Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Internationaal Privaatrecht (RGMPR00506)

Vendu
12
Pages
60
Publié le
03-01-2026
Écrit en
2025/2026

Combinatie van boek samenvatting en de hoorcollege aantekeningen, week 1 t/m 6.

Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Alleen wat is voorgeschreven
Publié le
3 janvier 2026
Nombre de pages
60
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Internationaal Privaatrecht
Combinatie boek samenvatting + hoorcollege aantekeningen


Inhoudsopgave
Week 1a: inleiding internationaal privaatrecht................................................2

Week 1b: verwijzingsregels............................................................................9

Week 2a: bevoegdheid en Bussel I bis...........................................................14

Week 2b: onrechtmatige daad......................................................................17

Week 3a: onrechtmatige daad (vervolg)........................................................24

Week 3b: verbintenis uit overeenkomst / consumentenovereenkomsten.........28

Week 4a: verbintenissen uit overeenkomst (vervolg).....................................32

Week 4b: erkenning en tenuitvoerlegging & ondernemings- en goederenrecht38

Week 5b: huwelijksvermogensrecht..............................................................46

Week 6a: afstamming en ouderlijke verantwoordelijkheid..............................52

Week 6b: alimentatie en erfrecht..................................................................56

,Week 1a: inleiding internationaal privaatrecht
Nederlands internationaal privaatrecht
In grensoverschrijdende situaties moet worden bepaald of de Nederlandse rechter bevoegd is,
Nederlands danwel buitenlands privaatrecht van toepassing is of een buitenlandse rechterlijke
beslissing voor erkenning/executie in aanmerking komt.

Deze kwesties worden geregeld door het Internationaal Privaatrecht, dat bestaat uit drie onderdelen:
1. Het bevoegdheidsrecht; wanneer is een rechter bevoegd? (formeel)
2. Het conflictenrecht; welk recht is van toepassing? (materieel)
3. Het erkennings- en tenuitvoerleggingsrecht; onder welke voorwaarden is een buitenlands
vonnis uitvoerbaar? (formeel)

De voorwaarden voor toepassing van het IPR is rechtsverscheidenheid en grensoverschrijdend
rechtsverkeer.

Karakter, doel en functie van het internationaal privaatrecht
Het gaat om nationaal recht, voor internationale gevallen. Ieder land heeft zijn eigen IPR-regels en
bepaalt dus zelf de regels inzake het toepasselijk recht, internationale bevoegdheid en erkenning &
tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke beslissingen.

Het IPR kan worden gedefinieerd als het geheel aan nationale rechtsregels met een privaatrechtelijk
karakter, die handelingen en feiten met een grensoverschrijdend karakter betreffen en die zien op de
drie onderdelen hierboven genoemd.

Het doel van het IPR is het op een zo doelmatig en rechtvaardig mogelijke wijze reguleren van het
internationaal rechtsverkeer. Het heeft alleen een functie te vervullen bij een internationaal karakter. In
het algemeen kan worden gezegd dat er sprake is van een internationaal geval wanneer een feitelijk-
geografisch element in de rechtsverhouding betrokkenheid weergeeft met meer dan één rechtsstelsel
(bijv. woonplaats, nationaliteit etc.).

Bronnen
Het Nederlandse IPR is verspreid over verdragen, verordeningen, richtlijnen en Nederlandse wetten.
Per bron moet worden gekeken naar het materiaal toepassingsgebied (welk onderwerp), het formeel
toepassingsgebied (welke landen) en het temporeel toepassingsgebied (tijdvak).

De verordeningen en richtlijnen van de EU nemen een bijzondere positie in. Deze regelingen gelden
primair tussen de lidstaten van de EU. Bij de uitleg van de diverse IPR-verordeningen speelt het HvJ-
EU een belangrijke rol. De door het Hof gegeven interpretatie van een voorgelegde prejudiciële vraag
is bindend voor de nationale rechter. De gegeven uitleg bindt ook de rechterlijke instanties in de
andere lidstaten van de EU.

In art. 10:1 BW is bepaald dat verdragen en verordeningen voorrang hebben op de wettelijke IPR-
bepalingen. Ongeschreven regels spelen pas een rol als geschreven regels ontbreken.

