Samenvatting Religie, zingeving en levensbeschouwing
1. Definities
Levensbeschouwing: manier waarop mensen nadenken over het leven en de
wereld om hen heen. Geheel van overtuigingen, waarden en normen waarmee
mensen richting/betekenis aan leven geven
Religie: Algemene zin = verbonden zijn. Levensbeschouwing waarin
verbondenheid centraal staat en een mysterie-karakter van de werkelijkheid of
het leven wordt erkend.
Openbaringsgodsdiensten: Godsdienst waarbij men gelooft dat God zichzelf heeft
bekendgemaakt aan de mensheid via een openbaring (God heeft
gecommuniceerd via anderen/bijzondere gebeurtenissen) (Jodendom, Islam,
Christendom…)
Zingeving: Alles maken heeft met de vraag wat ‘zin, betekenis, waarde of
kwaliteit’ geeft aan leven, hoe daarmee kunt omgaan, heeft te maken met geluk
en actieve en passieve component
Normatieve professionalisering: professioneel handelen vindt plaats in
uiteenlopende spanningsvelden en is dus altijd normatief geladen en brengt
morele keuzes met zich mee
Bio-ethiek: verwijst naar de studie van ethische vraagstukken die zich voordoen
in de zorg
Sentience: het vermogen om te voelen, te ervaren of ten minste enkele
aangename of onaangename ervaringen te hebben
Consensus: beschrijvende persoonlijkheid is voldoende voor morele
persoonlijkheid
Hechtingsmoraal: respect voor anderen, zorgzaamheid, afremming van agressie
Dehumanisering: mensen worden gezien als objecten, lichamen en machines
Freeloaders: mensen die profiteren zonder bij te dragen
Transcedent: er boven verheven iets dat de normale werkelijkheid, menselijke
ervaring of het zintuigelijk waarneembare overstijgt
Jahweh: de unieke, heilige naam van God in het Jodendom, staat voor de God van
Israël en wordt geïnterpreteerd als ‘de Eeuwige’ of ‘Hij die is’
Zionisme: een politieke beweging die Israël ziet als het thuisland voor Joden en
het streven naar een eigen Joodse staat
Narratief bewustzijn: een bewustzijn van het eigen leven als een soort verhaal
dat zich in de tijd ontvouwt en gedetailleerde herinneringen aan het veerleden en
intenties of plannen voor de toekomst omvat
HCO 1
2. RZL voor de PC?
- Bewust zin elk menselijk handelen, denken en leven onontkoombaar een
levensbeschouwelijk karakter heeft
- Normatieve professionalisering
- Als Pc kom in contact met verschillende levensbeschouwelijke
invalshoeken en perspectieven hoe daarmee omgaan?
- Hoe als PC openstaan voor identiteits-, zingevings-, en levensvragen van je
cliënten of doelgroep
, - Hoe navigeren in ethische vraagstukken/dilemma’s binnen de zorg
- Wat als jouw persoonlijke waarden botsen met de professionele waarden
en normen binnen de organisatie of instelling waar je werkt en hoe mee
omgaan?
Bio-ethiek verwijst naar de toepassing van moreel redeneren op kwesties die
worden opgeworpen door medische behandeling, technologieën en de
levenswetenschappen
Bio-ethiek
- = Rationele argumentatie over ethische onderwerpen
- Omvat logisch redeneren
- Conclusie volgt uit de gegeven redenen:
o Alle mensen zijn sterfelijk
o Socrates is een mens
o Dus, Socrates is sterfelijk
- In overeenstemming met wetenschappelijke feiten
3. Argumentatie
Belang
1. Onderzoek: argumentatie is een manier om te achterhalen welke
opvattingen beter zijn dan andere.
2. Uitleg: argumentatie is een manier om je standpunt aan anderen uit te
leggen.
3. Rechtvaardiging: argumentatie is een manier om je standpunt aan anderen
te rechtvaardigen
4. Rationele overreding: argumentatie is een manier om anderen te
overtuigen om jouw opvatting over te nemen
Elementen van sterke argumentatie
- Hoge mate van relevantie voor de ethische vraag
- Verwijzing naar de belangrijke wetenschappelijke en
sociaalwetenschappelijke feiten
- Beschrijving van de mogelijke effecten van een beslissing op anderen
- Identificatie en toepassing van de relevante ethische principes, waarden
en normen
- Analyse van hoe de aanbevolen handelwijze aan die overwegingen voldoet
en van de sterke en zwakke punten van andere oplossingen
- Logisch redeneren
Elementen van een zwakke rechtvaardiging
- Fouten in de feiten van de situatie of de achtergrond van een casus
- Fouten bij het begrijpen of toepassen van een ethisch principe, een waarde
of norm
- Fouten in de logica
Ethisch argumenteren
1. Analogie (Bottom-up)
2. Principe-benadering (Top down)
3. Ethische theorieën (deontologie, gevolgenethiek, deugdethiek, zorgethiek)
Meest gebruikte aanpak
Bottom-up
, ↓
zoek naar situaties die vergelijkbaar zijn met morele geval of dilemma in kwestie
↓
Identificeer moreel relevante verschillen
↓
Onderzoek in hoeverre het morele oordeel kan worden overgedragen op de
huidige casus
Principe-ethiek is benadering binnen de bio-ethiek waarbij morele vraagstukken
worden beoordeeld aan de hand van de 4 centrale ethische principes:
1. Respect voor autonomie – het recht van individuen om hun eigen keuzes te
maken
2. Weldoen – het bevorderen van het welzijn van anderen
3. Niet-schaden – het vermijden van schade
4. Rechtvaardigheid – het eerlijk verdelen van middelen en kansen
4. Autonomie & niet-schaden
Meest gebruikte aanpak
- Normatieve ethiek
- Hoe weten/beslissen wat zouden moeten doen?
o Het moreel juiste om te doen is datgene waarvoor de beste redenen
bestaan om het te doen
- Rachels’ minimale opvatting
o Ethiek is, poging om iemands gedrag te sturen door middel van
rede, terwijl men gelijke aandacht schenkt aan de belangen van
ieder individu die door dat gedrag beïnvloed wordt
5. Deontologie
Type morele theorie die beoordeelt wat we zouden moeten doen
Wat handeling juist maakt, is haar overeenstemming met een morele norm
- Plichtethiek
- Zijn er absolute regels?
Immanuel Kant
Een van de meest invloedrijke filosofen in de westerse ethiek en de moderne
filosofie in het algemeen
Verlichting – nadruk op rede en autonomie, bevrijding van de mens uit een
toestand van onwetendheid, dwaling en dogma
Sapere aude – durf te denken
Uitgangspunt- rede, vrije wil en menselijke autonomie, wij stellen wetten voor
onszelf op via de rede, de rede bepaalt het morele ‘moeten’, dus is dat wat
aanduidt moreel goed is niet andersom
- De morele wet moet categorisch zijn onvoorwaardelijk en onafhankelijk
van verlangens
1. Definities
Levensbeschouwing: manier waarop mensen nadenken over het leven en de
wereld om hen heen. Geheel van overtuigingen, waarden en normen waarmee
mensen richting/betekenis aan leven geven
Religie: Algemene zin = verbonden zijn. Levensbeschouwing waarin
verbondenheid centraal staat en een mysterie-karakter van de werkelijkheid of
het leven wordt erkend.
Openbaringsgodsdiensten: Godsdienst waarbij men gelooft dat God zichzelf heeft
bekendgemaakt aan de mensheid via een openbaring (God heeft
gecommuniceerd via anderen/bijzondere gebeurtenissen) (Jodendom, Islam,
Christendom…)
Zingeving: Alles maken heeft met de vraag wat ‘zin, betekenis, waarde of
kwaliteit’ geeft aan leven, hoe daarmee kunt omgaan, heeft te maken met geluk
en actieve en passieve component
Normatieve professionalisering: professioneel handelen vindt plaats in
uiteenlopende spanningsvelden en is dus altijd normatief geladen en brengt
morele keuzes met zich mee
Bio-ethiek: verwijst naar de studie van ethische vraagstukken die zich voordoen
in de zorg
Sentience: het vermogen om te voelen, te ervaren of ten minste enkele
aangename of onaangename ervaringen te hebben
Consensus: beschrijvende persoonlijkheid is voldoende voor morele
persoonlijkheid
Hechtingsmoraal: respect voor anderen, zorgzaamheid, afremming van agressie
Dehumanisering: mensen worden gezien als objecten, lichamen en machines
Freeloaders: mensen die profiteren zonder bij te dragen
Transcedent: er boven verheven iets dat de normale werkelijkheid, menselijke
ervaring of het zintuigelijk waarneembare overstijgt
Jahweh: de unieke, heilige naam van God in het Jodendom, staat voor de God van
Israël en wordt geïnterpreteerd als ‘de Eeuwige’ of ‘Hij die is’
Zionisme: een politieke beweging die Israël ziet als het thuisland voor Joden en
het streven naar een eigen Joodse staat
Narratief bewustzijn: een bewustzijn van het eigen leven als een soort verhaal
dat zich in de tijd ontvouwt en gedetailleerde herinneringen aan het veerleden en
intenties of plannen voor de toekomst omvat
HCO 1
2. RZL voor de PC?
- Bewust zin elk menselijk handelen, denken en leven onontkoombaar een
levensbeschouwelijk karakter heeft
- Normatieve professionalisering
- Als Pc kom in contact met verschillende levensbeschouwelijke
invalshoeken en perspectieven hoe daarmee omgaan?
- Hoe als PC openstaan voor identiteits-, zingevings-, en levensvragen van je
cliënten of doelgroep
, - Hoe navigeren in ethische vraagstukken/dilemma’s binnen de zorg
- Wat als jouw persoonlijke waarden botsen met de professionele waarden
en normen binnen de organisatie of instelling waar je werkt en hoe mee
omgaan?
Bio-ethiek verwijst naar de toepassing van moreel redeneren op kwesties die
worden opgeworpen door medische behandeling, technologieën en de
levenswetenschappen
Bio-ethiek
- = Rationele argumentatie over ethische onderwerpen
- Omvat logisch redeneren
- Conclusie volgt uit de gegeven redenen:
o Alle mensen zijn sterfelijk
o Socrates is een mens
o Dus, Socrates is sterfelijk
- In overeenstemming met wetenschappelijke feiten
3. Argumentatie
Belang
1. Onderzoek: argumentatie is een manier om te achterhalen welke
opvattingen beter zijn dan andere.
2. Uitleg: argumentatie is een manier om je standpunt aan anderen uit te
leggen.
3. Rechtvaardiging: argumentatie is een manier om je standpunt aan anderen
te rechtvaardigen
4. Rationele overreding: argumentatie is een manier om anderen te
overtuigen om jouw opvatting over te nemen
Elementen van sterke argumentatie
- Hoge mate van relevantie voor de ethische vraag
- Verwijzing naar de belangrijke wetenschappelijke en
sociaalwetenschappelijke feiten
- Beschrijving van de mogelijke effecten van een beslissing op anderen
- Identificatie en toepassing van de relevante ethische principes, waarden
en normen
- Analyse van hoe de aanbevolen handelwijze aan die overwegingen voldoet
en van de sterke en zwakke punten van andere oplossingen
- Logisch redeneren
Elementen van een zwakke rechtvaardiging
- Fouten in de feiten van de situatie of de achtergrond van een casus
- Fouten bij het begrijpen of toepassen van een ethisch principe, een waarde
of norm
- Fouten in de logica
Ethisch argumenteren
1. Analogie (Bottom-up)
2. Principe-benadering (Top down)
3. Ethische theorieën (deontologie, gevolgenethiek, deugdethiek, zorgethiek)
Meest gebruikte aanpak
Bottom-up
, ↓
zoek naar situaties die vergelijkbaar zijn met morele geval of dilemma in kwestie
↓
Identificeer moreel relevante verschillen
↓
Onderzoek in hoeverre het morele oordeel kan worden overgedragen op de
huidige casus
Principe-ethiek is benadering binnen de bio-ethiek waarbij morele vraagstukken
worden beoordeeld aan de hand van de 4 centrale ethische principes:
1. Respect voor autonomie – het recht van individuen om hun eigen keuzes te
maken
2. Weldoen – het bevorderen van het welzijn van anderen
3. Niet-schaden – het vermijden van schade
4. Rechtvaardigheid – het eerlijk verdelen van middelen en kansen
4. Autonomie & niet-schaden
Meest gebruikte aanpak
- Normatieve ethiek
- Hoe weten/beslissen wat zouden moeten doen?
o Het moreel juiste om te doen is datgene waarvoor de beste redenen
bestaan om het te doen
- Rachels’ minimale opvatting
o Ethiek is, poging om iemands gedrag te sturen door middel van
rede, terwijl men gelijke aandacht schenkt aan de belangen van
ieder individu die door dat gedrag beïnvloed wordt
5. Deontologie
Type morele theorie die beoordeelt wat we zouden moeten doen
Wat handeling juist maakt, is haar overeenstemming met een morele norm
- Plichtethiek
- Zijn er absolute regels?
Immanuel Kant
Een van de meest invloedrijke filosofen in de westerse ethiek en de moderne
filosofie in het algemeen
Verlichting – nadruk op rede en autonomie, bevrijding van de mens uit een
toestand van onwetendheid, dwaling en dogma
Sapere aude – durf te denken
Uitgangspunt- rede, vrije wil en menselijke autonomie, wij stellen wetten voor
onszelf op via de rede, de rede bepaalt het morele ‘moeten’, dus is dat wat
aanduidt moreel goed is niet andersom
- De morele wet moet categorisch zijn onvoorwaardelijk en onafhankelijk
van verlangens