Veiligheidspaspoort
Module 5: Brandpreventie in een podiumomgeving
5.0 Brandpreventie in een podiumomgeving: inleiding
→ Risico met grootste impact op event/theater -> zorg dat materiaal brandvertragend is -> Oorzaken
van brand: hitte van materialen
= branddriehoek
5.1 Brandtheorie
-> Brand is de combinatie van brandstof, zuurstof en een ontstekingsbron (neem één v/d factoren
weg om een brand te blussen.
• Brandstof: gassen, dampen, decors, rekwisieten, stof, …
• Zuurstof: 21% in de lucht
• Ontstekingsbron: open vlammen, oververhitte kabels, hitte van spots, sigaret, …
-> Belangrijke termen:
• Vlampunt: de laagste temperatuur waarop er genoeg vloeistof kan verdampen om een ontvlambare
concentratie gas te vormen. Het vlampunt is een indicatie van hoe snel een chemische stof kan
branden.-> hoe lager hoe sneller dat hest brandbaar is:
- Aceton 0°
- Aanstekervloeistof: 4°
- Ethanol om schoon te maken 16.6°
• Zelfontbranding: in brand schieten van zonder vonken bij temperaturen vanaf 120 graden.
• Stofexplosies: het snel ontvlammen van fijne deeltjes in de lucht
• Pyrotechnieken: stoffen die van nature zeer explosief zijn.
• Gastanks: Niet alleen kan het gas beginnen lekken en een explosief mengsel vormen, maar de
tank zelf kan ook ontploffen in geval van brand.
-> De beste brandpreventie:
• Eerst hoeveelheid brandbaar materiaal minimaliseren
• Voorkomen van ontstekingsbronnen
• Maatregelen van oxiderende stoffen
1
,5.3 Brandklassen
-> De vijf (zes) klassen waarop types voor worden ingedeeld, met de corresponderende
blustechnieken (letter+ symbool):
• Klasse A : droge branden: organische stoffen -> water, schuim, bluspoeder, branddeken
• Klasse B : brandbare vloeibare stoffen of vaste stoffen die vloeib. worden -> poeder, CO2, schuim of
zand.
• Klasse C: brandbare gassen -> bluspoeder of CO2
•
• Klasse D : brandbare metalen -> specifieke bluspoeders
• Klasse F: brandbare vetten of olie (keuken) -> water of specifiek deken
• Klasse E: elektrische brand: Elektriciteit brandt niet. Om deze reden is de "elektrische brand
klasse" uit het Europese systeem van klasses gehaald. -> CO2 of poeder
5.4 Risico’s van vuur, rook en CO2
-> Effecten op menselijk lichaam:
- Vergiftiging (inademen rook)
- Heet (interne brandwonden in de longen)
- Zuurstof uit de lucht halen= geen zuurstof meer = stikken
- Beperkt zichtbaarheid
- Brandwonden
-> Effecten op verspreiden v/d brand:
Rook bevat koolstof en niet-verbrande deeltjes en kunnen dienen dus als brandstof.
Verspreiding via straling en warmtegeleiders
-> Effecten op de stabiliteit v/d decors:
- Vermindering stabiliteit tot instorting
-> Effecten op ophangsystemen:
- Hitte is daar het hoogste
2
,-> Effecten op het gebouw:
- Destabiliseren en verwoesten
Ontsnappen:
- Blijf laag bij de grond, daar heb je de meeste kans op zuurstof.
- Voor je een deur opent, voel aan het handvat of het oppervlak van de deur warm is. Als ze warm
is zou er een brand achter kunnen zitten. Open de deur niet!
- Als je een deur moet openen en je twijfelt, ga dan naast de deur staan in plaats van er voor.
- Gebruik de achterkant van je hand om je weg te zoeken in het donker. Als je een elektrische
geleider zou aanraken, zullen je spieren samentrekken, maar grijp je op z'n minst de geleider
niet vast.
5.5 Brandsignalisatie
→ Brandblusser
→ Brandhaspel
→ Brandladder
→ Brandhelm, blusmateriaal
→ Brandalarm
3
, → Brandtelefoon
5.6 Evacuatieroutes en compartimentering
→ Compartimentering: opdelen in verschillende delen van een gebouw (schoorsteeneffect:
luchtstroom die vuur doet aanwakkeren)
→ Ijzeren Gordijn: brandscherm dat valt wanneer er brand is, splitsing podium en zaal
→ Branddeuren: afsluiting v/h compartiment, vlotte evacuatie
→ stel gaten id deur voor kabels: vuurzakjes id gaten = opzwellen bij brand
→ leiden naar een verzamelpunt.
→ Noodverlichting heeft drie functies:
- Zichtbaarheid in normale omstandigheden
- Zichtbaarheid in signalisatie
- Zichtbaarheid in noodsituaties
→ Noodverlichting: moet aan gaan als de stroom wegvalt
=> Collega's op onverwachte plekken
4
Module 5: Brandpreventie in een podiumomgeving
5.0 Brandpreventie in een podiumomgeving: inleiding
→ Risico met grootste impact op event/theater -> zorg dat materiaal brandvertragend is -> Oorzaken
van brand: hitte van materialen
= branddriehoek
5.1 Brandtheorie
-> Brand is de combinatie van brandstof, zuurstof en een ontstekingsbron (neem één v/d factoren
weg om een brand te blussen.
• Brandstof: gassen, dampen, decors, rekwisieten, stof, …
• Zuurstof: 21% in de lucht
• Ontstekingsbron: open vlammen, oververhitte kabels, hitte van spots, sigaret, …
-> Belangrijke termen:
• Vlampunt: de laagste temperatuur waarop er genoeg vloeistof kan verdampen om een ontvlambare
concentratie gas te vormen. Het vlampunt is een indicatie van hoe snel een chemische stof kan
branden.-> hoe lager hoe sneller dat hest brandbaar is:
- Aceton 0°
- Aanstekervloeistof: 4°
- Ethanol om schoon te maken 16.6°
• Zelfontbranding: in brand schieten van zonder vonken bij temperaturen vanaf 120 graden.
• Stofexplosies: het snel ontvlammen van fijne deeltjes in de lucht
• Pyrotechnieken: stoffen die van nature zeer explosief zijn.
• Gastanks: Niet alleen kan het gas beginnen lekken en een explosief mengsel vormen, maar de
tank zelf kan ook ontploffen in geval van brand.
-> De beste brandpreventie:
• Eerst hoeveelheid brandbaar materiaal minimaliseren
• Voorkomen van ontstekingsbronnen
• Maatregelen van oxiderende stoffen
1
,5.3 Brandklassen
-> De vijf (zes) klassen waarop types voor worden ingedeeld, met de corresponderende
blustechnieken (letter+ symbool):
• Klasse A : droge branden: organische stoffen -> water, schuim, bluspoeder, branddeken
• Klasse B : brandbare vloeibare stoffen of vaste stoffen die vloeib. worden -> poeder, CO2, schuim of
zand.
• Klasse C: brandbare gassen -> bluspoeder of CO2
•
• Klasse D : brandbare metalen -> specifieke bluspoeders
• Klasse F: brandbare vetten of olie (keuken) -> water of specifiek deken
• Klasse E: elektrische brand: Elektriciteit brandt niet. Om deze reden is de "elektrische brand
klasse" uit het Europese systeem van klasses gehaald. -> CO2 of poeder
5.4 Risico’s van vuur, rook en CO2
-> Effecten op menselijk lichaam:
- Vergiftiging (inademen rook)
- Heet (interne brandwonden in de longen)
- Zuurstof uit de lucht halen= geen zuurstof meer = stikken
- Beperkt zichtbaarheid
- Brandwonden
-> Effecten op verspreiden v/d brand:
Rook bevat koolstof en niet-verbrande deeltjes en kunnen dienen dus als brandstof.
Verspreiding via straling en warmtegeleiders
-> Effecten op de stabiliteit v/d decors:
- Vermindering stabiliteit tot instorting
-> Effecten op ophangsystemen:
- Hitte is daar het hoogste
2
,-> Effecten op het gebouw:
- Destabiliseren en verwoesten
Ontsnappen:
- Blijf laag bij de grond, daar heb je de meeste kans op zuurstof.
- Voor je een deur opent, voel aan het handvat of het oppervlak van de deur warm is. Als ze warm
is zou er een brand achter kunnen zitten. Open de deur niet!
- Als je een deur moet openen en je twijfelt, ga dan naast de deur staan in plaats van er voor.
- Gebruik de achterkant van je hand om je weg te zoeken in het donker. Als je een elektrische
geleider zou aanraken, zullen je spieren samentrekken, maar grijp je op z'n minst de geleider
niet vast.
5.5 Brandsignalisatie
→ Brandblusser
→ Brandhaspel
→ Brandladder
→ Brandhelm, blusmateriaal
→ Brandalarm
3
, → Brandtelefoon
5.6 Evacuatieroutes en compartimentering
→ Compartimentering: opdelen in verschillende delen van een gebouw (schoorsteeneffect:
luchtstroom die vuur doet aanwakkeren)
→ Ijzeren Gordijn: brandscherm dat valt wanneer er brand is, splitsing podium en zaal
→ Branddeuren: afsluiting v/h compartiment, vlotte evacuatie
→ stel gaten id deur voor kabels: vuurzakjes id gaten = opzwellen bij brand
→ leiden naar een verzamelpunt.
→ Noodverlichting heeft drie functies:
- Zichtbaarheid in normale omstandigheden
- Zichtbaarheid in signalisatie
- Zichtbaarheid in noodsituaties
→ Noodverlichting: moet aan gaan als de stroom wegvalt
=> Collega's op onverwachte plekken
4