Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 105 pages
Resume

Volledige samenvatting recht bedrijfsmanagement arteveldehogeschool

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 105 pages

volledige samenvatting recht eerste jaar bedrijfsmanagement eerste jaar bedrijfsmanagement schooljaar

Aperçu du contenu

Recht: Deel 1: H1 – H2
WAT IS RECHT?
• Recht is zaak van alle burgers
• Recht is voor iedereen belangrijk, niet alleen voor juristen.
• Iedereen wordt met recht geconfronteerd
• Iedereen komt in contact met wetten in het dagelijks leven (bv.
verkeer, werk, aankopen, belastingen…).
• Iedereen wordt geacht de wet te kennen
• Recht ≠ moraal
• Moraal is iets dat heel individueel en subjectief
is (=jouw persoonlijke gevoel van goed of fout)
• Overspel was vroeger strafbaar maar enkel voor vrouwen en niet
voor mannen (dus heel moraal en geen gelijke rechtsregel)
• Recht is objectief (voor iedereen dezelfde), algemeen,
weerspiegeling
• Recht ≠ godsdienstige regels

In België en andere westerse landen is er scheiding tussen
kerk en staat.
• Vb. in sommige religies is het huwelijk een religieuze plicht, maar in
België is het huwelijk vooral een wettelijke regeling. (bij andere
samenlevingen wel het geval maar bij ons niet)
Vb. examenvraag: In welke situatie wordt het begrip juist gebruikt?

• Een geheel van algemeen geldende normatieve regels
1. Het zijn algemeen geldende regels (voor iedereen):
• Verbodsbepalingen
• Gebodsbepalingen (=je moet iets doen bv.
belastingen betalen)
• Normen die toelating bevatten (bv. Je mag
een café openen als je een vergunning hebt)
• Organieke regels (=regels die bepalen hoe
instellingen werken)
2. Soorten recht:
• Dwingend recht (=je mag niet afwijken bv. je mag
een minderjarige niet laten werken in de fabriek, zelfs niet als
hij dat zelf wil)
• Aanvullend recht (= je mag afwijken, als je dat
goed afspreekt bv. regels over huur als je niets anders
afgesproken hebt)
• In het contractenrecht staat bv.: "De huurder betaalt
elke maand op de eerste dag van de maand." Maar als jij
en de verhuurder iets anders afspreken, geldt wat
jullie afspreken in plaats van wat er in de wet staat


• Normen kunnen verschillende karakter
hebben naargelang ze geformuleerd zijn
(ze kunnen verschillende toon hebben)




3. Algemene vs. Individuele normen:
• Algemene normen (= geldt voor iedereen)
r

, • Individuele normen (=geldt voor een specifieke
persoon of groep)

• Normen die de ordening van het
maatschappelijke leven beogen
• Rechtsnormen zijn eigenlijk de regels die ervoor zorgen
dat de samenleving goed werkt.
• Door de staat opgelegde of ontvangen en bekrachtigde
normen
• Ze worden gemaakt en uitgevoerd door de staat (in
systeem van staat)
• Afdwingbare normen = Als rechtsregels niet worden
nageleefd, worden er sancties opgelegd (door de rechtbank)
• Afdwingbaar = de staat kan je verplichten om een regel na
te leven
• Als iemand de regels overtreedt, kan de rechter of politie ingrijpen.
• Vb.: Als je je huur niet betaalt, kan de verhuurder via de rechter
afdwingen dat je betaalt of vertrekt.

