ALGEMENE PSYCHOLOGIE
1. Inleiding: kennismaking met de psychologie
2. De waarneming
3. Het geheugen
4. Leerprocessen
5. Denken en intelligentie
6. Motivatie
7. Emoties
8. Persoonlijkheid
1. INLEIDING: KENNISMAKING MET DE PSYCHOLOGIE
1.1 DEFINITIE VAN DE PSYCHOLOGIE
Psychologie = wetenschappelijke studie van het gedrag én de mentale activiteiten van het individu
Sociologie = studie van het gedrag binnen de ruimere maatschappelijke context
Antropologie = studie van het gedrag van (sub-)culturen en etnische bevolkingsgroepen
Biologie = studie van de lichamelijke aspecten (van het gedrag)
1.2 GESCHIEDENIS VAN DE PSYCHOLOGIE
Psychologie is een lappendeken van verschillende benaderingswijzen en stromingen en vindt haar oorsprong in
de eerste filosofen (Socrates, Plato, Aristoteles) die op zoek gingen naar kennis, inzicht en verklaringen. Ze
deden dat expliciet aan de hand vragen stellen en de systematiek die ze aanbrachten in hun inzichten.
1. DE MEER DIRECTE VOORGESCHIEDENIS
17e eeuw: rationalisme (René Descartes) versus empirisme (John Locke)
RATIONALISME EMPIRISME
René Descartes (ik denk, dus ik ben) John Locke
Ratio (logisch denken) Empirie (zintuiglijke waarneming, bewijs)
Nature = kennis is aangeboren (nativisme) Nurture = geen aangeboren ideeën (tabula rasa)
Vertrekt van de methodische twijfel. Alle bestaande Vertrekt van wat de mens kan waarnemen, de
zekerheden worden in twijfel getrokken indrukken die via zintuigen opgedaan worden
Geloofde in res cogitans en res extensa = dualisme Geloofden dat de ‘ziel’, het bewustzijn, wel
• Res cogitans = het denkend vermogen, de onderzocht kon worden
geest
• Res extensa = wat ruimte inneemt, de Latere empiristen (19e eeuw, John Stuart Mill)
materie (lichaam, astronomie, fysica) voegden daaraan toe dat vaststellingen ook door
anderen moeten gecontroleerd worden om als echt
Enkel de res extensa kan onderzocht worden, de ‘bewijs’ te gelden
geest niet
1
,18e en 1e helft 19e eeuw: psychofysica
Þ Door de opkomst van de natuurwetenschappen en het feit dat rationalisme en empirisme lijnrecht
tegenover elkaar stonden, begon met zich vragen te stellen over hoe kennis nu eigenlijk echt tot stand
kwam en in hoeverre je daarop kunt vertrouwen.
Þ Natuurwetenschappers begonnen in hun labo’s ook om psychologische vraagstukken te onderzoeken,
maar eerder toevallig en niet als doel op zich (zijnde, het onderzoeken van een psychologisch
probleem)
2. DE PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP VAN HET BEWUSTZIJN
19e eeuw = ontstaan van wetenschappelijke psychologie
STRUCTURALISME
Europa, Wilhelm Wundt
Oprichting 1e labo voor experimentele psychologie
Introductie experimentele methode
Þ In plaats van te wachten tot iets dat ze wilden onderzoeken zich spontaan aanbood, lokten ze het
gewenste fenomeen uit in het labo, zodat ze het daar in gecontroleerde omstandigheden konden
onderzoeken
Edward Titchener (student Wundt) wilde de structuur van de geest analyseren aan de hand van introspectie
Þ De proefpersoon moest bij zichzelf observeren wat er gebeurde en wat er zoal in zijn geest omging
Þ De onderzoeker probeerde structuur aan te brengen in wat de proefpersoon aangaf, om zo te
achterhalen uit welke elementaire deeltjes de geest was opgebouwd
Structuralisme = experimentele bewustzijnspsychologie
FUNCTIONALISME
Amerika, reactie op structuralisme
Niet geïnteresseerd in de structuur van het bewustzijn, maar het functioneren en het nut van het
bewustzijn
Min of meer zelfde methode als structuralisme: experimenten en introspectie
Þ Proefpersoon krijgt een concreet probleem voorgelegd met als doel ‘aanpassingsgedrag’ bij hem uit
te lokken: het oplossen van het probleem. Daarna werd hem gevraagd om bij zichzelf na te gaan via
welke wegen en strategieën hij tot een oplossing gekomen was. Op die manier hoopte men inzicht
te krijgen in het soort mentale activiteiten die een rol spelen bij het zich aanpassen aan nieuwe
situaties.
