1. Welke 4 voorwaarden dienen aanwezig te zijn om te kunnen
spreken van een chronisch ziek kind?
- De aandoening langdurig aanwezig is (langer dan 3 maanden).
- De aandoening een impact heeft op het dagelijks functioneren.
- Er sprake is van een nood aan continue medische opvolging of
behandeling.
- De ziekte het kind belemmert in zijn ontwikkeling en/of participatie aan
normale activiteiten zoals school en spel
2. Een ziek kind hebben, heeft een impact op zijn omgeving.
Wanneer dit over een chronisch ziek kind gaat, is de impact nog
groter. Welke problemen komen bij deze groep kinderen en hun
ouders meer voor?
Chronische ziekten kunnen leiden tot:
- Toegenomen stress, vermoeidheid, en emotionele belasting bij ouders.
- Psychosociale problemen bij het kind zoals isolatie, depressieve gevoelens.
- Problemen met schooldeelname en vriendschappen.
- Financiële en praktische belasting voor het gezin
3. Welke impact heeft cultuurverschillen in de zorg van chronisch
zieke kinderen?
Culturele verschillen kunnen een invloed hebben op:
- De manier waarop ouders omgaan met ziekte en zorg.
- Verwachtingen ten aanzien van genezing of behandeling.
- Communicatie tussen zorgverlener en familie.
- Behoefte aan specifieke begeleiding, bv. via een interculturele bemiddelaar
4. Wat is je taak als verpleegkundige bij de heropname van een kind
met een chronische aandoening?
- Anamnese afnemen over de actuele toestand en veranderingen sinds
vorige opname.
- Voortbouwen op gekende zorgnoden.
- Continuïteit van zorg bewaken.
- Rekening houden met psychosociale aspecten en begeleiding van het
gezin
5. Ook een ziek kind heeft recht op onderwijs. Geef 3 alternatieven
wanneer een kind niet in staat is zijn/haar regulier onderwijs te
volgen.
- Onderwijs via Bednet.
- Onderwijs in het ziekenhuis
- Thuisonderwijs georganiseerd via de school of CLB
, 6. Jonge kinderen worden jong volwassenen. Kinderen met een
chronische aandoening dienen op een gegeven moment de
overstap te maken naar de zorg van volwassenen. Hoe wordt dit
genoemd en wat houdt dit precies in?
Dit wordt "transitie" genoemd. Het houdt in:
- Een geleidelijke overdracht van zorgverantwoordelijkheid van ouders en
kinderzorgteam naar het kind en het volwassenenteam.
- Voorbereiding op zelfstandig omgaan met de aandoening.
- Aandacht voor zowel medische als psychosociale begeleiding
7. Wat is het verschil tussen ontwikkelingsachterstand en een
verstandelijke beperking?
- Ontwikkelingsachterstand: tijdelijke vertraging op één of meerdere
ontwikkelingsdomeinen; kan inhalen mogelijk zijn.
- Verstandelijke beperking: blijvende beperking in intellectueel
functioneren en adaptieve vaardigheden
8. Kinderen met een ernstige meervoudige beperking hebben vaak
slaapproblemen. Geef 2 mogelijke behandelingen.
- Gedragstherapeutische aanpak (slaaphygiëne, structuur).
- Medicamenteuze ondersteuning indien nodig
9. Kinderen met EMB hebben vaak te kampen met tal van medische
problemen. Geef 5 algemene zaken die je als verpleegkundige
gaat bewaken/observeren/opvolgen in de zorg van kinderen met
een EMB.
- Voeding en hydratatie.
- Huidtoestand (decubituspreventie).
- Ademhaling (aspiratie, luchtweginfecties).
- Pijnsignalen herkennen.
- Comfort en positionering
10. Waarom hebben kinderen met EMB meer kans op
ondervoeding en waarom is het belangrijk dit te behandelen?
- EMB-kinderen hebben vaak slikproblemen, verminderde eetlust, en
verhoogd energieverbruik.
- Ondervoeding beïnvloedt groei, immuunsysteem en herstel.
- Tijdige detectie en aangepaste voeding zijn essentieel
11. Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij het afnemen van
een anamnese bij de opname van een kind met een beperking.
- Communicatieniveau en -wijze.
spreken van een chronisch ziek kind?
- De aandoening langdurig aanwezig is (langer dan 3 maanden).
- De aandoening een impact heeft op het dagelijks functioneren.
- Er sprake is van een nood aan continue medische opvolging of
behandeling.
- De ziekte het kind belemmert in zijn ontwikkeling en/of participatie aan
normale activiteiten zoals school en spel
2. Een ziek kind hebben, heeft een impact op zijn omgeving.
Wanneer dit over een chronisch ziek kind gaat, is de impact nog
groter. Welke problemen komen bij deze groep kinderen en hun
ouders meer voor?
Chronische ziekten kunnen leiden tot:
- Toegenomen stress, vermoeidheid, en emotionele belasting bij ouders.
- Psychosociale problemen bij het kind zoals isolatie, depressieve gevoelens.
- Problemen met schooldeelname en vriendschappen.
- Financiële en praktische belasting voor het gezin
3. Welke impact heeft cultuurverschillen in de zorg van chronisch
zieke kinderen?
Culturele verschillen kunnen een invloed hebben op:
- De manier waarop ouders omgaan met ziekte en zorg.
- Verwachtingen ten aanzien van genezing of behandeling.
- Communicatie tussen zorgverlener en familie.
- Behoefte aan specifieke begeleiding, bv. via een interculturele bemiddelaar
4. Wat is je taak als verpleegkundige bij de heropname van een kind
met een chronische aandoening?
- Anamnese afnemen over de actuele toestand en veranderingen sinds
vorige opname.
- Voortbouwen op gekende zorgnoden.
- Continuïteit van zorg bewaken.
- Rekening houden met psychosociale aspecten en begeleiding van het
gezin
5. Ook een ziek kind heeft recht op onderwijs. Geef 3 alternatieven
wanneer een kind niet in staat is zijn/haar regulier onderwijs te
volgen.
- Onderwijs via Bednet.
- Onderwijs in het ziekenhuis
- Thuisonderwijs georganiseerd via de school of CLB
, 6. Jonge kinderen worden jong volwassenen. Kinderen met een
chronische aandoening dienen op een gegeven moment de
overstap te maken naar de zorg van volwassenen. Hoe wordt dit
genoemd en wat houdt dit precies in?
Dit wordt "transitie" genoemd. Het houdt in:
- Een geleidelijke overdracht van zorgverantwoordelijkheid van ouders en
kinderzorgteam naar het kind en het volwassenenteam.
- Voorbereiding op zelfstandig omgaan met de aandoening.
- Aandacht voor zowel medische als psychosociale begeleiding
7. Wat is het verschil tussen ontwikkelingsachterstand en een
verstandelijke beperking?
- Ontwikkelingsachterstand: tijdelijke vertraging op één of meerdere
ontwikkelingsdomeinen; kan inhalen mogelijk zijn.
- Verstandelijke beperking: blijvende beperking in intellectueel
functioneren en adaptieve vaardigheden
8. Kinderen met een ernstige meervoudige beperking hebben vaak
slaapproblemen. Geef 2 mogelijke behandelingen.
- Gedragstherapeutische aanpak (slaaphygiëne, structuur).
- Medicamenteuze ondersteuning indien nodig
9. Kinderen met EMB hebben vaak te kampen met tal van medische
problemen. Geef 5 algemene zaken die je als verpleegkundige
gaat bewaken/observeren/opvolgen in de zorg van kinderen met
een EMB.
- Voeding en hydratatie.
- Huidtoestand (decubituspreventie).
- Ademhaling (aspiratie, luchtweginfecties).
- Pijnsignalen herkennen.
- Comfort en positionering
10. Waarom hebben kinderen met EMB meer kans op
ondervoeding en waarom is het belangrijk dit te behandelen?
- EMB-kinderen hebben vaak slikproblemen, verminderde eetlust, en
verhoogd energieverbruik.
- Ondervoeding beïnvloedt groei, immuunsysteem en herstel.
- Tijdige detectie en aangepaste voeding zijn essentieel
11. Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij het afnemen van
een anamnese bij de opname van een kind met een beperking.
- Communicatieniveau en -wijze.