HOOFDSTUK 1: NETTO ACTUELE WAARDE EVALUATIE METHODE
WAT IS NETTO ACTUELE WAARDE?
WAARDE CREATIE centraal!
Netto actuele waarde: de actuele waarde van de toekomstige cashflows wordt
afgewogen tegen de investering die dient te gebeuren op dit moment
= actuele waarde van de toekomstige cash(in)flows – Investering
Houdt rekening met de tijdswaarde (opportuniteitskost) van het geld: 1000 euro
vandaag is meer waard dan 1000 euro volgend jaar
< 0: waardevernietiging dus het project niet uitvoeren
> 0: waardecreatie dus het project doen
Door belastingen te introduceren daalt de NAW
HOE “CASH” INFORMATIE UIT DE BOEKHOUDING PUREN?
Boekhouding geeft geen cash informatie maar over de winst: valt niet samen met cash
flow!
Vb. afschrijvingen van een aankoop van VA maar eigenlijk betaal je de uitgave
op moment van aankoop
Vb. verkopen worden volgens het ‘revenu recognition principle’ geboekt en niet
wanneer de klant effectief betaalt heeft, de NAW methode registreert pas als de
klant betaalt heeft
Free cash flow (FCF) = vrije cash flow = de cash die de onderneming ter beschikking
heeft wanneer alle inflows en outflows aangaande het beschouwde project gerealiseerd
zijn
Cash beweging = winst + afschrijvingen – herinvesteringen – werkkapitaal =
FCF
Werkkapitaal:
= Het geld dat nodig is om de operationele cyclus te financieren
3 bronnen van werkkapitaal:
1) Handelsdebiteuren: doet de winst stijgen dus moet je uit je winst halen
2) Voorraden: moet je uit de winst halen
3) Leverancierskrediet: er is nog niet betaalt geweest dus moet nog uit de winst
Bv. de goederen worden geleverd op t=0 bij de klant, maar de klant betaalt pas
op t=1, de winst is gestegen maar cash nog niet dus moeten we nog uit de winst
halen
Wanneer we het hebben over investeren in werkkapitaal, hebben we het niet
over de winstgevendheid van een onderneming, maar wel over de liquiditeit
Door te investeren in werkkapitaal, daalt de NAW
HOOFDSTUK 2: ANDERE METHODEN VAN INVESTERINGSEVALUATIE
1
,METHODEN VOOR INVESTERINGSEVALUATIE
1 GEMIDDELDE BOEKHOUDKUNDIGE OPBRENGSTVOET
Accounting Rate of Return (ARR)
ARR = gemiddelde nettowinst/gemiddelde investering
ARR > geëist rendement -> dan aanvaarden we het project
Gemiddelde investering = investering / 2
Voordelen ARR: Nadelen ARR:
- heel eenvoudig - houdt geen rekening met FCF maar met
boekhoudkundige winst
- tijdswaarde van geld wordt genegeerd
- assumpties over de restwaarde en
lineaire daling van de waarde van de
investering kunnen serieus afwijken van
economische realiteit
2 TERUGBETALINGSTERMIJN
Payback methode
Payback time = investering / jaarlijkse FCF
Is de termijn tot wanneer je het project hebt terugverdiend
Of het project wordt uitgevoerd of niet, hangt af van wat het management
hierover denkt
Voordelen : Nadelen:
- Eenvoudig en intuïtief - Maximum aanvaardbare periode wordt
arbitrair bepaald
- Houdt rekening met FCFs - Tijdswaarde van geld wordt opnieuw
genegeerd
- Cash flows na de payback periode
worden genegeerd
3 PROFITABILITY INDEX
PI = profitability index
= actuele waarde van de toekomstige cash flows /
investering
3 inputs: FCFs, discontovoet, investering (zelfde als NAW)
< 1 we doen het project niet
> 1 we doen het project wel
Voordelen: Nadelen:
- Gebruik van cash flows - houdt geen rekening met de grootte van
de
- houdt rekening met de tijdswaarde van investering en de FCFs
het geld
4 INTERNE RENDEMENTSVOET
2
, Internal rate of return = IRR
IRR = de actualisatievoet die de actuele waarde van de cashflows gelijkstelt aan
de actuele waarde van de investering
2 inputs: de FCFs en de investering
IRR > geëiste rendement : we aanvaarden het
project
IRR < geëiste rendement : we aanvaarden het project niet
Voordelen: Nadelen:
- Gebruik van cash flows - negeert de grootte van de investering
- Houdt rekening met de tijdswaarde van - cashflows met wisselende tekens heeft
het geld eenzelfde IRR maar is volgens NAW totaal
niet gelijk
- geeft niet altijd een unieke oplossing
- bevoordeelt soms de korte termijn
De NAW is te prefereren boven alle alternatieven, IRR en PI zijn de beste van de
alternatieven
HOOFDSTUK 3 TOEPASSINGEN VAN NAW: PRAKTISCHE OVERWEGINGEN EN
UITBREIDINGEN
Even vooraf: annuïteiten -> constante teller
perpetuïteit -> oneindige rij -> 1/r
Hoe worden de projecten gefinancierd?