Bij samenloop van verdragen en verordeningen wordt de volgorde bepaalt door het volkenrecht. Zo
kan een verdrag zelf vermelden wanneer het terugtreedt voor andere regelingen. Maar ook het lex
posterior derogat legi priori-beginsel is van belang; de jongere regeling heeft voorrang op de oudere.

De belangrijke bronnen zijn: EU-Verordeningen, Verdragen, Boek 10 BW en Wetboek Rv.

Per onderdeel geldt een andere ‘volgorde’ waarin moet worden gekeken:
- Bij bevoegdheid: Verordening, Verdragen, Rv (art. 1-14)
- Bij conflictenrecht: Verordening, Verdragen, Boek 10 BW

, - Bij tenuitvoerlegging: Verordening, Verdragen, Rv (art. 431)
Bij elke tentamenvraag nagaan: wat is het materieel-, formeel- en temporeel toepassingsgebied?
Steeds kijken naar het onderwerp, het geldingsbereik (landen) en vanaf wanneer geldig.

Als het buiten het toepassingsgebied valt, dan trede lager, kijken naar Verdrag. En zo verder.

Geschiedenis van het conflictenrecht
Het IPR kwam pas in de twaalfde eeuw tot ontwikkeling. In de historische ontwikkeling van het
conflictenrecht spelen twee vragen een terugkerende rol:
1. De vraag naar de grondslag van het conflictenrecht: waarom moet het eigen recht soms wijken
voor ander recht?
2. De vraag naar de methode: als wordt aangenomen dat het eigen recht moet worden ingeruild
voor een ander recht, aan de hand van elke regels en beginselen moet dit dan?

Het oude Griekse recht kende twee belangrijke beginselen:
- Het personaliteitsbeginsel: een persoon is onderworpen aan het recht van zijn geboorteplaats
(lex originis);
- Het territorialiteitsbeginsel: rechters passen alleen hun eigen recht toe (lex fori).

Dit stelsel had tot gevolg dat alleen eigen inwoners hun rechten geldend konden maken en dat
vreemdelingen geen recht hadden. Later veranderde het personaliteitsbeginsel om vreemdelingen ook
rechten te geven. Iedere persoon droeg zijn eigen rechten mee.

Door intensivering van handel en het bestaan van verschillend recht ontstond behoefte aan speciale
regels met betrekking tot vreemdelingen binnen het Romeinse Rijk. Het ius gentium werd ontwikkeld.
Een verzameling van rechtsbeginselen uit de verschillende delen van het rijk waarvan de Romeinen
meenden dat deze voor alle burger van kracht waren. Dit was van toepassing tussen vreemdelingen en
tussen vreemdelingen en Romeinen. Tussen Romeinen was het ius civile van toepassing.

Statutenleer
De Post-Glassatoren ontwikkelde de statutenleer (wetten waren statuta). Ze namen hierbij de interne
rechtsregels als startpunt. Het conflictenrecht dient het ruimtelijk toepassingsgebied van de interne
rechtsregels te bepalen. Hiertoe werden de interne rechtsregels ingedeeld in een aantal klassen, waarbij
aan iedere klasse van rechtsregels een ruimtelijk begrensd toepassingsgebied werd toegekend. Dit
toepassingsgebied meende men te kunnen afleiden uit de aard en strekking van de betrokken regels
zelf.

De statutisten stelde zichzelf twee vragen:
1. Kunnen eigen wetten worden toegepast op vreemdelingen?
2. Gelden eigen wetten ook buiten grondgebied van de stadstaat?

Zij pakten hun BW, hun eigen wetten, en vanuit die inhoud probeerde zij te bedenken wat te reikwijdte
van die regels zou moeten zijn. Indeling van rechtsregels in klassen (contracten, delicten, testamenten,
etc.) en op basis van de aard en de strekking van de regel bepaalde men het toepassingsgebied. Als het
ging om regels die op de persoon betrekking hebben (statuta personalia), werd gekeken naar de
strekking van de regel (verbiedend/veroorlovend). Voordelig? Regel blijkt gelden. Nadelig? Dan volgt
de wet deze persoon niet buiten gebied van de wetgever.

Zo probeerde men allerlei redeneringen te bedenken om de reikwijdte van het eigen materiele
privaatrecht te bepalen. Daar waar het eigen recht geen toepassing verlangt, paste men dezelfde
conflictregels toe op vreemde statuten. Amper aandacht voor de grondslag voor toepassen vreemd
recht (de waarom-vraag).

