Samenvatting ziekenhuishygiëne
Hoofdstuk 1: Zorginfecties
1.1. Inleiding
Zorginfecties Ziekenhuishygiëne
= ziekenhuisinfecties DOEL:
o 1) preventie hospitalisme
= infecties die optreden bij ptn tijdens (48u) of in o 2) preventie bijkomende schade
aansluiting met hun verblijf in het ZH (ev. zelf Sociaal
laattijdig) of breder in aansluiting met zorg ( Psychisch (bv. depressie tgv
infectie ontwikkeld terug te brengen naar hun hospitalisatie)
hospitalisatie/ zorg) Fysiek
o 48u na opname - niet-infectieus: bv. Operatiefout
o Binnen 30 dagen na ingreep (achterlaten instrument/ kompres)
o Tot 1 jaar na ingreep 30 dagen wordt - infectieus
verlengd tot 1 jaar na ingreep bij inbrengen
van vreemd materiaal (bv. prothese) o Patiëntveiligheid
omdat deze infecties pas laattijdig tot
problemen zorgen
Ook infecties in thuiszorg!
Pt kan binnenkomen met infectie die al in incubatie
is import van infectie is GEEN zorginfectie
Infecties die zich manifesteren voor 48u GEEN
zorginfectie
≠ infecties bij personeelsleden
Synoniemen:
o Iatrogene infectie
o Nosocomiale infectie (ziekte door zorg)
o Secundaire infectie
o Kruisinfectie
1.1.1. Vormen van zorginfecties
Urinaire infecties duur, vragen heel wat consumptie aan AB
(postoperatieve) wondinfecties
(ventilatorgeassocieerde) pneumonie
(kathetergerelateerde) bacteriëmie = bloedbaaninfectie
1
,Samenvatting ziekenhuishygiëne
1.1.2. Belang (prevalentie)
Zeer frequent voorkomen
o Prevalentie: 5-15% ptn
o 50% op IZ (1/2 ptn op IZ ontwikkelt tijdens hun zorgen een infectie)
o Attack rate: 0,75-5,2 per 100 opnames
Zeer belangrijke gevolgen:
o Morbiditeit: bijkomende schade, mensen zien af van hun infectie
o Mortaliteit
Moeilijk te zeggen of dood tgv infectie is of mét infectie
Moeilijk uit elkaar te halen wat excess van mortaliteit is
Sowieso vanuit gaan dat infecties kunnen doden
o Kostprijs: owv therapieën (AB moeten soms geïmporteerd worden) + verlenging
hospitalisatieduur zorgt ook voor hogere kosten
Kost per jaar aan zorginfecties: 382 miljoen euro
Groot deel vermijdbaar mits goede infection control belangrijk gegeven
voor ziekenhuishygiënisten meer mogelijkheden geven voor preventie
Hoeveel verlenging van hospitalisatie wordt er gecreëerd tgv verschillende infecties:
o Verschillende soorten infecties zorgen voor verschillende verlenging van
hospitalisatieduur (afhankelijk van ernst van infectie)
Hoeveel healthcare infecties zijn er per land
Ook prediction/ verwachting
Niet volledig representatief: waar er meer gezocht is naar
aanwezigheid van infecties, zal er automatisch ook meer geregistreerd
worden
2
,Samenvatting ziekenhuishygiëne
Cijfers omtrent antibioticagebruik + ook
correlatie met veel ABgebruik = veel resistentie
Landen die veel AB gebruiken, hebben vaak ook
hoger percentage aan resistentie kiemen
Globale toename zorginfecties (niet absoluut,
geen dramatische stijging):
o Kwetsbare ptn
Ptn-populatie is veel kwetsbaarder geworden (vergrijzing)
Stijging transplant-ptn vatbaarder
o Invasieve procedures
ECMO zorgen voor extra infecties & complicaties
o Missing data: niet alles is te meten/ observeren niet geregistreerde infecties
wss nog veel meer infecties dan huidig waargenomen
ZHinfecties nemen in belang toe meer en meer verwekt/ veroorzaakt door zeer resistentie
kiemen, epidemiologisch belangrijke Mo verschuiving naar ESBL’s kiemen die op den
duur resistent zijn aan alles daardoor genoodzaakt terug toxische AB uit de kast te halen
Multiresistente kiemen maken dat preventie nog belangrijker is, omdat ze ervoor zorgen dat
we met de rug tegen de muur staan betreft therapie door de grote resistentie
1.2. Factoren die het ontstaan van een infectie beïnvloeden
Heel wat factoren in ZH zijn bevorderlijk om infectie te doen
Besmetting = contaminatie Infectie
= in aanraking komen van een weefsel = klinisch herkenbare ontstekingsreactie
of voorwerp met Mo waarbij de MO op op een bacteriële of virale besmetting
of in het voorwerp of weefsel aanwezig
blijven en zich eventueel vermeerderen Ev. asymptomatisch (antistoffen), maar
labo-diagnose
Kiemdragerschap: allemaal drager van
veel kiemen (bv. in stoelgang)
Kolonisatie
3
, Samenvatting ziekenhuishygiëne
Wat maakt dat besmetting overgaat naar infectie, die al dan niet zichtbaar is:
1) Algemene weerstand Goede weerstand: geïnfecteerd, maar niet ziek
van de pt Gecompromitteerd: hele slechte algemene weerstand (bv.
