Samenvatting cursus Visie
Samenvatting cursus Visie..........................................................................................................1
Inleiding..................................................................................................................................2
Hoofdstuk 1: Zorg, Verpleegkunde, Verplegingswetenschap en Vroedkunde.......................2
Hoofdstuk 2 : Theorie als Visie..............................................................................................8
Ppt: Peplau............................................................................................................................13
Les 3......................................................................................................................................15
De Identiteit van Verpleegkundigen in een Veranderend Zorglandschap............................15
Hoofdstuk 3: Gezondheid en Welzijn...................................................................................19
Hoofdstuk 4: De Mens als Object van de Verpleegkunde....................................................23
Hoofdstuk 5: De Relatie tussen Vroedvrouw/Verpleegkundige en de Patiënt.....................27
Hoofdstuk 6: omgeving in de verpleegkunde en vroedkunde...............................................31
Reflectieve vragen.................................................................................................................35
Hoofdstuk 7: Culturele diversiteit in de zorg........................................................................37
Artikel 1: Anthropology in the Clinic: The Problem of Cultural Competency and How to
Fix It......................................................................................................................................38
Artikel 2: Cultural competence: a conceptual framework for teaching and learning...........41
Artikel 3: Confronting “Culture” in Medicine's “Culture of No Culture”............................41
Artikel 4: Culture, Moral Experience and Medicine.............................................................42
H8: Het leven boven de ziekte uittillen: de verpleegkundige als bondgenoot bij een
chronische ziekte...................................................................................................................43
H9: Praktijkvoering en Professionalisering..........................................................................46
Voorbeeld examenvragen......................................................................................................49
U bent net afgestudeerd als master in de Verpleegkunde en de Vroedkunde. U wil aan het
werk, en solliciteert voor een functie als directeur in een groot woonzorgcentrum. Tijdens
uw sollicitatiegesprek wordt u gevraagd welke betekenis uw masterdiploma voor u heeft.
Er wordt u vervolgens gevraagd hoe u staat tegenover masteropgeleide verpleegkundigen
op verschillende afdelingen in het woonzorgcentrum. Zou u doelbewust inzetten op het
verhogen van het aantal masteropgeleide verpleegkundigen in uw woonzorgcentrum?
Indien ja, a. Geef drie belangrijke redenen waarom u zou inzetten op het verhogen van het
aantal masteropgeleide verpleegkundigen in uw woonzorgcentrum. b. Formuleer drie
belangrijke veronderstelde gevolgen van het verhogen van het aantal masteropgeleide
verpleegkundigen in uw woonzorgcentrum. Indien neen, a. Geef drie belangrijke redenen
waarom u niet zou inzetten op het verhogen van het aantal masteropgeleide
verpleegkundigen in uw woonzorgcentrum. b. Formuleer drie belangrijke veronderstelde
gevolgen van het niet verhogen van het aantal masteropgeleide verpleegkundigen in uw
woonzorgcentrum..................................................................................................................54
Vraag over zelfmanagement dat meer en meer opkomt en toepassen op je gekozen casus
(vb vpk bij chronische pt, vroedvrouw met peer groups).....................................................55
,Inleiding
Een visie wordt gebaseerd op:
- Theorieën: grand theories, stress-coping theorie…
- Concepten (onderdelen van een theorie): hoop, informatiebehoeften, salutogenesis1,
resilience, sense of coherence.
kunnen verder ontwikkeld worden tot theorieën.
Hoofdstuk 1: Zorg, Verpleegkunde,
Verplegingswetenschap en Vroedkunde
1. Het begrip 'Verplegingswetenschap'
Verplegingwetenschap als wetenschap
Definitie: Verplegingswetenschap is de studie van fenomenen die verband houden met
de uitoefening van de verpleegkunde. Het is een wetenschappelijk vakgebied dat zich
richt op het ontwikkelen van kennis door middel van onderzoek.
Wetenschappelijke methodiek: Empirische (proefondervindelijk) toetsing is
essentieel. Ideeën en theorieën worden vergeleken met waarnemingen en aangepast op
basis van empirische kritiek. Dit proces helpt om houdbare overtuigingen te
onderscheiden van onhoudbare. De theorieën vormen samen systemen. Een vakgebied
of discipline wordt gevormd vanuit een aantal theorieën.
