Antipsychotica
1.Evolutie van mentale aandoeningen
Schizofrenie-spectrum en andere psychotische aandoeningen
Definitie
= afwijkingen hebben in 1 of meer van bij de vijf symptoomdomeinen
“Positieve” symptomen
= symptomen dat iemand niet heeft, ze zijn erbij gekomen
Bv ;
- Wanen : denk stoornissen + paranoïde (een complot tegen mij)
- Hallucinaties : auditieve hallucinaties (stemmen horen) + ik zie, hoor, voel,
ruik, smaak dingen die er niet zijn
- Niet georganiseerd denken : verstoord denken + springen van
verschillende onderwerpen
- Abnormale psychomotoriek
Biochemie : teveel dopamine in mesolimbisch systeem (diepste deel van het
brein)
“negatieve” symptomen
= eigenschappen van een gezond persoon die verloren gegaan zijn.
Bv ;
- Rekeningen niet betalen
- Niet poetsen
- Minder hygiëne
Biochemie : te weinig dopamine frontaal (deel van de hersenen dat zorgt voor de
planningen die je maakt)
, Eerst 15 jaar -> premorbide fase (niets aan de hand)
Tussen 15 en 18 jaar -> prodromie -> voortekens (maar niemand let erop, pas
als ze er op terug kijken)
18 jaar -> opstoot van positieve symptomen
Na de opstoot -> klein beetje minder goed functioneert, beetje geremder,
beetje negatieve symptomen na opstoot ook geen ziektebeeld (niet in dat hij ziek
is) -> ze krijgen medicatie, maar door ziekte beeld denk je niet van oei ik moet
mijn pillen pakken -> waardoor je ze niet altijd neemt -> opnieuw opstoot, na
opstoot weer klein beetje verlies van functioneren dan pas inzicht van ouders van
oei moet medicatie nemen want ziekte komt terug, chronische ziekte (medicatie
rest van zijn leven)
De ziekte treft iedereen rond de persoon
Ziekte heeft enorme impact op de persoon
Belang van patiënt en de maatschappij
Aantal pijlen heeft de sterkte weer van de invloed <-> maatschappij: vooral de
POSITIEVE symptomen controleren (dus tegenovergestelde van de patiënt, want
daar vooral negatieve)
1.Evolutie van mentale aandoeningen
Schizofrenie-spectrum en andere psychotische aandoeningen
Definitie
= afwijkingen hebben in 1 of meer van bij de vijf symptoomdomeinen
“Positieve” symptomen
= symptomen dat iemand niet heeft, ze zijn erbij gekomen
Bv ;
- Wanen : denk stoornissen + paranoïde (een complot tegen mij)
- Hallucinaties : auditieve hallucinaties (stemmen horen) + ik zie, hoor, voel,
ruik, smaak dingen die er niet zijn
- Niet georganiseerd denken : verstoord denken + springen van
verschillende onderwerpen
- Abnormale psychomotoriek
Biochemie : teveel dopamine in mesolimbisch systeem (diepste deel van het
brein)
“negatieve” symptomen
= eigenschappen van een gezond persoon die verloren gegaan zijn.
Bv ;
- Rekeningen niet betalen
- Niet poetsen
- Minder hygiëne
Biochemie : te weinig dopamine frontaal (deel van de hersenen dat zorgt voor de
planningen die je maakt)
, Eerst 15 jaar -> premorbide fase (niets aan de hand)
Tussen 15 en 18 jaar -> prodromie -> voortekens (maar niemand let erop, pas
als ze er op terug kijken)
18 jaar -> opstoot van positieve symptomen
Na de opstoot -> klein beetje minder goed functioneert, beetje geremder,
beetje negatieve symptomen na opstoot ook geen ziektebeeld (niet in dat hij ziek
is) -> ze krijgen medicatie, maar door ziekte beeld denk je niet van oei ik moet
mijn pillen pakken -> waardoor je ze niet altijd neemt -> opnieuw opstoot, na
opstoot weer klein beetje verlies van functioneren dan pas inzicht van ouders van
oei moet medicatie nemen want ziekte komt terug, chronische ziekte (medicatie
rest van zijn leven)
De ziekte treft iedereen rond de persoon
Ziekte heeft enorme impact op de persoon
Belang van patiënt en de maatschappij
Aantal pijlen heeft de sterkte weer van de invloed <-> maatschappij: vooral de
POSITIEVE symptomen controleren (dus tegenovergestelde van de patiënt, want
daar vooral negatieve)