INHOUDSTAFEL
H1: Onze planeet......................................................................................................................................................... 2
H2: planetaire grenzen ................................................................................................................................................ 4
H3: Klimaatverandering (self-study) ............................................................................................................................ 9
H4: Klimaatreis van een organisaAe........................................................................................................................... 11
H5: klimaatmiAgaAe & adaptaAe............................................................................................................................... 13
H6: Zoetwaterschaarste............................................................................................................................................. 15
H7: het waterparcours van een organisaAe................................................................................................................ 18
H9: natuurverbondenheid ......................................................................................................................................... 20
H10: Vervuiling (self-study) ....................................................................................................................................... 23
H11: Biodiversiteitsverlies ......................................................................................................................................... 26
H12: biodiversiteitsreis van een organisaAe............................................................................................................... 29
1
,HOOFDSTUKKEN
H1: ONZE PLANEET
De student kan de definitie geven van een ecosysteem.
- Een gemeenschap van planten, dieren en micro-organismen (biotische deel) en hun niet-levende
omgeving (abiotische deel, zoals bodem, lucht en water). In dit ecosysteem zijn alle elementen met
elkaar verbonden via kringlopen van voedingstoffen en energiestromen
De student kan het belang van het in stand houden van ecosystemen voor de welvaart van de mens
beargumenteren aan de hand van ecosysteemdiensten.
- Een ecosysteem levert de mens veel essentiële diensten voor het bestaan van de mens.
o Het produceert: voedsel, water, natuurlijke medicijnen, hernieuwbare energie.
o Het reguleert: waterzuivering, bestuiving door bijen, slaat CO2 op
o Het ondersteunt (andere systemen): fotosynthese, gezonde bodemvorming
o Het is cultureel: tourisme, mentaal welzijn, spirituele waarde
- Deze systemen maken leven op aarde mogelijk. De wereldeconomie is enorm aJankelijk van deze
diensten (visserij, bosbouw, landbouw). Welzijn: groene ruimte vermindert stress en bevordert
mentale gezondheid.
De student kan voor een ecosysteem voor elke categorieën ecosysteemdienst (producerend, regulerend,
ondersteunend en cultureel) een voorbeeld geven.
- Zie vorige doelstelling
De student kan drie verschillende manieren voor de monetarisering van ecosysteemdiensten in eigen
woorden beschrijven.
- Toekennen van economische waarde aan de natuur
o Houtkap
o Visvangst
o Toerisme
o Landbouw
De student kan beargumenteren wanneer de monetarisering van ecosysteemdiensten een meerwaarde
kan zijn, maar wanneer ook niet.
- Voordeel: De natuur wordt op die manier “zichtbaarder” in politieke en economische
besluitvorming. De waarde van natuur (ookal is het onmogelijk een prijs op te plakken) en de
bescherming ervan kan worden afgewogen tegen de kost.
- Nadeel: Niet ethisch. Mag je een prijs plakken op leven, en ecosystemen dat leven op aarde
mogelijk maken? Natuur is onvervangbaar, als een soort uitsterft is dat met geen geld te herstellen.
Veel ecologische functies zijn té complex om correct in euro’s te kunnen uitdrukken.
De student heeft inzicht in duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) die te maken hebben met de
toestand van onze planeet en kan de relatie tussen twee SDG’s onderling maken.
- SDG 6: schoon water en sanitatie (bv. microplastics)
- SDG 13: klimaatactie (bv. CO2 uitstoot en hernieuwbare energieën)
- SDG 14: leven onder water (bv. oceaanverzuring door CO2, overbevissing)
- SDG 15: leven op het land (bv. biodiversiteitsverlies, habitat, vervuiling)
De student kan uitleggen hoe de drie belangrijkste regulerende processen (het klimaat, de ozonlaag en de
oceanen) leven op aarde mogelijk maken.
2
, - Klimaat: reguleert temperatuur en neerslagpatronen, waardoor landbouw en bewoning mogelijk
zijn. Connecteert oceanen, land, ijsvlaktes, atmosfeer en biodiversiteit.
- Ozonlaag: Filtert schadelijke straling van de zon, wat DNA-schade bij plant en dier voorkomt.
- Oceanen: warmte verdelen, grote hoeveelheden CO2 opnemen, reguleren van de watercyclus
De student kan de link uitleggen tussen de grote versnelling, het anthropoceen en de drievoudige
planetaire crisis.
- Grote versnelling: sinds 1950 explosieve toename in menselijke activiteit wat de druk op
ecosysteemdiensten op aarde extreem verhoogde. Dit had de drievoudige planetaire crisis tot
gevolg.
- Anthropoceen: stijgende temperatuur op aarde door invloed vd mens (versus: holoceen: waar
temperatuur relatief stabiel blijft)
- Drievoudige planetaire crisis
o Vervuiling (bv. CO2, maar ook micro-plastics in water)
o Klimaatcrisis (stijging temperatuur, wat het klimaat aantast en bv neerslagpatronen
verandert en leidt tot extreme weerstomstandigheden)
o Biodiversiteitsverlies
De student kan in eigen woorden uitleggen wat een ecologisch kantelpunt betekent bij planetaire
systemen en geeft hierbij ook de drie belangrijkste kenmerken van een kantelpunt
- Wanneer een drempelwaarde overschreden wordt en de verandering onomkeerbaar wordt
o Kleine trigger, grote impact (zelfversterkend eenmaal het drempelwaarde heeft
overschreden
o Snel en drastisch
o Onomkeerbaar
- Voorbeelden: smelten ijsvlaktes Groenland, amazonewoud, ontdooien permafrost
3