De statutenleer is vervolgens in Frankrijk verder ontwikkeld.

, In het algemeen drie hoofdregels:
 Statuta personalia: wetten gekoppeld aan de persoon. Gelden alleen ten aanzien van de eigen
onderdanen. Hebben extra extraterritoriale werking; de staat en de bevoegdheid door de lex
domicilii toegekend volgt hem overal.
 Statuta realia: gekoppeld aan het grondgebied (onroerend goed).
 Statuta mixta: gekoppeld aan de plaats van handelen. Hebben zowel effect binnen als buiten
de grenzen van het eigen gebied.

De statutenleer gaat dus uit van eigen privaatrecht en probeerde daar ruimtelijk toepassingsgebied te
bepalen. Daar waar dit niet van toepassing is, eventueel buitenlands recht toepassen. Daarbij kijken
naar strekking van de regels uit andere stad of provincie. Moesten dus de inhoud van die statuten
bestuderen.

De Hollandse Statutisten
Hollandse Statutisten (17e eeuw) hadden veel aandacht voor de grondslag. Stadsstaten hadden eigen
wetgeving. Paulus Voet (Utrecht) stelde soevereiniteit voorop: soevereiniteit staat aan de werking van
vreemd recht op het eigen grondgebied in de weg. Als hij het heeft over een buitenlandse staat, heeft
hij het over een andere provincie.

Voet stelde zich de vraag: Utrecht heeft eigen wetgeving, maar waarom dan toch vreemd recht
toegepast in de rechtspraak? Want rechtspraak in Utrecht accepteerde wel het recht van andere
provincies (Zeeland bijvoorbeeld). Op welke grondslag past men recht van een andere staat toe?

Verklaarde het vanuit de comitas gedachte: het is geen rechtsplicht, maar staten dulden gelding en
toepassing van vreemd recht binnen hun landsgrenzen ex comitate. Een daad van internationale
welwillendheid.

Deze comitas-leer is verder uitgewerkt door zijn zoon Joannes Voet.

Ulrik Huber (Friesland) kwam ook aan diezelfde vraag toe: wanneer en waarom recht toepassen
andere staat. Fries recht in Friesland, en soms ander recht op basis van comitas (welwillendheid).
Staten dulden wederzijds dat vreemd recht op hun territoir geldt. Maar bij Huber was dit wél een
volkenrechtelijke rechtsplicht. Comitas = bindend volkenrecht. Het is een internationale rechtsplicht,
maar deze plicht vindt haar grens daar waar de belangen van deze staat of haar onderdanen door
toepassing van dit vreemde recht worden geschaad.

Statutenleer werd in de 19e eeuw gecodificeerd in Nederland. Wet van 1829 heeft gegolden tot 2012.

Omwenteling
Statutische methode is een onwerkbare theorie, omdat je diep in het vreemd recht moet duiken.
Friedrich Carl von Savigny kwam met een nieuw idee. Hij bouwde voort op Huber en de
volkenrechtelijke plicht, maar met een ander uitgangspunt: abstracte internationale rechtsverhouding.
Inhoud, aard en strekking van de interne (materiele) recht speelt geen rol meer bij het bepalen van
toepasselijk recht.

Niet vanuit eigen privaatrecht redeneren, maar erboven hangen en uitgaan van een abstracte
rechtsverhouding. Op die manier bepalen waar die ‘overeenkomst’ zijn zwaartepunt heeft. Leidt naar
het nauwst verbonden recht, waar abstracte rechtsverhouding ‘thuishoort’. Hoogste doel was
beslissingsharmonie.

Verwerpt het comitas-begrip van de Hollandse statutenleer en de gedachte dat de grondslag van het
conflictenrecht gelegen is in de afbakening van de soevereine rechten van staten.
€8,80
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les avis
1 semaine de cela

no schedules for answering questions, especially text, but with main points of judgments, etc.

4,0

1 revues

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
melissadeleo Rijksuniversiteit Groningen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
102
Membre depuis
8 année
Nombre de followers
63
Documents
16
Dernière vente
20 heures de cela

3,7

14 revues

5
4
4
6
3
2
2
0
1
2

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions