Deel I: investeringanalyse
actief = aanwendingen van financiële middelen ⇒ investeringsbeslissingen
←→ passief: herkomst van financiële middelen ⇒ financieringsbeslissingen
1) waar gaan we het geld vandaan halen om te financieren?
2) Geld krijgen vanuit een bron → wat gaan we met het geld doen?
3) geld is geïnvesteerd dus we verwachten extra inkomsten door de investering
4) deel inkomsten gaat terug naar bronnen (later opnieuw geld lenen?)
⇒ moeten in evenwicht zijn, wat betekent dat die bedragen ongeveer gelijk moeten zijn
risico: mogelijke uitkomsten gekend en kansen kunnen we inschatten
(wat levert keuze in de toekomst op?)
⇐⇒ onzekerheid: onderliggende kansverdeling is onbekend
Waarom beslissen? = toekomstige waarde creeren
- materieel vast actief
vb. nieuw vliegtuig kopen/ontwerpen
- immaterieel vast actief
vb. onderzoek naar nieuwe medicatie
→ wordt er iets gevonden, indien ja is de markt er klaar voor (=risico’s)
→ grote initiële investering, onzekere toekomstige cashflows
⇒ investeringsanalyse cruciaal
prijs altijd verschillend van waarde
waarde > prijs ⇒ goede investering
,investeringsanalyse: verband koers en waarde aandeel, is prijs < waarde
! steunt altijd op assumpties die dus ook in vraag gesteld moeten worden
prijs: gevormde prijs op de markt ⇐⇒ waarde: onderliggend (inschatting)
vertrouwen/informatie: beïnvloedt de prijs op de markt
wanneer is prijs = waarde ⇒ marktefficiëntie: volledig transparante informatie, rationaliteit
↗ risico, ↗ verwacht rendement
v↘, p↘, verwacht rendement ↗
!! misvattingen in investeringsanalyse (waar/vals vragen)
VALS
1. een spaarboekje is een veilige belegging
: dekt de inflatie en wordt dus niet gezien als een belegging
→ rente = minimum opbrengst (zinloze investering)
geen risico ⇒ geen risicopremie
2. waarde is gelijk aan de prijs
prijs: spel tussen vraag en aanbod
waarde: gebaseerd op de toekomstperspectieven en het verbonden risico
3. hoog risico is altijd hoog rendement
: heel hoog risico betekent dat je 50% kans hebt op heel veel rendement en 50%
kans op heel veel verlies (zie gauss-curve)
4. investeringen die bedrijven doen groeien zijn rendabel
: groei kan ook ten koste gaan van iets anders → investering altijd vergelijken met
groei
5. als de markt efficiënt is, heeft beleggen geen zin
beleggen = (toekomstige waarde - huidige waarde)/ huidige waarde
→ enkel rendement als het een positief getal oplevert
gokken = (toekomstige waarde - 1)/1
⇒ enige waarde die vastligt is de huidige waarde
WAAR
6. hoe meer winst, hoe beter het project
: winst is een indicator van succes → hogere winst = opbrengst > kosten
! winst zijn geen kasstromen
7. rendement > verwacht rendement wordt abnormaal rendement genoemd
abnormaal rendement = werkelijk gerealiseerd rendement - verwacht rendement
, ● tijdswaarde van geld
geld is vandaag meer waard dan in de toekomst
- uitstel van consumptie: geld uitlenen of investeren is consumptie uitstellen en
hiervoor een vergoeding verwachten
- inflatie: stijgende prijzen zorgt voor een verlies aan koopkracht
- risico: toekomstige betalingen zijn onzeker, hoe verder in de toekomst, hoe
onzekerder
‘r’ = verdisconteringsvoet: rendement dat beleggers eisen om hun geld ter beschikking te
stellen → 3 componenten
I. vergoeding voor inflatie: compensatie voor het verlies aan koopkracht
II. vergoeding voor uitstel van consumptie: beloning voor het niet direct consumeren
III. risicopremie: extra vergoeding voor de onzekerheid verbonden aan de investering
→ r is altijd positief: anders zou men geen vergoeding verwachten voor inflatie, risico en
uitstel van consumptie
!! timing is heel belangrijk
→ vergelijk nooit geldstromen op verschillende tijdstippen = omzetten naar 1 tijdstip
~actualiseren (verdisconteren): toekomstige geldstromen omzetten naar waarde vandaag
~capitaliseren: huidige geldstromen omzetten naar hun waarde in de toekomst
basisformules:
1) perpetuïteit: oneindige reeks v gelijkmatig in tijd gespreide kasstromen
2) oneindige reeks v gelijkmatig in tijd gespreide exp. groeiende KS
3) eindige reeks van gelijkmatig in de tijd gespreide gelijke KS
● waardering van obligaties
obligatie: deelbewijs van een schuld onder de vorm van een effect
→ emittent: persoon die obligatie uitgeeft, schuldenaar = financieringsinstrument
→ obligatiehouder: eigenaar van obligatie, schuldeiser = beleggingsinstrument
- looptijd/time to maturity: dag waarop obligatie is terugbetaald
➢ <1 jaar ⇒ bill
➢ 1-5 jaar ⇒ note
➢ >5 jaar ⇒ bond
- couponrendement ‘r’: rendement dat je krijgt in nominale termen op obligatie
- nominale waarde/ face value: hoofdsom
, prijs is afhankelijk van verhouding coupon vs. rente op de markt
~ primary markt: obligaties worden voor het eerst uitgegeven
= prijs komt tot stand door vraag en aanbod
~ secundary markt: obligaties die al uitgegeven zijn opnieuw verkopen/aankopen
= prijs komt tot stand door tijd
bid price: laag, wat de koper van het aandeel maximaal wilt geven
ask price: hoger, wat de verkoper van het aandeel minimaal wilt krijgen
yield = verwacht jaarlijks rendement van de obligatie
⇐⇒ vereist rendement
risico’s verbonden aan obligatie
1) prijsrisico: obligatie wordt snel beïnvloed door verandering in rentevoet/intrest
↗ rentevoet, ↘ prijs
2) herinvesteringsriciso/ roll-over risk: onzekerheid vh rendement wanneer je coupons
herbelegd
3) call risico: kans dat obligatie vervroegd terugbetaald wordt
4) default risk: risico dat de uitgevers het nom. bedrag of coupons niet zal kunnen
betalen
5) inflatierisico: coupon ligt vast waardoor de reële waarde vd coupon daalt
6) liquiditeitsrisico: kan je je obligatie nog doorverkopen als je er vanaf wilt
indien markt efficiënt is prijs = waarde, verwacht rendement = vereist rendement
vereiste rendement = opportuniteitskosten: opbrengsten die men misloopt bij een
gelijkaardig beleggings alternatief
⇒ arbitrage zorgt ervoor dat obligatie met hetzelfde rendement, dezelfde prijs hebben
bij gelijk risico, zal verwacht rendement gelijk worden
→ niemand investeert in lager rendement
waardering obligatie is onderhevig aan rente, rentes zijn onderhevig aan inflatie
rente ↗, actuele waarde (prijs) obligatie ↘
⇒ nieuwe obligaties worden uitgegeven met hogere coupons (alternatief is meer waard)