Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Zorg 3

Vendu
3
Pages
66
Publié le
10-01-2026
Écrit en
2025/2026

De hele cursus van zorg 3 (nieuwe versie 25-26) wordt hierin samengevat. Alle onderdelen per ontwikkelingsstoornis en leerstoornis staan erin. Ook de geschiedenis van de kijk op beperkingen en de uitleg van de M-cirkel en ICF-schema staan erin. Als je de cursus naast de onderwerp hieronder vermeld legt, zal je zien dat alles aanbod komt. Je mag altijd een berichtje sturen als je vragen hebt. Er kunnen wat dingen versprongen zijn dus je mag me mailen voor de juiste PDF als je wil.

Montrer plus Lire moins















Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
10 janvier 2026
Fichier mis à jour le
13 janvier 2026
Nombre de pages
66
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Wat zijn ontwikkelingsstoornissen
Terminologie
Ontwikkelingsstoornis  neurobiologische stoornis
 tot uiting in eerste levensjaren
 gekenmerkt do ontw achterstanden op 1 of meer domeinen
 heeft beperking op functioneren
Primaire  ze zijn de eerste en directe uiting v stoornis
Secundaire  gevolg v primaire  bv: faalangst door vele slechte resultaten
Tertiaire kenmerken  problemen die ontstaan do de langdurige invloed vd stoornis
+ manier waarop omgeving & persoon ermee omgaan
bv: negatief zelfbeeld do jarenlange faalervaringen
Genotype  genetisch aangelegd
Fenotype  hoe uit het zich in gedrag
Etiologie  oorzaken of ontstaansfactoren
Prevalentie  hoe vaak komt het voor
Internaliserend probleem  naar binnen gericht gedrag  persoon zelf heeft meeste last
Bv: depressie
Externaliserend probleem  naar buiten gericht gedrag  omgeving heeft meeste last
Bv: agressie
Symptoom  klacht of teken dat laat zien dat er iets mis is in lichaam
bv: pijn die je voelt of koorts die je kan meten.
Syndroom  groep symptomen die vaak samen voorkomen en die wijzen op een ziekte
of stoornis, ook als de oorzaak niet altijd duidelijk is.
Comorbiditeit  Betekent dat iemand meerdere stoornissen tegelijk heeft
Dubbeldiagnose  Betekent dat er twee diagnoses officieel w vastgesteld
 Vaak gebruikt wanneer beide problemen apart benoemd worden
Differentiaaldiagnostiek  Betekent dat men uitzoekt welke stoornis het best past
 Men vergelijkt ≠ mogelijke verklaringen
Farmacotherapie  behandeling met medicatie
Functietraining  trainen v onderliggende functies die nodig zijn om iets te kunnen
 bv spieren trainen
Vaardigheidstraining  oefenen v concrete vaardigheden
 bv: fietsen
Psychosociale begeleiding  ondersteuning v gevoelens, gedrag en omgaan met problemen
Psycho educatie  uitleg geven over de stoornis en wat die betekent
Aanpassingen aan sociale  omgeving aanpassen zodat iemand beter kan functioneren
en fysieke context
Neurobiologische stoornis  Stoornis in hersenen
 kan resultaat zijn v risicofactoren bij geboorte/zwangerschap
Ontwikkelingsachterstand  belemmering v ontw op 1 of meer domeinen
 bv. Cognitie, taal, sociaal-emotioneel

1

,Verstandelijke beperking  tekort in cognitieve functies
 Moeite met denken, redeneren en problemen oplossen
 Daardoor moeilijker aanpassen in het dagelijks leven
Communicatiestoornis  verstoorde ontw v taal, spraak, sociale communicatie
ASS  Aangeboren stoornis
 Hardnekkig patroon (blijft aanhouden) v significante beperkingen in
sociale omgang
 iemand blijvende moeilijkheden heeft in sociaal contact
 vasthoudt aan herhalende interesses en gedragingen
ADHD  blijvende moeite heeft met: aandacht, hyperactiviteit, impulsiviteit
Leerstoornis  stoornis in verwerven v schoolse vaardigheden zoals lezen, schrijven,
rekenen
 Leerproblemen door een probleem in de hersenen
 De leerproblemen zijn het hoofdsymptoom
Dyslexie  Er is blijvend probleem met lezen + spelling  ga ni weg do oefenen
 probleem zit op woordniveau
 komt niet door omgevingsfactoren
 niet gevolg v lichamelijke, neurologische of verstandelijke beperking
Dyscalculie  specifieke leerstoornis
 blijvend probleem met rekenen  ga ni weg do oefenen
 Moeite met vlot en correct oproepen v rekenfeiten
 Moeite met leren en toepassen v rekenprocedures
 Niet veroorzaakt door omgevingsfactoren
 niet gevolg v lichamelijke, neurologische of verstandelijke beperking
DCD  blijvend probleem met motoriek
 Moeite met aanleren v gecoördineerde bewegingen
 Moeite met vlot uitvoeren v motorische vaardigheden
Tic stoornissen  Plotselinge snelle herhaalde niet ritmische bewegingen (&) geluiden


