Plichtenleer
1. ETHIEK EN MORAAL
1. Begrippenkader
1.1 Filosofie
Filosofie
Filosofie
o Ethiek en moraalwetenschappen behoren tot het domein van filosofie
Betekenis en ontstaan
Filosofie komt van het Grieks = filo (vriend) – sofie (wijsheid) à houden van wijsheid
Bedrijfsfilosofie
o Filosofie wordt beoefend om je eigen voorstelling te onderzoeken en oordelen te bekijken,
zowel als individu als onderneming
Bertrand Russel
o Iconisch filosoof
o Filosofie is het midden tussen wetenschap en theologie
Wetenschap: doen beide beroep op menselijke reden
Theologie: neiging tot speculatie over datgene waar we nog geen kennis over
hebben
Filosofie is een tijdsgebonden begrip
o Oudste denkwijze, eerst hadden we de natuurfilosofen
o Renaissance (15e-16e E) à mens stond centraal à menswetenschappen
Westerse filosofie
o Griekse roots uit Middellands Zeegebied tussen 800 – 400 v.C.
o In die periode ontstond de polis
Nood aan ontwikkeling vd mens voor samen te leven en te functioneren in groep
Diversiteit aan levensvormen
o Eerste vorm van democratie
De academia
Academie filosofie met colleges was zeer geliefd bij groot publiek
3 Grote kennisgebieden binnen de filosofie:
o Fysica
Wereld en natuur
Al het wetenschappelijke
o Logica
Kennis- en taaltheorie
Begrijpen we elkaar? Kunnen we ons goed uitdrukken?
o Ethica
Kennis over handelen, moraal, zeden en gewoonten
Hoe krijgen we de wereld die we willen door te reflecteren
1
,Plichtenleer
Rationalisme vs. empirisme
Filosofen
o Herakleitos: de wereld is veranderlijk dat we er geen vaste begrippen op kunnen plakken
o Parmenides: we hebben vaste begrippen nodig om de wereld mee te beschrijven en
kunnen dat zo perfect doen
Haaks tegenover elkaar: Herakleitos <-> Parmenides
o Aristotles en Plato = grondleggers van empirisme en rationalisme
Rationalisme
o Legt nadruk op de mogelijkheden van de menselijke rede
o Nadeel: risico voor te abstracte visies die ver van de werkelijkheid staan
Empirisme
o Legt de nadruk op de ondervinding en waarneming als basis voor betrouwbare kennis
o Nadeel: als je je baseert op ervaringsgegevens kunnen algemene uitspraken en wetten
verkeerd zijn à inductieprobleem
Bv. je ziet 90 witte zwanen in een meer en je concludeert dat er alleen witte zwanen
bestaan. Bij het landen vd 91ste zwarte zwaan wordt je conclusie ontkracht.
1.2 Ethiek
Ethiek
Griekse ethos = gewoonten, gebruiken, zeden en houding
Ethiek
o Maakt deel uit van de filosofie
o Welke handelingen zijn goed (toelaatbaar) en welke slecht (niet-toelaatbaar)?
Onderzoek en rechtvaardiging van waarden, normen en waardestelsels
Socrates
o Grondlegger van ethiek
o Uitgangspunt: je wordt geboren met bepaalde capaciteiten en moet deze verder ontwikkelen
o Belangstelling: je moet van je leven iets maken
Liet mensen nadenken over eigen waarden, normen en doel in hun leven
Gezien als gevaar voor de staat
Gevangenis en veroordeling drinken van gifbeker
Ethiek gaat over de juiste keuzes maken en het juiste handelen nastreven.
