Hfdst 1 Voorgeschiedenis:
1830- • Conflict tss Kerk en Staat bestaat al veel langer dan in België alleen → Verlichting,
1848 Franse Revolutie, het Napoleontische regime en in het VKN
o In 1801 sluit Napoleon een concordaat met de Katholieke kerk om de relatie
tss beiden te herstellen
▪ Salarissen voor priesters
▪ Kerkgebouwen beheerd door kerkfabrieken (= openbare instellingen
met rechtspersoonlijkheid die verantwoordelijk zijn voor beheer v/d
materiële middelen die nodig zijn om erediensten uit te voeren)
▪ Onder Frans regime werden goederen v/d kerk openbaar verkocht →
kerk belooft nieuwe eigenaren niet te benadelen + alle kerkelijke
eigendommen die niet waren verkocht werden gerestitueerd
o In 1815 nam het VKN de vrijheid van godsdienst uit de Franse periode over
in hun Grondwet
▪ Het Zuiden (België) was zeer katholiek → katholieke kerk had
traditioneel veel invloed (op onderwijs, politiek en dagelijks leven)
MAAR Franse periode had die macht sterk ingeperkt door kloosters te
sluiten + kerkelijke goederen te verkopen. De katholieken willen
hun macht/invloed terug!
▪ Het Noorden (Nederland) was protestants → Willem 1 was een
protestantse vorst DUS België vreesde dat Willem België wou
“protestantiseren” en daarmee de katholieke instellingen wou
verzwakken
▪ De katholieke kerk zag de godsdienstvrijheid als een bedreiging want
voor hen betekende dit verlies van voorrechten → niet enkel een
kwestie van geloof maar ook van macht
▪ Grondwet betekende machtsverschuiving van Kerk naar Staat
• In 1827 ontstond het monsterverbond = samenwerking tss katholieken en liberalen
om de macht van Willem 1 terug te drijven (2 tegenpartijen bundelen de krachten
om een gemeenschappelijke vijand te verslaan)
o Hieruit is het unionisme ontstaan, wat de basis was van de Belgische
onafhankelijkheid in 1830
▪ Na 1839 was het unionisme geen noodzaak meer aangezien België
eindelijk “veilig” was (verdrag van XXIV-artikelen werd getekend)
▪ Toch bleven er unionistische regeringen tot 1847 → België was intern
nog kwetsbaar door economische onzekerheid en omdat de
institutionele opbouw nog niet af was, er waren nog geen politieke
partijen eerder gewoon losse groepen en elites wilden via het
cijnskiesstelsel politieke rust en stabiliteit behouden door de
samenwerking tss katholieken en liberalen
▪ Pas in 1845-1847 begon de liberale partij zich meer te organiseren en
zich meer uit te spreken over hun ideeën (straks meer info hierover)
Effectieve periode 1830-1848:
• De grondwet is een compromis tss katholieken en liberalen → kerk organiseert
haar macht onder vlag v/d rechten en vrijheden MAAR moet toegeven op vlak v/h
recht op bescherming v/d vrijheid van meningsuiting
1
, • Bescherming v/d katholieke belangen → de macht v/d kerk = waarneembaar
Unionistische regeringen MAAR katholieken domineren dus voeren een aantal
maatregelen door die macht van de kerk verankeren
o Kieswet 1831: zorgt voor lagere kiescijns op het platteland (door
differentiële kiescijns = verschillende cijns naargelang niveau v/d verkiezing)
→ op het platteland leven meet katholieken dus dat is makkelijke
kiesoverwinning
o Wet van Nothomb (1842) = onderwijswet:
▪ Verplichting aan elke gemeente om minstens 1 lagere school op te
richten → katholieken maken hier gebruik van door in gemeenten
waar katholieken aan de macht zijn, vrije (= katholieke) scholen op te
richten (pastoors geven les zonder diploma)
▪ De overheid financierde deze scholen (dus ook de katholieke
scholen op het platteland)
▪ Waarom onderwijs? Onderwijs = cruciaal voor machtsbasis v/d
katholieken → van kleins af aan al godsdienstlessen zodat de kans
groter is dat ze katholiek zullen blijven
o 1835: Rijksuniversiteit in Leuven wordt afgeschaft en vervangen door KUL
o Zegelbelasting, censuur en toezicht op theaters om liberalen in toom te
houden
o Kieswijkenwet (1842): grote gemeenten opdelen in kiesdistricten →
kiescijns op basis van plaats
▪ Natuurlijk handig voor katholieken: op platteland is kiescijns laag
dus meer kan op kiesoverwinning
▪ Meerderheidsprincipe per zetel apart → gevolg: indeling van de
kiezers is essentieel
• De Grondwet is zeer liberaal voor zijn tijd (zie instellingen) vooral het punt v/d
vrijheid van meningsuiting is een belangrijk element in de levensbeschouwelijke
breuklijn
o Mirari Vos (1832) = pauselijke brief waarin de Paus de liberale vrijheden van
de Belgische Grondwet veroordeelt → katholieken volgen deze brief,
antiklerikalen zien in deze teksten bewijs dat kerk heerszuchtig is
• De antiklerikale liberale oppositie zijn 2 sociale groepen bij elkaar
o Doctrinaire liberalen: voorstanders vrije markt, tegen staatsinterventie,
tegenstanders v/d macht v/d Kerk als instituut MAAR accepteren christelijke
moraal als algemene moraal
o Progressieve liberalen: pleiten voor integratie v/d arbeiders in samenleving
via onderwijs en waarden v/d verlichting
o Voormalige orangisten: orangisten (= willen hereniging met VKN en
steunen Willem 1’s staatsbestel) zien in dat er na 1839, wnnr Willem België
erkend als onafhankelijke staat, geen kans meer is op die hereniging met
VKN. Ze vinden aansluiting bij liberalen door gelijkaardige economische
opvattingen (industrialisatie, vrijhandel)
De eerste echte actie v/d oppositie was de oprichting v/d ULB (Verhaegen) in 1834
o Vanaf 1836 (nog meer vanaf 1839) werkte men aan een permanent
o In 1846 wordt de liberale partij definitief opgericht → relatief snel verlopen!
▪ Leiders v/d beweging waren niet bang om openlijk strijd te voeren
(Verhaegen met ULB)
2