Samenvatting leiderschap
Hoofdstuk 1: Leiderschap
• Er zou moeten leiderschap zijn op alle niveaus in een organisatie
• Leadership from the bedside to the boardroom
• Er zijn te weinig mensen die een verantwoordelijke functie willen opnemen
• Er is een probleem om verpleegkundige leiders te recruteren → men is bang om deze functie
op te nemen
• Context is enorm belangrijk
• Toenemende complexiteit van patiënten → grote morbiditeit (vergrijzing)
1.1. Shifts op vlak van integratie in gezondheidszorg
• Evolutie waarbij gezondheidszorg meer geïntegreerd moet worden → beter samenwerken
tussen ziekenhuizen + middelen die overheid voorziet worden aan groepsziekenhuizen
(netwerken) toegekend en niet meer aan ziekenhuizen alleen → kostenefficiëntie
• Transmurale aspect is veel belangrijker geworden
• Zorg = continue relatie met de patiënt
• → veel meer geëvolueerd naar transparante communicatie
1.2. VUCA
Volatility • Alles gaat razendsnel
• Veranderingen zijn onvoorspelbaar + je kan er geen patronen in herkennen
Uncertainty • Onzekerheid
• Te maken met destructieve verandering → verandering die heel plots
plaatsvindt, zonder aankondiging
• Andere waarden worden stillaan belangrijke
Complexity • meerdere, complexe, met elkaar verweven, technologische,
maatschappelijke, geopolitieke en ecologische evoluties
Ambiguity • omgaan met tegenstellingen, zaken die paradoxaal lijken te zijn
• meest bekende paradox: meer pleiten voor kwaliteit, maar men krijgt ook
steeds meer te horen van overheid dat middelen beperkt zijn
1
,Samenvatting leiderschap
1.3. Invloed = de essentie van leiderschap
• invloed gaat over hoe een leider een medewerker ‘bereikt’, ‘raakt’ → effect hebben
• macht beïnvloedt de keuze van beïnvloedingstactiek en modereert het effect ervan
• leiderschap =
o het is een proces waarbij iemand een groep beïnvloed om een gemeenschappelijk
doel te bereiken
o “Leiderschap is een multi-level (persoon, duo, groep, collectief) leider-volger
interactieproces dat plaatsvindt in een bepaalde situatie (context) waar de leider
(superieur, supervisor) en volgers (ondergeschikten, direct ondergeschikten) een
doel delen (visie, missie) en gezamenlijk dingen (doelen, doelstellingen, taken)
gewillig bereiken”
▪ Een proces dat kan vertrekken van een persoon naar een andere (=
dyadisch), kan naar een groep gaan en kan naar een collectief (een
beweging) gaan
▪ Het is een interactieproces dat in een bepaalde context plaatsvindt
▪ Delen een doel
1.4. effectief leiderschap
• Het effect van je leiderschap hangt niet alleen af van je eigen persoonlijke
kenmerken → + interactie van context en kenmerken van je volgers
• Contextfactoren:
o Grote of kleine organisatie
o Family coach? (bestuur gericht op hun mensen)
2
,Samenvatting leiderschap
1.5. Levels van conceptualisatie van leiderschap
• Self-leadership/ persoonlijk leiderschap
o Wie ben ik als leider
o Wat wil ik met m’n leiderschap
• Dyadisch niveau – leider met zijn
medewerker
1.6. Enkele ‘controversen’
1.6.1. Formeel VS informeel leiderschap
Formeel Informeel
• Leiderschap als een rol van een persoon • Niet gelinkt aan titel of positie
met geformaliseerde bevoegdheden:
‘assigned leadership’ (benoemd, verkozen, • Bv. Emergent leadership: het leiderschap
aangesteld, uitgeroepen…) dat via interactie tussen mensen ontstaat
• Leiderschap terechtgekomen bij iemand die • Leiderschap ontstaat spontaan en in
daarvoor is aangeduid interactie met mensen
3
, Samenvatting leiderschap
1.6.2. Verschil tussen concept ‘management’ en het concept ‘leadership’
Staan heel dichotoom voorgesteld → in de praktijk is er wat overlap
Mangament/ leiding geven Leadership
• Iemand die bevoegdheidspositie heeft over • Inspireren
mensen
• Verandering tot stand brengen
• Doet zowel aan management als aan
leadership • Niet per se leiding geven
• Plannen, begroten • De richting uitzetten
• Organiseren, staffen • Mensen verbinden
• Controleren, problem-solving • Motiveren, inspireren
• Naar voorspelbaarheid en ordening streven • Naar verandering en beweging streven
Sleutelcomponenten
• Efficiëntie: het doel bereiken met zo weinig • Effectiviteit: het doel bereiken dat je wil
mogelijk middelen bereiken
• Met de aangereikte middelen moet hij de • Weten wat het doel is, wat is de prioriteit
doelen proberen te bereiken
• Zuinig werken, goed georganiseerd werken
• meer gericht op actuele situatie • meer toekomstgericht, dimensie
verandering centraal
• impliceert: risico beperken – rationele
dimensie belangrijk • impliceert: risico nemen – met emoties
werken
• hard met een d
• hart met een t
4
Hoofdstuk 1: Leiderschap
• Er zou moeten leiderschap zijn op alle niveaus in een organisatie
• Leadership from the bedside to the boardroom
• Er zijn te weinig mensen die een verantwoordelijke functie willen opnemen
• Er is een probleem om verpleegkundige leiders te recruteren → men is bang om deze functie
op te nemen
• Context is enorm belangrijk
• Toenemende complexiteit van patiënten → grote morbiditeit (vergrijzing)
1.1. Shifts op vlak van integratie in gezondheidszorg
• Evolutie waarbij gezondheidszorg meer geïntegreerd moet worden → beter samenwerken
tussen ziekenhuizen + middelen die overheid voorziet worden aan groepsziekenhuizen
(netwerken) toegekend en niet meer aan ziekenhuizen alleen → kostenefficiëntie
• Transmurale aspect is veel belangrijker geworden
• Zorg = continue relatie met de patiënt
• → veel meer geëvolueerd naar transparante communicatie
1.2. VUCA
Volatility • Alles gaat razendsnel
• Veranderingen zijn onvoorspelbaar + je kan er geen patronen in herkennen
Uncertainty • Onzekerheid
• Te maken met destructieve verandering → verandering die heel plots
plaatsvindt, zonder aankondiging
• Andere waarden worden stillaan belangrijke
Complexity • meerdere, complexe, met elkaar verweven, technologische,
maatschappelijke, geopolitieke en ecologische evoluties
Ambiguity • omgaan met tegenstellingen, zaken die paradoxaal lijken te zijn
• meest bekende paradox: meer pleiten voor kwaliteit, maar men krijgt ook
steeds meer te horen van overheid dat middelen beperkt zijn
1
,Samenvatting leiderschap
1.3. Invloed = de essentie van leiderschap
• invloed gaat over hoe een leider een medewerker ‘bereikt’, ‘raakt’ → effect hebben
• macht beïnvloedt de keuze van beïnvloedingstactiek en modereert het effect ervan
• leiderschap =
o het is een proces waarbij iemand een groep beïnvloed om een gemeenschappelijk
doel te bereiken
o “Leiderschap is een multi-level (persoon, duo, groep, collectief) leider-volger
interactieproces dat plaatsvindt in een bepaalde situatie (context) waar de leider
(superieur, supervisor) en volgers (ondergeschikten, direct ondergeschikten) een
doel delen (visie, missie) en gezamenlijk dingen (doelen, doelstellingen, taken)
gewillig bereiken”
▪ Een proces dat kan vertrekken van een persoon naar een andere (=
dyadisch), kan naar een groep gaan en kan naar een collectief (een
beweging) gaan
▪ Het is een interactieproces dat in een bepaalde context plaatsvindt
▪ Delen een doel
1.4. effectief leiderschap
• Het effect van je leiderschap hangt niet alleen af van je eigen persoonlijke
kenmerken → + interactie van context en kenmerken van je volgers
• Contextfactoren:
o Grote of kleine organisatie
o Family coach? (bestuur gericht op hun mensen)
2
,Samenvatting leiderschap
1.5. Levels van conceptualisatie van leiderschap
• Self-leadership/ persoonlijk leiderschap
o Wie ben ik als leider
o Wat wil ik met m’n leiderschap
• Dyadisch niveau – leider met zijn
medewerker
1.6. Enkele ‘controversen’
1.6.1. Formeel VS informeel leiderschap
Formeel Informeel
• Leiderschap als een rol van een persoon • Niet gelinkt aan titel of positie
met geformaliseerde bevoegdheden:
‘assigned leadership’ (benoemd, verkozen, • Bv. Emergent leadership: het leiderschap
aangesteld, uitgeroepen…) dat via interactie tussen mensen ontstaat
• Leiderschap terechtgekomen bij iemand die • Leiderschap ontstaat spontaan en in
daarvoor is aangeduid interactie met mensen
3
, Samenvatting leiderschap
1.6.2. Verschil tussen concept ‘management’ en het concept ‘leadership’
Staan heel dichotoom voorgesteld → in de praktijk is er wat overlap
Mangament/ leiding geven Leadership
• Iemand die bevoegdheidspositie heeft over • Inspireren
mensen
• Verandering tot stand brengen
• Doet zowel aan management als aan
leadership • Niet per se leiding geven
• Plannen, begroten • De richting uitzetten
• Organiseren, staffen • Mensen verbinden
• Controleren, problem-solving • Motiveren, inspireren
• Naar voorspelbaarheid en ordening streven • Naar verandering en beweging streven
Sleutelcomponenten
• Efficiëntie: het doel bereiken met zo weinig • Effectiviteit: het doel bereiken dat je wil
mogelijk middelen bereiken
• Met de aangereikte middelen moet hij de • Weten wat het doel is, wat is de prioriteit
doelen proberen te bereiken
• Zuinig werken, goed georganiseerd werken
• meer gericht op actuele situatie • meer toekomstgericht, dimensie
verandering centraal
• impliceert: risico beperken – rationele
dimensie belangrijk • impliceert: risico nemen – met emoties
werken
• hard met een d
• hart met een t
4