa, crura) die uitlopen in de bovenwand van
de vagina. De plek waar deze uitlopers in de bovenwand van de vagina samenkomen,
nemen sommige vrouwen waar als een gevoelige plek, ook wel G-plek genoemd.
De clitoris bij vrouwen
- De clitoris is maar 20 jaar geleden ontdekt
- Clitoris is veel groter dan gedacht wordt
- Clitoris is het plezier orgaan
- Clitoris wordt bij seks met man soms vanbinnen geraakt
= zorgt voor klaarkomen bij de vrouw
Corpus cavernosum = zwellichaam
2
, De man: de inwendige geslachtsorganen (zie figuur 1.4), zijn:
- de linker en rechter teelbal (testis, meervoud: testes): productie van zaadcellen en testosteron;
- de linker en rechter bijbal (epididymis): opslag van zaadcellen;
- de zaadleider (ductus deferens): vervoer van zaadcellen vanaf testikel tot aan de urinebuis
(urethra); aan de zaadcellen wordt vocht uit een aantal organen toegevoegd:
○ de voorstanderklier of prostaat
○ de zaadblaasjes (vesiculae seminales)
○ de klieren van Cowper: voorvocht om de zuurgraad in de plasbuis te neutraliseren
waardoor het passerende sperma betere overlevingskansen heeft. Dit voorvocht bevat
geen zaadcellen.
De uitwendige geslachtsorganen (zie figuur 1.5), zijn:
- de piemel (penis); bestaat voornamelijk uit zwelweetsel, namelk
○ linker en rechter harde zwellichaam (corpus cavernosum)
○ centraal het zachte zwellichaam (corpus spongiosum)
○ de eikel (glans) aan het uiteinde van het corpus spongiosum, bevat kleine kliertjes
- de voorhuid (het preputium) omgeeft de eikel
- het frenulum (toompje), verbindt de voorhuid met de huid om de schacht van de penis
- de plasbuis (urethra) met opening
- de balzak (scrotum), met glad spierweefsel
Er is een grote variatie in grootte en vorm van de penis.
3