H11: hypersensitiviteit
Foto 1: Soorten overgevoeligheidsreacties
4 types overgevoeligheidsreacties: goede samenvatting van het hoofdstuk
Foto 2: De opeenvolging van gebeurtenissen bij allergische reacties
Algemeen:
Allergische reactie: je lichaam reageert op een stof waar de meeste
mensen geen reactie op hebben
Allergeen, het antigeen dat een allergische reactie uitlopt
Verloop van type I (klassieke) overgevoeligheidsreactie:
Eerste blootstelling aan het allergeen
o Het allergeen (bv. pollen, insectengif) komt het lichaam binnen
o Dendritische cel neemt het op en presenteert het aan een naïeve
T-cel in een lymfoïd orgaan
Activatie van T-cellen en B-cellen
o De naïeve T-cel differentieert tot een Th2-cel
o Th2-cellen maken IL-4 en IL-13, die samen met Tfh-cellen B-cellen
stimuleren
o B-cellen schakelen over naar productie van IgE-antilichamen
Sensibilisatie (nog geen symptomen)
o IgE bindt aan Fcε-receptoren op mastcellen
o Het lichaam is nu gesensibiliseerd, maar de persoon ervaart nog
geen allergische klachten
Tweede (herhaalde) blootstelling aan het allergeen
Het allergeen bindt en crosslinkt IgE op mastcellen
Hierdoor activeert de mastcel → stort mediatoren uit
Snelle reactie (minuten)
o Histamine, lipidmediatoren en andere vasoactieve stoffen komen
vrij
o Gevolg: onmiddellijke allergische symptomen door allergische
reactie (jeuk, niezen, zwelling, roodheid, bronchoconstrictie…)
Late-fasereactie (2-24 uur later)
o Door vrijgekomen cytokines ontstaat later opnieuw inflammatie
o Typisch: zwelling, roodheid, verdere weefselreactie
Chronische allergische ontsteking:
Bij langdurige blootstelling blijven Th2-cellen actief in weefsel
Ze produceren IL-4, IL-5 en IL-13, wat eosinofielen aantrekt
, Resultaat: bevorderen ontstekingsreactie en verergering van allergische
klachten
Foto 3: Fasen van allergische reacties
Onmiddellijke reactie (t = 0)
Ontstaat meteen na blootstelling aan het allergeen
Late-fase reactie (2-24 uur na blootstelling)
Wordt veroorzaakt door cytokines die tijdens mastceldegranulatie zijn
vrijgezet
Chronische allergische ontsteking:
Ontstaat bij herhaalde of langdurige blootstelling aan het allergeen
Gedomineerd door Th2-cellen die IL-4, IL-5 en IL-13 produceren
Hierdoor worden eosinofielen sterk aangetrokken en geactiveerd
Foto 4: Productie en werking van mestcelmediatoren
Mestcellen bevatten 2 soorten mediatoren:
Voorgevormde mediatoren (al aanwezig → onmiddellijk effect)
o Vasoactieve amines (zoals histamine)
Veroorzaken vasodilatatie → roodheid
Verhogen de vaatpermeabiliteit → zwelling (oedeem)
Leiden tot contractie van gladde spieren (bv.
