Meerkeuze vragen examen geschiedenis januari 2020
2 vraag over franse woordjes waarbij je een franse wettekst krijgt en je moet de
Nederlandse vinden in de codex en zeggen hoeveel woorden fout zijn vertaald
3 welke stelling is volledig juist? Gebruik uw wetboek(en) voor deze vraag
a. Het artikel 107 van de grondwet van 1831 stelde een hiërarchie van normen in,
waaruit duidelijk bleek dat de lokale besturen ondergeschikte besturen zijn
b. De zogenaamde vierde macht kan de 3 staatsmachten controleren dankzij regels als
die voorzien in artikelen 47, 148 en 152 Gec.Gw. ✓
c. Artikel 7 EVRM en art. 14 Gec.Gw. hebben betrekking op hetzelfde beginsel en
dankzij artikel 15 EVRM kan in België het verbod van artikel 14bis Gec.Gw. omzeild
worden (fout)
d. De katholieken waren in 1830 - 1831 niet te vinden voor de vrijheid die de liberalen in
het toenmalige artikel 20 van de grondwet lieten opnemen. De katholieken wilden de
kloosters immers strikt reglementeren (was een eis vd katholieken zelf)
4 duid aan welke stelling fout is. Gebruik uw wetboeken voor deze vraag
a. De onverantwoordelijkheid van art. 54 Gec.Gw en de onschendbaarheid van art. 59
Gec.Gw. zijn garanties voor verregaande vrijheid van ministers (art. 58 Gec.Gw.)
b. De instelling geregeld in afdeling II van hoofdstuk V van titel III van de gecoördineerde
grondwet is een creatie van de na de eerste staatshervorming en is bevoegd om de
con icten vermeld in art. 141 Gec.Gw. te beslechten (juist, HvC)
c. De toegewezen bevoegdheden van art. 105 Gec.Gw. kunnen uitgeoefend worden dor
middel van Koninklijke besluiten, die conform art. 106 Gec.Gw. door een minister
moet worden tegengetekend (juist)
d. Artikel 15 van de oorspronkelijke grondwet is het resultaat van een liberale eis binnen
het monsterverbond, terwijl het eerste lid van art. 21 Gec.Gw. een eis was van de
katholieke kerk (juist)
5 tekst (ongezien) en herkennen waarover het gaat (juiste antwoord ging was die
van de losofen) (Rousseau - Bentham - Beccaria)
6 vraag over franse woordjes
7 welke stelling is volledig juist? (H1)
a. Volgens het principe tempus regit actum (‘de tijd regelt de akte’) bleef een testament
dat formeel geldig was opgesteld door een pastoor voor de franse revolutie, ook nog
geldig na invoering van de franse Code Civil van 1804, althans wat de
vormvoorwaarden betreft. Wat de materiële regeling van de erfopvolging betreft moet
men immers het recht van het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap
toepassen ✓ (eens formeel geldig, altijd formeel geldig)
b. Ten gevolge van het beginsel van de niet-retroactiviteit van de wet, zoals onder meer
vastgelegd in art. 2 BW, kan een wet nooit toegepast worden op feiten die zich
hebben voorgedaan voor de inwerkingtreding van de wet. Een wet die een boete op
verkeersovertredingen halveert, kan doorgaans nooit retro-actief worden toegepast
(fout kan wel, is milder)
fl fi
, c. Behalve formele rechtsbronnen als de rechtspraak en de rechtsleer kunnen ook
andere juridische akten zoals een getuigenis of een overeenkomst, historische
bronnen zijn(✓). De parochieregisters registreren bijvoorbeeld respectievelijk de
geboorte, het burgerlijk huwelijk en het overlijden van natuurlijke personen. (fout, niet
geboorte maar doopsel (, huwelijk en begrafenis)
d. De Gentse universiteit dateert uit de Hollandse periode van België. Hippolyte
Metdepenningen, eerste rector van de universiteit, bleef ook na de onafhankelijkheid
van België een orangist(✓) en streefde naar de vernederlandsing van de universiteit,
waar in de eerste jaren nog in het latijn werd gedoceerd (fout, eerste afgestudeerde)
8 in welke stelling zit een fout
a. Een grote historische rem op het ontstaan van een apart publiekrecht was de
zogenaamde patrimoniumgedachte.(✓) Hierdoor vererfde onder meer de publieke
macht volgens de regels van het privaatrecht. Huwelijken zorgden ervoor dat
bijvoorbeeld Vlaanderen overging van de Vlaamse graven op de bourgondische
hertogen en later de Spaanse koningen (volledig juist)
b. Volgens het Belgische hof van Cassatie moet bij de toewijzing van de bevoegdheid
van de gewone dan wel de publiekrechtelijke rechtbanken niet gekeken worden naar
het organiek criterium, maar wel naar het functionele criterium. Zo is de beslissing van
een privaatrechtelijke school om een diploma uit te reiken een derdenbindende
beslissing, die ervoor zorgt dat deze rechtshandeling als een bestuurshandeling moet
worden beschouwd (volledig juist)
c. In de Vlaamse middeleeuwen wordt nog geen onderscheid gemaakt tussen privaat-
en publiek recht, maar de 16de eeuw Filips Wielant gebruikt het woord wel. Pas in de
18de eeuw wordt aan de Gentse universiteit een eerste leerstoel publiekrecht
georganiseerd (fout, Leuvense universiteit) (Gentste universiteit bestond nog niet)
d. Wanneer in de blijde intrede van 1356 de Brabantse hertogen aan de
vertegenwoordiging van Brabant beloven het Brabantse grondgebied niet op te delen
of over te laten gaan in handen van niet-brabanbers, dan is dit een beperking van de
patrimoniumgedachte (volledig juist)
9 sommige ‘grote mannen/ vrouwen’ drukken hun stempel op de geschiedkundige
ontwikkeling en geschiedschrijving. Dat geldt ook voor rechtsgeschiedenis. Welke
uitsprak over een belangrijke guur is FOUT?
