H4: hechtingsproblemen of hechtingsstoornissen Belangrijke personen: Psychodynamische benadering van hechting door:
Pioniers in de wetenschap over hechting:
Categorie in de DSM-5 Lorenz Konrad : Wijnroks :
- Uitvinder van inprenting Voorkeur gezichten, stem + ontwikkeling voorkeur
- Trauma-stressor gerelateerde stoornissen - Gefacineerd in gedrag van dieren gans
1. DSED : Disinhibited Social Engagement Disorder Oppenoorth:
ontremde-sociaalcontactsstoornis Harlow en Zimmerman: Basisvertrouwen + intern werkmodel v. hechting.
2. RAD : Reactive Attachment Disorder - Onderzoek hechtingsgedrag van aapjes Beïnvloeding bestaande relaties
reactieve hechtingsstoornis
John Bowlby: De Belie:
Ontstaan hechtingsstoornis sociale verwaarlozing - Uitvinder v.h. hospitalisatiesyndroom Sociale moederschoot + herhaling van patronen zorgt
Beschermende factoren + risicofactoren: ----------------------------------------------------------------------- voor geruststelling en vertrouwen
Beschermend: Niveau kind (4), ouder(2)&omgeving (4) - Winnecott:
Risico: niveau kind (4), ouder (8) & omgeving (5) goed genoeg evenwicht. 1st zelfvertrouwen. Daarna
Mary Ainsworth & Bell: ontwikkeling onafhankelijkheid
Hechtingsstoornis vaak comorbide : - Experiment : kwaliteit v.hechting v.h. kind
- Angst-, eet-, gedragsstoornis, depressie en met de zorgfiguur te meten. Identiteitsontwikkeling
problematisch middelengebruik Naam : Strange situation procedure Motivationeel conflict (aangetrokken vs.Angst)
Moeilijk te onderscheiden met stoornissen: + 3 componenten
- Autisme, fysieke/sensoriële beperkingen (RAD)
en ADHD (DSED) - 4 types hechting : A,B,C en D kinderen
H5: gezinnen met complexe en meervoudige Belangrijke namen:
problemen Wens-angst- dynamiek (wantrouwen)
Van Regenmortel 4 verbintenisproblematieken
Multi-problem family + kenmerken Onderzoekt hoe HV met KA kunnen omgaan De 6 principes van hulpverlening aan gezinnen
Problem family met meerv. En complexe problemen TISGOE
2 soorten problemen: socio-eco + psycho-sociale Individueel vs maatschappelijk schuldmodel 5 specifieke vormen van kindermisbruik
Kansarmoede Individueel ongeval vs maatschappelijk ongevalmodel
2 soorten: zuivere kansarmoede en kansarmoede Theorie van maatschappelijke kwetsbaarheid Belangrijke begrippen:
- Interpersoonlijk geweld
Toetsingscriteria van Kind en Gezin voor armoede (6) - Kindermishandeling
Berekening van armoede kansarmoede index - Lichamelijke mishandeling/verwaarlozing
- Emotionele mishandeling/verwaarlozing
4 gem.schap. kenmerken van kansarmen - Seksueel misbruik
- Multicomplex - gevoelens van machteloos - dosishypothese
- Gevoelens van wantrouwen
- Gestoorde communicatie
, H1. Terminologie, classificatie en diagnostiek Gedragsproblemen vs stoornis 2 soorten probleemgedrag:
Gedr.-&e. Stoornissen vs ontwikkelingstoornis - Internaliserend
DSM = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Classificatie ≠ diagnostiek - Externaliserend
Disorders
2 soorten classificatie:
ASEBA = Achenbach System of Empirically Based - Klinisch psychiatrische classificatie
Assasment Adhv DSM : problemen beschrijven en
classificeren in stoornissen
CBCL = Child Behavior Checklist
TRF = teacher report form - Empirisch statistische classificatie
YSR = youth self report Adhv gedragsvragenlijsten
2 te onthouden domeinen:
- Trauma en stressor gerelateerde stoornis
- Disruptieve, impulsbeheersings en andere
gedragsstoornissen
H2. Personen met gedragsstoornissen ODD = Oppositionele opstandige stoornis CD = normoverschrijdende gedragsstoornis
(opositional defiant disorder) (conduct disorder)
Domein : disruptieve, impulsbeheersings-en andere = beter evenwicht tussen emotie en ruziezoekende, = ongepast gedrag dat leid tot het schenden van
gedragsstoornissen. openlijk onbeheerst gedrag. rechten v. mensen en maatschappelijke regels en
normen.