Van uitsluiting naar inclusie: een reis doorheen de geschiedenis
Inleiding: hoe kijk jij naar mensen met een beperking
 Elke ontmoeting roepen gevoelens & gedachten op (beeldvorming)
 Bewust/onbewust
 Gevormd door maatschappelijke normen, tijdsgeest & culturele invloeden
 Beeld is vaak niet neutraal
 kan leiden tot (onbedoelde) schadelijke gevolgen
 Beeldvorming = altijd maatschappelijke constructie
 Beeld w gevormd do wat samenleving als ‘normaal’ beschouwd
Mensbeeld doorheen de geschiedenis
 Mensbeeld = doordachte en samenhangende voorstelling v wat het betekent mens te zijn
 Overheersende visie in samenleving bepaald manier v kijken nr & omgaan met mensen met beperking


2

,Middeleeuwen
 Demonisering en uitsluiting
 Mensen met beperking = onaangepast & gevaarlijk
 ‘toestand’ = straf v God/duivels werk
= teken v moreel falen
= zonde vd ouders
 Deze associatie leidde tot brute praktijken: schedelboring (geesten kunnen zo verdwijnen)
 W speciale gasthuizen opgericht (gekkenhuizen) vo hen
(vonden hen toch nutteloos)
Verlichting en vroege 19e eeuw
 Liefdadigheid & rationaliteit winnen
 Mensen met beperking niet meer immoreel of gevaarlijk
 Wel hulpbehoevend
 Sukkelaars die zorg en begeleiding nodig hebben
 Philippe Pinel pleit vo nieuwe manier v omgaan
 Stelt gesprek en observatie vo ipv dwang en opsluiting
 Itard experimenteerde met pedagogische methodes waarbij hij erv uit ging dat leerervaringen konden
helpen bij ontw v mensen met beperking
 Leidde tot medische & pedagogische benadering  behandeling = centraal
 Ontstond interesse in individuele begeleiding op humane manier
 Zwitserland opende idioten-internaat vo verstandelijke beperkte
 willen ze daar met omgeving & opvoeding toch normaal maken (nurture)
Laat 19e eeuw –begin 20e eeuw
 Eind 19e eeuw verschuift gedachte naar erfelijkheid (nature)
 (later foutief) Bewijs dat zwakzinnigheid erfelijk was
 Overtuiging dat beperkingen erfelijk zijn  daardoor gevaar vo toekomst v samenleving
 Hierdoor wouden ze streven naar rasverbetering
 Mensen met beperking w gezien als dragers v slechte genen
 Aanwezigheid w beschouwd als bedreiging
 Daarom in instellingen & sterilisatie & uitsluiting
 Periode v systematische maatschappelijke uitsluiting  institutionalisering
 Tegelijk eerste buitengewone scholen
Begin 20e eeuw
 Nurture:
 Kunnen kids met beperking wel opvoeden en iets v maken
 Willen ze nog steeds normaal maken
 Zijn vo eerst wel welkom
 Testpsychologie & categorisering
 Ontwikkeling IQ-tests introduceert nieuwe manier v categoriseren
 Verstandelijkheid v kids w gemeten om beter te kunnen begeleiden
 Leidde echtere tot scheiding
 kids met lage score moesten naar andere scholen
 Buo ontstond maar gericht op wegwerken v probleem ipv creëren v kansen
 Onderzoek toonde dat ondanks verstandelijke beperking wel leerbaar waren
 Onderzoek liet zien dat nurture grote invloed had op intellectuele ontwikkeling

Tweede wereldoorlog
 Opkomst nationaalsocialisme maakt gevolgen v nature denken uit laat 19 e eeuw zichtbaar
 In nazi-Duitsland w mensen met beperking levens onwaardig beschouwd en uitgeroeid
3

