NEDERLANDS
KINDERLITERATUUR
KINDERBOEKEN IN ALLE SOORTEN EN MATEN
Fictie : de feiten moeten niet waar zij, maar het geheel moet geloofwaardig zijn
Non-fictie : feiten die waar zijn, bevat info die controleerbaar is.
lln moeten leren dat je non-fictie op een andere manier en met een ander
doel leest dan bij fictie
zoveel mogelijk verschillende soorten verhalen aangeboden krijgen
variatie in inhoud en genre
leren hoe ze met verschillende soorten omgaan
GENRES BINNEN FICTIE
REALISTISCHE VERHALEN
Verhalen die niet echt gebeurd zijn, maar wel zouden kunnen in het
echte leven
Spelen zich af in een alledaagse omgeving
Vaak onspannend
Humor speelt een belangrijke rol
bv: Jip en Janneke
HISTORISCHE VERHALEN
Spelen zich in het verleden af
Staan toch dicht bij werkelijkheid
Doel: geschiedenis weergeven
Sprake van dit genre van zodra een historisch tijdperk, historische feiten of een
historische figuur besproken wordt
DIERENVERHALEN
Fabels, dieren die kleren aan hebben, dieren die praten
Vaak een moraal in het verhaal
Dieren staan centraal
Vaak humanisering (= kunnen praten,…), maar dier moet toch herkenbaar
blijven
SPROOKJES
, Volkssprookjes
oude verhalen die mondeling werden doorgegeven en pas later zijn
opgeschreven
bv de sprookjes van de gebroeders Grimm
Cultuursprookjes
volledig verzonnen
er is geen breuk tussen mensen en de fantasiewereld (kabouters, trollen,…)
personages zijn stereotiep, ze leren niets bij
FANTASIEVERHALEN
Verhalen die volledig afspelen in een verzonnen wereld
Fantasie stelt kinderen in staat angst te hanteren
Bv: ze maken monsters zo groot, klein, vriendelijk als ze zelf willen
Gekenmerkt door vreemde wezens, vreemde locaties
Vaak minder lineair verhaalopbouw
Veel uitweidingen en zijsprongen
Meer te weten over gevoelens en gedachten van het hoofdpersonage door
vertelperspectief
bv: de GVR
FANTASTISCHE VERHALEN
Hebben nog een ‘poort’ naar de werkelijkheid
Er is nog een link tussen de echte wereld en de fantasiewereld
Vaak: verhaal speelt af in de echte wereld en fantasiewereld komt
binnendringen a.d.h.v. levend speelgoed, sprekende knuffels,….
bv: Alice in Wonderlands, Harry Potter,…
SCIENCEFICTION
Een denkbeeldig toekomstperspectief
Kritisch zijn tegenover onze maatschappij
Link met wetenschap, avontuur, fantasie
bv: De Kleine Prins, Sjakie en de grote glazen lift
AVONTURENVERHALEN
De belangrijkste rol is actie
Personages tegen elkaar opgezet bv vriend/vijand, held/slechterik,….
INTERCULTURELE VERHALEN
Boeken die oog hebben voor culturele diversiteit
NIET noodzakelijk boeken over mensen uit andere landen
OOK boeken over seksuele geaardheid (2 mama’s)
Streeft erna dat leerlingen leren omgaan met elkaars gelijknissen en verschillen
KINDERLITERATUUR IN WOORD EN BEELD
KINDERLITERATUUR
KINDERBOEKEN IN ALLE SOORTEN EN MATEN
Fictie : de feiten moeten niet waar zij, maar het geheel moet geloofwaardig zijn
Non-fictie : feiten die waar zijn, bevat info die controleerbaar is.
lln moeten leren dat je non-fictie op een andere manier en met een ander
doel leest dan bij fictie
zoveel mogelijk verschillende soorten verhalen aangeboden krijgen
variatie in inhoud en genre
leren hoe ze met verschillende soorten omgaan
GENRES BINNEN FICTIE
REALISTISCHE VERHALEN
Verhalen die niet echt gebeurd zijn, maar wel zouden kunnen in het
echte leven
Spelen zich af in een alledaagse omgeving
Vaak onspannend
Humor speelt een belangrijke rol
bv: Jip en Janneke
HISTORISCHE VERHALEN
Spelen zich in het verleden af
Staan toch dicht bij werkelijkheid
Doel: geschiedenis weergeven
Sprake van dit genre van zodra een historisch tijdperk, historische feiten of een
historische figuur besproken wordt
DIERENVERHALEN
Fabels, dieren die kleren aan hebben, dieren die praten
Vaak een moraal in het verhaal
Dieren staan centraal
Vaak humanisering (= kunnen praten,…), maar dier moet toch herkenbaar
blijven
SPROOKJES
, Volkssprookjes
oude verhalen die mondeling werden doorgegeven en pas later zijn
opgeschreven
bv de sprookjes van de gebroeders Grimm
Cultuursprookjes
volledig verzonnen
er is geen breuk tussen mensen en de fantasiewereld (kabouters, trollen,…)
personages zijn stereotiep, ze leren niets bij
FANTASIEVERHALEN
Verhalen die volledig afspelen in een verzonnen wereld
Fantasie stelt kinderen in staat angst te hanteren
Bv: ze maken monsters zo groot, klein, vriendelijk als ze zelf willen
Gekenmerkt door vreemde wezens, vreemde locaties
Vaak minder lineair verhaalopbouw
Veel uitweidingen en zijsprongen
Meer te weten over gevoelens en gedachten van het hoofdpersonage door
vertelperspectief
bv: de GVR
FANTASTISCHE VERHALEN
Hebben nog een ‘poort’ naar de werkelijkheid
Er is nog een link tussen de echte wereld en de fantasiewereld
Vaak: verhaal speelt af in de echte wereld en fantasiewereld komt
binnendringen a.d.h.v. levend speelgoed, sprekende knuffels,….
bv: Alice in Wonderlands, Harry Potter,…
SCIENCEFICTION
Een denkbeeldig toekomstperspectief
Kritisch zijn tegenover onze maatschappij
Link met wetenschap, avontuur, fantasie
bv: De Kleine Prins, Sjakie en de grote glazen lift
AVONTURENVERHALEN
De belangrijkste rol is actie
Personages tegen elkaar opgezet bv vriend/vijand, held/slechterik,….
INTERCULTURELE VERHALEN
Boeken die oog hebben voor culturele diversiteit
NIET noodzakelijk boeken over mensen uit andere landen
OOK boeken over seksuele geaardheid (2 mama’s)
Streeft erna dat leerlingen leren omgaan met elkaars gelijknissen en verschillen
KINDERLITERATUUR IN WOORD EN BEELD