a. Isidorus van Sevilla is een van de zogenaamde kerkvaders, een prelaat van de
christelijke kerk, die onder meer aan de hand van zijn werk ‘Ethymologae’ de kennis
van de oudheid bewaard heeft en verder becommentarieerd. Zo werd de brug
geslagen tussen oudheid en middeleeuwen. (volledig juist)
b. Joris Helleputte ( 1925) heeft een belangrijke rol gespeeld voor de christendemocratie. Hij
stelde mee het kerstprogramma (1945) op en lag daarmee aan de basis van de eerste
staatshervormingen (1970) (fout Joris en kerstprogramma niet van dezelfde tijd)
c. Goswin de Fierlant was een Zuid-Nederlandse topambtenaar, die sterk onder de
invloed was van verlichtings losofen als Cesare Beccaria (volledig juist)
d. Jean Domat is een franse verlichte auteur, die een belangrijke bijdrage heeft geleverd
aan de ontwikkeling van het privaatrecht zoals we het kennen sinds de
napoleontische code (volledig juist)
✝︎ fi fi
2 vraag over franse woordjes waarbij je een franse wettekst krijgt en je moet de
Nederlandse vinden in de codex en zeggen hoeveel woorden fout zijn vertaald
3 welke stelling is volledig juist? Gebruik uw wetboek(en) voor deze vraag
a. Het artikel 107 van de grondwet van 1831 stelde een hiërarchie van normen in,
waaruit duidelijk bleek dat de lokale besturen ondergeschikte besturen zijn
b. De zogenaamde vierde macht kan de 3 staatsmachten controleren dankzij regels als
die voorzien in artikelen 47, 148 en 152 Gec.Gw. ✓
c. Artikel 7 EVRM en art. 14 Gec.Gw. hebben betrekking op hetzelfde beginsel en
dankzij artikel 15 EVRM kan in België het verbod van artikel 14bis Gec.Gw. omzeild
worden (fout)
d. De katholieken waren in 1830 - 1831 niet te vinden voor de vrijheid die de liberalen in
het toenmalige artikel 20 van de grondwet lieten opnemen. De katholieken wilden de
kloosters immers strikt reglementeren (was een eis vd katholieken zelf)
4 duid aan welke stelling fout is. Gebruik uw wetboeken voor deze vraag
a. De onverantwoordelijkheid van art. 54 Gec.Gw en de onschendbaarheid van art. 59
Gec.Gw. zijn garanties voor verregaande vrijheid van ministers (art. 58 Gec.Gw.)