Intuïtief: groot verschil investeren met eigen middelen of vreemd vermogen
Echter: in de oefeningen H1,2,3 maken we abstractie hiervan
INCREMENTELE VRIJE CASHFLOW
= de cashflow die erbij komt dankzij het project
= het verschil tussen de cashflow zonder het project en de cashflow met het project
“Sunk” costs:
= de kosten die gemaakt zijn in het verleden en kunnen niet meer worden
teruggedraaid
Worden NIET meegenomen in de investeringsbeslissing
Meestal zeer zichtbaar
Vb. kosten voor een marktstudie die inzicht geeft of een nieuw project haalbaar
is of niet, of u het project nu doet of niet, de kost is niet afwendbaar
Vb. verkopen van een auto, het maakt niet meer uit wat je er ooit voor betaald
hebt
Opportuniteitskosten:
Het gebruik van reeds aanwezige middelen in het bedrijf heeft ook een kost
indien door deze keuze een alternatief gebruik wordt verloren
Niet echt zichtbaar
3
, Vb. bij de beslissing om een gebouw te gebruiken voor een nieuwe productielijn
dat nu wordt verhuurd, dienen de huurinkomsten die wegvallen worden
meegenomen in de investeringsbeslissing
Kostendalingen:
Een daling in de kosten = een positieve cashflow = een cashinflow
De daling kunnen we zien als een jaarlijkse vermindering van de kosten en dus
als een perpetuïteit
Neveneffecten:
Hou rekening met mogelijke neveneffecten van het nieuwe investeringsproject
op andere afdelingen binnen de onderneming
Vb. intro van Iphone verdween de Ipod
AFSCHRIJVINGEN EN AFSCHRIJVINGSMETHODES
Binnen IFRS worden er verschillende methodes toegestaan: heeft een
onrechtstreekse invloed op de NAW bepaling via hun impact op belastingen
o Lineaire: investering/ het aantal jaar van afschrijven
o Versnelde: de investering wordt maximaal afgeschreven (NAW zal hoger
liggen want de eerste FCFs hoger dan latere FCFs)
Afschrijvingen vormen geen cash outflow: het is een niet kaskost
Taks shield = het belastingsvoordeel door de afschrijvingen
VOORRAADWAARDERING: FIFO – LIFO
FIFO : de eerste goederen worden het eerst verkocht, waardoor de duurste in de
voorraad blijven staan => G? winst voor belasting is hoger, daardoor dus ook de
belastinguitgave
LIFO : de laatste goederen worden het eerst verkocht en zorgen dus voor een
artificiële daling van de winst voor belastingen (en dus een daling in de
belastingen)
o Wordt vaak gebruikt om de belastingsdruk te verlagen maar werkt enkel
als de inputprijzen (grondstoffen, arbeid,…) stijgen -> inflatie
o IFRS verbiedt LIFO
o US GAAP laat LIFO wel toe
Beide psychologische bewegingen en dus niet werkelijk zo in de onderneming
VERVANGINGSINVESTERINGEN
NAW kan je niet vergelijken van meerdere investeringsprojecten als ze een
verschillende levensduur hebben
2 oplossingen:
a. De keten uitbreiden tot je dezelfde levensduur krijgt: het kleinste gemeen
veelvoud vinden voor de alternatieven = > is omslachtig
4
WAT IS NETTO ACTUELE WAARDE?
