ONDERZOEKSONTWERP – HARDYNS
HOOFDSTUK 1 – PROJECTONTWERP
Onderzoeks-
ontwerp
Conceptueel
ontwerp
Doelstelling
Onderzoeksmodel
Vraagstelling
Begripsbepaling
Onderzoekstechnisc
h ontwerp
Onderzoeksmateriaal
Onderzoeksstrategie
Onderzoeksplanning
Je begint eerst altijd met conceptueel ontwerpen en nadien onderzoekstechnisch ontwerpen
(in dit onderdeel ga je meer in op strategie, materiaalverzamelingen…)
INLEIDING
Je hebt inzicht nodig in de verschillende stappen die bij de voorbereiding en de uitvoering van een
onderzoeksproject moeten worden gezet. Verschillende onderdelen van een onderzoeksproject
worden uiteengezet.
PROJECTONTWERP IN VOGELVLUCHT
Het onderzoeksontwerp valt uiteen in 2 delen:
1. Het conceptuele ontwerp
a. Wat wil ik met en in het onderzoek bereiken?
i. Wat?
ii. Waarom?
iii. Hoeveel?
2. Het technische ontwerp
a. Hoe ga je dit bereiken?
i. Hoe?
ii. Waar?
iii. Wanneer?
1
,HET CONCEPTUELE ONTWERP
1. Doelstelling
a. Externe doelstelling, wat de onderzoeker tracht te bereiken met het gebruik van de
kennis, moet worden ingebed in het projectkader = je hebt een bepaalde
problematiek waarbinnen je het onderzoek wil plaatsen. De eerste stap is om dit
projectkader af te bakenen omdat dit in eerste instantie te ruim is.
2. Onderzoeksmodel
a. Vooraleer je overgaat naar de vraagstelling is het raadzaam om eerst uit te werken
hoe je de doelstelling denkt te bereiken en moet je aangeven op globale wijze
waarop het onderzoek wordt gestructureerd. Het onderzoeksmodel is een
schematische en visuele weergave van de belangrijkste stappen die je zal
ondernemen om de doelstelling te bereiken.
3. Vraagstelling
a. Welke kennis is nodig om de doelstelling te bereiken? De vraagstelling is een
verzameling van onderzoeksvragen die in de loop van het onderzoek moeten worden
beantwoord. De antwoorden op deze vragen vormen de kennis die het onderzoek
gaat opbrengen = interne doel v/h onderzoek. Een belangrijk onderdeel binnen de
vraagstelling betreft het theoretisch kader van waaruit naar het onderzoeksobject
wordt gekeken. Als je problemen ondervindt met het onderzoekstechnisch ontwerp,
wil dit zeggen dat de vraagstelling nog niet de juiste vorm of uitwerking heeft
gekregen.
4. Begripsbepaling
a. In de doel- en vraagstelling van je onderzoek komen vast en zeker enkele begrippen
naar voren die een centrale plaats innemen binnen het onderzoek. De begrippen
vereisen niet alleen een concrete definitie, maar ook wat er allemaal onder het
begrip valt. Het gaat om de definiëring en operationalisering (vertaald in zintuigelijke
waarnemingen) van kernbegrippen.
HET TECHNISCH ONTWERP
Onderzoeksstrategie
o Hoe ga je je onderzoeksobject benaderen en hoe ga je het onderzoek aanpakken?
▪ Breedte of diepgang? Kwalitatief of kwantitatief? Veldonderzoek of
bestaande literatuur?
Onderzoeksmateriaal
o Welk onderzoeksmateriaal is er nodig? Waar kan ik dit vinden? Hoe kan ik
reproduceren?
o Bepaal de onderzoekspopulatie, werk met databronnen afgestemd op de populatie,
hoe ga je de gegevens uit deze bronnen halen?
Onderzoeksplanning
o Planning van het schrijven zelf en van de uitvoering van het onderzoek
2
,ITERATIEF ONTWERPEN
Hoewel het onderzoeksontwerp een lineair proces lijkt, is dit niet noodzakelijkerwijs de manier
waarop dit onderzoek tot stand komt, het ontwerp als proces. Het lineaire karakter van je
onderzoeksontwerp moet wel terug te vinden zijn in je ontwerp als product. Iteratief betekent dat je
als onderzoeker voortdurend heen en weer gaat tussen de diverse onderdelen van het ontwerp.