1. ALGEMENE INLEIDING
➢ Gebodsbepaling – Verbodsbepaling
- Gebodsbepaling = de wet verplicht je iets
te doen Vb.: Je moet je belastingaangifte
indienen.
- Verbodsbepaling = de wet verbiedt iets
➢ Normen die toelating bevatten – organieke regels
- Toelatingsnormen = dingen die mogen, mits aan voorwaarden
voldaan is - Vb.: Je mag een bedrijf starten als je een btw-
nummer hebt.
- Organieke regels = regels over de organisatie van het rechtssysteem
zelf
Vb.: Wie doet wat? Hoeveel rechters zijn er? Welke bevoegdheden hebben ze?
o Organieke regels: organisatie van onze
rechtssysteem, welke figuren zijn er, hoeveel zijn er,
bevoegdheden, hoeveel advocaten, zijn ze verplicht,…
o Handtekening rechter vergeten = fout

Als een rechter geen handtekening zet op een vonnis, is dat een
procedurefout. Dat valt onder organieke regels, want het gaat over hoe
het recht werkt. Zulke fouten kunnen maken dat een uitspraak ongeldig wordt (heel
belangrijk voor de rechtsstaat)!

➢ Dwingend recht van openbare orde: beschermt de
goede zeden en is ter bescherming van de zwakken
Recht is toepassing voor iedereen zonder afwijking  dwingend recht
Iedereen moet naleven bijna zonder uitzondering

- Dwingend recht = je moet je eraan houden, je mag er niet van
afwijken, ook niet met een overeenkomst.
- Van openbare orde = regels die de goede zeden (morele normen) en
zwakken is positief, die moeten worden beschermd tegen bepaalde zaken.
o Bv.: huurders, consumenten bij bv online aankopen…




r

, ➢ Aanvullend recht
- Aanvullend recht = regels die gelden als jij niets anders afspreekt.
 Je mag afwijken, zolang je het zelf goed regelt in een overeenkomst.
o Bv.: je koopt tv, maar je betaalt een voorschot en betaalt de tv niet
volledig omdat ze de tv nog niet hebben geleverd, kot onderverhuren,..
Soort van kader van “wij zien dit..” maar we mogen optimaliseren
Heel veel regels binnen economisch recht zijn aanvullend recht, omdat bedrijven vaak
zelf afspraken maken.
Bv. betalingstermijn is 30 dagen. Maar: Jij en je klant mogen zelf afspreken dat
het binnen 10 dagen moet gebeuren.
➢ Algemene normen – individuele normen
De meeste normen zijn algemeen maar er zijn ook individuele normen:
- Algemene normen = gelden voor iedereen (bv. verkeersregels)
- Individuele normen = gelden voor 1 specifieke persoon of groep
Vb.: De koning van België (Philippe). Hij heeft immuniteit  hij kan niet
gestraft worden, zelfs bij een misdrijf. Dat is een individuele regel,
speciaal voor zijn positie.
(Soms kan de koning wel via een bepaalde procedure verantwoordelijk worden
gesteld (Procedure laten afdwingen), maar dat is heel beperkt en zeldzaam)
➢ Regels opgesteld door de overheid
Alleen de staat (en erkende instanties) mag rechtsregels maken. Niet zomaar een
persoon of bedrijf.
Federaal: regels voor het hele land
Gemeenschappen: regels binnen een gemeenschap
Bv.: onderwijs… (Vlaamse, Franse en Duitstalige gemeenschap)
Gewesten: regels binnen een gewest
Bv.: ruimtelijke ordening… (Vlaams Gewest, Waals Gewest, Brussels Hoofdstedelijk
Gewest)
Provincies: regels voor een provincie
Bv.: rampenplan (West-Vlaanderen  de zee)
Gemeente: regels per gemeente
Bv.: wanneer je je huisvuil buiten mag zetten,..

2. INDELINGEN VAN HET RECHT
• Het recht kunnen indelen in verschillende categorieën/ rechtstakken
• Iedere rechtstak heeft zijn eigen wetboek, principes,…
• “Door de bomen het bos terug zien”

OBJECTIEFRECHT (= DE WET ZELF)
- Objectiefrecht = Geheel van normen die de menselijke
activiteiten, de onderlinge verhouding tussen mensen en
hun verhouding tot de gemeenschap regelen.
o Alle algemene rechtsregels die door de overheid zijn vastgelegd en
die voor iedereen gelden.




r

, PRIVAAT RECHT EN PUBLIEK RECHT
• Publiek recht: Regelt de algemene belangen en heeft
betrekking op de inrichting, de werking en de onderlinge
verhoudingen van de overheidsorganen en op de
verhouding van de overheid tot de burgers
• Publiek recht is alles wat de overheid tegenover de
burgers doet en hoe de overheid zelf georganiseerd is.
• Privaat recht: Regelt de verhouding tussen de burgers
onderling
• Het gaat dus over burgerlijke zaken die geen invloed hebben
op de maatschappij als geheel, maar wel op de onderlinge relaties
tussen mensen.
• Gemengde rechtstakken



OEFENING:
De federale wetgevende PUBLIEK (omdat het te maken heeft
macht bestaat uit de Koning, met de werking van de overheid)
de Kamer van
Volksvertegenwoordigers en
de
Senaat
Een verhuurder wil zijn PRIVAAT (relatie tussen 2 burgers (de
huurder uitzetten wegens het verhuurder en de huurder), die een
houden van contractuele relatie hebben)
gevaarlijke dieren
Colruyt, handelaar, GEMENGD (handels en
vergelijkt zijn prijzen met economisch recht, privaat: 2
Aldi, Delhaize, Albert Heijn, ondernemingen binnen elkaar die
enz.
discussie hebben MAAR OOK
publiek: heeft te maken met
consumenten en wetgeving rond
niet misleiding van consumenten,
prijszetting)
Een gearresteerde verdachte PUBLIEK (vermoorden dus
(verdacht van moord) wordt misdrijven behoort tot strafrecht
vrijgelaten wegens een en strafrecht is een voorbeeld
procedurefout
van publiekrecht, omdat het te
maken heeft met de
bescherming van de
samenleving)
(vertegenwoordigt de
belangen van staat het 
Openbare Ministerie: ze
verdedigen niemand, ze
vertegenwoordigen
belangen van ons allemaal)

Geldboete wordt betaald aan de
overheid voor de sanctie en niet aan
de slachtoffer, maar wel
schadevergoeding betalen aan de
slachtoffer


r

Table des matières

  1. 01 Wat is recht? 1
    1. Verbodsbepalingen 1
    2. Gebodsbepaling – Verbodsbepaling 2
    3. Normen die toelating bevatten – organieke regels 2
    4. Aanvullend recht 3
    5. Algemene normen – individuele normen 3
    6. Regels opgesteld door de overheid 3
  2. 02 Privaat recht EN publiek recht 4
    1. onderling 4
    2. Gemengde rechtstakken 4
    3. Strafrecht 5
    4. Grondwettelijk recht (of constitutioneel recht) 5
    5. Administratief recht (of bestuursrecht) 5
    6. Personenrecht 5
    7. Familierecht 5
    8. Verbintenissenrecht 6
    9. Internationaal privaatrecht (IRP) 6
    10. GEMENGDE rechtstakken 6
    11. Sociaal recht 6
    12. Vennootschapsrecht = ondernemingsrecht 6
  3. 03 Voorbeelden actualiteit 7
    1. verbintenissenrecht 7
    2. Burgerlijk wetboek (3 boeken) 8
  4. 04 INTERNATIONAAL RECHT – NATIONAAL RECHT 9
    1. Stellingen: Waar of niet? Of ergens tussenin? 9
    2. Nationaal niveau 12
    3. Federaal niveau is niet belangrijker dan decreet, ze staan op hetzelfde niveau!! 14
    4. Decreten en ordonnanties 14
    5. Koninklijke Besluiten (KB) 15
    6. Ministeriële Besluiten (MB) 15
    7. Provinciaal reglement 15
    8. Gemeentelijk reglement 15
  5. 05 Rechtspraak 15
    1. Algemene beginselen 17
    2. Scheiding der machten 17
    3. Rechtsstaat 17
    4. Erfelijke constitutionele monarchie 17
    5. Federale staat 17
  6. 06 Representatieve parlementaire democratie 18
    1. volksvertegenwoordigers 18
  7. 07 Scheiding der machten 18
    1. + Ze moeten elkaar controleren zodat geen macht de bovenhand krijgt. 18
  8. 08 Federale staat 18
    1. Federale overheid 18
    2. Provincies 18
  9. 09 Federale Wetgevende Macht (WM) 21
    1. Federale Wetgevende Macht (WM): 21
    2. Kamer van Volksvertegenwoordigers en Senaat 21
    3. Onverenigbaarheden 21
    4. Bevoegdheden federaal parlement: 22
    5. De Koning 22
    6. De federale regering 23
    7. Bevoegdheden van de regering: 23
    8. Strafrechtelijke onschendbaarheid 23
  10. 10 2. De gemeenschappen 24
    1. Gemeenschappen zijn delen van België die gebaseerd zijn op taal: Frans, Nederlands en Duits 24
  11. 11 Wetgevende Macht (WM) van de gemeenschappen 24
    1. Vlaams Parlement: 24
  12. 12 Uitvoerende Macht (UM) van de gemeenschappen 24
    1. Bevoegdheden van de gemeenschappen: 24
  13. 13 3. De gewesten 25
  14. 14 Wetgevende Macht (WM) van de gewesten 25
  15. 15 Uitvoerende Macht (UM) van de gewesten 25
    1. Bevoegdheden van de gewesten 26
    2. Beginselen van bevoegdheidsverdeling 26
    3. Residuaire bevoegdheden voor de federale staat 26
  16. 16 Test jezelf 27
    1. uitvoerende? 27
  17. 17 Rechtbanken en hoven – Enkele begrippen 29
    1. openbare ministerie = advocaat van de samenleving 29
  18. 18 Burgerlijke procedure 29
    1. initiatief) 29
  19. 19 Strafprocedure 30
  20. 20 Bevoegdheid van de rechtbanken 31
    1. doen 32
    2. <2.000 EUR 32
  21. 21 3. Rechtbank van eerste aanleg 33
  22. 22 A. Familie- en Jeugdrechtbank 34
    1. Zeer ruime bevoegdheden familiekamer 34
  23. 23 B. Burgerlijke rechtbank 34
  24. 24 D.Strafuitvoeringsrechtbank 35
  25. 25 6. Arrondissementsrechtbank 36
  26. 26 7. Hof van beroep 36
  27. 27 8. Arbeidshof 37
  28. 28 9. Hof van Assisen 37
    1. Beroepsmagistraten + volksjury 37
  29. 29 10. Hof van Cassatie 37
    1. Geen derde aanleg 37