Functionalisme = functionalistische bewustzijnspsychologie
2
,DIERPROEVEN & DARWIN
Charles Darwin:
• Britse bioloog
• Origin of the Species (1859): evolutietheorie + survival of the fittest
• Ging in tegen dominantie van de Kerk en het geloof als antwoord op ontstaan van de mens
Op basis van zijn evolutietheorie werden dierproeven geïntroduceerd, vooral door de functionalisten.
3. DE BEHAVIORISTISCHE REVOLUTIE
Eind 19e eeuw, begin 20e eeuw
EUROPA
Pavlov:
• Russische fysioloog, reflexologie
• Ontdekker van het conditioneringsproces (zie hoofdstuk 5)
o Hond van Pavlov
o Het aanleren van reflexen door koppeling te maken tussen nieuwe prikkel en reactie
AMERIKA
Bouwde voort op experiment van Pavlov
BEHAVIORISME
John Broadus Watson
Publiceerde in 1913 zijn visie op psychologie:
- Enkel focussen op het uitwendige waarneembare gedrag
- Inwendige mentale processen kunnen niet bewezen worden en moeten volledig losgelaten worden
- Enkel wat mensen en dieren doen zijn van betekenis: een uiterlijk waarneembare respons ( R ) op
stimuli ( S )
Alle gedragingen zijn reeksen aaneengeschakelde S-R-verbindingen. De psychologie kan zo getoond gedrag
verklaren maar ook mogelijk gedrag voorspellen!
Experiment met de kleine Albert (1920):
Men leerde het kind (amper 1 jaar oud) om bang te zijn van een witte rat:
- Voor experiment had het kind geen enkele angst
- Tijdens experiment liet men telkens een luid lawaai horen wanneer het kind de rat zag
- Na het experiment bleef het kind bang zijn voor de witte rat, zonder stimulus (lawaai)
3
, 4. NIEUWE KLEMTONEN IN EUROPA
Begin 20e eeuw
Gestaltpsychologie en psychoanalyse
GESTALTPSYCHOLOGIE
Duitsland
Gestalt = geheel
Gestaltpsychologie = we nemen de wereld waar als gehelen en patronen, en niet als een verzameling losse
elementen
Oorspronkelijk enkel focus op waarnemingen, later ook op andere domeinen binnen de psychologie
Þ Aha-beleving: Wolfgang Köhler (1920). De oplossing van een probleem kan ook heel plots opduiken
(Aha-Erlebnis) omdat de proefpersoon de probleemsituatie mentaal herstructureerde en zo tot een
nieuw overzichtelijk geheel kwam. Dit was in tegenstelling tot het behaviorisme (S-R-verbinding)
Þ Groepsdynamica: Kurt Lewin (1947). Een groep bestaat niet uit losse elementen, maar bestaat uit
de interactie tussen de verschillende leden
ð Zie ook later gestaltwetten!
PSYCHOANALYSE
= dieptepsychologie
Sigmund Freud, Carl Jung, Jacques Lacan
Ontwikkelde zich los van de al bestaande experimentele psychologie, maar kwam voort uit de psychiatrie
Bepaald gedrag komt voort uit het onderbewustzijn, zoals onverwerkte angsten of trauma’s, en niet uit
bewuste overwegingen, motieven of keuzes
ð De persoon verdringt dingen die als te bedreigend worden ervaren
ð Deze onverwerkte dingen komen alsnog tot uiting in de vorm van dromen, fantasieën,
versprekingen
Dit kon/kan moeilijk wetenschappelijk bewezen worden, omdat dit niet waarneembaar is en volledig
inwendig gebeurt
5. AMERIKA EN DE HERONTDEKKING VAN HET INNERLIJKE
Neobehaviorisme en humanistische psychologie
NEOBEHAVIORISME
S-O-R-opvatting:
ð Robert Woodworth (1922)
ð O = organisme = verborgen innerlijk van individu (geheugen, gevoelens, behoeften, emoties)
ð Gedrag = samenspel van stimulus, innerlijke wereld van organisme, en reactie
4
1. Inleiding: kennismaking met de psychologie
2. De waarneming
3. Het geheugen
4. Leerprocessen
5. Denken en intelligentie
6. Motivatie
7. Emoties
8. Persoonlijkheid
1. INLEIDING: KENNISMAKING MET DE PSYCHOLOGIE
1.1 DEFINITIE VAN DE PSYCHOLOGIE
Psychologie = wetenschappelijke studie van het gedrag én de mentale activiteiten van het individu
Sociologie = studie van het gedrag binnen de ruimere maatschappelijke context
Antropologie = studie van het gedrag van (sub-)culturen en etnische bevolkingsgroepen
Biologie = studie van de lichamelijke aspecten (van het gedrag)
1.2 GESCHIEDENIS VAN DE PSYCHOLOGIE
Psychologie is een lappendeken van verschillende benaderingswijzen en stromingen en vindt haar oorsprong in
de eerste filosofen (Socrates, Plato, Aristoteles) die op zoek gingen naar kennis, inzicht en verklaringen. Ze
deden dat expliciet aan de hand vragen stellen en de systematiek die ze aanbrachten in hun inzichten.
1. DE MEER DIRECTE VOORGESCHIEDENIS
17e eeuw: rationalisme (René Descartes) versus empirisme (John Locke)
RATIONALISME EMPIRISME
René Descartes (ik denk, dus ik ben) John Locke
Ratio (logisch denken) Empirie (zintuiglijke waarneming, bewijs)
Nature = kennis is aangeboren (nativisme) Nurture = geen aangeboren ideeën (tabula rasa)
Vertrekt van de methodische twijfel. Alle bestaande Vertrekt van wat de mens kan waarnemen, de
zekerheden worden in twijfel getrokken indrukken die via zintuigen opgedaan worden
Geloofde in res cogitans en res extensa = dualisme Geloofden dat de ‘ziel’, het bewustzijn, wel
• Res cogitans = het denkend vermogen, de onderzocht kon worden
geest
• Res extensa = wat ruimte inneemt, de Latere empiristen (19e eeuw, John Stuart Mill)
materie (lichaam, astronomie, fysica) voegden daaraan toe dat vaststellingen ook door
anderen moeten gecontroleerd worden om als echt
Enkel de res extensa kan onderzocht worden, de ‘bewijs’ te gelden
geest niet
1
,18e en 1e helft 19e eeuw: psychofysica
Þ Door de opkomst van de natuurwetenschappen en het feit dat rationalisme en empirisme lijnrecht
tegenover elkaar stonden, begon met zich vragen te stellen over hoe kennis nu eigenlijk echt tot stand
kwam en in hoeverre je daarop kunt vertrouwen.
Þ Natuurwetenschappers begonnen in hun labo’s ook om psychologische vraagstukken te onderzoeken,
maar eerder toevallig en niet als doel op zich (zijnde, het onderzoeken van een psychologisch
probleem)
2. DE PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP VAN HET BEWUSTZIJN
19e eeuw = ontstaan van wetenschappelijke psychologie
STRUCTURALISME
Europa, Wilhelm Wundt
Oprichting 1e labo voor experimentele psychologie
Introductie experimentele methode
Þ In plaats van te wachten tot iets dat ze wilden onderzoeken zich spontaan aanbood, lokten ze het
gewenste fenomeen uit in het labo, zodat ze het daar in gecontroleerde omstandigheden konden
onderzoeken
Edward Titchener (student Wundt) wilde de structuur van de geest analyseren aan de hand van introspectie
Þ De proefpersoon moest bij zichzelf observeren wat er gebeurde en wat er zoal in zijn geest omging
Þ De onderzoeker probeerde structuur aan te brengen in wat de proefpersoon aangaf, om zo te
achterhalen uit welke elementaire deeltjes de geest was opgebouwd
Structuralisme = experimentele bewustzijnspsychologie
FUNCTIONALISME
Amerika, reactie op structuralisme
Niet geïnteresseerd in de structuur van het bewustzijn, maar het functioneren en het nut van het
bewustzijn
Min of meer zelfde methode als structuralisme: experimenten en introspectie
Þ Proefpersoon krijgt een concreet probleem voorgelegd met als doel ‘aanpassingsgedrag’ bij hem uit
te lokken: het oplossen van het probleem. Daarna werd hem gevraagd om bij zichzelf na te gaan via
welke wegen en strategieën hij tot een oplossing gekomen was. Op die manier hoopte men inzicht
te krijgen in het soort mentale activiteiten die een rol spelen bij het zich aanpassen aan nieuwe
situaties.
Functionalisme = functionalistische bewustzijnspsychologie
2
,DIERPROEVEN & DARWIN
Charles Darwin:
• Britse bioloog
• Origin of the Species (1859): evolutietheorie + survival of the fittest
• Ging in tegen dominantie van de Kerk en het geloof als antwoord op ontstaan van de mens
Op basis van zijn evolutietheorie werden dierproeven geïntroduceerd, vooral door de functionalisten.
3. DE BEHAVIORISTISCHE REVOLUTIE
Eind 19e eeuw, begin 20e eeuw
EUROPA
Pavlov:
• Russische fysioloog, reflexologie
• Ontdekker van het conditioneringsproces (zie hoofdstuk 5)
o Hond van Pavlov
o Het aanleren van reflexen door koppeling te maken tussen nieuwe prikkel en reactie
AMERIKA
Bouwde voort op experiment van Pavlov
BEHAVIORISME
John Broadus Watson
Publiceerde in 1913 zijn visie op psychologie:
- Enkel focussen op het uitwendige waarneembare gedrag
- Inwendige mentale processen kunnen niet bewezen worden en moeten volledig losgelaten worden
- Enkel wat mensen en dieren doen zijn van betekenis: een uiterlijk waarneembare respons ( R ) op
stimuli ( S )
Alle gedragingen zijn reeksen aaneengeschakelde S-R-verbindingen. De psychologie kan zo getoond gedrag
verklaren maar ook mogelijk gedrag voorspellen!
Experiment met de kleine Albert (1920):
Men leerde het kind (amper 1 jaar oud) om bang te zijn van een witte rat:
- Voor experiment had het kind geen enkele angst
- Tijdens experiment liet men telkens een luid lawaai horen wanneer het kind de rat zag
- Na het experiment bleef het kind bang zijn voor de witte rat, zonder stimulus (lawaai)
3
, 4. NIEUWE KLEMTONEN IN EUROPA
Begin 20e eeuw
Gestaltpsychologie en psychoanalyse
GESTALTPSYCHOLOGIE
Duitsland
Gestalt = geheel
Gestaltpsychologie = we nemen de wereld waar als gehelen en patronen, en niet als een verzameling losse
elementen
Oorspronkelijk enkel focus op waarnemingen, later ook op andere domeinen binnen de psychologie
Þ Aha-beleving: Wolfgang Köhler (1920). De oplossing van een probleem kan ook heel plots opduiken
(Aha-Erlebnis) omdat de proefpersoon de probleemsituatie mentaal herstructureerde en zo tot een
nieuw overzichtelijk geheel kwam. Dit was in tegenstelling tot het behaviorisme (S-R-verbinding)
Þ Groepsdynamica: Kurt Lewin (1947). Een groep bestaat niet uit losse elementen, maar bestaat uit
de interactie tussen de verschillende leden
ð Zie ook later gestaltwetten!
PSYCHOANALYSE
= dieptepsychologie
Sigmund Freud, Carl Jung, Jacques Lacan
Ontwikkelde zich los van de al bestaande experimentele psychologie, maar kwam voort uit de psychiatrie
Bepaald gedrag komt voort uit het onderbewustzijn, zoals onverwerkte angsten of trauma’s, en niet uit
bewuste overwegingen, motieven of keuzes
ð De persoon verdringt dingen die als te bedreigend worden ervaren
ð Deze onverwerkte dingen komen alsnog tot uiting in de vorm van dromen, fantasieën,
versprekingen
Dit kon/kan moeilijk wetenschappelijk bewezen worden, omdat dit niet waarneembaar is en volledig
inwendig gebeurt
5. AMERIKA EN DE HERONTDEKKING VAN HET INNERLIJKE
Neobehaviorisme en humanistische psychologie
NEOBEHAVIORISME
S-O-R-opvatting:
ð Robert Woodworth (1922)
ð O = organisme = verborgen innerlijk van individu (geheugen, gevoelens, behoeften, emoties)
ð Gedrag = samenspel van stimulus, innerlijke wereld van organisme, en reactie
4