Body of knowledge: kennis die discipline heeft ontwikkeld, dynamisch en
cummulatief geheel.
1
de verhouding tussen gezondheid, stress en coping. Richt zich hier op ipv factoren die ziekte veroorzaken.
,Het domein verplegingwetenschap
Het is moeilijk een eenduidige defentie te vinden voor de verplegingwetenschap. Je
zou de defenitie van verplegingwetenschap kunnen laten samenvallen met de defenitie
van verpleegkunde. Maar ook deze is geen afsluitende definitie.
Je zou kunnen zeggen dat verplegingwetenschappeljk onderzoek het onderzoek is dat
door verplegingwetenschappers verricht wordt. Maar dit klopt ook niet helemaal,
onderzoeken soms ook niet verplegingwetenschappelijke onderwerpen en omgekeerd
onderzoeken niet verplegingwetenschappelijk onderzoekers ook
verplegingwetenschappelijke thema’s.
Als je op empirische manier de afgrenzing wil maken zou je kunnen zeggen dat het
verplegingwetenschappelijk onderzoek het onderzoek is dat in de
verplegingwetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd wordt is. Hier komen veel
thema’s in aan bod.
Afgrenzing tussen verplegingwetenschappelijk onderzoek en ander onderzoek wordt
dus best gemaakt door de kennis die je hebt over verpleegkundige praktijk, de
concepten en theorieën die er bestaan over verpleegkunde.
2. Relatie tussen Verplegingswetenschap en Verpleegkundige Praktijk
Evidence Based Practice (EBP): Verpleegkundige beslissingen moeten gebaseerd
zijn op de laatste wetenschappelijke kennis. Dit omvat het gebruik van richtlijnen en
protocollen (getoetst op groepsniveau, niet krachtig op individueel niveau, getoets in
andere situaties) die zijn ontwikkeld op basis van onderzoek. EBP integreert
wetenschappelijke bewijzen met de expertise van de beroepsbeoefenaar.
Handelen op grond van voorlopige besluiten: Verpleegkundigen moeten
beslissingen nemen, zelfs als de wetenschappelijke kennis nog niet volledig is. Dit
vereist een afweging van beschikbare kennis en een onderzoekende houding.
Voorbeelden van voorlopige besluiten zijn het gebruik van empirisch getoetste kennis
om klinische beslissingen te nemen.
2 modellen verwetenschappelijking
o Diagnosegestuurde zorg: verpleegkunde objectiveren, wetenschappelijke
instrumenten voor diagnose en interventie.
o Behoeftgestuurde zorg: Vpk max laten tegemoetkomen aan persoonlijke
behoefte van zorgontvanger. Wetenschappelijk ondersteunde interventie
aanpassen aan individuele situatie.
Evidence based practice, de ontwikkeling van de klinische paden, richtlijnen en
protocollen
Richtlijnen worden ontwikkeld adhv verricht onderzoek.
o Maatregelen die effectief blijken worden aanbevolen.
Richtlijnen en protocollen gaan steeds over gemiddelde situaties. Kunnen dus niet op
alle patiënten toegpast worden.
De verpleegkundige moet dus nog steeds zelf oordelen.
Handelen op grond van voorlopige besluiten
Niet overal is de nodige wetenschappelijke kennis over. Toch moet de vpk beslissen.
Het is niet rationeel te verantwoorden dat het handhaven van wat altijd gedaan wordt
de beste beslissing is.
, Veel handelswijze hebben geen wetenschappelijke basis en zijn zelf nog nooit
geëvalueerd.
Persoonlijke kennis: een creatieve synthese
Personal knowledge: in staat zijn intuïtief te handelen op basis van synthetische
kennis. Ze kunnen hun kennis uit verschillende theorieën tegelijkertijd gebruiken. Het
is een creatief proces.
2 modellen van verwetenschappelijking
1) Diagnosegestuurde zorg
a. Dit model richt zich op een reductionistische benadering waarbij de
medische en/of verpleegkundige diagnose centraal staat. Het proces begint met
het vaststellen van een diagnose op basis van verzamelde gegevens, zoals
observaties en anamneses. Vervolgens worden interventies gepland en
uitgevoerd om specifieke gezondheidsproblemen aan te pakken.