transplant-pt)
2) Lokale weerstand van Niet alle weefsels verdedigen zich even goed tegen
de weefsels bacteriën
Slijmvliezen in mond en keel verdedigen ook heel goed
Botten verdedigen heel slecht/ niet belang steriel
werken
3) Aantal besmettende De minimale infectieuze dosis (=MID)
kiemen Voor heel veel kiemen is MID ongekend
Zeer lage MID zeer besmettelijk (norovirus, ebola)
Hoge MID ziekenhuiskiemen (E. coli, klebsiella,
coagulasenegatieve staphylokokken)
Ziekenhuiskiemen meestal MID > 100 000
Onder MID met goede immuniteit en normale
pathogeniciteit geen ziekte vertonen
4) Ziekmakend Conventioneel pathogenen: altijd ziekmakend
vermogen/ Conditioneel pathogenen: onder bepaalde voorwaarden
pathogeniciteit van de Opportunistische pathogenen: enkel in zeer specifieke
kiem omstandigheden
(niet-pathogeen)
Conventioneel pathogenen Conditioneel pathogenen Opportunistische pathogenen
= MO die ziekten = MO die slechts ziekten = MO die veralgemeende ziekten
veroorzaken bij gezonde veroorzaken bij personen met veroorzaken, enkel bij personen
personen in afwezigheid een verminderde weerstand met een sterk verminderde
van specifieke immuniteit (+ pasgeborenen) of bij weerstand tegen infecties
rechtstreekse inoculatie in
MO die steeds ziekte een weefsel of normaal Slechts problemen veroorzaken bij
veroorzaken steriele lichaamsholte sterk verminderde immuniteit (bv.
transplant-ptn, ptn onder
Bv. S. aureus, Ziekmakend onder bepaalde immuunsuppressie)
mycobacterium voorwaarden
tuberculosis, hepatitis A B Bv. atypische mycobacteria,
C en HIV, covid Bv. S. epidermidis, nocardia, pneumocystis carinii,
enterokokken, proteus, schimmels…
klebsiella, serratia,
pseudominas aeruginosa
Vaak in GI-tractus dragen
meestal banale kiemen
4
Hoofdstuk 1: Zorginfecties
1.1. Inleiding
Zorginfecties Ziekenhuishygiëne
= ziekenhuisinfecties DOEL:
o 1) preventie hospitalisme
= infecties die optreden bij ptn tijdens (48u) of in o 2) preventie bijkomende schade
aansluiting met hun verblijf in het ZH (ev. zelf Sociaal
laattijdig) of breder in aansluiting met zorg ( Psychisch (bv. depressie tgv
infectie ontwikkeld terug te brengen naar hun hospitalisatie)
hospitalisatie/ zorg) Fysiek
o 48u na opname - niet-infectieus: bv. Operatiefout
o Binnen 30 dagen na ingreep (achterlaten instrument/ kompres)
o Tot 1 jaar na ingreep 30 dagen wordt - infectieus
verlengd tot 1 jaar na ingreep bij inbrengen
van vreemd materiaal (bv. prothese) o Patiëntveiligheid
omdat deze infecties pas laattijdig tot
problemen zorgen
Ook infecties in thuiszorg!
Pt kan binnenkomen met infectie die al in incubatie
is import van infectie is GEEN zorginfectie
Infecties die zich manifesteren voor 48u GEEN
zorginfectie
≠ infecties bij personeelsleden
Synoniemen:
o Iatrogene infectie
o Nosocomiale infectie (ziekte door zorg)
o Secundaire infectie
o Kruisinfectie
1.1.1. Vormen van zorginfecties
Urinaire infecties duur, vragen heel wat consumptie aan AB
(postoperatieve) wondinfecties
(ventilatorgeassocieerde) pneumonie
(kathetergerelateerde) bacteriëmie = bloedbaaninfectie
1
,Samenvatting ziekenhuishygiëne
1.1.2. Belang (prevalentie)
Zeer frequent voorkomen
o Prevalentie: 5-15% ptn
o 50% op IZ (1/2 ptn op IZ ontwikkelt tijdens hun zorgen een infectie)
o Attack rate: 0,75-5,2 per 100 opnames
Zeer belangrijke gevolgen:
o Morbiditeit: bijkomende schade, mensen zien af van hun infectie
o Mortaliteit
Moeilijk te zeggen of dood tgv infectie is of mét infectie
Moeilijk uit elkaar te halen wat excess van mortaliteit is
Sowieso vanuit gaan dat infecties kunnen doden
o Kostprijs: owv therapieën (AB moeten soms geïmporteerd worden) + verlenging
hospitalisatieduur zorgt ook voor hogere kosten
Kost per jaar aan zorginfecties: 382 miljoen euro
Groot deel vermijdbaar mits goede infection control belangrijk gegeven
voor ziekenhuishygiënisten meer mogelijkheden geven voor preventie
Hoeveel verlenging van hospitalisatie wordt er gecreëerd tgv verschillende infecties:
o Verschillende soorten infecties zorgen voor verschillende verlenging van
hospitalisatieduur (afhankelijk van ernst van infectie)
Hoeveel healthcare infecties zijn er per land
Ook prediction/ verwachting
Niet volledig representatief: waar er meer gezocht is naar
aanwezigheid van infecties, zal er automatisch ook meer geregistreerd
worden
2
,Samenvatting ziekenhuishygiëne
Cijfers omtrent antibioticagebruik + ook
correlatie met veel ABgebruik = veel resistentie
Landen die veel AB gebruiken, hebben vaak ook
hoger percentage aan resistentie kiemen
Globale toename zorginfecties (niet absoluut,
geen dramatische stijging):
o Kwetsbare ptn
Ptn-populatie is veel kwetsbaarder geworden (vergrijzing)
Stijging transplant-ptn vatbaarder
o Invasieve procedures
ECMO zorgen voor extra infecties & complicaties
o Missing data: niet alles is te meten/ observeren niet geregistreerde infecties
wss nog veel meer infecties dan huidig waargenomen
ZHinfecties nemen in belang toe meer en meer verwekt/ veroorzaakt door zeer resistentie
kiemen, epidemiologisch belangrijke Mo verschuiving naar ESBL’s kiemen die op den
duur resistent zijn aan alles daardoor genoodzaakt terug toxische AB uit de kast te halen
Multiresistente kiemen maken dat preventie nog belangrijker is, omdat ze ervoor zorgen dat
we met de rug tegen de muur staan betreft therapie door de grote resistentie
1.2. Factoren die het ontstaan van een infectie beïnvloeden
Heel wat factoren in ZH zijn bevorderlijk om infectie te doen
Besmetting = contaminatie Infectie
= in aanraking komen van een weefsel = klinisch herkenbare ontstekingsreactie
of voorwerp met Mo waarbij de MO op op een bacteriële of virale besmetting
of in het voorwerp of weefsel aanwezig
blijven en zich eventueel vermeerderen Ev. asymptomatisch (antistoffen), maar
labo-diagnose
Kiemdragerschap: allemaal drager van
veel kiemen (bv. in stoelgang)
Kolonisatie
3
, Samenvatting ziekenhuishygiëne
Wat maakt dat besmetting overgaat naar infectie, die al dan niet zichtbaar is:
1) Algemene weerstand Goede weerstand: geïnfecteerd, maar niet ziek
van de pt Gecompromitteerd: hele slechte algemene weerstand (bv.
transplant-pt)
2) Lokale weerstand van Niet alle weefsels verdedigen zich even goed tegen
de weefsels bacteriën
Slijmvliezen in mond en keel verdedigen ook heel goed
Botten verdedigen heel slecht/ niet belang steriel
werken
3) Aantal besmettende De minimale infectieuze dosis (=MID)
kiemen Voor heel veel kiemen is MID ongekend
Zeer lage MID zeer besmettelijk (norovirus, ebola)
Hoge MID ziekenhuiskiemen (E. coli, klebsiella,
coagulasenegatieve staphylokokken)
Ziekenhuiskiemen meestal MID > 100 000
Onder MID met goede immuniteit en normale
pathogeniciteit geen ziekte vertonen
4) Ziekmakend Conventioneel pathogenen: altijd ziekmakend
vermogen/ Conditioneel pathogenen: onder bepaalde voorwaarden
pathogeniciteit van de Opportunistische pathogenen: enkel in zeer specifieke
kiem omstandigheden
(niet-pathogeen)
Conventioneel pathogenen Conditioneel pathogenen Opportunistische pathogenen
= MO die ziekten = MO die slechts ziekten = MO die veralgemeende ziekten
veroorzaken bij gezonde veroorzaken bij personen met veroorzaken, enkel bij personen
personen in afwezigheid een verminderde weerstand met een sterk verminderde
van specifieke immuniteit (+ pasgeborenen) of bij weerstand tegen infecties
rechtstreekse inoculatie in
MO die steeds ziekte een weefsel of normaal Slechts problemen veroorzaken bij
veroorzaken steriele lichaamsholte sterk verminderde immuniteit (bv.
transplant-ptn, ptn onder
Bv. S. aureus, Ziekmakend onder bepaalde immuunsuppressie)
mycobacterium voorwaarden
tuberculosis, hepatitis A B Bv. atypische mycobacteria,
C en HIV, covid Bv. S. epidermidis, nocardia, pneumocystis carinii,
enterokokken, proteus, schimmels…
klebsiella, serratia,
pseudominas aeruginosa
Vaak in GI-tractus dragen
meestal banale kiemen
4