H7: humorale immuunrespons
Foto 1: Volgorde van gebeurtenissen in humorale immuunreacties
1. Antigeenherkenning
Naïeve B-cel (drukt IgM en IgD uit) herkent een antigeen
Hulp van T-helpercellen en andere stimuli
2. Activatie
B-cel wordt geactiveerd → start proliferatie (deling)
3. Differentiatie
Geactiveerde B-cellen ontwikkelen zich tot:
o Plasmacellen → maken antistoffen
- Eerste antistofklasse: altijd IgM
o Geheugencellen → zorgen voor snelle reactie bij later
contact
4. Uitrijping van de immuunrespons
Isotype switch: antistofklasse verandert van IgM naar IgG (of
andere klassen)
Affiniteitsmaturatie: antistoffen krijgen hogere bindingssterkte
(hogere affiniteit)
Foto 2: T-afhankelijke en T-onafhankelijke antilichaamreacties
T-afhankelijke (T-dependent)
o Mechanisme
B-cel herkent eiwitantigeen
Presenteert peptidefragmenten aan helper T-cellen
T-cel geeft signalen → B-cel wordt geholpen om:
Isotype switch (IgM → IgG, IgA, IgE)
Affiniteitsmaturatie (hogere bindingssterkte)
Geheugencellen en langlevende plasmacellen te
vormen
o Resultaat:
Antistoffen van hoge affiniteit
Verschillende klassen (IgG, IgA, IgE)
Duurzame immuniteit
T-onafhankelijke (T-independent)
o Mechanisme:
B-cel herkent polysacharide-antigenen (repititieve
structuur)
Stimuleert meerdere BCR’s tegelijk (cross-linking)
Extra signalen via TLR-liganden of complement.
o Resultaat:
Vooral IgM (klasse-switch naar IgG is beperkt).
, Lage affiniteit
Kortlevende plasmacellen
Geen sterke geheugencelvorming
Foto 3: Kenmerken van primaire en secundaire antilichaamreacties
Primaire antilichaamrespons (eerste contact)
Start: Naïeve B-cellen worden geactiveerd
Tijd tot start: 5–10 dagen na eerste blootstelling
Antistofklasse: Vooral IgM, beetje IgG
Piekrespons: Kleiner
Affiniteit: Lager en variabel
Plasmacellen: Kortlevend, enkele langlevende plasmacellen ontstaan
Secundaire antilichaamrespons (herexpositie)
Start: Geheugencellen zorgen voor snelle activatie
Tijd tot start: 1–3 dagen
Antistofklasse: Vooral IgG (door isotype switch), soms IgA of IgE
Piekrespons: Veel groter en sneller
Affiniteit: Hoger door affiniteitsmaturatie
Plasmacellen: Meer langlevende plasmacellen → langdurige
immuniteit (= longlift)
Foto 4
Signaaltransductie van de B-cel: gelijkaardig aan T-cel (maar moet je niet
kennen)
Foto 5: Rol van aangeboren immuunsignalen in B-cellen
BCR-herkenning (B-cel receptor)
BCR bindt aan een epitoop op het microbieel antigeen
Signaaltransductie gebeurt via Igα en Igβ → activatie van B-cel
Complementactivatie
Bij infectie wordt complementsysteem geactiveerd
Complementfactor C3d bindt aan het micro-organisme
Complementreceptor (CR2) op B-cel herkent C3d → samen met BCR
geeft sterk co-stimulerend signaal
Complex van CR2, CD19 en CD81 versterkt B-celactivatie
TLR-herkenning
Toll-like receptor (TLR) op B-cel herkent PAMP (Pathogen-Associated
Molecular Pattern) op bacterie
Foto 1: Volgorde van gebeurtenissen in humorale immuunreacties
1. Antigeenherkenning
Naïeve B-cel (drukt IgM en IgD uit) herkent een antigeen
Hulp van T-helpercellen en andere stimuli
2. Activatie
B-cel wordt geactiveerd → start proliferatie (deling)
3. Differentiatie
Geactiveerde B-cellen ontwikkelen zich tot:
o Plasmacellen → maken antistoffen
- Eerste antistofklasse: altijd IgM
o Geheugencellen → zorgen voor snelle reactie bij later
contact
4. Uitrijping van de immuunrespons
Isotype switch: antistofklasse verandert van IgM naar IgG (of
andere klassen)
Affiniteitsmaturatie: antistoffen krijgen hogere bindingssterkte
(hogere affiniteit)
Foto 2: T-afhankelijke en T-onafhankelijke antilichaamreacties
T-afhankelijke (T-dependent)
o Mechanisme
B-cel herkent eiwitantigeen
Presenteert peptidefragmenten aan helper T-cellen
T-cel geeft signalen → B-cel wordt geholpen om:
Isotype switch (IgM → IgG, IgA, IgE)
Affiniteitsmaturatie (hogere bindingssterkte)
Geheugencellen en langlevende plasmacellen te
vormen
o Resultaat:
Antistoffen van hoge affiniteit
Verschillende klassen (IgG, IgA, IgE)
Duurzame immuniteit
T-onafhankelijke (T-independent)
o Mechanisme:
B-cel herkent polysacharide-antigenen (repititieve
structuur)
Stimuleert meerdere BCR’s tegelijk (cross-linking)
Extra signalen via TLR-liganden of complement.
o Resultaat:
Vooral IgM (klasse-switch naar IgG is beperkt).
, Lage affiniteit
Kortlevende plasmacellen
Geen sterke geheugencelvorming
Foto 3: Kenmerken van primaire en secundaire antilichaamreacties
Primaire antilichaamrespons (eerste contact)
Start: Naïeve B-cellen worden geactiveerd
Tijd tot start: 5–10 dagen na eerste blootstelling
Antistofklasse: Vooral IgM, beetje IgG
Piekrespons: Kleiner
Affiniteit: Lager en variabel
Plasmacellen: Kortlevend, enkele langlevende plasmacellen ontstaan
Secundaire antilichaamrespons (herexpositie)
Start: Geheugencellen zorgen voor snelle activatie
Tijd tot start: 1–3 dagen
Antistofklasse: Vooral IgG (door isotype switch), soms IgA of IgE
Piekrespons: Veel groter en sneller
Affiniteit: Hoger door affiniteitsmaturatie
Plasmacellen: Meer langlevende plasmacellen → langdurige
immuniteit (= longlift)
Foto 4
Signaaltransductie van de B-cel: gelijkaardig aan T-cel (maar moet je niet
kennen)
Foto 5: Rol van aangeboren immuunsignalen in B-cellen
BCR-herkenning (B-cel receptor)
BCR bindt aan een epitoop op het microbieel antigeen
Signaaltransductie gebeurt via Igα en Igβ → activatie van B-cel
Complementactivatie
Bij infectie wordt complementsysteem geactiveerd
Complementfactor C3d bindt aan het micro-organisme
Complementreceptor (CR2) op B-cel herkent C3d → samen met BCR
geeft sterk co-stimulerend signaal
Complex van CR2, CD19 en CD81 versterkt B-celactivatie
TLR-herkenning
Toll-like receptor (TLR) op B-cel herkent PAMP (Pathogen-Associated
Molecular Pattern) op bacterie