1.3 Moraal
Moraal
≠ Ethiek (!)
o Moraal = morele biologische instincten in onze genen en natuur
o Ethiek = de systematische reflectie over de moraal
1.4 Moraal oordelen
Moraal oordelen
Bij moraal oordelen brengen we ethiek in de praktijk op het moment dat er een waardeconflict of
ethisch dilemma ontstaat waarbij we een keuze moeten maken
Moreel oordeel = het antwoord op de vraag of een handeling of beslissing moreel juist is
o Redenering gaat vooraf adhv de argumentatiemethode of stappenplan
1.5 Ethisch handelen
2
,Plichtenleer
Ethisch handelen
Definitie van Jeurissen: ‘ethisch handelen is dat handelen dat in overeenstemming is met de
waarden en normen waaraan we onszelf en anderen in redelijkheid gehouden worden’
De relatie en handeling tov anderen is zeer belangrijk
o Je komt met veel anderen in contact
o Belanghebbenden, stakeholders of betrokkenen
Iedere partij met belangen die beïnvloed worden door de onderneming of die
invloed op de belangen van de onderneming kan uitoefenen
1.6 Integriteit
Integriteit
Integriteit = karaktereigenschap ve individu à de betrokkene is eerlijk, oprecht en niet omkoopbaar
o Gelijkgesteld worden aan een reputatie of als voorwaarde van beschouwd
o Gelinkt aan vertrouwen
o Sterke individueel-persoonlijke connotatie
o Moreel zelfrespect en eigenwaarde
Vertrouwen is essentieel in het samenleven en samenwerken van mensen
o Geen synoniem van integriteit
o Wordt wel vaak op die manier gepercipieerd
Realiteit: het is steeds een evenwichtsoefening om de eigen waarden en normen te aligneren met
dat van een bedrijf, de belangen en je eigen verantwoordelijkheden
1.7 Juridische en morele rechten
Juridische en morele rechten
Ethisch legalisme
o Stelt dat het is toegestaan om naar de letter vd wet te handelen
o ≠ ethische legimiteit à = rechtvaardigheid
o Bv. ten tijde vd Nazi: discriminatie tov Joden was toegelaten, maar niet ethisch
Recht en rechtvaardigheid gaan niet altijd hand in hand
Recht wordt vaak achteraf aangepast als reeds vaak is aangetoond dat die
maatschappelijk en ethisch onaanvaardbaar is geworden
Woningbouwwet / Wet Breyne (1971)
o Wettelijke bescherming vd consument
o Kwam er na een groot aantal zaken waar bouwpromotor failliet werd verklaard
o Dossier voor totstandkoming à etrimoschandaal
Vanaf dan bescherming op 5 punten:
1) Informatieplicht projectontwikkelaar en aannemer
2) Koper wordt direct eigenaar van zijn aandeel in het gebouw
3) Koper mag niet gevraagd worden meer te betalen dan de waarde van het
deel dat al werd uitgevoerd
4) De bouwpromotor of projectontwikkelaar is 10 jaar lang aansprakelijk
5) Promotor/ontwikkelaar/aannemer moet vooraf een waarborg volstorten
o Belangrijk (!)
Voor particulieren die met 1 aannemer werken en vastgoedprofessionals die zelf
een project ontwikkelen maken geen aanspraak op de rechten
Waarde van recht
o Een morele maatschappij heeft nood aan goed functionerend recht
o De juridische regels zijn het morele minimum
o Nadeel: recht is zwart-wit en er zijn altijd meer situaties dan regels
Verschil recht en ethiek
o Recht biedt weinig ruimte vr vrijheid en verantwoordelijkheid, werkt met sancties als drukmiddel
o Moraliteit eist meer dan alleen dat we ons aan de regels houden
2. Onderzoeksdomeinen van ethiek
Beschrijvende ethiek
3
, Plichtenleer
= empirische ethiek à vanuit de ervaring
Iemand start een wetenschappelijk onderzoek op om een beschrijvende manier van de moraal
binnen makelaars in kaart te brengen
Normatieve ethiek
= prescriptieve of voorschrijvende ethiek
Uitgangspunt: men stelt normen op waarvan de groep verwacht wordt deze te volgen
Royal Institute for Chartered Surveyors
o Hoogste professionele kwalificaties en standaarden in vastgoedwereld
o Ontwikkelde een set algemene gedragsregels à general rules of conduct
Toegepaste ethiek
Hoe het in de praktijk in zijn werk gaat
Soms moet je terugvallen op persoonlijke normen en waarden, als de vooropgestelde
gedragscodes niet toegepast kunnen worden op een specifieke zaak
Meta-ethiek
Meta = ‘betreffende het onderwerp zelf’
Metastudie = een wetenschappelijk onderzoek dat meerdere andere wetenschappelijke
onderzoeken als onderwerp heeft
o bij ethiek is de ethiek het onderwerp zelf à bv. wat is ethiek?