2) Behoefte gestuurde zorg
a. In dit model staat de holistische benadering centraal, waarbij de behoeften en
wensen van de cliënt het uitgangspunt vormen. De zorg wordt afgestemd op
wat de cliënt belangrijk vindt en nodig heeft, wat leidt tot een meer
gepersonaliseerde en cliëntgerichte zorgverlening. Methoden
zoals vraaggerichte zorg, shared decision making, en belevingsgerichte
zorg zijn kenmerkend voor deze benadering
3. Masters in de Verpleegkunde en Vroedkunde in de Praktijk
Functies: Masters in de Verpleegkunde en Vroedkunde vervullen diverse rollen,
waaronder verpleegkundig specialist, zorggerelateerde managementfuncties,
middenkaderfuncties, kwaliteitsbewaking, en onderwijs.
Verpleegkundig specialisten: Deze professionals integreren wetenschappelijke
kennis met praktische inzichten en spelen een cruciale rol in de directe patiëntenzorg
en zorgontwikkeling. Ze moeten in staat zijn om nieuwe problemen te definiëren en
innovatieve oplossingen te bedenken.
4. Diagnosegestuurde vs. Behoeftegestuurde Zorg
Diagnosegestuurde zorg: Richt zich op het objectiveren van de verpleegkundige
praktijk door middel van gestandaardiseerde diagnoses en interventies. Dit model
streeft naar eenvormigheid en betrouwbaarheid in de zorg.
Behoeftegestuurde zorg: Benadrukt de uniekheid van de patiënt en de relatie tussen
verpleegkundige en patiënt. Wetenschappelijke kennis wordt toegepast met aandacht
voor de individuele situatie van de patiënt. Dit model erkent de complexiteit en de
unieke configuratie van elke patiënt.
5. Praktijkvoering en Professionalisering
Verwetenschappelijking van de praktijk: Het gebruik van wetenschappelijke kennis
in de praktijk wordt gezien als een ethisch imperatief (morele verplichting). Dit omvat
het toepassen van onderzoeksbevindingen om de zorg te verbeteren en complicaties te
voorkomen.
Economische betekenis: Wetenschappelijke kennis kan leiden tot besparingen door
efficiënter gebruik van middelen en tijd. Voorbeelden zijn het verminderen van
onnodige behandelingen en het optimaliseren van zorgprocessen.
Samenvatting cursus Visie..........................................................................................................1
Inleiding..................................................................................................................................2
Hoofdstuk 1: Zorg, Verpleegkunde, Verplegingswetenschap en Vroedkunde.......................2
Hoofdstuk 2 : Theorie als Visie..............................................................................................8
Ppt: Peplau............................................................................................................................13
Les 3......................................................................................................................................15
De Identiteit van Verpleegkundigen in een Veranderend Zorglandschap............................15
Hoofdstuk 3: Gezondheid en Welzijn...................................................................................19
Hoofdstuk 4: De Mens als Object van de Verpleegkunde....................................................23
Hoofdstuk 5: De Relatie tussen Vroedvrouw/Verpleegkundige en de Patiënt.....................27
Hoofdstuk 6: omgeving in de verpleegkunde en vroedkunde...............................................31
Reflectieve vragen.................................................................................................................35
Hoofdstuk 7: Culturele diversiteit in de zorg........................................................................37
Artikel 1: Anthropology in the Clinic: The Problem of Cultural Competency and How to
Fix It......................................................................................................................................38
Artikel 2: Cultural competence: a conceptual framework for teaching and learning...........41
Artikel 3: Confronting “Culture” in Medicine's “Culture of No Culture”............................41
Artikel 4: Culture, Moral Experience and Medicine.............................................................42
H8: Het leven boven de ziekte uittillen: de verpleegkundige als bondgenoot bij een
chronische ziekte...................................................................................................................43
H9: Praktijkvoering en Professionalisering..........................................................................46
Voorbeeld examenvragen......................................................................................................49
U bent net afgestudeerd als master in de Verpleegkunde en de Vroedkunde. U wil aan het
werk, en solliciteert voor een functie als directeur in een groot woonzorgcentrum. Tijdens
uw sollicitatiegesprek wordt u gevraagd welke betekenis uw masterdiploma voor u heeft.
Er wordt u vervolgens gevraagd hoe u staat tegenover masteropgeleide verpleegkundigen
op verschillende afdelingen in het woonzorgcentrum. Zou u doelbewust inzetten op het
verhogen van het aantal masteropgeleide verpleegkundigen in uw woonzorgcentrum?
