HOE KWAM DE TIJDGENOOT AAN
INFORMATIE?
Dat is een relevante vraag omwille van twee redenen.
1) De manier waarop een tijdgenoot aan informatie kwam, heeft een impact op de
productie en beschikbaarheid van die historische bronnen.
2) Het is ook belangrijk om de informatiewaarde te kunnen inschatten van een bron.
Als een bron bericht over bepaalde gebeurtenissen, is het belangrijk dat je weet hoe
de auteur van de bron daarover geïnformeerd kon zijn.
Je moet je drie centrale vragen stellen.
1) Hoe verliep de communicatie in het verleden?
2) Hoe werden tijdsgenoten geïnformeerd?
3) Welke evoluties zijn hierin te ontwaren?
De eerste cruciale voorwaarde voor het bepalen van de manier waarop men zich kon
informeren is de manier waarop transport plaatvond.
FASES
FASE 1: TE VOET
Voor een hele lange tijd in de geschiedenis kon informatie enkel fysiek worden
overgedragen. Dat ging door tot de komst van de telecommunicatie (= communiceren over
een afstand) in het midden van de 19e eeuw. Transportmogelijkheden waren dus heel
belangrijk. Tot die 19e eeuw was de snelheid van de verspreiding van informatie afhankelijk
van hoe snel iemand de informatie kon doorgeven, dus de transporttechnologie.
Eerst gebeurde dat vooral te voet. De sterkst ontwikkelde transporttechnologieën waren de
boodschappers die informatie mondeling of geschreven documenten overleverden.
De snelste communicatie te voet dat ooit werd
gerealiseerd, was in het Incarijk. Dat was een
combinatie van goede aangelegde stenen wegen
en sprintende koninklijke lopers (chasqui) die voor
de snelle overdracht van informatie zorgde. Het
ging in een soort estafettesysteem en gebeurde
met knoopjes. Op die manier kon er 15 tot 20km/u
afgelegd worden.
Daarnaast heb je in deze fase de mogelijkheid tot
beperkte communicatie over afstand en is telecommunicatie enkel mogelijk via visuele en
, analoge signalen: rooksignalen, brand (toren), trommels, blaasinstrumenten (schelp)… De
communicatie was dus beperkt en de boodschappen konden ook niet te complex zijn.
Er is dus een beperking aan de snelheid, maar ook aan de accuraatheid van de bron.
Mondeling is ook al selectiever dan een geschreven bron.
FASE 2: GEBRUIK VAN HET PAARD
Deze ontwikkeling ging overal ter wereld op een ander moment. Het begon in 2000 v.C. in
Eurazië, in 1000 v.C. in het Middellandse Zeegebied en in de 16e eeuw in Amerika. Het
bracht een versnelling van verspreiding van informatie met zich mee tot 25km/u.
Vanaf het moment dat er paarden aan te pas kwamen, was er ook al een ontwikkeling van
het schrift. Dus in dit geval gebeurde de communicatie via paardentransport in combinatie
met schriftelijke boodschappen. De boodschapper zat op het paard.
In grote politieke systemen/ rijken kwamen echte koerierverbindingen. Dat maakte het
mogelijk tot de verste uithoeken van het rijk relatief snel boodschappen en orders over te
dragen. In eerste instantie voor militaire doeleinden en politieke stabiliteit.
Vanaf de 13e eeuw kwamen er echte commerciële koerierverbindingen in het kader van
de jaarmarkten die vanaf dan plaatsvonden (bv. de eerste Europese postverbinding
Thurn&Taxis in 1505 speelde een centrale rol in transportdiensten) . Die waren vooral gericht op
nieuws die belangrijk was op de handel. Dus de politieke en commerciële motivatie was
een belangrijke drijfveer voor de verdere uitbouw van efficiënte communicatiemiddelen. Die
transportdiensten gingen later niet alleen goederen overleveren, maar ook personen via de
postkoets.
De snelheid lag tussen de 50 en 80km/u in de 15e eeuw en tegen de 19e eeuw maakte dat
een verdubbeling dankzij de betere uitbouw van wegen en efficiënter gebruik van paarden.
Maar de informatieoverdracht bleef heel traag. Nieuws kwam pas weken later aan.
Bij dergelijke koerierdiensten zien we verschillende correspondentiemiddelen. In de eerste
plaats geheime correspondentie (bv. tussen handelsagenten) die verzegeld was en in
geheimschrift. Ook ontwikkelde zich ook het genre van de openbare brieven die minder
persoonlijk en geheim waren. Dat zijn handgeschreven berichtenbladen die werden
toegevoegd werden aan private brieven en tegen betaling doorgegeven konden worden. We
zien die opduiken in de 16e eeuw in Venetië in de ‘Avvisi’ en in Augsburg in de ‘Zeitungen’.
Dat zijn niet toevallig heel belangrijke handelssteden, omdat in die openbare brieven vooral
informatie stond over de beurs en andere belangrijke handelsnieuwtjes. Ook diplomatiek en
militair nieuws stond erin, want die zaken hebben ook gevolgen voor de handel.
Die openbare brieven vormen de voorlopers van de echte kranten. De eerste echte kranten
(in drukvorm en periodiek) kwamen er in de 17e eeuw. Bv. ‘Nieuwe Tijdinghen’ van Abraham
Verhoeven in 1629
Vandaar het ontstaan van nieuwsmedia die nauw gerelateerd zijn aan handelsinformatie,
maar ook de bredere en politieke nieuwsfeiten verhalen.