WAARDE CREATIE centraal!
Netto actuele waarde: de actuele waarde van de toekomstige cashflows wordt
afgewogen tegen de investering die dient te gebeuren op dit moment
= actuele waarde van de toekomstige cash(in)flows – Investering
Houdt rekening met de tijdswaarde (opportuniteitskost) van het geld: 1000 euro
vandaag is meer waard dan 1000 euro volgend jaar
< 0: waardevernietiging dus het project niet uitvoeren
> 0: waardecreatie dus het project doen
Door belastingen te introduceren daalt de NAW
HOE “CASH” INFORMATIE UIT DE BOEKHOUDING PUREN?
Boekhouding geeft geen cash informatie maar over de winst: valt niet samen met cash
flow!
Vb. afschrijvingen van een aankoop van VA maar eigenlijk betaal je de uitgave
op moment van aankoop
Vb. verkopen worden volgens het ‘revenu recognition principle’ geboekt en niet
wanneer de klant effectief betaalt heeft, de NAW methode registreert pas als de
klant betaalt heeft
Free cash flow (FCF) = vrije cash flow = de cash die de onderneming ter beschikking
heeft wanneer alle inflows en outflows aangaande het beschouwde project gerealiseerd
zijn
Cash beweging = winst + afschrijvingen – herinvesteringen – werkkapitaal =
FCF
Werkkapitaal:
= Het geld dat nodig is om de operationele cyclus te financieren
3 bronnen van werkkapitaal:
1) Handelsdebiteuren: doet de winst stijgen dus moet je uit je winst halen
2) Voorraden: moet je uit de winst halen
3) Leverancierskrediet: er is nog niet betaalt geweest dus moet nog uit de winst
Bv. de goederen worden geleverd op t=0 bij de klant, maar de klant betaalt pas
op t=1, de winst is gestegen maar cash nog niet dus moeten we nog uit de winst
halen
Wanneer we het hebben over investeren in werkkapitaal, hebben we het niet
over de winstgevendheid van een onderneming, maar wel over de liquiditeit
Door te investeren in werkkapitaal, daalt de NAW
HOOFDSTUK 2: ANDERE METHODEN VAN INVESTERINGSEVALUATIE
1
,METHODEN VOOR INVESTERINGSEVALUATIE
1 GEMIDDELDE BOEKHOUDKUNDIGE OPBRENGSTVOET
Accounting Rate of Return (ARR)
ARR = gemiddelde nettowinst/gemiddelde investering
ARR > geëist rendement -> dan aanvaarden we het project
Gemiddelde investering = investering / 2
Voordelen ARR: Nadelen ARR:
- heel eenvoudig - houdt geen rekening met FCF maar met
boekhoudkundige winst
- tijdswaarde van geld wordt genegeerd
- assumpties over de restwaarde en
lineaire daling van de waarde van de
investering kunnen serieus afwijken van
economische realiteit
2 TERUGBETALINGSTERMIJN
Payback methode
Payback time = investering / jaarlijkse FCF
Is de termijn tot wanneer je het project hebt terugverdiend
Of het project wordt uitgevoerd of niet, hangt af van wat het management
hierover denkt
Voordelen : Nadelen:
- Eenvoudig en intuïtief - Maximum aanvaardbare periode wordt
arbitrair bepaald
- Houdt rekening met FCFs - Tijdswaarde van geld wordt opnieuw
genegeerd
- Cash flows na de payback periode
worden genegeerd
3 PROFITABILITY INDEX
PI = profitability index
= actuele waarde van de toekomstige cash flows /
investering
3 inputs: FCFs, discontovoet, investering (zelfde als NAW)
< 1 we doen het project niet
> 1 we doen het project wel
Voordelen: Nadelen:
- Gebruik van cash flows - houdt geen rekening met de grootte van
de
- houdt rekening met de tijdswaarde van investering en de FCFs
het geld
4 INTERNE RENDEMENTSVOET
2
, Internal rate of return = IRR
IRR = de actualisatievoet die de actuele waarde van de cashflows gelijkstelt aan
de actuele waarde van de investering
2 inputs: de FCFs en de investering
IRR > geëiste rendement : we aanvaarden het
project
IRR < geëiste rendement : we aanvaarden het project niet
Voordelen: Nadelen:
- Gebruik van cash flows - negeert de grootte van de investering
- Houdt rekening met de tijdswaarde van - cashflows met wisselende tekens heeft
het geld eenzelfde IRR maar is volgens NAW totaal
niet gelijk
- geeft niet altijd een unieke oplossing
- bevoordeelt soms de korte termijn
De NAW is te prefereren boven alle alternatieven, IRR en PI zijn de beste van de
alternatieven
HOOFDSTUK 3 TOEPASSINGEN VAN NAW: PRAKTISCHE OVERWEGINGEN EN
UITBREIDINGEN
Even vooraf: annuïteiten -> constante teller
perpetuïteit -> oneindige rij -> 1/r
Hoe worden de projecten gefinancierd?