Indien ja, a. Geef drie belangrijke redenen waarom u zou inzetten op het verhogen van het
aantal masteropgeleide verpleegkundigen in uw woonzorgcentrum. b. Formuleer drie
belangrijke veronderstelde gevolgen van het verhogen van het aantal masteropgeleide
verpleegkundigen in uw woonzorgcentrum. Indien neen, a. Geef drie belangrijke redenen
waarom u niet zou inzetten op het verhogen van het aantal masteropgeleide
verpleegkundigen in uw woonzorgcentrum. b. Formuleer drie belangrijke veronderstelde
gevolgen van het niet verhogen van het aantal masteropgeleide verpleegkundigen in uw
woonzorgcentrum..................................................................................................................54
Vraag over zelfmanagement dat meer en meer opkomt en toepassen op je gekozen casus
(vb vpk bij chronische pt, vroedvrouw met peer groups).....................................................55
,Inleiding
Een visie wordt gebaseerd op:
- Theorieën: grand theories, stress-coping theorie…
- Concepten (onderdelen van een theorie): hoop, informatiebehoeften, salutogenesis1,
resilience, sense of coherence.
kunnen verder ontwikkeld worden tot theorieën.
Hoofdstuk 1: Zorg, Verpleegkunde,
Verplegingswetenschap en Vroedkunde
1. Het begrip 'Verplegingswetenschap'
Verplegingwetenschap als wetenschap
Definitie: Verplegingswetenschap is de studie van fenomenen die verband houden met
de uitoefening van de verpleegkunde. Het is een wetenschappelijk vakgebied dat zich
richt op het ontwikkelen van kennis door middel van onderzoek.
Wetenschappelijke methodiek: Empirische (proefondervindelijk) toetsing is
essentieel. Ideeën en theorieën worden vergeleken met waarnemingen en aangepast op
basis van empirische kritiek. Dit proces helpt om houdbare overtuigingen te
onderscheiden van onhoudbare. De theorieën vormen samen systemen. Een vakgebied
of discipline wordt gevormd vanuit een aantal theorieën.
Body of knowledge: kennis die discipline heeft ontwikkeld, dynamisch en
cummulatief geheel.
1
de verhouding tussen gezondheid, stress en coping. Richt zich hier op ipv factoren die ziekte veroorzaken.
,Het domein verplegingwetenschap
Het is moeilijk een eenduidige defentie te vinden voor de verplegingwetenschap. Je
zou de defenitie van verplegingwetenschap kunnen laten samenvallen met de defenitie
van verpleegkunde. Maar ook deze is geen afsluitende definitie.
Je zou kunnen zeggen dat verplegingwetenschappeljk onderzoek het onderzoek is dat
door verplegingwetenschappers verricht wordt. Maar dit klopt ook niet helemaal,
onderzoeken soms ook niet verplegingwetenschappelijke onderwerpen en omgekeerd
onderzoeken niet verplegingwetenschappelijk onderzoekers ook
verplegingwetenschappelijke thema’s.
Als je op empirische manier de afgrenzing wil maken zou je kunnen zeggen dat het
verplegingwetenschappelijk onderzoek het onderzoek is dat in de
verplegingwetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd wordt is. Hier komen veel
thema’s in aan bod.
Afgrenzing tussen verplegingwetenschappelijk onderzoek en ander onderzoek wordt
dus best gemaakt door de kennis die je hebt over verpleegkundige praktijk, de
concepten en theorieën die er bestaan over verpleegkunde.
2. Relatie tussen Verplegingswetenschap en Verpleegkundige Praktijk
Evidence Based Practice (EBP): Verpleegkundige beslissingen moeten gebaseerd
zijn op de laatste wetenschappelijke kennis. Dit omvat het gebruik van richtlijnen en
protocollen (getoetst op groepsniveau, niet krachtig op individueel niveau, getoets in
andere situaties) die zijn ontwikkeld op basis van onderzoek. EBP integreert
wetenschappelijke bewijzen met de expertise van de beroepsbeoefenaar.
Handelen op grond van voorlopige besluiten: Verpleegkundigen moeten
beslissingen nemen, zelfs als de wetenschappelijke kennis nog niet volledig is. Dit
vereist een afweging van beschikbare kennis en een onderzoekende houding.