bronchoconstrictie → moeilijker ademen)
o Proteases
Beschadigen weefsel door eiwitten af te breken
Draagt bij aan lokale ontsteking en
weefselherstelprocessen
Nieuw gevormde mediatoren (moet eerst gesynthetiseerd worden →
later effect)
o Lipidemediatoren (ontstaan uit arachidonzuur – snelle maar niet
onmiddellijke actie)
Wanneer fosfolipiden worden omgezet in arachidonzuur,
onstaan:
Prostaglandines:
o Zorgen voor vasodilatatie
o Induceren gladde spiercontractie
Leukotriënen
o Sterke activatoren van gladde spiercontractie
(bv. in de luchtwegen)
o Zetten bloedvaten uit (dilatatie)
o Cytokinen (moeten nog gesynthetiseerd worden – trager effect)
Foto 1: Soorten overgevoeligheidsreacties
4 types overgevoeligheidsreacties: goede samenvatting van het hoofdstuk
Foto 2: De opeenvolging van gebeurtenissen bij allergische reacties
Algemeen:
Allergische reactie: je lichaam reageert op een stof waar de meeste
mensen geen reactie op hebben
Allergeen, het antigeen dat een allergische reactie uitlopt
Verloop van type I (klassieke) overgevoeligheidsreactie:
Eerste blootstelling aan het allergeen
o Het allergeen (bv. pollen, insectengif) komt het lichaam binnen
o Dendritische cel neemt het op en presenteert het aan een naïeve
T-cel in een lymfoïd orgaan
Activatie van T-cellen en B-cellen
o De naïeve T-cel differentieert tot een Th2-cel
o Th2-cellen maken IL-4 en IL-13, die samen met Tfh-cellen B-cellen
stimuleren
o B-cellen schakelen over naar productie van IgE-antilichamen
Sensibilisatie (nog geen symptomen)
o IgE bindt aan Fcε-receptoren op mastcellen
o Het lichaam is nu gesensibiliseerd, maar de persoon ervaart nog
geen allergische klachten
Tweede (herhaalde) blootstelling aan het allergeen
Het allergeen bindt en crosslinkt IgE op mastcellen
Hierdoor activeert de mastcel → stort mediatoren uit
Snelle reactie (minuten)
o Histamine, lipidmediatoren en andere vasoactieve stoffen komen
vrij
o Gevolg: onmiddellijke allergische symptomen door allergische
reactie (jeuk, niezen, zwelling, roodheid, bronchoconstrictie…)
Late-fasereactie (2-24 uur later)
o Door vrijgekomen cytokines ontstaat later opnieuw inflammatie
o Typisch: zwelling, roodheid, verdere weefselreactie
Chronische allergische ontsteking:
Bij langdurige blootstelling blijven Th2-cellen actief in weefsel
Ze produceren IL-4, IL-5 en IL-13, wat eosinofielen aantrekt
, Resultaat: bevorderen ontstekingsreactie en verergering van allergische
klachten
Foto 3: Fasen van allergische reacties
Onmiddellijke reactie (t = 0)
Ontstaat meteen na blootstelling aan het allergeen
Late-fase reactie (2-24 uur na blootstelling)
Wordt veroorzaakt door cytokines die tijdens mastceldegranulatie zijn
vrijgezet
Chronische allergische ontsteking:
Ontstaat bij herhaalde of langdurige blootstelling aan het allergeen
Gedomineerd door Th2-cellen die IL-4, IL-5 en IL-13 produceren
Hierdoor worden eosinofielen sterk aangetrokken en geactiveerd
Foto 4: Productie en werking van mestcelmediatoren
Mestcellen bevatten 2 soorten mediatoren:
Voorgevormde mediatoren (al aanwezig → onmiddellijk effect)
o Vasoactieve amines (zoals histamine)
Veroorzaken vasodilatatie → roodheid
Verhogen de vaatpermeabiliteit → zwelling (oedeem)
Leiden tot contractie van gladde spieren (bv.
bronchoconstrictie → moeilijker ademen)
o Proteases
Beschadigen weefsel door eiwitten af te breken
Draagt bij aan lokale ontsteking en
weefselherstelprocessen
Nieuw gevormde mediatoren (moet eerst gesynthetiseerd worden →
later effect)
o Lipidemediatoren (ontstaan uit arachidonzuur – snelle maar niet
onmiddellijke actie)
Wanneer fosfolipiden worden omgezet in arachidonzuur,
onstaan:
Prostaglandines:
o Zorgen voor vasodilatatie
o Induceren gladde spiercontractie
Leukotriënen
o Sterke activatoren van gladde spiercontractie
(bv. in de luchtwegen)
o Zetten bloedvaten uit (dilatatie)
o Cytokinen (moeten nog gesynthetiseerd worden – trager effect)