Intuïtief: groot verschil investeren met eigen middelen of vreemd vermogen
Echter: in de oefeningen H1,2,3 maken we abstractie hiervan
INCREMENTELE VRIJE CASHFLOW
= de cashflow die erbij komt dankzij het project
= het verschil tussen de cashflow zonder het project en de cashflow met het project
“Sunk” costs:
= de kosten die gemaakt zijn in het verleden en kunnen niet meer worden
teruggedraaid
Worden NIET meegenomen in de investeringsbeslissing
Meestal zeer zichtbaar
Vb. kosten voor een marktstudie die inzicht geeft of een nieuw project haalbaar
is of niet, of u het project nu doet of niet, de kost is niet afwendbaar
Vb. verkopen van een auto, het maakt niet meer uit wat je er ooit voor betaald
hebt
Opportuniteitskosten:
Het gebruik van reeds aanwezige middelen in het bedrijf heeft ook een kost
indien door deze keuze een alternatief gebruik wordt verloren
Niet echt zichtbaar
3
, Vb. bij de beslissing om een gebouw te gebruiken voor een nieuwe productielijn
dat nu wordt verhuurd, dienen de huurinkomsten die wegvallen worden
meegenomen in de investeringsbeslissing
Kostendalingen:
Een daling in de kosten = een positieve cashflow = een cashinflow
De daling kunnen we zien als een jaarlijkse vermindering van de kosten en dus
als een perpetuïteit
Neveneffecten:
Hou rekening met mogelijke neveneffecten van het nieuwe investeringsproject
op andere afdelingen binnen de onderneming
Vb. intro van Iphone verdween de Ipod
AFSCHRIJVINGEN EN AFSCHRIJVINGSMETHODES
Binnen IFRS worden er verschillende methodes toegestaan: heeft een
onrechtstreekse invloed op de NAW bepaling via hun impact op belastingen
o Lineaire: investering/ het aantal jaar van afschrijven
o Versnelde: de investering wordt maximaal afgeschreven (NAW zal hoger
liggen want de eerste FCFs hoger dan latere FCFs)
Afschrijvingen vormen geen cash outflow: het is een niet kaskost
Taks shield = het belastingsvoordeel door de afschrijvingen
VOORRAADWAARDERING: FIFO – LIFO
FIFO : de eerste goederen worden het eerst verkocht, waardoor de duurste in de
voorraad blijven staan => G? winst voor belasting is hoger, daardoor dus ook de
belastinguitgave
LIFO : de laatste goederen worden het eerst verkocht en zorgen dus voor een
artificiële daling van de winst voor belastingen (en dus een daling in de
belastingen)
o Wordt vaak gebruikt om de belastingsdruk te verlagen maar werkt enkel
als de inputprijzen (grondstoffen, arbeid,…) stijgen -> inflatie
o IFRS verbiedt LIFO
o US GAAP laat LIFO wel toe
Beide psychologische bewegingen en dus niet werkelijk zo in de onderneming
VERVANGINGSINVESTERINGEN
NAW kan je niet vergelijken van meerdere investeringsprojecten als ze een
verschillende levensduur hebben
2 oplossingen:
a. De keten uitbreiden tot je dezelfde levensduur krijgt: het kleinste gemeen
veelvoud vinden voor de alternatieven = > is omslachtig
4