o De vraag wat fundamenten en achtergronden zijn van bepaalde overtuigingen om iets als
goed of slecht te beschouwen
3. Oorsprong van de moraal
Oorsprong
Moraal = datgene wat door een groep geaccepteerd gedrag wordt beschouwd
o Onderscheid zich van ethiek à cultuur wenselijk gedrag
Moraal = geheel van handelingen en gedragingen die als correct en wenselijk gezien worden
Taartvergelijking – Harlaar, ‘de getemde mens’:
o Taartbodem is voor alle moralen hetzelfde
o Culturele toppings verschillen, maar alle moralen hebben een gemeenschappelijke bodem
o Basisingrediënten volgens Harlaar = empathie en gevoel van wederkerigheid
3.1 Darwin als baken
Darwin als baken
Charles Darwin (1809 – 1882)
o Bekendste boek = origin of species
o The descent of man
Schreef als eerste over moraal uit biologisch perspectief ipv filosofisch/theologisch
Mens verschilt niet veel vd hogere zoogdieren qua mentale vermogen
Moraal: elk dier met scherpe sociale instincten zou een morele zin of geweten
verwerven zodra intellectueel vermogen gelijkstaat aan die bij de mens
Qua mentale vermogens zag hij geen fundamenteel verschil tussen mens en hogere zoogdieren
o Ligt in lijn met de evolutietheorie
o Frans de Waal bevestigde dit met zijn onderzoeken
o Empathie en wederkerigheid = pijlers van onze moraal
3.2 Moraal is instinct
Moraal is instinct
Jan Verplaetse
4
1. ETHIEK EN MORAAL
1. Begrippenkader
1.1 Filosofie
Filosofie
Filosofie
o Ethiek en moraalwetenschappen behoren tot het domein van filosofie
Betekenis en ontstaan
Filosofie komt van het Grieks = filo (vriend) – sofie (wijsheid) à houden van wijsheid
Bedrijfsfilosofie
o Filosofie wordt beoefend om je eigen voorstelling te onderzoeken en oordelen te bekijken,
zowel als individu als onderneming
Bertrand Russel
o Iconisch filosoof
o Filosofie is het midden tussen wetenschap en theologie
Wetenschap: doen beide beroep op menselijke reden
Theologie: neiging tot speculatie over datgene waar we nog geen kennis over
hebben
Filosofie is een tijdsgebonden begrip
o Oudste denkwijze, eerst hadden we de natuurfilosofen
o Renaissance (15e-16e E) à mens stond centraal à menswetenschappen
Westerse filosofie
o Griekse roots uit Middellands Zeegebied tussen 800 – 400 v.C.
o In die periode ontstond de polis
Nood aan ontwikkeling vd mens voor samen te leven en te functioneren in groep
Diversiteit aan levensvormen
o Eerste vorm van democratie
De academia
Academie filosofie met colleges was zeer geliefd bij groot publiek
3 Grote kennisgebieden binnen de filosofie:
o Fysica
Wereld en natuur
Al het wetenschappelijke
o Logica
Kennis- en taaltheorie
Begrijpen we elkaar? Kunnen we ons goed uitdrukken?
o Ethica
Kennis over handelen, moraal, zeden en gewoonten
Hoe krijgen we de wereld die we willen door te reflecteren
1
,Plichtenleer
Rationalisme vs. empirisme
Filosofen
o Herakleitos: de wereld is veranderlijk dat we er geen vaste begrippen op kunnen plakken
o Parmenides: we hebben vaste begrippen nodig om de wereld mee te beschrijven en
kunnen dat zo perfect doen
Haaks tegenover elkaar: Herakleitos <-> Parmenides
o Aristotles en Plato = grondleggers van empirisme en rationalisme
Rationalisme
o Legt nadruk op de mogelijkheden van de menselijke rede
o Nadeel: risico voor te abstracte visies die ver van de werkelijkheid staan
Empirisme
o Legt de nadruk op de ondervinding en waarneming als basis voor betrouwbare kennis
o Nadeel: als je je baseert op ervaringsgegevens kunnen algemene uitspraken en wetten
verkeerd zijn à inductieprobleem
Bv. je ziet 90 witte zwanen in een meer en je concludeert dat er alleen witte zwanen
bestaan. Bij het landen vd 91ste zwarte zwaan wordt je conclusie ontkracht.
1.2 Ethiek
Ethiek
Griekse ethos = gewoonten, gebruiken, zeden en houding
Ethiek
o Maakt deel uit van de filosofie
o Welke handelingen zijn goed (toelaatbaar) en welke slecht (niet-toelaatbaar)?
Onderzoek en rechtvaardiging van waarden, normen en waardestelsels
Socrates
o Grondlegger van ethiek
o Uitgangspunt: je wordt geboren met bepaalde capaciteiten en moet deze verder ontwikkelen
o Belangstelling: je moet van je leven iets maken
Liet mensen nadenken over eigen waarden, normen en doel in hun leven
Gezien als gevaar voor de staat
Gevangenis en veroordeling drinken van gifbeker
Ethiek gaat over de juiste keuzes maken en het juiste handelen nastreven.
1.3 Moraal
Moraal
≠ Ethiek (!)
o Moraal = morele biologische instincten in onze genen en natuur
o Ethiek = de systematische reflectie over de moraal
1.4 Moraal oordelen
Moraal oordelen
Bij moraal oordelen brengen we ethiek in de praktijk op het moment dat er een waardeconflict of
ethisch dilemma ontstaat waarbij we een keuze moeten maken
Moreel oordeel = het antwoord op de vraag of een handeling of beslissing moreel juist is
o Redenering gaat vooraf adhv de argumentatiemethode of stappenplan
1.5 Ethisch handelen
2
,Plichtenleer
Ethisch handelen
Definitie van Jeurissen: ‘ethisch handelen is dat handelen dat in overeenstemming is met de
waarden en normen waaraan we onszelf en anderen in redelijkheid gehouden worden’
De relatie en handeling tov anderen is zeer belangrijk
o Je komt met veel anderen in contact
o Belanghebbenden, stakeholders of betrokkenen
Iedere partij met belangen die beïnvloed worden door de onderneming of die
invloed op de belangen van de onderneming kan uitoefenen
1.6 Integriteit
Integriteit
Integriteit = karaktereigenschap ve individu à de betrokkene is eerlijk, oprecht en niet omkoopbaar
o Gelijkgesteld worden aan een reputatie of als voorwaarde van beschouwd
o Gelinkt aan vertrouwen
o Sterke individueel-persoonlijke connotatie
o Moreel zelfrespect en eigenwaarde
Vertrouwen is essentieel in het samenleven en samenwerken van mensen
o Geen synoniem van integriteit
o Wordt wel vaak op die manier gepercipieerd
Realiteit: het is steeds een evenwichtsoefening om de eigen waarden en normen te aligneren met
dat van een bedrijf, de belangen en je eigen verantwoordelijkheden
1.7 Juridische en morele rechten
Juridische en morele rechten
Ethisch legalisme
o Stelt dat het is toegestaan om naar de letter vd wet te handelen
o ≠ ethische legimiteit à = rechtvaardigheid
o Bv. ten tijde vd Nazi: discriminatie tov Joden was toegelaten, maar niet ethisch
Recht en rechtvaardigheid gaan niet altijd hand in hand
Recht wordt vaak achteraf aangepast als reeds vaak is aangetoond dat die
maatschappelijk en ethisch onaanvaardbaar is geworden
Woningbouwwet / Wet Breyne (1971)
o Wettelijke bescherming vd consument
o Kwam er na een groot aantal zaken waar bouwpromotor failliet werd verklaard
o Dossier voor totstandkoming à etrimoschandaal
Vanaf dan bescherming op 5 punten:
1) Informatieplicht projectontwikkelaar en aannemer
2) Koper wordt direct eigenaar van zijn aandeel in het gebouw
3) Koper mag niet gevraagd worden meer te betalen dan de waarde van het
deel dat al werd uitgevoerd
4) De bouwpromotor of projectontwikkelaar is 10 jaar lang aansprakelijk
5) Promotor/ontwikkelaar/aannemer moet vooraf een waarborg volstorten
o Belangrijk (!)
