Hoofdstuk 9: personen met verslaving en
middelengerelateerde problemen
1. Geschiedenis
Gebruik van middelen = universeel en in alle tijden en culturen.
Middelen oorspronkelijk gebruikt voor spirituele, recreatieve of geneeskrachtige doeleinden.
-> veel later, met de industriële revolutie, nam het alcoholmisbruik toe.
- Opioïdeverslaving, vooral VSn, is een modern fenomeen mede door gebrek aan regulering.
- 19e en 20e eeuw werd alcoholisme vooral als moreel probleem gezien.
- Na WOII ontstonden zelfhulpgroepen zoals Anonieme Alcoholisten -> meer aandacht voor
ambulante hulp.
Opkomst van drugsgebruik (jaren 1970), vooral cannabis en LSD, en later heroïne, ontstond een
nieuwe groep verslaafden.
Vlaanderen ontwikkelde specifiek zorgaanbod met belangrijke rol voor orthopedagogen en
therapeuten.
- gespecialiseerde klinieken
- centra
- nieuwe behandelvormen zoals TG
Sinds de jaren 1980 ook aandacht besteed aan harm reduction en substitutiebehandeling.
Er kwamen laagdrempelige hulpstructuren, preventie en re-integratieprogramma’s en steeds
sterkere samenwerking tussen gezondheidszorg, welzijnswerk en andere sectoren.
Door gebrek aan regie en coördinatie ontstond een wildgroei aan voorzieningen.
Recent klemtoon meer en meer op herstelgerichte zorg: mensen met verslavingsproblemen moeten
een betekenisvolle rol kunnen opnemen in de samenleving in plaats van louter als ‘patiënt’ of
‘persoon met een stoornis’ te worden gezien.
Steeds meer nieuwe drugs.
Stepping stone theory = voor mensen die gebruik maken van een middel, is de stap kleiner om een
ander/erger product te proberen
Redenen voor druggebruik:
1. Therapeutisch/medicinaal gebruik
2. recreatief/ontspannend gebruik
3. religieuze/spirituele redenen
4. sociaal gebruik
5. verslaving
,Motieven om te drinken:
1. coping met negatieve gevoelens
- negatief en intern
- Bvb. om zorgen te vergeten na l-slechte dag drink je veel
2. Conformiteit met anderen
- negatief en intern
- Bvb. om je niet uitgesloten te voelen wanneer iedereen drinkt
3. Versterken van positieve gevoelens
- positief en intern
- Bvb. drinken op een feest want het is er leuk
4. Sociale ervaring
- positief en intern
- Bvb. om een speciale gelegenheid te vieren zoals een verjaardag
Cijfers:
- Jongens doen over algemeen meer aan druggebruik dan meisjes
- vooral cannabis gebruikt bij 13/14 jarigen en 16/17 jarigen
- Cannabisgebruik daalt rond 18/19 jaar
- Ongeveer 80% van mensen in behandeling is man, 20% vrouw
- starten rond 16–17 jaar met gebruik
● komen pas rond 26–36 jaar in behandeling
- groot deel: terugkerende cliënten
● meer mensen al eerder in behandeling dan eerstelijnsinstromers.
- meesten gebruiken (bijna) dagelijks
PWUD = person who uses drugs
Er is normalisering van middelen -> vaak op tv of straatbeeld, lijkt dus normaler
- Euphoria, Breaking Bad…
Beschikbaarheid van middelen is recht evenredig met de problemen die het veroorzaakt.
Schizofrenie, psychosespectrumstoornissen en
bipolaire/psychotische depressie = groot deel van mensen
met EPA
Persoonlijkheidsstoornissen, pervasieve
ontwikkelingsstoornissen en druggebruik = aanzienlijk
deel van mensen met EPA
Alcoholmisbruik, “gewone” depressie, angststoornissen
en de restcategorie = klein deel van mensen met EPA
, 2. Begrippenkader !!
2.1 Inleiding
Ipv verslaving beter ‘middelenmisbruik’ (substance abuse), 'middelenafhankelijkheid' (substance
dependence) en ‘stoornissen in het gebruik van middelen’ (substance use disorders).
Recovery = a deeply personal, unique process of changing one’s attitudes, values, feelings, goals,
skills and roles. It is a way of living a satisfying, hopeful, and contributing life, even with limitations
caused by illness. Recovery involves the development of new meaning and purpose in one’s life as
one grows beyond the catastrophic effects of mental illness.