,  Waren slachtoffer v vervolging & vernietiging
Op weg nr een burger in de maatschappij
 Normalisatietheorie
= wilde mensen met handicap normaal maken door zoveel mogelijk laten deelnemen aan leven
 Verschuiving v afzondering & defect naar participatie & kwaliteit v leven
 Eerste stap richting integratie  ook al gebeurde het binnen aparte voorzieningen en scholen
 Men hield eigenlijk nog geen rekening met hen
Medische model
 Nog steeds centraal
 Beperking w gezien als individueel probleem dat genezen moet worden
 Aandacht bij defect v persoon en hoe die kon aanpassen aan samenleving
 1956 begin v PMS = psycho-medisch-sociaal centrum
Vanaf 1970
 8 types buo opgericht
 Afdelingen v buo die eerst verbonden waren aan gewone scholen
 Moesten zelfstandig worden
 Ontwikkelde ook orthopedagogische denken
 Erkent dat mensen met handicap specifieke opvoeding en ondersteuningsnoden hebben
 Ook dat recht hebben op eigenwaarde, autonomie & volwaardige participatie
 Bied nieuwe kaders om begeleiding & ow beter af te stemmen op mogelijkheden v elk individu
Sociale model
 Om mensen beter te begrijpen kwam dit op
 Zoekt oorzaak v beperking niet bij individu maar in manier waarop samenleving is ingericht
 Zegt dat beperking ontstaat wanneer structuren, gebouwen, ow & attitudes onvoldoende rekening
houden met diversiteit
 Persoon is niet het probleem maar ontoegankelijke samenleving
M-decreet
 2009: België stemt in met VN-verdrag v rechte v personen met handicap
 2014: ondersteuningsmodel
 M-decreet wil meer inclusief ow do lln met specifieke ow behoeften de kans te geven in het gwn
ow met ondersteuning v leersteuncentra en leerondersteuners
 Type 9 w ingericht vo lln met ASS zonder verstandelijke beperking
V leersteundecreet 23’ naar scholen vo iedereen 40’
 M-decreet bedoeld om lln met specifieke ow behoefte meer kansen te geven in gewoon ow
 Veel problemen in praktijk:
- Te hoge verwachtingen vo scholen: lkr voelde zich ni genoeg ondersteund
- Overbelasting v lkr: kregen veel extra zorg bij zonder voldoende expertise
- Ontevreden ouders: sommige vonden dat kind te weinig of te late hulp kreeg, andere dat kind
niet juiste zorg kreeg in buo
- Complexe regelgeving: m-decreet zorgde vo administratieve lasten & onduidelijkheden over
wie recht had op wat
Leersteundecreet
 Vervanging
 Wil meer samenwerking tss gwn en buow
 Wil leersteuncentra oprichten die gespecialiseerd zijn & scholen concreet ondersteunen
 Wil dat ondersteuning eerlijker, duidelijker en beter uitgelegd wordt vo ouders en scholen.
 Wil betere balans zoeken tss inclusief ow & kwaliteitsvolle zorg in buo
 Kort:
 Leersteundecreet probeert goede bedoeling v m-decreet te houden
4