Periodieke explosieve stoornis : Kenmerken duur:
- Minder dan 30 min. - Patroon wraakzuchtigheid, brutaal gedrag en Kenmerken duur:
- Na 6j. prikkelbare stemming - Herhalend patroon van schenden v. rechten +
- +/- 2 X per week in periode 3 maand - Minstens over periode v. 6 maand in interactie maatschappelijke waarden en normen
- Geen schade/vernieling met 1/meerdere pers. geen broer/zus - Min. 3/15 symptomen aanwezig
- Of 3 X ernstige woede met fysieke schade - Min. 4 symptomen aanwezig - Periode van 1 jaar
Belangrijk: Invloed op persoon: - Min. Laatste 6 maand 1 symptoom
ODD NIET automatisch tot CD (wel verhoogd risico) - Gaat samen met lijdensdruk Invloed op persoon:
- Ze komen zelden alleen voor - Negatieve invloed op functioneren - Problemen i.h. dagelijkse leven
- Vaak met ADHD - Niet voldaan aan criteria disr. Stemmingssto. - +18 niet voldaan aan criteria van
- Vaak met andere stoornissen Gradaties : 1,2, 3 of meer settings antisocialepersoonlijkheidsstoornis
- Vroegtijdige opsporing belangrijk! Gradaties: schade licht , anderen schade,…
2 risico’s : problemen volwassen + andere stoornissen !moment van uiting gedrag! CD!!!
Kleuter: jongens > meisjes adol./volw.: jongen = meisje Jongens > meisjes (alle leeftijden)
Pioniers in de wetenschap over hechting:
Categorie in de DSM-5 Lorenz Konrad : Wijnroks :
- Uitvinder van inprenting Voorkeur gezichten, stem + ontwikkeling voorkeur
- Trauma-stressor gerelateerde stoornissen - Gefacineerd in gedrag van dieren gans
1. DSED : Disinhibited Social Engagement Disorder Oppenoorth:
ontremde-sociaalcontactsstoornis Harlow en Zimmerman: Basisvertrouwen + intern werkmodel v. hechting.
2. RAD : Reactive Attachment Disorder - Onderzoek hechtingsgedrag van aapjes Beïnvloeding bestaande relaties
reactieve hechtingsstoornis
John Bowlby: De Belie:
Ontstaan hechtingsstoornis sociale verwaarlozing - Uitvinder v.h. hospitalisatiesyndroom Sociale moederschoot + herhaling van patronen zorgt
Beschermende factoren + risicofactoren: ----------------------------------------------------------------------- voor geruststelling en vertrouwen
Beschermend: Niveau kind (4), ouder(2)&omgeving (4) - Winnecott:
Risico: niveau kind (4), ouder (8) & omgeving (5) goed genoeg evenwicht. 1st zelfvertrouwen. Daarna
Mary Ainsworth & Bell: ontwikkeling onafhankelijkheid
Hechtingsstoornis vaak comorbide : - Experiment : kwaliteit v.hechting v.h. kind
- Angst-, eet-, gedragsstoornis, depressie en met de zorgfiguur te meten. Identiteitsontwikkeling
problematisch middelengebruik Naam : Strange situation procedure Motivationeel conflict (aangetrokken vs.Angst)
Moeilijk te onderscheiden met stoornissen: + 3 componenten
- Autisme, fysieke/sensoriële beperkingen (RAD)
en ADHD (DSED) - 4 types hechting : A,B,C en D kinderen
H5: gezinnen met complexe en meervoudige Belangrijke namen:
problemen Wens-angst- dynamiek (wantrouwen)
Van Regenmortel 4 verbintenisproblematieken
Multi-problem family + kenmerken Onderzoekt hoe HV met KA kunnen omgaan De 6 principes van hulpverlening aan gezinnen
Problem family met meerv. En complexe problemen TISGOE