b. De instelling geregeld in afdeling II van hoofdstuk V van titel III van de gecoördineerde
grondwet is een creatie van de na de eerste staatshervorming en is bevoegd om de
con icten vermeld in art. 141 Gec.Gw. te beslechten (juist, HvC)
c. De toegewezen bevoegdheden van art. 105 Gec.Gw. kunnen uitgeoefend worden dor
middel van Koninklijke besluiten, die conform art. 106 Gec.Gw. door een minister
moet worden tegengetekend (juist)
d. Artikel 15 van de oorspronkelijke grondwet is het resultaat van een liberale eis binnen
het monsterverbond, terwijl het eerste lid van art. 21 Gec.Gw. een eis was van de
katholieke kerk (juist)
5 tekst (ongezien) en herkennen waarover het gaat (juiste antwoord ging was die
van de losofen) (Rousseau - Bentham - Beccaria)
6 vraag over franse woordjes
7 welke stelling is volledig juist? (H1)
a. Volgens het principe tempus regit actum (‘de tijd regelt de akte’) bleef een testament
dat formeel geldig was opgesteld door een pastoor voor de franse revolutie, ook nog
geldig na invoering van de franse Code Civil van 1804, althans wat de
vormvoorwaarden betreft. Wat de materiële regeling van de erfopvolging betreft moet
men immers het recht van het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap
toepassen ✓ (eens formeel geldig, altijd formeel geldig)
b. Ten gevolge van het beginsel van de niet-retroactiviteit van de wet, zoals onder meer
vastgelegd in art. 2 BW, kan een wet nooit toegepast worden op feiten die zich
hebben voorgedaan voor de inwerkingtreding van de wet. Een wet die een boete op
verkeersovertredingen halveert, kan doorgaans nooit retro-actief worden toegepast
(fout kan wel, is milder)
fl fi
, c. Behalve formele rechtsbronnen als de rechtspraak en de rechtsleer kunnen ook
andere juridische akten zoals een getuigenis of een overeenkomst, historische
bronnen zijn(✓). De parochieregisters registreren bijvoorbeeld respectievelijk de
geboorte, het burgerlijk huwelijk en het overlijden van natuurlijke personen. (fout, niet
geboorte maar doopsel (, huwelijk en begrafenis)
d. De Gentse universiteit dateert uit de Hollandse periode van België. Hippolyte
Metdepenningen, eerste rector van de universiteit, bleef ook na de onafhankelijkheid
van België een orangist(✓) en streefde naar de vernederlandsing van de universiteit,
waar in de eerste jaren nog in het latijn werd gedoceerd (fout, eerste afgestudeerde)
8 in welke stelling zit een fout
a. Een grote historische rem op het ontstaan van een apart publiekrecht was de
zogenaamde patrimoniumgedachte.(✓) Hierdoor vererfde onder meer de publieke
macht volgens de regels van het privaatrecht. Huwelijken zorgden ervoor dat
bijvoorbeeld Vlaanderen overging van de Vlaamse graven op de bourgondische
hertogen en later de Spaanse koningen (volledig juist)
b. Volgens het Belgische hof van Cassatie moet bij de toewijzing van de bevoegdheid
van de gewone dan wel de publiekrechtelijke rechtbanken niet gekeken worden naar
het organiek criterium, maar wel naar het functionele criterium. Zo is de beslissing van
een privaatrechtelijke school om een diploma uit te reiken een derdenbindende
beslissing, die ervoor zorgt dat deze rechtshandeling als een bestuurshandeling moet
worden beschouwd (volledig juist)
c. In de Vlaamse middeleeuwen wordt nog geen onderscheid gemaakt tussen privaat-
en publiek recht, maar de 16de eeuw Filips Wielant gebruikt het woord wel. Pas in de
18de eeuw wordt aan de Gentse universiteit een eerste leerstoel publiekrecht
georganiseerd (fout, Leuvense universiteit) (Gentste universiteit bestond nog niet)
d. Wanneer in de blijde intrede van 1356 de Brabantse hertogen aan de
vertegenwoordiging van Brabant beloven het Brabantse grondgebied niet op te delen
of over te laten gaan in handen van niet-brabanbers, dan is dit een beperking van de
patrimoniumgedachte (volledig juist)
9 sommige ‘grote mannen/ vrouwen’ drukken hun stempel op de geschiedkundige
ontwikkeling en geschiedschrijving. Dat geldt ook voor rechtsgeschiedenis. Welke
uitsprak over een belangrijke guur is FOUT?
a. Isidorus van Sevilla is een van de zogenaamde kerkvaders, een prelaat van de
christelijke kerk, die onder meer aan de hand van zijn werk ‘Ethymologae’ de kennis
van de oudheid bewaard heeft en verder becommentarieerd. Zo werd de brug
geslagen tussen oudheid en middeleeuwen. (volledig juist)
b. Joris Helleputte ( 1925) heeft een belangrijke rol gespeeld voor de christendemocratie. Hij
stelde mee het kerstprogramma (1945) op en lag daarmee aan de basis van de eerste
staatshervormingen (1970) (fout Joris en kerstprogramma niet van dezelfde tijd)
c. Goswin de Fierlant was een Zuid-Nederlandse topambtenaar, die sterk onder de
invloed was van verlichtings losofen als Cesare Beccaria (volledig juist)
d. Jean Domat is een franse verlichte auteur, die een belangrijke bijdrage heeft geleverd
aan de ontwikkeling van het privaatrecht zoals we het kennen sinds de
napoleontische code (volledig juist)
✝︎ fi fi