gezinsondersteuning
Inleiding in de pedagogiek
Pedagogiek Wetenschappelijke studie van
opvoeding, onderwijs en vorming
(traditionele omschrijving)
Evidence based pedagogiek Gebaseerd op meetbare zaken
(cijfers)
Meten = weten
Voorschrijvend
Gestimuleerd door 2 tendensen:
- Risico reducerend denken
- Individualiserend denken
Fundamentele pedagogiek Eerder filosofisch, stelt ons in vraag,
beschrijvend
Ethisch en normatief
Parenting turn Jaren 90
Opvallende aandacht voor ouderschap
en opvoeding(sondersteuning)
Teloorgang trad gezin, crisis
welvaartstaat, sociaal
inventariseringsdenken
Opvoedingsondersteuning De laagdrempelige, gelaagde
ondersteuning van
opvoedingsverantwoordelijken bij de
opvoeding van kinderen en jongeren.
(Ouders worden
opvoedingsverantwoordelijken)
Beperkter
Preventieve gezinsondersteuning Het geheel van maatregelen en
aanbod dat gericht is op het
bevorderen van het welbevinden van
alle kinderen en jongeren en
aanstaande ouders, met inbegrip van
de ondersteuning op het vlak van
opvoeding en preventieve
gezondheidszorg.
Betrekt de context
Proportioneel/ progressief Iets algemeen aanbieden, maar als
universalisme er een bijkomende nood is kan erop
ingegaan worden. (Opbouwend)
Gedeelde verantwoordelijkheid Samen verantwoordelijk, als SL
onmogelijk maakt om op te voeden
lukt het niet (SL en ouder)
Verdeelde verantwoordelijkheid Ouder doet opvoeding, als het
, misloopt doen wij het
Het kind als held
Rolmodel Kind is het voorbeeld, is vrij, creatief
en weerbaar (kind = goed geboren)
Anti-autoritaire opvoeding Een opvoedingsstijl waarbij kinderen
vrijheid krijgen om zelf keuzes te
maken, zonder strenge regels of
dwang, met vertrouwen in hun eigen
ontwikkeling.
Reformpedagogiek Een onderwijs- en
opvoedingsbeweging (vanaf eind 19e
eeuw) die het kind centraal stelt,
met nadruk op zelfontplooiing,
creativiteit en leren door ervaring, in
plaats van strengheid en discipline.
(Ervaringsgericht leren)
Totaliteitsonderwijs Onderwijs waar alles aan bod komt,
nadruk op eigen activiteit (meer laten
doen en zelf nadenken/
experimenteren over gebeurtenissen
in het gewone leven) en op individuele
verschillen.
(Kind niet voorbij laten gaan, dagelijks
leven en onderwijs niet scheiden -->
alles is gelinkt aan elkaar)
Luisterschool School waar leerlingen vooral
luisteren en leren uit boeken, met
weinig praktijk of actief leren.
School in het volle leven Leren over ervaringen die in het
gewone leven gebeuren.
Praktijkgericht
Laissez-faire opvoeding Opvoeden zonder al te veel tussen te
komen, ‘laat het kind maar doen’.
Praise junkies Hebben steeds meer bevestiging
nodig ten gevolge van te veel
complimenten. (Vaak zelfs weinig
zelfvertrouwen)
Selectief gebruik
Afgestemd opvoeden Bij opvoeding wederzijdse afstemming
maken voor behoeften van zowel kind
als ouder.
Coërcief gedrag Eisend, dwingend gedrag vanuit het
kind.
Escape contingenties Pers 1 reageert aversief, per 2
reageert zo aversief dat pers 1 stopt.
Reinforcement trap Tevreden met korte termijn
resultaten, nadelig op lange termijn.