2 soorten problemen: socio-eco + psycho-sociale Individueel vs maatschappelijk schuldmodel 5 specifieke vormen van kindermisbruik
Kansarmoede Individueel ongeval vs maatschappelijk ongevalmodel
2 soorten: zuivere kansarmoede en kansarmoede Theorie van maatschappelijke kwetsbaarheid Belangrijke begrippen:
- Interpersoonlijk geweld
Toetsingscriteria van Kind en Gezin voor armoede (6) - Kindermishandeling
Berekening van armoede kansarmoede index - Lichamelijke mishandeling/verwaarlozing
- Emotionele mishandeling/verwaarlozing
4 gem.schap. kenmerken van kansarmen - Seksueel misbruik
- Multicomplex - gevoelens van machteloos - dosishypothese
- Gevoelens van wantrouwen
- Gestoorde communicatie
, H1. Terminologie, classificatie en diagnostiek Gedragsproblemen vs stoornis 2 soorten probleemgedrag:
Gedr.-&e. Stoornissen vs ontwikkelingstoornis - Internaliserend
DSM = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Classificatie ≠ diagnostiek - Externaliserend
Disorders
2 soorten classificatie:
ASEBA = Achenbach System of Empirically Based - Klinisch psychiatrische classificatie
Assasment Adhv DSM : problemen beschrijven en
classificeren in stoornissen
CBCL = Child Behavior Checklist
TRF = teacher report form - Empirisch statistische classificatie
YSR = youth self report Adhv gedragsvragenlijsten
2 te onthouden domeinen:
- Trauma en stressor gerelateerde stoornis
- Disruptieve, impulsbeheersings en andere
gedragsstoornissen
H2. Personen met gedragsstoornissen ODD = Oppositionele opstandige stoornis CD = normoverschrijdende gedragsstoornis
(opositional defiant disorder) (conduct disorder)
Domein : disruptieve, impulsbeheersings-en andere = beter evenwicht tussen emotie en ruziezoekende, = ongepast gedrag dat leid tot het schenden van
gedragsstoornissen. openlijk onbeheerst gedrag. rechten v. mensen en maatschappelijke regels en
normen.
Periodieke explosieve stoornis : Kenmerken duur:
- Minder dan 30 min. - Patroon wraakzuchtigheid, brutaal gedrag en Kenmerken duur:
- Na 6j. prikkelbare stemming - Herhalend patroon van schenden v. rechten +
- +/- 2 X per week in periode 3 maand - Minstens over periode v. 6 maand in interactie maatschappelijke waarden en normen
- Geen schade/vernieling met 1/meerdere pers. geen broer/zus - Min. 3/15 symptomen aanwezig
- Of 3 X ernstige woede met fysieke schade - Min. 4 symptomen aanwezig - Periode van 1 jaar
Belangrijk: Invloed op persoon: - Min. Laatste 6 maand 1 symptoom
ODD NIET automatisch tot CD (wel verhoogd risico) - Gaat samen met lijdensdruk Invloed op persoon:
- Ze komen zelden alleen voor - Negatieve invloed op functioneren - Problemen i.h. dagelijkse leven
- Vaak met ADHD - Niet voldaan aan criteria disr. Stemmingssto. - +18 niet voldaan aan criteria van
- Vaak met andere stoornissen Gradaties : 1,2, 3 of meer settings antisocialepersoonlijkheidsstoornis
- Vroegtijdige opsporing belangrijk! Gradaties: schade licht , anderen schade,…
2 risico’s : problemen volwassen + andere stoornissen !moment van uiting gedrag! CD!!!
Kleuter: jongens > meisjes adol./volw.: jongen = meisje Jongens > meisjes (alle leeftijden)