FASE 3: MECHANISCHE & DIGITALE TECHNOLOGIE
INFORMATIE?
Dat is een relevante vraag omwille van twee redenen.
1) De manier waarop een tijdgenoot aan informatie kwam, heeft een impact op de
productie en beschikbaarheid van die historische bronnen.
2) Het is ook belangrijk om de informatiewaarde te kunnen inschatten van een bron.
Als een bron bericht over bepaalde gebeurtenissen, is het belangrijk dat je weet hoe
de auteur van de bron daarover geïnformeerd kon zijn.
Je moet je drie centrale vragen stellen.
1) Hoe verliep de communicatie in het verleden?
2) Hoe werden tijdsgenoten geïnformeerd?
3) Welke evoluties zijn hierin te ontwaren?
De eerste cruciale voorwaarde voor het bepalen van de manier waarop men zich kon
informeren is de manier waarop transport plaatvond.
FASES
FASE 1: TE VOET
Voor een hele lange tijd in de geschiedenis kon informatie enkel fysiek worden
overgedragen. Dat ging door tot de komst van de telecommunicatie (= communiceren over
een afstand) in het midden van de 19e eeuw. Transportmogelijkheden waren dus heel
belangrijk. Tot die 19e eeuw was de snelheid van de verspreiding van informatie afhankelijk
van hoe snel iemand de informatie kon doorgeven, dus de transporttechnologie.
Eerst gebeurde dat vooral te voet. De sterkst ontwikkelde transporttechnologieën waren de
boodschappers die informatie mondeling of geschreven documenten overleverden.
De snelste communicatie te voet dat ooit werd
gerealiseerd, was in het Incarijk. Dat was een
combinatie van goede aangelegde stenen wegen
en sprintende koninklijke lopers (chasqui) die voor
de snelle overdracht van informatie zorgde. Het
ging in een soort estafettesysteem en gebeurde
met knoopjes. Op die manier kon er 15 tot 20km/u
afgelegd worden.
Daarnaast heb je in deze fase de mogelijkheid tot
beperkte communicatie over afstand en is telecommunicatie enkel mogelijk via visuele en
, analoge signalen: rooksignalen, brand (toren), trommels, blaasinstrumenten (schelp)… De
communicatie was dus beperkt en de boodschappen konden ook niet te complex zijn.
Er is dus een beperking aan de snelheid, maar ook aan de accuraatheid van de bron.
Mondeling is ook al selectiever dan een geschreven bron.
FASE 2: GEBRUIK VAN HET PAARD
Deze ontwikkeling ging overal ter wereld op een ander moment. Het begon in 2000 v.C. in
Eurazië, in 1000 v.C. in het Middellandse Zeegebied en in de 16e eeuw in Amerika. Het
bracht een versnelling van verspreiding van informatie met zich mee tot 25km/u.
Vanaf het moment dat er paarden aan te pas kwamen, was er ook al een ontwikkeling van
het schrift. Dus in dit geval gebeurde de communicatie via paardentransport in combinatie
met schriftelijke boodschappen. De boodschapper zat op het paard.
In grote politieke systemen/ rijken kwamen echte koerierverbindingen. Dat maakte het
mogelijk tot de verste uithoeken van het rijk relatief snel boodschappen en orders over te
dragen. In eerste instantie voor militaire doeleinden en politieke stabiliteit.
Vanaf de 13e eeuw kwamen er echte commerciële koerierverbindingen in het kader van
de jaarmarkten die vanaf dan plaatsvonden (bv. de eerste Europese postverbinding
Thurn&Taxis in 1505 speelde een centrale rol in transportdiensten) . Die waren vooral gericht op
nieuws die belangrijk was op de handel. Dus de politieke en commerciële motivatie was
een belangrijke drijfveer voor de verdere uitbouw van efficiënte communicatiemiddelen. Die
transportdiensten gingen later niet alleen goederen overleveren, maar ook personen via de
postkoets.
De snelheid lag tussen de 50 en 80km/u in de 15e eeuw en tegen de 19e eeuw maakte dat
een verdubbeling dankzij de betere uitbouw van wegen en efficiënter gebruik van paarden.
Maar de informatieoverdracht bleef heel traag. Nieuws kwam pas weken later aan.
Bij dergelijke koerierdiensten zien we verschillende correspondentiemiddelen. In de eerste
plaats geheime correspondentie (bv. tussen handelsagenten) die verzegeld was en in
geheimschrift. Ook ontwikkelde zich ook het genre van de openbare brieven die minder
persoonlijk en geheim waren. Dat zijn handgeschreven berichtenbladen die werden
toegevoegd werden aan private brieven en tegen betaling doorgegeven konden worden. We
zien die opduiken in de 16e eeuw in Venetië in de ‘Avvisi’ en in Augsburg in de ‘Zeitungen’.
Dat zijn niet toevallig heel belangrijke handelssteden, omdat in die openbare brieven vooral
informatie stond over de beurs en andere belangrijke handelsnieuwtjes. Ook diplomatiek en
militair nieuws stond erin, want die zaken hebben ook gevolgen voor de handel.
Die openbare brieven vormen de voorlopers van de echte kranten. De eerste echte kranten
(in drukvorm en periodiek) kwamen er in de 17e eeuw. Bv. ‘Nieuwe Tijdinghen’ van Abraham
Verhoeven in 1629
Vandaar het ontstaan van nieuwsmedia die nauw gerelateerd zijn aan handelsinformatie,
maar ook de bredere en politieke nieuwsfeiten verhalen.
FASE 3: MECHANISCHE & DIGITALE TECHNOLOGIE