Iteratief proces geeft richting aan je persoonlijke wensen en interesses
Ontwerpen is een complexe aangelegenheid
Ontwerper moet beschikken over fantasie en creativiteit
➔ Itererend ontwerpen betekent schrijven, maar je moet in het achterhoofd houden dat dit nog
aan herziening toe kan zijn
Voortdurende heen-en-weergaande beweging
o Slingerbeweging die je hanteert bij het uitvoeren van je wetenschappelijke studie, de
verschillende fases van het onderzoeksontwerp worden doorlopen en je gaat telkens
terug
Bijstelling
Herbezinnen en herschrijven
Je gaat voortdurend heen en weer gaan in de onderzoekscyclus! Alles wat je in eerste fase schrijft, ga
je zeker en vast nog herschrijven.
3
, HOOFDSTUK 2 – DOELSTELLING
Alles zal beginnen met de keuze voor een bepaald onderzoeksprobleem. De keuze zal doorgaans
ingegeven worden door verschillende motieven.
De belangrijkste functie van het conceptueel ontwerp is de sturingsfunctie = sturing bij het technisch
ontwerp maar ook bij de uitvoering van het project. Daarnaast heb je ook de motivatiefunctie = je
kiest best voor een onderwerp die nauw aansluit bij jouw interesses, en de evaluatiefunctie = het
conceptueel ontwerp behelst een productbeschrijving.
MOTIEVEN
1) POLITIEKE EN SOCIALE CONTEXT – WENSEN AAN DE OPDRACHTGEVER
Politieke gebeurtenissen (modetrends)
o Vb. vandaag de dag veel aandacht voor fake news, n.a.v. coronacrisis, energiecrisis
Grote wetenschappelijke instituten (waakhonden, long term research)
Opdrachtgevers (beleidsondersteuning, one shot projects)
2) ONDERZOEKSPOTENTIEEL – OPDRACHTGEVERS
Universiteiten / hogescholen / privé-studiebureaus
Opdrachtgevers
o Bv. (inter)nationale staten, ministeries, regio’s, gemeenten, bedrijven, …
Grote wetenschappelijke instituten/wetenschapsfinanciers
o Bv. FWO – Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen
https://www.ugent.be/nl/onderzoek
Context bepaalt waar men op dat moment geld voor wil vrijmaken.
4
HOOFDSTUK 1 – PROJECTONTWERP
Onderzoeks-
ontwerp
Conceptueel
ontwerp
Doelstelling
Onderzoeksmodel
Vraagstelling
Begripsbepaling
Onderzoekstechnisc
h ontwerp
Onderzoeksmateriaal
Onderzoeksstrategie
Onderzoeksplanning
Je begint eerst altijd met conceptueel ontwerpen en nadien onderzoekstechnisch ontwerpen
(in dit onderdeel ga je meer in op strategie, materiaalverzamelingen…)
INLEIDING
Je hebt inzicht nodig in de verschillende stappen die bij de voorbereiding en de uitvoering van een
onderzoeksproject moeten worden gezet. Verschillende onderdelen van een onderzoeksproject
worden uiteengezet.
PROJECTONTWERP IN VOGELVLUCHT
Het onderzoeksontwerp valt uiteen in 2 delen:
1. Het conceptuele ontwerp
a. Wat wil ik met en in het onderzoek bereiken?
i. Wat?
ii. Waarom?
iii. Hoeveel?
2. Het technische ontwerp
a. Hoe ga je dit bereiken?
i. Hoe?
ii. Waar?
iii. Wanneer?
1
,HET CONCEPTUELE ONTWERP
1. Doelstelling
a. Externe doelstelling, wat de onderzoeker tracht te bereiken met het gebruik van de
kennis, moet worden ingebed in het projectkader = je hebt een bepaalde
problematiek waarbinnen je het onderzoek wil plaatsen. De eerste stap is om dit
projectkader af te bakenen omdat dit in eerste instantie te ruim is.
2. Onderzoeksmodel
a. Vooraleer je overgaat naar de vraagstelling is het raadzaam om eerst uit te werken
hoe je de doelstelling denkt te bereiken en moet je aangeven op globale wijze
waarop het onderzoek wordt gestructureerd. Het onderzoeksmodel is een
schematische en visuele weergave van de belangrijkste stappen die je zal
ondernemen om de doelstelling te bereiken.