-> Herstel = een diep persoonlijk en uniek proces waarbij iemand zijn of haar houdingen, waarden,
gevoelens, doelen, vaardigheden en rollen verandert, om ondanks beperkingen door de aandoening
een bevredigend, hoopvol en zinvol leven te kunnen leiden.
2.2 Criteria volgens DSM-5
De kern van de verandering in DSM-5 -> eerdere diagnoses (zoals afhankelijkheid, misbruik en
stoornissen door gebruik) zijn samengevoegd tot één nieuwe DSM-5-diagnose -> namelijk
"Verslavingen en stoornissen door het gebruik van middelen".
-> Problematiek rond gokken in zelfde categorie.
Geen onderscheid meer tussen misbruik en afhankelijkheid:
Misbruik:
1. Herhaaldelijk gebruik vh middel met gevolg dat het niet meer lukt om in belangrijke mate
verplichtingen op het werk, school of thuis na te komen
2. Herhaaldelijk gebruik vh middel in situaties waarin het fysiek gevaarlijk is
3. Herhaaldelijk, in samenhang met het middel, in aanraking komen met justitie
4. Voortdurend gebruik vh middel ondanks aanhoudende of terugkerende problemen op
sociaal of intermenselijk terrein veroorzaakt of verergerd door de effecten van het middel
Belangrijk: verschijnselen hebben nooit voldaan aan criteria van afhankelijk van een middel uit deze
groepen!!
Afhankelijkheid:
1. tolerantie, bij ten minste één van de volgende:
- behoefte aan toenemende hoeveelheden vh middel om een intoxicatie te bereiken
- duidelijk verminderd effect bij voortgezet gebruik van dezelfde hoeveelheid
2. Onthouding, bij ten minste één van de volgende:
- voor het middel karakteristieke ontwenningsverschijnselen
- Hetzelfde (of een nauw verwant) middel wordt gebruikt om onthoudingsverschijnselen te
verlichten of te vermijden
3. middel wordt vaak in grotere hoeveelheden of gedurende een langere tijd gebruikt dan
gepland
4. bestaat aanhoudende wens of er zijn weinig succesvolle pogingen om het gebruik van het
middel te verminderen of in de hand te houden
middelengerelateerde problemen
1. Geschiedenis
Gebruik van middelen = universeel en in alle tijden en culturen.
Middelen oorspronkelijk gebruikt voor spirituele, recreatieve of geneeskrachtige doeleinden.
-> veel later, met de industriële revolutie, nam het alcoholmisbruik toe.
- Opioïdeverslaving, vooral VSn, is een modern fenomeen mede door gebrek aan regulering.
- 19e en 20e eeuw werd alcoholisme vooral als moreel probleem gezien.
- Na WOII ontstonden zelfhulpgroepen zoals Anonieme Alcoholisten -> meer aandacht voor
ambulante hulp.
Opkomst van drugsgebruik (jaren 1970), vooral cannabis en LSD, en later heroïne, ontstond een
nieuwe groep verslaafden.
Vlaanderen ontwikkelde specifiek zorgaanbod met belangrijke rol voor orthopedagogen en
therapeuten.
- gespecialiseerde klinieken
- centra
- nieuwe behandelvormen zoals TG
Sinds de jaren 1980 ook aandacht besteed aan harm reduction en substitutiebehandeling.
Er kwamen laagdrempelige hulpstructuren, preventie en re-integratieprogramma’s en steeds
sterkere samenwerking tussen gezondheidszorg, welzijnswerk en andere sectoren.
Door gebrek aan regie en coördinatie ontstond een wildgroei aan voorzieningen.
Recent klemtoon meer en meer op herstelgerichte zorg: mensen met verslavingsproblemen moeten
een betekenisvolle rol kunnen opnemen in de samenleving in plaats van louter als ‘patiënt’ of
‘persoon met een stoornis’ te worden gezien.
Steeds meer nieuwe drugs.
Stepping stone theory = voor mensen die gebruik maken van een middel, is de stap kleiner om een
ander/erger product te proberen
Redenen voor druggebruik:
1. Therapeutisch/medicinaal gebruik
2. recreatief/ontspannend gebruik
3. religieuze/spirituele redenen
4. sociaal gebruik
5. verslaving
,Motieven om te drinken:
1. coping met negatieve gevoelens
- negatief en intern
- Bvb. om zorgen te vergeten na l-slechte dag drink je veel
2. Conformiteit met anderen
- negatief en intern
- Bvb. om je niet uitgesloten te voelen wanneer iedereen drinkt
3. Versterken van positieve gevoelens
- positief en intern
- Bvb. drinken op een feest want het is er leuk
4. Sociale ervaring
- positief en intern
- Bvb. om een speciale gelegenheid te vieren zoals een verjaardag
Cijfers:
- Jongens doen over algemeen meer aan druggebruik dan meisjes
- vooral cannabis gebruikt bij 13/14 jarigen en 16/17 jarigen
- Cannabisgebruik daalt rond 18/19 jaar
- Ongeveer 80% van mensen in behandeling is man, 20% vrouw
- starten rond 16–17 jaar met gebruik
● komen pas rond 26–36 jaar in behandeling
- groot deel: terugkerende cliënten
● meer mensen al eerder in behandeling dan eerstelijnsinstromers.
- meesten gebruiken (bijna) dagelijks
PWUD = person who uses drugs
Er is normalisering van middelen -> vaak op tv of straatbeeld, lijkt dus normaler
- Euphoria, Breaking Bad…
Beschikbaarheid van middelen is recht evenredig met de problemen die het veroorzaakt.
Schizofrenie, psychosespectrumstoornissen en
bipolaire/psychotische depressie = groot deel van mensen
met EPA
Persoonlijkheidsstoornissen, pervasieve
ontwikkelingsstoornissen en druggebruik = aanzienlijk
deel van mensen met EPA
Alcoholmisbruik, “gewone” depressie, angststoornissen
en de restcategorie = klein deel van mensen met EPA
, 2. Begrippenkader !!
2.1 Inleiding
Ipv verslaving beter ‘middelenmisbruik’ (substance abuse), 'middelenafhankelijkheid' (substance
dependence) en ‘stoornissen in het gebruik van middelen’ (substance use disorders).
Recovery = a deeply personal, unique process of changing one’s attitudes, values, feelings, goals,
skills and roles. It is a way of living a satisfying, hopeful, and contributing life, even with limitations
caused by illness. Recovery involves the development of new meaning and purpose in one’s life as
one grows beyond the catastrophic effects of mental illness.
-> Herstel = een diep persoonlijk en uniek proces waarbij iemand zijn of haar houdingen, waarden,
gevoelens, doelen, vaardigheden en rollen verandert, om ondanks beperkingen door de aandoening
een bevredigend, hoopvol en zinvol leven te kunnen leiden.
2.2 Criteria volgens DSM-5
De kern van de verandering in DSM-5 -> eerdere diagnoses (zoals afhankelijkheid, misbruik en
stoornissen door gebruik) zijn samengevoegd tot één nieuwe DSM-5-diagnose -> namelijk
"Verslavingen en stoornissen door het gebruik van middelen".
-> Problematiek rond gokken in zelfde categorie.
Geen onderscheid meer tussen misbruik en afhankelijkheid:
Misbruik:
1. Herhaaldelijk gebruik vh middel met gevolg dat het niet meer lukt om in belangrijke mate
verplichtingen op het werk, school of thuis na te komen
2. Herhaaldelijk gebruik vh middel in situaties waarin het fysiek gevaarlijk is
3. Herhaaldelijk, in samenhang met het middel, in aanraking komen met justitie
4. Voortdurend gebruik vh middel ondanks aanhoudende of terugkerende problemen op
sociaal of intermenselijk terrein veroorzaakt of verergerd door de effecten van het middel
Belangrijk: verschijnselen hebben nooit voldaan aan criteria van afhankelijk van een middel uit deze
groepen!!
Afhankelijkheid:
1. tolerantie, bij ten minste één van de volgende:
- behoefte aan toenemende hoeveelheden vh middel om een intoxicatie te bereiken
- duidelijk verminderd effect bij voortgezet gebruik van dezelfde hoeveelheid
2. Onthouding, bij ten minste één van de volgende:
- voor het middel karakteristieke ontwenningsverschijnselen
- Hetzelfde (of een nauw verwant) middel wordt gebruikt om onthoudingsverschijnselen te
verlichten of te vermijden
3. middel wordt vaak in grotere hoeveelheden of gedurende een langere tijd gebruikt dan
gepland
4. bestaat aanhoudende wens of er zijn weinig succesvolle pogingen om het gebruik van het
middel te verminderen of in de hand te houden