Terminologie
Ontwikkelingsstoornis neurobiologische stoornis
tot uiting in eerste levensjaren
gekenmerkt do ontw achterstanden op 1 of meer domeinen
heeft beperking op functioneren
Primaire ze zijn de eerste en directe uiting v stoornis
Secundaire gevolg v primaire bv: faalangst door vele slechte resultaten
Tertiaire kenmerken problemen die ontstaan do de langdurige invloed vd stoornis
+ manier waarop omgeving & persoon ermee omgaan
bv: negatief zelfbeeld do jarenlange faalervaringen
Genotype genetisch aangelegd
Fenotype hoe uit het zich in gedrag
Etiologie oorzaken of ontstaansfactoren
Prevalentie hoe vaak komt het voor
Internaliserend probleem naar binnen gericht gedrag persoon zelf heeft meeste last
Bv: depressie
Externaliserend probleem naar buiten gericht gedrag omgeving heeft meeste last
Bv: agressie
Symptoom klacht of teken dat laat zien dat er iets mis is in lichaam
bv: pijn die je voelt of koorts die je kan meten.
Syndroom groep symptomen die vaak samen voorkomen en die wijzen op een ziekte
of stoornis, ook als de oorzaak niet altijd duidelijk is.
Comorbiditeit Betekent dat iemand meerdere stoornissen tegelijk heeft
Dubbeldiagnose Betekent dat er twee diagnoses officieel w vastgesteld
Vaak gebruikt wanneer beide problemen apart benoemd worden
Differentiaaldiagnostiek Betekent dat men uitzoekt welke stoornis het best past
Men vergelijkt ≠ mogelijke verklaringen
Farmacotherapie behandeling met medicatie
Functietraining trainen v onderliggende functies die nodig zijn om iets te kunnen
bv spieren trainen
Vaardigheidstraining oefenen v concrete vaardigheden
bv: fietsen
Psychosociale begeleiding ondersteuning v gevoelens, gedrag en omgaan met problemen
Psycho educatie uitleg geven over de stoornis en wat die betekent
Aanpassingen aan sociale omgeving aanpassen zodat iemand beter kan functioneren
en fysieke context
Neurobiologische stoornis Stoornis in hersenen
kan resultaat zijn v risicofactoren bij geboorte/zwangerschap
Ontwikkelingsachterstand belemmering v ontw op 1 of meer domeinen
bv. Cognitie, taal, sociaal-emotioneel
1
,Verstandelijke beperking tekort in cognitieve functies
Moeite met denken, redeneren en problemen oplossen
Daardoor moeilijker aanpassen in het dagelijks leven
Communicatiestoornis verstoorde ontw v taal, spraak, sociale communicatie
ASS Aangeboren stoornis
Hardnekkig patroon (blijft aanhouden) v significante beperkingen in
sociale omgang
iemand blijvende moeilijkheden heeft in sociaal contact
vasthoudt aan herhalende interesses en gedragingen
ADHD blijvende moeite heeft met: aandacht, hyperactiviteit, impulsiviteit
Leerstoornis stoornis in verwerven v schoolse vaardigheden zoals lezen, schrijven,
rekenen
Leerproblemen door een probleem in de hersenen
De leerproblemen zijn het hoofdsymptoom
Dyslexie Er is blijvend probleem met lezen + spelling ga ni weg do oefenen
probleem zit op woordniveau
komt niet door omgevingsfactoren
niet gevolg v lichamelijke, neurologische of verstandelijke beperking
Dyscalculie specifieke leerstoornis
blijvend probleem met rekenen ga ni weg do oefenen
Moeite met vlot en correct oproepen v rekenfeiten
Moeite met leren en toepassen v rekenprocedures
Niet veroorzaakt door omgevingsfactoren
niet gevolg v lichamelijke, neurologische of verstandelijke beperking
DCD blijvend probleem met motoriek
Moeite met aanleren v gecoördineerde bewegingen
Moeite met vlot uitvoeren v motorische vaardigheden
Tic stoornissen Plotselinge snelle herhaalde niet ritmische bewegingen (&) geluiden
Van uitsluiting naar inclusie: een reis doorheen de geschiedenis
Inleiding: hoe kijk jij naar mensen met een beperking
Elke ontmoeting roepen gevoelens & gedachten op (beeldvorming)
Bewust/onbewust
Gevormd door maatschappelijke normen, tijdsgeest & culturele invloeden
Beeld is vaak niet neutraal
kan leiden tot (onbedoelde) schadelijke gevolgen
Beeldvorming = altijd maatschappelijke constructie
Beeld w gevormd do wat samenleving als ‘normaal’ beschouwd
Mensbeeld doorheen de geschiedenis
Mensbeeld = doordachte en samenhangende voorstelling v wat het betekent mens te zijn
Overheersende visie in samenleving bepaald manier v kijken nr & omgaan met mensen met beperking
2
,Middeleeuwen
Demonisering en uitsluiting
Mensen met beperking = onaangepast & gevaarlijk
‘toestand’ = straf v God/duivels werk
= teken v moreel falen
= zonde vd ouders
Deze associatie leidde tot brute praktijken: schedelboring (geesten kunnen zo verdwijnen)
W speciale gasthuizen opgericht (gekkenhuizen) vo hen
(vonden hen toch nutteloos)
Verlichting en vroege 19e eeuw
Liefdadigheid & rationaliteit winnen
Mensen met beperking niet meer immoreel of gevaarlijk
Wel hulpbehoevend
Sukkelaars die zorg en begeleiding nodig hebben
Philippe Pinel pleit vo nieuwe manier v omgaan
Stelt gesprek en observatie vo ipv dwang en opsluiting
Itard experimenteerde met pedagogische methodes waarbij hij erv uit ging dat leerervaringen konden
helpen bij ontw v mensen met beperking
Leidde tot medische & pedagogische benadering behandeling = centraal
Ontstond interesse in individuele begeleiding op humane manier
Zwitserland opende idioten-internaat vo verstandelijke beperkte
willen ze daar met omgeving & opvoeding toch normaal maken (nurture)
Laat 19e eeuw –begin 20e eeuw
Eind 19e eeuw verschuift gedachte naar erfelijkheid (nature)
(later foutief) Bewijs dat zwakzinnigheid erfelijk was
Overtuiging dat beperkingen erfelijk zijn daardoor gevaar vo toekomst v samenleving
Hierdoor wouden ze streven naar rasverbetering
Mensen met beperking w gezien als dragers v slechte genen
Aanwezigheid w beschouwd als bedreiging
Daarom in instellingen & sterilisatie & uitsluiting
Periode v systematische maatschappelijke uitsluiting institutionalisering
Tegelijk eerste buitengewone scholen
Begin 20e eeuw
Nurture:
Kunnen kids met beperking wel opvoeden en iets v maken
Willen ze nog steeds normaal maken
Zijn vo eerst wel welkom
Testpsychologie & categorisering
Ontwikkeling IQ-tests introduceert nieuwe manier v categoriseren
Verstandelijkheid v kids w gemeten om beter te kunnen begeleiden
Leidde echtere tot scheiding
kids met lage score moesten naar andere scholen
Buo ontstond maar gericht op wegwerken v probleem ipv creëren v kansen
Onderzoek toonde dat ondanks verstandelijke beperking wel leerbaar waren
Onderzoek liet zien dat nurture grote invloed had op intellectuele ontwikkeling
Tweede wereldoorlog
Opkomst nationaalsocialisme maakt gevolgen v nature denken uit laat 19 e eeuw zichtbaar
In nazi-Duitsland w mensen met beperking levens onwaardig beschouwd en uitgeroeid
3
, Waren slachtoffer v vervolging & vernietiging
Op weg nr een burger in de maatschappij
Normalisatietheorie
= wilde mensen met handicap normaal maken door zoveel mogelijk laten deelnemen aan leven
Verschuiving v afzondering & defect naar participatie & kwaliteit v leven
Eerste stap richting integratie ook al gebeurde het binnen aparte voorzieningen en scholen
Men hield eigenlijk nog geen rekening met hen
Medische model
Nog steeds centraal
Beperking w gezien als individueel probleem dat genezen moet worden
Aandacht bij defect v persoon en hoe die kon aanpassen aan samenleving
1956 begin v PMS = psycho-medisch-sociaal centrum
Vanaf 1970
8 types buo opgericht
Afdelingen v buo die eerst verbonden waren aan gewone scholen
Moesten zelfstandig worden
Ontwikkelde ook orthopedagogische denken
Erkent dat mensen met handicap specifieke opvoeding en ondersteuningsnoden hebben
Ook dat recht hebben op eigenwaarde, autonomie & volwaardige participatie
Bied nieuwe kaders om begeleiding & ow beter af te stemmen op mogelijkheden v elk individu
Sociale model
Om mensen beter te begrijpen kwam dit op
Zoekt oorzaak v beperking niet bij individu maar in manier waarop samenleving is ingericht
Zegt dat beperking ontstaat wanneer structuren, gebouwen, ow & attitudes onvoldoende rekening
houden met diversiteit
Persoon is niet het probleem maar ontoegankelijke samenleving
M-decreet
2009: België stemt in met VN-verdrag v rechte v personen met handicap
2014: ondersteuningsmodel
M-decreet wil meer inclusief ow do lln met specifieke ow behoeften de kans te geven in het gwn
ow met ondersteuning v leersteuncentra en leerondersteuners
Type 9 w ingericht vo lln met ASS zonder verstandelijke beperking
V leersteundecreet 23’ naar scholen vo iedereen 40’
M-decreet bedoeld om lln met specifieke ow behoefte meer kansen te geven in gewoon ow
Veel problemen in praktijk:
- Te hoge verwachtingen vo scholen: lkr voelde zich ni genoeg ondersteund
- Overbelasting v lkr: kregen veel extra zorg bij zonder voldoende expertise
- Ontevreden ouders: sommige vonden dat kind te weinig of te late hulp kreeg, andere dat kind
niet juiste zorg kreeg in buo
- Complexe regelgeving: m-decreet zorgde vo administratieve lasten & onduidelijkheden over
wie recht had op wat
Leersteundecreet
Vervanging
Wil meer samenwerking tss gwn en buow
Wil leersteuncentra oprichten die gespecialiseerd zijn & scholen concreet ondersteunen
Wil dat ondersteuning eerlijker, duidelijker en beter uitgelegd wordt vo ouders en scholen.
Wil betere balans zoeken tss inclusief ow & kwaliteitsvolle zorg in buo
Kort:
Leersteundecreet probeert goede bedoeling v m-decreet te houden
4
, Tegelijk problemen in praktijk aan pakken met expertise, samenwerking & duidelijkheid
Scholen vo iedereen
Vandaag verschuiving richting inclusie
= lln met en zonder handicap volgen samen ow met nodige ondersteuning
Doel= samen leren en leven in school die diversiteit als rijkdom ziet
Normen & waarden zijn gericht op gelijkwaardigheid, respect, participatie
2023 onafhankelijk commissie inclusie ow die ow systeem zou uitwerken
8 krachtlijnen do commissie:
- Inclusieve schoolcultuur en organisatie realiseren in elke school
- Evolueren v scholen vo gewoon + buo naar scholen vo iedereen
- Professionalisering v alle betrokken professionals in functie v inclusief ow
- Genoeg, gepaste, nabije ondersteuning vo elke school
- Structureel partnerschap uitbouwen tss ow en welzijn
- Bepalen v ondersteuningsnoden dmv onafhankelijk en beleid overschrijdend assessment (=
bekijken noden binnen ≠ sectoren omdat kind op meerdere domeinen noden heeft, niet enkel
in ow)
- Doeltreffende financiering en toegankelijke infrastructuren in elke school
- Realiseren v inclusieve en toegankelijke infrastructuur in scholen
Elke lijn eist ≠ acties doorheen tijd do ≠ actoren
Tijdpad naar 2040
Belangrijk om inclusief ow systeem stap vo stap + met duidelijk plan in te voeren.
Het advies geeft overzicht met duidelijke doelen en acties in een tijdschema tot 2040.
Er wordt gewerkt in drie fases, verspreid over drie periodes:
Voorbereidingsfase (2024–2029)
Overgangsfase (2029–2034)
Implementatiefase (2034–2039)
Vo elke fase staat beschreven welke acties nodig zijn.
Scholen krijgen kans toe te werken naar scholen die vo iedereen toegankelijk zijn in VL.
Op eigen tempo
Samen met partners
Met coaching & ondersteuning v ≠ experten
Besluit: naar een inclusieve toekomst
Inclusieve school = elke lln kan naar school naar keuze en samen met peers leren & maximaal
participeren
Als lukt om inclusief ow systeem te maken leggen we breed fundament vo inclusieve samenleving
Feit dat iedereen w gewaardeerd en op eigen manier mag deelnemen & bijdragen aan
samenleving w dan vanzelfsprekend
19e – begin 1950– ± vanaf 1970
M.E. 19e eeuw 1920–1950 Decreten Na 2020
20e eeuw 1970 (24e E)
Op weg Scholen vo
Onaangepas Testpsycholo Orthopedagogi 2009: VN-
Afwijking Nurture naar iederee
t gie sch denken verdrag
burger n
2024–2029
Normalisa 2014: M-
Sukkelaars Gebrekkig Meten (IQ) Leren Sociaal model voorbereidi
tie decreet
ng
Pedagogisc 2023:
Liefdadigh Categorisere Menselijk Handicap door 2029–2034
Straf v God h Leersteundecr
eid n contact omgeving overgang
optimisme eet
5
, 19e – begin 1950– ± vanaf 1970
M.E. 19e eeuw 1920–1950 Decreten Na 2020
20e eeuw 1970 (24e E)
Zorgen / 2034–2039
Duivelsbezet Nature– Individuele Participati Recht op
bescherme implementa
en nurture begeleiding e deelname
n tie
Medisch Aparte Medisch Inclusie als Inclusieve
Weggestopt Erfelijkheid
denken types model doel scholen
Handicap
Buitengewo =
Gekkenhuiz Begin Biologisch
on individuee
en opvoeding denken
onderwijs l
probleem
Magie / Speciale Kind is
Observatie Integratie
religie scholen leerbaar
Schedelbori Behandelin
ng g
Uitsluiting
Inclusie – uitsluiting – segregatie – integratie
Uitsluiting
= Als toegang tot deelname aan de samenleving w geweigerd aan een persoon
Je mag niet meedoen, omdat je een handicap hebt
Voorbeelden:
- Lkr weigert lln : ‘in onze school geven we geen les aan lln met (soort) beperking
Beeld: O links onderaan: zoals bovenste, maar ook gekleurde puntjes buiten de o
Segregatie
= je leeft in aparte omgeving, samen met andere mensen met handicap
Voorbeelden:
- ‘ik werk in een beschutte werkplaats samen met andere met handicap
- Paralympische spelen
Beeld: O onderaan midden: zoals bovenste, maar aparte o naast grote o
Integratie
Je mag meedoen, maar je moet zelf de drempels wegkrijgen
Voorbeelden:
- Kan niet meedoen met teamdag omdat de plaats niet toegankelijk is (persoon kan
drempel niet zelf overstijgen)
- Lln krijgt individuele hulpmiddelen. Men wil niet aan aangepast traject werken
- Lln w uit de klas gehaald bij extra begeleiding maar voelt zich daardoor eenzaam
- Op school geen goede aanpassing vo braille op pc.
O rechts onderaan: zoals bovenste, maar in grote o zit kleine o met puntjes
Inclusie
Je kan even goed meedoen, je hoort erbij en de drempels zijn weggewerkt
= recht op volwaardige deelname aan samenleving met andere. Onafhankelijk leven met
gelijke keuzemogelijkheden en met respect vo individuele keuzes.
Voorbeelden:
- Ik kan in mijn huis blijven wonen, met goede ondersteuning
Bovenste o: puntjes in ≠ kleuren do elkaar
6
,Door welke bril kijk je
(!! Examen)
- ‘Persoon is zielig’
- ‘Persoon is slachtoffer’
- Door beperking moet ze zware last dragen
- Ze zijn helden
- ‘amai loopt marathon ondanks beperking’
- Zijn rolmodel want hebben veel wilskracht en doorzetting
- Je focust op ziekte
- Stuurt iemand naar dokter om te helpen
- Kijkt naar wat niet lukt ipv wat wel
- Kijkt naar wat omgeving doet om te helpen
- Je leert gebarentaal, rolstoelvriendelijk
- Je focust op rol & verantwoordelijkheid v omgeving om toegankelijkheid bieden
*Zelf invullen*
Antwoord op examenvraag:
Ik kijk naar een beperking door ≠ brillen tegelijk.
De medische bril helpt mij begrijpen wat er lichamelijk of mentaal speelt en welke ondersteuning nodig is. Ik
probeer me niet te focussen op de zwaktes maar sta wel open vo eventueel medicatie die kan helpen zoals
relatine.
De sociale bril laat mij zien dat beperkingen vaak ontstaan door drempels in de omgeving en dat
toegankelijkheid en aanpassingen een gedeelde verantwoordelijkheid zijn.
Daarnaast is er ook ruimte vo de superheldenbril: niet om iemand te verheerlijken, maar om erkenning te
geven aan doorzettingsvermogen en kracht.
Door deze brillen te combineren, kijk ik breder en realistischer, en mis ik minder dan wanneer ik me vastpin
op één manier v kijken.
Labels en diagnoses
Voor en nadelen
(staat niet in cursus. Wel op ppt)
Voordelen van labelen en het DSM
1. Toegang tot ondersteuning, middelen en rechten
o Een diagnose is vaak nodig voor:
leersteun
therapie
redelijke aanpassingen
financiële of wettelijke ondersteuning
2. Gedeelde taal tussen professionals
o Leerkrachten, CLB, artsen en therapeuten spreken dezelfde taal
o Vergemakkelijkt overleg en samenwerking
3. Herkenning en erkenning
o Geeft begrip aan kind, ouders en omgeving
o “Het ligt niet aan motivatie of opvoeding”
7
, 4. Structuur en houvast
o DSM biedt een ordeningskader voor problemen
o Helpt om klachten te benoemen en te begrijpen
5. Richtlijnen voor wetenschappelijk onderbouwde interventies
o Diagnose koppelt aan bewezen aanpakken en behandelingen
6. Bescherming tegen onderdiagnose
o Voorkomt dat noden genegeerd of geminimaliseerd worden
7. Voorkomt medicalisering
o Dwingt om te kijken naar context om stoornis te benoemen
8. Overzicht
o DSM geeft overzicht van symptomen en classificaties
o Eerste stap in het diagnostisch denken (“overzicht → inzicht → uitzicht”)
❌ Nadelen van labelen en het DSM
1. Stigmatisering en negatieve verwachtingen
o Label kan blijven “kleven”
o Kans op lagere verwachtingen van kind
2. Reductie van een persoon tot één stoornis
o Het kind wordt het label
o Andere talenten en context verdwijnen naar de achtergrond
3. Weinig focus op onderwijsbehoeften
o DSM zegt wat iemand heeft,
maar niet wat iemand nodig heeft in de klas
4. Risico op medicalisering
o Normale verschillen worden snel als stoornis gezien
o Gedrag & problemen worden verklaart vanuit een medisch standpunt terwijl het ook door de
omgeving verklaar kan worden
5. Overdiagnosticeren
o Steeds meer labels
o Druk om “een diagnose te hebben” om hulp te krijgen
6. Labels zijn statisch, mensen niet
o Ontwikkeling, groei en contextveranderingen krijgen weinig plaats
7. DSM is niet contextgericht
o Houdt weinig rekening met:
omgeving
klascontext
beschermende factoren
thuissituatie
8. Beslissingen niet puur wetenschappelijk
o DSM-categorieën zijn mede tot stand gekomen via consensus en stemming
Experten namen samen beslissingen over welke kenmerken en cirteria gebruikt w om stoornis te
definiëren
Inleiding
Label is (net als een sticker) makkelijk geplakt
“ is moeilijk te verwijderen
Classificaties zoals ADHD, autisme, gedragsstoornis of dyslexie:
Hebben grote impact op lln en omgeving
Hebben invloed op hoe anderen de lln zien
Beïnvloeden verwachtingen
8