  30. 30 Grondwettelijk Hof 38
  31. 31 Raad van State 38
    1. administratieve rechtbanken. 38
  32. 32 Rechtsmiddelen 39
    1. Gewone en buitengewone rechtsmiddelen 39
    2. €2.000. 39
    3. Buitengewone rechtsmiddelen - cassatieberoep 40
    4. Geen derde aanleg 40
  33. 33 Soorten personen 43
    1. Natuurlijke persoon vs. rechtspersoon 43
    2. Rechtspersoon 43
  34. 34 1. Staat van de persoon 43
    1. De verkrijging staat uit of krachtens een wet: 44
  35. 35 1) NAAM 44
    1. 1. Voornaam 44
    2. 2. Familienaam 45
  36. 36 2) GESLACHT 45
    1. Fysieke criteria: 46
    2. Psychologische criteria: 46
    3. Sociologische criteria 46
  37. 37 3) WOONPLAATS 46
  38. 38 4) NATIONALITEIT 46
  39. 39 5) BEKWAAMHEID 47
    1. 1. Niet-ontvoogde minderjarigen 48
    2. Voogdij 48
  40. 40 2. Staat van de persoon - Kenmerken 48
    1. formaliteiten en voorwaarden 48
  41. 41 3. Persoonlijke publiciteit 48
    1. Burgerlijke stand 48
  42. 42 1. Wie is familie? 49
  43. 43 Samenlevingsvormen? 49
  44. 44 2. Huwelijk 50
    1. gevolg: je bent dan onder wettelijk huwelijksvermogensstelsel 50
    2. (‘huwelijksbeletsel’) 51
    3. Aangifte van het huwelijk 51
    4. Min. 14 dagen en max. 6 maanden 51
    5. Voltrekking huwelijk 53
    6. Ontbinding 53
  45. 45 = primair stelsel 53
    1. Bescherming gezinswoning en huisraad 53
    2. Vrijheid van beroep en autonomie in bankzaken 54
  46. 46 3. Echtscheiding 54
    1. geen schuldvraag meer! 54
  47. 47 4.1 Wettelijk samenwonen 54
    1. die samenleven zonder gehuwd te zijn 54
  48. 48 4.2 Feitelijk samenwonen 55
    1.  Het is aangeraden om alles op papier te zetten! 55
  49. 49 5. Relatie tussen ouders en kinderen 55
    1. Ouderlijk gezag 55
    2. Onderhoudsplicht 56
    3. Onderhoudsplicht tav niet-zelfstandig kind 56
  50. 50 6. Onderhoudsplicht en omgangsrecht 56
    1. Onderhoudsplicht 56
    2. Omgangsrecht 56
  51. 51 1. Huwelijksvermogensrecht 57
    1. Primair stelsel 57
    2. Secundair stelsel 57
  52. 52 Wettelijk stelsel 57
  53. 53 1. Samenstelling vermogens 58
    1. Eigen vermogen (activa) 58
    2. Recht zelf (vermogenswaarde is gemeenschappelijk) 58
    3. Eigen vermogen (passiva) 58
    4. Vermogenswaarde (recht zelf is eigen) 59
    5. Gemeenschappelijk vermogen (passiva) 59
  54. 54 3. Verhaal van de schuldeisers 59
    1. Eigen schulden 59
    2. Gemeenschappelijke schulden 59
    3. Buitensporige huishoudelijke schulden 60
    4. Beroepsschulden 60
  55. 55 Huwelijksovereenkomsten 60
    1. Bv. beperking/uitbreiding gemeenschappelijke vermogen, inbreng van een goed, keuzebeding 62
  56. 56 Scheiding van goederen 62
    1. 2 vermogens (+ eventueel onverdeelde goederen) 62
  57. 57 2. Samenwoningsvermogensrecht 63
    1. Wettelijk samenwonen of feitelijk samenwonen 63
    2. Feitelijk samenwonen 64
    3. Casus relatievermogensrecht 64
    4. VRAGEN 64
    5. Deel 4: Nalatenschappen, schenkingen en testamenten 65
  58. 58 1. Begrippen en voorwaarden 66
  59. 59 2. Wie zijn wettelijke erfgenamen? 66
    1. ‘Per staak’ 67
  60. 60 3. Concrete uitwerking 68
    1. Evt plaatsvervulling 68
    2. Elke ouder erft ¼ 68
    3. Evt plaatsvervulling 68
  61. 61 4. Erfrecht langstlevende partner !!! 68
  62. 62 Als er geen erfgenamen zijn en geen langstlevende echtgenoot 69
  63. 63 Toepassing gehuwden (wettelijk stelsel) met kinderen 69