,  Tegelijk problemen in praktijk aan pakken met expertise, samenwerking & duidelijkheid
Scholen vo iedereen
 Vandaag verschuiving richting inclusie
 = lln met en zonder handicap volgen samen ow met nodige ondersteuning
 Doel= samen leren en leven in school die diversiteit als rijkdom ziet
 Normen & waarden zijn gericht op gelijkwaardigheid, respect, participatie
 2023 onafhankelijk commissie inclusie ow die ow systeem zou uitwerken
 8 krachtlijnen do commissie:
- Inclusieve schoolcultuur en organisatie realiseren in elke school
- Evolueren v scholen vo gewoon + buo naar scholen vo iedereen
- Professionalisering v alle betrokken professionals in functie v inclusief ow
- Genoeg, gepaste, nabije ondersteuning vo elke school
- Structureel partnerschap uitbouwen tss ow en welzijn
- Bepalen v ondersteuningsnoden dmv onafhankelijk en beleid overschrijdend assessment (=
bekijken noden binnen ≠ sectoren omdat kind op meerdere domeinen noden heeft, niet enkel
in ow)
- Doeltreffende financiering en toegankelijke infrastructuren in elke school
- Realiseren v inclusieve en toegankelijke infrastructuur in scholen
 Elke lijn eist ≠ acties doorheen tijd do ≠ actoren
Tijdpad naar 2040
 Belangrijk om inclusief ow systeem stap vo stap + met duidelijk plan in te voeren.
 Het advies geeft overzicht met duidelijke doelen en acties in een tijdschema tot 2040.
 Er wordt gewerkt in drie fases, verspreid over drie periodes:
 Voorbereidingsfase (2024–2029)
 Overgangsfase (2029–2034)
 Implementatiefase (2034–2039)
 Vo elke fase staat beschreven welke acties nodig zijn.
 Scholen krijgen kans toe te werken naar scholen die vo iedereen toegankelijk zijn in VL.
 Op eigen tempo
 Samen met partners
 Met coaching & ondersteuning v ≠ experten
Besluit: naar een inclusieve toekomst
 Inclusieve school = elke lln kan naar school naar keuze en samen met peers leren & maximaal
participeren
 Als lukt om inclusief ow systeem te maken  leggen we breed fundament vo inclusieve samenleving
 Feit dat iedereen w gewaardeerd en op eigen manier mag deelnemen & bijdragen aan
samenleving w dan vanzelfsprekend
19e – begin 1950– ± vanaf 1970
M.E. 19e eeuw 1920–1950 Decreten Na 2020
20e eeuw 1970 (24e E)
Op weg Scholen vo
Onaangepas Testpsycholo Orthopedagogi 2009: VN-
Afwijking Nurture naar iederee
t gie sch denken verdrag
burger n
2024–2029
Normalisa 2014: M-
Sukkelaars Gebrekkig Meten (IQ) Leren Sociaal model voorbereidi
tie decreet
ng
Pedagogisc 2023:
Liefdadigh Categorisere Menselijk Handicap door 2029–2034
Straf v God h Leersteundecr
eid n contact omgeving overgang
optimisme eet

5

, 19e – begin 1950– ± vanaf 1970
M.E. 19e eeuw 1920–1950 Decreten Na 2020
20e eeuw 1970 (24e E)
Zorgen / 2034–2039
Duivelsbezet Nature– Individuele Participati Recht op
bescherme implementa
en nurture begeleiding e deelname
n tie
Medisch Aparte Medisch Inclusie als Inclusieve
Weggestopt Erfelijkheid
denken types model doel scholen
Handicap
Buitengewo =
Gekkenhuiz Begin Biologisch
on individuee
en opvoeding denken
onderwijs l
probleem
Magie / Speciale Kind is
Observatie Integratie
religie scholen leerbaar
Schedelbori Behandelin
ng g
Uitsluiting
Inclusie – uitsluiting – segregatie – integratie
Uitsluiting
 = Als toegang tot deelname aan de samenleving w geweigerd aan een persoon
 Je mag niet meedoen, omdat je een handicap hebt
 Voorbeelden:
- Lkr weigert lln : ‘in onze school geven we geen les aan lln met (soort) beperking
 Beeld: O links onderaan: zoals bovenste, maar ook gekleurde puntjes buiten de o
Segregatie
 = je leeft in aparte omgeving, samen met andere mensen met handicap
 Voorbeelden:
- ‘ik werk in een beschutte werkplaats samen met andere met handicap
- Paralympische spelen
 Beeld: O onderaan midden: zoals bovenste, maar aparte o naast grote o
Integratie
 Je mag meedoen, maar je moet zelf de drempels wegkrijgen
 Voorbeelden:
- Kan niet meedoen met teamdag omdat de plaats niet toegankelijk is (persoon kan
drempel niet zelf overstijgen)
- Lln krijgt individuele hulpmiddelen. Men wil niet aan aangepast traject werken
- Lln w uit de klas gehaald bij extra begeleiding maar voelt zich daardoor eenzaam
- Op school geen goede aanpassing vo braille op pc.
 O rechts onderaan: zoals bovenste, maar in grote o zit kleine o met puntjes
Inclusie
 Je kan even goed meedoen, je hoort erbij en de drempels zijn weggewerkt
 = recht op volwaardige deelname aan samenleving met andere. Onafhankelijk leven met
gelijke keuzemogelijkheden en met respect vo individuele keuzes.
 Voorbeelden:
- Ik kan in mijn huis blijven wonen, met goede ondersteuning
 Bovenste o: puntjes in ≠ kleuren do elkaar


6

,Door welke bril kijk je
(!! Examen)

- ‘Persoon is zielig’
- ‘Persoon is slachtoffer’
- Door beperking moet ze zware last dragen
- Ze zijn helden
- ‘amai loopt marathon ondanks beperking’
- Zijn rolmodel want hebben veel wilskracht en doorzetting
- Je focust op ziekte
- Stuurt iemand naar dokter om te helpen
- Kijkt naar wat niet lukt ipv wat wel
- Kijkt naar wat omgeving doet om te helpen
- Je leert gebarentaal, rolstoelvriendelijk
- Je focust op rol & verantwoordelijkheid v omgeving om toegankelijkheid bieden
*Zelf invullen*




Antwoord op examenvraag:
Ik kijk naar een beperking door ≠ brillen tegelijk.
De medische bril helpt mij begrijpen wat er lichamelijk of mentaal speelt en welke ondersteuning nodig is. Ik
probeer me niet te focussen op de zwaktes maar sta wel open vo eventueel medicatie die kan helpen zoals
relatine.
De sociale bril laat mij zien dat beperkingen vaak ontstaan door drempels in de omgeving en dat
toegankelijkheid en aanpassingen een gedeelde verantwoordelijkheid zijn.
Daarnaast is er ook ruimte vo de superheldenbril: niet om iemand te verheerlijken, maar om erkenning te
geven aan doorzettingsvermogen en kracht.
Door deze brillen te combineren, kijk ik breder en realistischer, en mis ik minder dan wanneer ik me vastpin
op één manier v kijken.

Labels en diagnoses
Voor en nadelen
(staat niet in cursus. Wel op ppt)
Voordelen van labelen en het DSM
1. Toegang tot ondersteuning, middelen en rechten
o Een diagnose is vaak nodig voor:
 leersteun
 therapie
 redelijke aanpassingen
 financiële of wettelijke ondersteuning
2. Gedeelde taal tussen professionals
o Leerkrachten, CLB, artsen en therapeuten spreken dezelfde taal
o Vergemakkelijkt overleg en samenwerking
3. Herkenning en erkenning
o Geeft begrip aan kind, ouders en omgeving
o “Het ligt niet aan motivatie of opvoeding”

7

, 4. Structuur en houvast
o DSM biedt een ordeningskader voor problemen
o Helpt om klachten te benoemen en te begrijpen
5. Richtlijnen voor wetenschappelijk onderbouwde interventies
o Diagnose koppelt aan bewezen aanpakken en behandelingen
6. Bescherming tegen onderdiagnose
o Voorkomt dat noden genegeerd of geminimaliseerd worden
7. Voorkomt medicalisering
o Dwingt om te kijken naar context om stoornis te benoemen
8. Overzicht
o DSM geeft overzicht van symptomen en classificaties
o Eerste stap in het diagnostisch denken (“overzicht → inzicht → uitzicht”)


❌ Nadelen van labelen en het DSM
1. Stigmatisering en negatieve verwachtingen
o Label kan blijven “kleven”
o Kans op lagere verwachtingen van kind
2. Reductie van een persoon tot één stoornis
o Het kind wordt het label
o Andere talenten en context verdwijnen naar de achtergrond
3. Weinig focus op onderwijsbehoeften
o DSM zegt wat iemand heeft,
maar niet wat iemand nodig heeft in de klas
4. Risico op medicalisering
o Normale verschillen worden snel als stoornis gezien
o Gedrag & problemen worden verklaart vanuit een medisch standpunt terwijl het ook door de
omgeving verklaar kan worden
5. Overdiagnosticeren
o Steeds meer labels
o Druk om “een diagnose te hebben” om hulp te krijgen
6. Labels zijn statisch, mensen niet
o Ontwikkeling, groei en contextveranderingen krijgen weinig plaats
7. DSM is niet contextgericht
o Houdt weinig rekening met:
 omgeving
 klascontext
 beschermende factoren
 thuissituatie
8. Beslissingen niet puur wetenschappelijk
o DSM-categorieën zijn mede tot stand gekomen via consensus en stemming
 Experten namen samen beslissingen over welke kenmerken en cirteria gebruikt w om stoornis te
definiëren

Inleiding
 Label is (net als een sticker) makkelijk geplakt
 “ is moeilijk te verwijderen
 Classificaties zoals ADHD, autisme, gedragsstoornis of dyslexie:
 Hebben grote impact op lln en omgeving
 Hebben invloed op hoe anderen de lln zien
 Beïnvloeden verwachtingen
8
€5,36
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les avis
19 heures de cela

Comprehensive summary! Great!

5,0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
katrijnvdv Karel de Grote-Hogeschool
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
10
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
1
Documents
5
Dernière vente
19 heures de cela

5,0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions