MARKTKENNIS
1. RESIDENTIEEL VASTGOED
1.1 WOONLANSCHAP
72% van België is eigenaar en 20% is huurder, 7% sociale huurder
1.2 KOPEN
1.2.1 EINDGEBRUIKER-EIGENAAR
A) VRAAGPERSPECTIEF
CYCLUS → initiatief (waarom beslissing tot kopen)
-Kwantitatief (oppervlakte, voldoende ruimtefuncties)
-Kwalitatief (functies, technische eisen, andere
doelstellingen, imago – Oxfam)
-Locatie (woonwerk-verkeer, natuur, station)
-Financieel (betaalbaar, te duur, mag duurder)
, B) WONINGPRIJS
Wat bepaald de woningprijs?
• Ability=besteedbaar budget
• Willingness= wil om te kopen
• Vraag en aanbod
2022 2023 2024 evolutie % evolutie %
BELGIE
2023 (S1) / 2024 (S1) /
(S1) (S1) (S1)
2022 (S1) 2023 (S1)
Huizen met 2 of 3 gevels 251.200 259.000 260.000 +3,1% +0,4%
(gesloten + halfopen
bebouwing)
Huizen met 4 of meer 356.000 365.000 370.000 +2,5% +1,4%
gevels (open bebouwing)
Appartementen 225.000 237.000 240.000 +5,3% +1,3%
Mediaanprijs (euro)
Vraag & aanbod is het allerbelangrijkste
De bouw/kostprijs niet → waarom?
Het bouwen opzich is evenduur waar je bouwt, maar in Knokke betaal je bv. meer voor uw woning en
dit komt door de 3 elementen,
-Dynamisch vraag: Een vraag is altijd dynamisch, veranderlijk, in beweging: bijvoorbeeld
tijdens corona is de vraag naar huizen met een tuin of een appartement met een groot terras
vergroot.
-Statisch aanbod: Een aanbod dat niet snel met de tijd veranderd. Heel vaak maken we een
aanbod mee dat nog niet gebouwd is. Voor corona was het gebruikelijk om als
projectontwikkelaar appartementen met een klein terras te bouwen, aangezien dit
betaalbaarder was. Met corona is de vraag gestegen naar appartementen met een groot
terras, dus het aanbod is klein voor deze vraag
,-Iedereen wil in Brussel wonen, dus door meer vraag en minder aanbod gaat de prijs omhoog.
Wat is het rechtstreeks verband tussen lening capaciteit en woningprijs?
Het aflossen van een lening= het omvat het terugbetalen van zowel de geleende hoofdsom als
de bijbehorende rente volgens vooraf afgesproken voorwaarden.
-in 2008 een knik door de beurscrash, lening aflossing ging per jaar omhoog. Hierdoor was er
een gigantisch aanbod maar weinig vraag waardoor te prijzen omlaag gingen.
Woonquote= vuistregel max 30% van inkomen aan wonen besteden.
1. ABILITY (KUNNEN)
=kunnen kopen (koopkracht → eigen middelen + ontleningscapaciteit)
Waar haal je je budget om te kopen?
• Eigen middelen = spaarrekening
• Hypothecaire lening = als je je huis niet kan afbetalen kan de bank je huis verkopen
• Andere = lenen bij ouders
, EM= eigen middelen en HL= hypothecaire lening
Verhouding afhankelijk van?
• Leeftijd
• Gezinstoestand
• Ingeschatte inkomensevolutie
• Spaarsnelheid
Toevalligheden (erfenis, slimme investering …)
• Meer dan 90% van startende eigenaars jonger dan 45jaar → hypothecaire lening
• Slechts 10% van de kopers vanaf 65jaar → hypothecaire lening
• Totaal 78% van de aankopen/bouwen → hypothecaire lening
• Verhouding EM – HL verschilt sterk ifv leeftijd
Opmerking: rente is dus hoger bij jongere mensen.
Wat zijn determinerende factoren bij lenen? Ontleningscapaciteit?
Ontleningscapaciteit= Het bedrag dat je kan afbetalen/lenen per maand voor een periode
meestal 80% bank en 20% zelf.
INKOMEN
-inkomen= besteedbaar inkomen= woonqoute
-Fiscaliteit(woonbonus) = de overheid geeft je geld rechtstreeks zodat je zelf minder moet
betalen, dit is ook inkomen
-Premies= korting op de belasting
1. RESIDENTIEEL VASTGOED
1.1 WOONLANSCHAP
72% van België is eigenaar en 20% is huurder, 7% sociale huurder
1.2 KOPEN
1.2.1 EINDGEBRUIKER-EIGENAAR
A) VRAAGPERSPECTIEF
CYCLUS → initiatief (waarom beslissing tot kopen)
-Kwantitatief (oppervlakte, voldoende ruimtefuncties)
-Kwalitatief (functies, technische eisen, andere
doelstellingen, imago – Oxfam)
-Locatie (woonwerk-verkeer, natuur, station)
-Financieel (betaalbaar, te duur, mag duurder)
, B) WONINGPRIJS
Wat bepaald de woningprijs?
• Ability=besteedbaar budget
• Willingness= wil om te kopen
• Vraag en aanbod
2022 2023 2024 evolutie % evolutie %
BELGIE
2023 (S1) / 2024 (S1) /
(S1) (S1) (S1)
2022 (S1) 2023 (S1)
Huizen met 2 of 3 gevels 251.200 259.000 260.000 +3,1% +0,4%
(gesloten + halfopen
bebouwing)
Huizen met 4 of meer 356.000 365.000 370.000 +2,5% +1,4%
gevels (open bebouwing)
Appartementen 225.000 237.000 240.000 +5,3% +1,3%
Mediaanprijs (euro)
Vraag & aanbod is het allerbelangrijkste
De bouw/kostprijs niet → waarom?
Het bouwen opzich is evenduur waar je bouwt, maar in Knokke betaal je bv. meer voor uw woning en
dit komt door de 3 elementen,
-Dynamisch vraag: Een vraag is altijd dynamisch, veranderlijk, in beweging: bijvoorbeeld
tijdens corona is de vraag naar huizen met een tuin of een appartement met een groot terras
vergroot.
-Statisch aanbod: Een aanbod dat niet snel met de tijd veranderd. Heel vaak maken we een
aanbod mee dat nog niet gebouwd is. Voor corona was het gebruikelijk om als
projectontwikkelaar appartementen met een klein terras te bouwen, aangezien dit
betaalbaarder was. Met corona is de vraag gestegen naar appartementen met een groot
terras, dus het aanbod is klein voor deze vraag
,-Iedereen wil in Brussel wonen, dus door meer vraag en minder aanbod gaat de prijs omhoog.
Wat is het rechtstreeks verband tussen lening capaciteit en woningprijs?
Het aflossen van een lening= het omvat het terugbetalen van zowel de geleende hoofdsom als
de bijbehorende rente volgens vooraf afgesproken voorwaarden.
-in 2008 een knik door de beurscrash, lening aflossing ging per jaar omhoog. Hierdoor was er
een gigantisch aanbod maar weinig vraag waardoor te prijzen omlaag gingen.
Woonquote= vuistregel max 30% van inkomen aan wonen besteden.
1. ABILITY (KUNNEN)
=kunnen kopen (koopkracht → eigen middelen + ontleningscapaciteit)
Waar haal je je budget om te kopen?
• Eigen middelen = spaarrekening
• Hypothecaire lening = als je je huis niet kan afbetalen kan de bank je huis verkopen
• Andere = lenen bij ouders
, EM= eigen middelen en HL= hypothecaire lening
Verhouding afhankelijk van?
• Leeftijd
• Gezinstoestand
• Ingeschatte inkomensevolutie
• Spaarsnelheid
Toevalligheden (erfenis, slimme investering …)
• Meer dan 90% van startende eigenaars jonger dan 45jaar → hypothecaire lening
• Slechts 10% van de kopers vanaf 65jaar → hypothecaire lening
• Totaal 78% van de aankopen/bouwen → hypothecaire lening
• Verhouding EM – HL verschilt sterk ifv leeftijd
Opmerking: rente is dus hoger bij jongere mensen.
Wat zijn determinerende factoren bij lenen? Ontleningscapaciteit?
Ontleningscapaciteit= Het bedrag dat je kan afbetalen/lenen per maand voor een periode
meestal 80% bank en 20% zelf.
INKOMEN
-inkomen= besteedbaar inkomen= woonqoute
-Fiscaliteit(woonbonus) = de overheid geeft je geld rechtstreeks zodat je zelf minder moet
betalen, dit is ook inkomen
-Premies= korting op de belasting