Voor particulieren die met 1 aannemer werken en vastgoedprofessionals die zelf
een project ontwikkelen maken geen aanspraak op de rechten
Waarde van recht
o Een morele maatschappij heeft nood aan goed functionerend recht
o De juridische regels zijn het morele minimum
o Nadeel: recht is zwart-wit en er zijn altijd meer situaties dan regels
Verschil recht en ethiek
o Recht biedt weinig ruimte vr vrijheid en verantwoordelijkheid, werkt met sancties als drukmiddel
o Moraliteit eist meer dan alleen dat we ons aan de regels houden
2. Onderzoeksdomeinen van ethiek
Beschrijvende ethiek
3
, Plichtenleer
= empirische ethiek à vanuit de ervaring
Iemand start een wetenschappelijk onderzoek op om een beschrijvende manier van de moraal
binnen makelaars in kaart te brengen
Normatieve ethiek
= prescriptieve of voorschrijvende ethiek
Uitgangspunt: men stelt normen op waarvan de groep verwacht wordt deze te volgen
Royal Institute for Chartered Surveyors
o Hoogste professionele kwalificaties en standaarden in vastgoedwereld
o Ontwikkelde een set algemene gedragsregels à general rules of conduct
Toegepaste ethiek
Hoe het in de praktijk in zijn werk gaat
Soms moet je terugvallen op persoonlijke normen en waarden, als de vooropgestelde
gedragscodes niet toegepast kunnen worden op een specifieke zaak
Meta-ethiek
Meta = ‘betreffende het onderwerp zelf’
Metastudie = een wetenschappelijk onderzoek dat meerdere andere wetenschappelijke
onderzoeken als onderwerp heeft
o bij ethiek is de ethiek het onderwerp zelf à bv. wat is ethiek?
o De vraag wat fundamenten en achtergronden zijn van bepaalde overtuigingen om iets als
goed of slecht te beschouwen
3. Oorsprong van de moraal
Oorsprong
Moraal = datgene wat door een groep geaccepteerd gedrag wordt beschouwd
o Onderscheid zich van ethiek à cultuur wenselijk gedrag
Moraal = geheel van handelingen en gedragingen die als correct en wenselijk gezien worden
Taartvergelijking – Harlaar, ‘de getemde mens’:
o Taartbodem is voor alle moralen hetzelfde
o Culturele toppings verschillen, maar alle moralen hebben een gemeenschappelijke bodem
o Basisingrediënten volgens Harlaar = empathie en gevoel van wederkerigheid
3.1 Darwin als baken
Darwin als baken
Charles Darwin (1809 – 1882)
o Bekendste boek = origin of species
o The descent of man
Schreef als eerste over moraal uit biologisch perspectief ipv filosofisch/theologisch
Mens verschilt niet veel vd hogere zoogdieren qua mentale vermogen
Moraal: elk dier met scherpe sociale instincten zou een morele zin of geweten
verwerven zodra intellectueel vermogen gelijkstaat aan die bij de mens
Qua mentale vermogens zag hij geen fundamenteel verschil tussen mens en hogere zoogdieren
o Ligt in lijn met de evolutietheorie
o Frans de Waal bevestigde dit met zijn onderzoeken
o Empathie en wederkerigheid = pijlers van onze moraal
3.2 Moraal is instinct
Moraal is instinct
Jan Verplaetse
4