3. Vraagstelling
a. Welke kennis is nodig om de doelstelling te bereiken? De vraagstelling is een
verzameling van onderzoeksvragen die in de loop van het onderzoek moeten worden
beantwoord. De antwoorden op deze vragen vormen de kennis die het onderzoek
gaat opbrengen = interne doel v/h onderzoek. Een belangrijk onderdeel binnen de
vraagstelling betreft het theoretisch kader van waaruit naar het onderzoeksobject
wordt gekeken. Als je problemen ondervindt met het onderzoekstechnisch ontwerp,
wil dit zeggen dat de vraagstelling nog niet de juiste vorm of uitwerking heeft
gekregen.
4. Begripsbepaling
a. In de doel- en vraagstelling van je onderzoek komen vast en zeker enkele begrippen
naar voren die een centrale plaats innemen binnen het onderzoek. De begrippen
vereisen niet alleen een concrete definitie, maar ook wat er allemaal onder het
begrip valt. Het gaat om de definiëring en operationalisering (vertaald in zintuigelijke
waarnemingen) van kernbegrippen.
HET TECHNISCH ONTWERP
Onderzoeksstrategie
o Hoe ga je je onderzoeksobject benaderen en hoe ga je het onderzoek aanpakken?
▪ Breedte of diepgang? Kwalitatief of kwantitatief? Veldonderzoek of
bestaande literatuur?
Onderzoeksmateriaal
o Welk onderzoeksmateriaal is er nodig? Waar kan ik dit vinden? Hoe kan ik
reproduceren?
o Bepaal de onderzoekspopulatie, werk met databronnen afgestemd op de populatie,
hoe ga je de gegevens uit deze bronnen halen?
Onderzoeksplanning
o Planning van het schrijven zelf en van de uitvoering van het onderzoek
2
,ITERATIEF ONTWERPEN
Hoewel het onderzoeksontwerp een lineair proces lijkt, is dit niet noodzakelijkerwijs de manier
waarop dit onderzoek tot stand komt, het ontwerp als proces. Het lineaire karakter van je
onderzoeksontwerp moet wel terug te vinden zijn in je ontwerp als product. Iteratief betekent dat je
als onderzoeker voortdurend heen en weer gaat tussen de diverse onderdelen van het ontwerp.
Iteratief proces geeft richting aan je persoonlijke wensen en interesses
Ontwerpen is een complexe aangelegenheid
Ontwerper moet beschikken over fantasie en creativiteit
➔ Itererend ontwerpen betekent schrijven, maar je moet in het achterhoofd houden dat dit nog
aan herziening toe kan zijn
Voortdurende heen-en-weergaande beweging
o Slingerbeweging die je hanteert bij het uitvoeren van je wetenschappelijke studie, de
verschillende fases van het onderzoeksontwerp worden doorlopen en je gaat telkens
terug
Bijstelling
Herbezinnen en herschrijven
Je gaat voortdurend heen en weer gaan in de onderzoekscyclus! Alles wat je in eerste fase schrijft, ga
je zeker en vast nog herschrijven.
3
, HOOFDSTUK 2 – DOELSTELLING
Alles zal beginnen met de keuze voor een bepaald onderzoeksprobleem. De keuze zal doorgaans
ingegeven worden door verschillende motieven.
De belangrijkste functie van het conceptueel ontwerp is de sturingsfunctie = sturing bij het technisch
ontwerp maar ook bij de uitvoering van het project. Daarnaast heb je ook de motivatiefunctie = je
kiest best voor een onderwerp die nauw aansluit bij jouw interesses, en de evaluatiefunctie = het
conceptueel ontwerp behelst een productbeschrijving.
MOTIEVEN
1) POLITIEKE EN SOCIALE CONTEXT – WENSEN AAN DE OPDRACHTGEVER
Politieke gebeurtenissen (modetrends)
o Vb. vandaag de dag veel aandacht voor fake news, n.a.v. coronacrisis, energiecrisis
Grote wetenschappelijke instituten (waakhonden, long term research)
Opdrachtgevers (beleidsondersteuning, one shot projects)
2) ONDERZOEKSPOTENTIEEL – OPDRACHTGEVERS
Universiteiten / hogescholen / privé-studiebureaus
Opdrachtgevers
o Bv. (inter)nationale staten, ministeries, regio’s, gemeenten, bedrijven, …
Grote wetenschappelijke instituten/wetenschapsfinanciers
o Bv. FWO – Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen
https://www.ugent.be/nl/onderzoek
Context bepaalt waar men op dat moment geld voor wil vrijmaken.
4