Voorbeelden van voorlopige besluiten zijn het gebruik van empirisch getoetste kennis
om klinische beslissingen te nemen.
2 modellen verwetenschappelijking
o Diagnosegestuurde zorg: verpleegkunde objectiveren, wetenschappelijke
instrumenten voor diagnose en interventie.
o Behoeftgestuurde zorg: Vpk max laten tegemoetkomen aan persoonlijke
behoefte van zorgontvanger. Wetenschappelijk ondersteunde interventie
aanpassen aan individuele situatie.
Evidence based practice, de ontwikkeling van de klinische paden, richtlijnen en
protocollen
Richtlijnen worden ontwikkeld adhv verricht onderzoek.
o Maatregelen die effectief blijken worden aanbevolen.
Richtlijnen en protocollen gaan steeds over gemiddelde situaties. Kunnen dus niet op
alle patiënten toegpast worden.
De verpleegkundige moet dus nog steeds zelf oordelen.
Handelen op grond van voorlopige besluiten
Niet overal is de nodige wetenschappelijke kennis over. Toch moet de vpk beslissen.
Het is niet rationeel te verantwoorden dat het handhaven van wat altijd gedaan wordt
de beste beslissing is.
, Veel handelswijze hebben geen wetenschappelijke basis en zijn zelf nog nooit
geëvalueerd.
Persoonlijke kennis: een creatieve synthese
Personal knowledge: in staat zijn intuïtief te handelen op basis van synthetische
kennis. Ze kunnen hun kennis uit verschillende theorieën tegelijkertijd gebruiken. Het
is een creatief proces.
2 modellen van verwetenschappelijking
1) Diagnosegestuurde zorg
a. Dit model richt zich op een reductionistische benadering waarbij de
medische en/of verpleegkundige diagnose centraal staat. Het proces begint met
het vaststellen van een diagnose op basis van verzamelde gegevens, zoals
observaties en anamneses. Vervolgens worden interventies gepland en
uitgevoerd om specifieke gezondheidsproblemen aan te pakken.
2) Behoefte gestuurde zorg
a. In dit model staat de holistische benadering centraal, waarbij de behoeften en
wensen van de cliënt het uitgangspunt vormen. De zorg wordt afgestemd op
wat de cliënt belangrijk vindt en nodig heeft, wat leidt tot een meer
gepersonaliseerde en cliëntgerichte zorgverlening. Methoden
zoals vraaggerichte zorg, shared decision making, en belevingsgerichte
zorg zijn kenmerkend voor deze benadering
3. Masters in de Verpleegkunde en Vroedkunde in de Praktijk
Functies: Masters in de Verpleegkunde en Vroedkunde vervullen diverse rollen,
waaronder verpleegkundig specialist, zorggerelateerde managementfuncties,
middenkaderfuncties, kwaliteitsbewaking, en onderwijs.
Verpleegkundig specialisten: Deze professionals integreren wetenschappelijke
kennis met praktische inzichten en spelen een cruciale rol in de directe patiëntenzorg
en zorgontwikkeling. Ze moeten in staat zijn om nieuwe problemen te definiëren en
innovatieve oplossingen te bedenken.
4. Diagnosegestuurde vs. Behoeftegestuurde Zorg
Diagnosegestuurde zorg: Richt zich op het objectiveren van de verpleegkundige
praktijk door middel van gestandaardiseerde diagnoses en interventies. Dit model
streeft naar eenvormigheid en betrouwbaarheid in de zorg.
Behoeftegestuurde zorg: Benadrukt de uniekheid van de patiënt en de relatie tussen
verpleegkundige en patiënt. Wetenschappelijke kennis wordt toegepast met aandacht
voor de individuele situatie van de patiënt. Dit model erkent de complexiteit en de
unieke configuratie van elke patiënt.
5. Praktijkvoering en Professionalisering
Verwetenschappelijking van de praktijk: Het gebruik van wetenschappelijke kennis
in de praktijk wordt gezien als een ethisch imperatief (morele verplichting). Dit omvat
het toepassen van onderzoeksbevindingen om de zorg te verbeteren en complicaties te
voorkomen.
Economische betekenis: Wetenschappelijke kennis kan leiden tot besparingen door
efficiënter gebruik van middelen en tijd. Voorbeelden zijn het verminderen van
onnodige behandelingen en het optimaliseren van zorgprocessen.