Draagvloeren (15)
Vloeren
VLOEREN: PRINCIEPSOPBOUW
Vloeropbouw:
− Vloerafwerking: zichtbare bovenlaag (tegels, parket, gietvloer …).
− Dekvloer/ chape: zorgt voor een vlak oppervlak
− Tussenlagen: isolatie tegen geluid en/of kou, soms ook dampscherm of
vochtwerende laag.
− Uitvullaag: vult hoogteverschillen op en bevat vaak leidingen.
− Draagstructuur (draagvloer): het dragende deel dat alle lasten opneemt (beton,
staal, gemengd).
,1. Draagvloer
Het dragende deel van de vloer (bv. betonplaat) dat alle lasten opneemt en
doorgeeft aan de structuur.
2. Isolatie (thermisch en/of akoestisch)
Beperkt warmteverlies en/of geluidsoverdracht tussen ruimtes of verdiepingen.
o Thermische isolatie = voor tussen een verdieping en een kleder
o Akoestische isolatie = voor tussen 2 appartementen
3. Scheidingslaag
Dunne laag (folie) die verhindert dat de dekvloer vastkleeft aan de onderliggende
laag.
4. Dekvloer (chape)
Egaliserende laag waarop de vloerafwerking komt; verdeelt belastingen.
5. Wapeningsnet
Staalnet in de dekvloer dat scheuren beperkt en de sterkte verhoogt.
6. Vervormbare voegvulling
Samendrukbaar materiaal in voegen dat bewegingen van de vloer opvangt.
7. Elastische kit
Flexibele afdichting bovenaan de voeg die beweging toelaat en scheurvorming
voorkomt.
, DRAAGVLOER
Draagvloer
− De draagvloer is het structurele vloerdeel van het gebouw.
− Ze maakt deel uit van de draagstructuur.
− Ze draagt het eigen gewicht van de vloer én de gebruiksbelastingen (mensen,
meubels).
− Dagen van uitrustingselementen (blijvend deel uitmaakt van het gebouw:
ingebouwde kast, sanitair, keukenelementen, trappen, ...)
− Kan uitgevoerd worden in hout, beton, staal of een combinatie daarvan.
Draagvloer: begrippen
− Draagrichting is de richting waarin een vloer overspant en zijn belasting
doorgeeft (kleinste afstand)
Hoe de pijl licht, is waar de overspanning is, van welk vloer tot welk vloer
− De vrije overspanning is de afstand tussen twee dragende steunpunten
(zoals muren, balken of kolommen) waarover een vloer zonder tussensteun ligt.
Hoe groter deze afstand, hoe sterker en dikker de draagvloer of balken moeten
zijn, omdat ze over een langere lengte het gewicht moeten opnemen en
doorbuiging moeten beperken.
− Oplegging:
Is het contact- en steunpunt waar de draagvloer rust op een dragend element
(zoals een muur, balk of kolom).
Via die oplegging wordt het gewicht van de vloer en de gebruikslasten veilig
doorgegeven aan de draagstructuur.
Vloeren
VLOEREN: PRINCIEPSOPBOUW
Vloeropbouw:
− Vloerafwerking: zichtbare bovenlaag (tegels, parket, gietvloer …).
− Dekvloer/ chape: zorgt voor een vlak oppervlak
− Tussenlagen: isolatie tegen geluid en/of kou, soms ook dampscherm of
vochtwerende laag.
− Uitvullaag: vult hoogteverschillen op en bevat vaak leidingen.
− Draagstructuur (draagvloer): het dragende deel dat alle lasten opneemt (beton,
staal, gemengd).
,1. Draagvloer
Het dragende deel van de vloer (bv. betonplaat) dat alle lasten opneemt en
doorgeeft aan de structuur.
2. Isolatie (thermisch en/of akoestisch)
Beperkt warmteverlies en/of geluidsoverdracht tussen ruimtes of verdiepingen.
o Thermische isolatie = voor tussen een verdieping en een kleder
o Akoestische isolatie = voor tussen 2 appartementen
3. Scheidingslaag
Dunne laag (folie) die verhindert dat de dekvloer vastkleeft aan de onderliggende
laag.
4. Dekvloer (chape)
Egaliserende laag waarop de vloerafwerking komt; verdeelt belastingen.
5. Wapeningsnet
Staalnet in de dekvloer dat scheuren beperkt en de sterkte verhoogt.
6. Vervormbare voegvulling
Samendrukbaar materiaal in voegen dat bewegingen van de vloer opvangt.
7. Elastische kit
Flexibele afdichting bovenaan de voeg die beweging toelaat en scheurvorming
voorkomt.
, DRAAGVLOER
Draagvloer
− De draagvloer is het structurele vloerdeel van het gebouw.
− Ze maakt deel uit van de draagstructuur.
− Ze draagt het eigen gewicht van de vloer én de gebruiksbelastingen (mensen,
meubels).
− Dagen van uitrustingselementen (blijvend deel uitmaakt van het gebouw:
ingebouwde kast, sanitair, keukenelementen, trappen, ...)
− Kan uitgevoerd worden in hout, beton, staal of een combinatie daarvan.
Draagvloer: begrippen
− Draagrichting is de richting waarin een vloer overspant en zijn belasting
doorgeeft (kleinste afstand)
Hoe de pijl licht, is waar de overspanning is, van welk vloer tot welk vloer
− De vrije overspanning is de afstand tussen twee dragende steunpunten
(zoals muren, balken of kolommen) waarover een vloer zonder tussensteun ligt.
Hoe groter deze afstand, hoe sterker en dikker de draagvloer of balken moeten
zijn, omdat ze over een langere lengte het gewicht moeten opnemen en
doorbuiging moeten beperken.
− Oplegging:
Is het contact- en steunpunt waar de draagvloer rust op een dragend element
(zoals een muur, balk of kolom).
Via die oplegging wordt het gewicht van de vloer en de gebruikslasten veilig
doorgegeven aan de draagstructuur.