  64. 64 Toepassing wettelijk samenwonend met kinderen 69
  65. 65 5. Aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap 70
    1. 1. Zuiver 70
    2. 2. Aanvaarden onder voorrecht van 70
    3. ➢ = (beneficiair aanvaarden) 70
    4. Oefening: Wie zijn de wettelijke erfgenamen in onderstaande situaties? 70
    5.  Aster behoudt zijn eigen eigendomsdeel van het appartement, maar krijgt niet automatisch iets van Lize’s deel. 71
  66. 66 3. Goederenrecht 71
  67. 67 Goederen 71
    1. Eerste soort indeling 71
    2. Tweede soort indeling 71
    3. Derde soort indeling 72
    4. Vierde soort indeling 72
  68. 68 Eerste indeling 72
    1. Roerend 72
    2. Onroerend 72
    3. Burgerlijk recht 73
    4. Gerechtelijk recht 73
  69. 69 Tweede indeling 73
    1. Materiële / lichamelijke goederen 73
  70. 70 Derde indeling 73
    1. Gebruiksgoederen 73
    2. Verbruiksgoederen 73
  71. 71 Vierde indeling 73
    1. Private goederen 74
    2. Voorbeeld 74
  72. 72 Juridische Vragen 74
  73. 73 Begrip, kenmerken en soorten 74
    1. Numerus clausus 75
    2. Volgrecht 75
    3. Recht van voorrang 75
  74. 74 Zakelijke rechten 75
    1. Eigendomsrecht 75
  75. 75 Eigendomsrecht: 75
    1. Beschikking 76
  76. 76 Eigendom 76
    1. Dus: Je eigendom is beschermd, maar de overheid mag het alleen afpakken als dat nodig is voor het algemeen belang en je krijgt een eerlijke vergoeding. 76
    2. Publiek 76
    3. Privaatrechtelijk 76
  77. 77 Vruchtgebruik: 76
    1. Tijdelijk, zakelijk gebruiksrecht 76
    2. Rechten en plichten vruchtgebruiker 77
    3. Rechten en plichten blote eigenaar 77
  78. 78 1. Schenking - Definitie 78
    1. verrijking. 78
  79. 79 Schenking – Vorm 78
    1. Voorbeeld bankgift 78
  80. 80 2. Testament - Definitie 79
  81. 81 Schenking vs. testament 79
    1. Schenking 79
    2. Contract 79
    3. Testament 79
  82. 82 Testament – Vorm 79
    1. 1. Eigenhandig testament 79
    2. 2. Notarieel of authentiek testament 80
    3. 3. Internationaal testament 80
  83. 83 Testament - Inhoud 80
    1. Bijzonder legaat 80
    2. Legaat ten algemene titel 80
    3. Algemeen legaat 80
  84. 84 Testament – Reservataire erfgenamen 81
    1. LLE: Langstlevende echtgenoot (buiten beschouwing) 81
    2. Voorbeeld 81
  85. 85 Verbintenissenrecht 82
    1. Definitie 82
    2. Vertaling 82
  86. 86 Zijn deze situaties contractueel/buitencontractueel? 82
    1. 1. Het ontslag van een werknemer wegens slordigheidsfouten 82
    2. 2. Een inbraak in een woning 82
    3. 3. U bestelt een online pakket maar er is per ongeluk iets verkeerd geleverd 82
    4. 4. Een auto rijdt een fietser aan 82
    5. 5. Uw hond ontsnapt uit de tuin en valt een fietser aan 83
    6. 6. Een bestuurder van een vennootschap vergeet de jaarrekening op tijd in te dienen 83
  87. 87 Contracten en aansprakelijkheid 83
  88. 88 Terminologie en basisprincipes 83
    1. Verbintenis is niet gelijk aan contract 83
    2. Inspanningsverbintenis = middelenverbintenis  83
  89. 89 Terminologie en basisconcepten 84
    1. Schuldenaar (SA)  Schuldeiser (SE) 84
    2. Eiser  verweerder 84
    3. Consensueel contract 84
  90. 90 Contracten en aansprakelijkheid 84
  91. 91 Contracten 85
    1. Toestemming 85
    2. Handelingsbekwaamheid 85
    3. Voorwerp 86
    4. Geldige oorzaak 86
  92. 92 Sanctie bij het niet geldig ontstaan van het contract 86
  93. 93 Contracten en aansprakelijkheid 86
    1. Correct uitgevoerd? 86
    2. Sancties! 87
    3. Sancties 87
    4. Overmacht 87
    5. Exoneratie 88
  94. 94 Stellingen 88
  95. 95 Buitencontractuele aansprakelijkheid 89
    1. Terminologie en principes 89
  96. 96 Buitencontractuele Persoonlijke Aansprakelijkheid 89
    1. Materieel / moreel 89
  97. 97 Buitencontractuele Kwalitatieve Aansprakelijkheid 89
    1. Leraars, studietoezichters, begeleiders bij uitstap van school,.. 90
  98. 98 Case 90
    1. van de werkgever 90
    2. kwalitatieve aansprakelijkheid 91
  99. 99 Burgerlijk bewijs 91
  100. 100 Het bewijs 91
    1. Bewijslast en bewijsstandaard 91
    2. Passieve rol van de rechter 91
    3. Toelaatbaarheid van bewijsmiddelen 91
    4. Schriftelijk bewijs 92
    5. Getuigenbewijs 92
    6. Vermoedens 92
    7. Bekentenis 92
    8. Eed 92
    9. Onderhandse akte 92
    10. Getuigenbewijs 92
    11. ondertekend 93
    12. Vermoedens 93
    13. Eed 93
  101. 101 1. Begrip en belang 93
  102. 102 2. Indeling 93
  103. 103 3. Kenmerken 93
    1. Volgrecht 93
  104. 104 5. Hypotheek 94
  105. 105 De verjaring 94
    1. Begrip 94
    2. Soorten 94
    3. Uitz: 94
    4. Schorsing van de verjaring 95
    5. Stuiting van de verjaring 95
  106. 106 Hoofdstuk 1. Koop 95
    1. CASE Bas 95
    2. CASE Emma 95
  107. 107 Hoofdstuk 1. Koop-verkoop 96
    1. Uitzonderingen 96
  108. 108 2. Geldigheidsvoorwaarden 96
    1. nietig verkoop 96
  109. 109 3. Vorm en bewijs 96
    1. Praktijk: compromis (=voorlopige contract) => geldige koop! 96
  110. 110 3. Vorm en bewijs 97
  111. 111 4. Verplichtingen van de verkoper 97
  112. 112 1. Levering van de zaak 97
    1. ≠ eigendomsoverdracht 98
  113. 113 2. Vrijwaring voor uitwinning 98
  114. 114 3. Vrijwaring tegen verborgen gebreken 98
    1. Bewijslast koper! 99
  115. 115 5. Verplichtingen van de koper 99
    1. 1. In ontvangst nemen van de zaak 99
    2. 2. Betalen 99
  116. 116 6. Beëindiging van de koopovereenkomst 99
    1. CASE koop Kan zo’n examenvraag zijn (meerkeuze)! 99
    2. a) Welke rechtsgrond kan Alex gebruiken voor zijn vordering? 100
    3. b) Wat zal Alex dienen te bewijzen? 100
  117. 117 Hoofdstuk 2. Huur 100
    1. Genot van een zaak 100
    2. Gedurende een zekere tijd 100
    3. Tegen een bepaalde prijs 100
  118. 118 2. Gemene huur 101
    1. Verplichtingen verhuurder 101
    2. 2. Onderhoudsplicht 101
    3. 3. Vrijwaringsplicht 101
    4. Verplichtingen huurder 102
    5. 2. Betalen van huurprijs 102
  119. 119 3. Woninghuur 102
    1. Toepassingsgebied 102
    2. Vlaams Woninghuurdecreet (WHD) 102
  120. 120 Wetgeving i.v.m. woninghuur in België 103
    1. Informatieverplichtingen 103
    2. Vorm 103
    3. Financiële aspecten 103
    4. Verhuur studentenkamers (studentenhuur) 103
  121. 121 4. Handelshuur 104
    1. Toepassingsgebied 104
    2. Onder welk huurstelsel vallen de volgende situaties? 104

Livre connecté
 image
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789045543925 Édition: 17

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
5 janvier 2026
Nombre de pages
105
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€3,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
10
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
3 mois de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions