OMGEVINGSRECHT (1e semester 2025, MA architectuur en stedenbouw)
INHOUD
CONTEXT VAK
DEEL 1: REGELGEVING
Hiërarchie der normen, hogere norm primeert op de lagere
1. Internationaal recht
2. De Belgische Grondwet
3. Bijzondere Wet tot hervorming der Instellingen
4. Federale wetten en Vlaamse decreten
5. Uitvoeringsbesluiten op verschillende niveaus (Belgisch, Vlaams, Provinciaal,
gemeentelijk)
DEEL 2: RUIMTELIJKE TRANSITIE
Dieper ingaan op juridisch aspect van verschillende instrumenten in kader van
ruimtelijke transities
1. Ruimtelijke probleemschets Vlaanderen
2. Historiek plannings- en uitvoeringsinstrumentarium
3. Beleidsplan Ruimte Vlaanderen
4. Ruimtelijke transitieprocedures
1
,CONTEXT VAK
Juridische leerinhouden i.v.m. leefmilieu, klimaat en ruimtelijke ordening die relevant
zijn voor het beroep van architect en ruimtelijk planner
Behoeders van natuur, ecologisch evenwicht, veerkracht, sociale uitdagingen:
Waar bouwen/niet bouwen en hoe?
Niet alleen de inhoud leren maar ook de bron (referentie), wat is iets juridisch bindend,
door wie?
Wat is omgevingsrecht?
2015: In het Vlaams Gewest werd gekozen voor integratie van ruimtelijke ordening en
milieubeleid
Deze integratie, naar Nederlands model, bracht alle juridische aspecten van de
ruimtelijke planning en de milieubeoordeling samen.
De milieue^ectenbeoordeling werd geïntegreerd in de ruimtelijke beoordeling van het
planningsproces, sindsdien spreekt men over omgevingsvergunning, omgevingsrecht,
minister van omgeving, omgevingsambtenaar…
Juridisch
- Norm komt via een vastgestelde procedure tot stand
- Norm is afdwingbaar, overheid kan verplichten om deze na te leven
- Norm wordt gehandhaafd, sancties
Omgevingsrecht vak à leren van bindende kaders om ruimte te beschermen en te
ontwikkelen
Verschil soft law en hard law
Soft law = een van bovenstaande criteria ontbreekt (meestal handhaving)
Dit kan leiden tot een tandeloze wetgeving
Gevaar voor ontwerpers: te veel beleidsdocumenten die ervaren worden als een
rechtsnorm ook al is dit niet (masterplannen, roadmaps, nota’s, visieteksten etc.)
2
,DEEL 1: REGELGEVING
Hiërarchie der normen, hogere norm primeert op de lagere
1. Internationaal recht
2. De Belgische Grondwet
3. Bijzondere Wet tot hervorming der Instellingen
4. Federale wetten en Vlaamse decreten
5. Uitvoeringsbesluiten op verschillende niveaus (Belgisch, Vlaams, Provinciaal,
gemeentelijk)
6. Individuele bestuurshandeling
1. INTERNATIONAAL RECHT
1.1 Internationaal verdragsrecht
Bv. VN Klimaatverdrag van Parijs
Dit komt tot stand door een belangrijk mondiaal thema à opstellen bindend
internationaal verdragsrecht om een probleem aan te pakken
- Juridisch bindend voor alle verdragspartijen
- Geratificeerd door de Europese Unie (bekrachtigd)
- Bepaalt reductiedoelstellingen en nationale bijdragen en evaluatiecycli
- Art. 2: stabiliseren van concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer om de
opwarming van de aarde te beperken
à afspraak om de temperatuurstijging te beperken tot max 2 graden in
vergelijking met pre-industrieel niveau en de bevordering van broeikasarme
ontwikkeling
Vanaf 2050 klimaatneutraliteit, 2030 55% reductie broeikasgassen
- Art. 7.1: klimaatadaptatie als een inspanningsverbintenis, ondergeschikt aan de
mitigatiedoelstelling: Verdragspartijen worden verplicht om een nationaal
adaptatieplan op te stellen dat internationaal wordt opgevolgd. Een
adaptatieplan is evenwel een beleidsdocument; de juridische waarde
à geen harde resultaatsnorm, handhaving ontbreekt
Geen bepalingen rond ruimtegebruik
Mitigatie vs. adaptatie
Mitigatie: gerichte maatregelen nemen om broeikasgassen te beperken, opwarming
tegenhouden
Adaptatie: aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, compenseren
Geen handhaving maar er zijn juridische omwegen: klimaatrechtspraak
Als rechtsgrond het mensenrechtenverdrag gebruiken
à recht op gezond leven
Er is te weinig zorg in het nakomen van die Europese doelstellingen
3
, 1.2 Recht van de Europese Unie
- Supranationaal recht voorrang op nationaal rechts
- EU heeft exclusieve (lidstaten geven bevoegdheid helemaal af) en gedeelde
(beide EU en lidstaten bevoegd en kiezen) bevoegdheden
- Voor milieu, vervoer, landbouw = gedeelde bevoegdheid EU
Complexe milieuregelgeving heeft invloed op ruimtelijk plannen: toelating
bouwen, vergunningen, verboden, uitstoot, extra transport
à EU is niet bevoegd voor ruimtelijke ordering!!
- Subsidiariteitsbeginsel: een verdeelregel tussen verschillende bevoegdheden die
zowel exclusief, parallel als concurrerend kunnen zijn
à besluitvorming wordt overgelaten aan meest e^iciënte niveau
Verdrag van de EU, duurzaamheidsbeginsel
art. 3.3: “het principe van duurzame ontwikkeling”: oorsprong VN Brundlandt Conventie 1987:
ecologische en sociale duurzaamheid: voorzien in de behoeften van het heden zonder het vermogen van
toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen, waarbij mens, milieu
en economie in evenwicht zijn en de aarde niet uitgeput raakt
- Economische ontwikkeling moet op een duurzame manier gebeuren, lidstaten
moeten regelgeving produceren die bijdraagt aan duurzame ontwikkeling aan de
hand van deze leidraad
- Longitudinaal perspectief, wereld bewaren voor volgende generaties
- Lidstaten zijn verplicht om in hun regelgeving duurzaamheid op te nemen
- Geen harde handhaving
Verdrag van Aarhus
Verdrag van 25 juni 1998 betre^ende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming
en toegang tot de rechter over milieuaangelegenheden.
à Preventieve en curatieve rechtsbescherming van burgers in milieu-aangelegenheden
- Verzekeren recht op informatie en inspraak van burgers bij milieubeoordeling
- Verzekeren van toegang tot de rechter
Curatieve rechtsbescherming: toegang tot bestuursrechter om beslissingen aan te
vechten, milieuverengingen kunnen dus naar de rechter
à Belangrijke aanjagers om vergunningen tegen te gaan, voor actiegroepen en
verveningen geldt dit ook
4
INHOUD
CONTEXT VAK
DEEL 1: REGELGEVING
Hiërarchie der normen, hogere norm primeert op de lagere
1. Internationaal recht
2. De Belgische Grondwet
3. Bijzondere Wet tot hervorming der Instellingen
4. Federale wetten en Vlaamse decreten
5. Uitvoeringsbesluiten op verschillende niveaus (Belgisch, Vlaams, Provinciaal,
gemeentelijk)
DEEL 2: RUIMTELIJKE TRANSITIE
Dieper ingaan op juridisch aspect van verschillende instrumenten in kader van
ruimtelijke transities
1. Ruimtelijke probleemschets Vlaanderen
2. Historiek plannings- en uitvoeringsinstrumentarium
3. Beleidsplan Ruimte Vlaanderen
4. Ruimtelijke transitieprocedures
1
,CONTEXT VAK
Juridische leerinhouden i.v.m. leefmilieu, klimaat en ruimtelijke ordening die relevant
zijn voor het beroep van architect en ruimtelijk planner
Behoeders van natuur, ecologisch evenwicht, veerkracht, sociale uitdagingen:
Waar bouwen/niet bouwen en hoe?
Niet alleen de inhoud leren maar ook de bron (referentie), wat is iets juridisch bindend,
door wie?
Wat is omgevingsrecht?
2015: In het Vlaams Gewest werd gekozen voor integratie van ruimtelijke ordening en
milieubeleid
Deze integratie, naar Nederlands model, bracht alle juridische aspecten van de
ruimtelijke planning en de milieubeoordeling samen.
De milieue^ectenbeoordeling werd geïntegreerd in de ruimtelijke beoordeling van het
planningsproces, sindsdien spreekt men over omgevingsvergunning, omgevingsrecht,
minister van omgeving, omgevingsambtenaar…
Juridisch
- Norm komt via een vastgestelde procedure tot stand
- Norm is afdwingbaar, overheid kan verplichten om deze na te leven
- Norm wordt gehandhaafd, sancties
Omgevingsrecht vak à leren van bindende kaders om ruimte te beschermen en te
ontwikkelen
Verschil soft law en hard law
Soft law = een van bovenstaande criteria ontbreekt (meestal handhaving)
Dit kan leiden tot een tandeloze wetgeving
Gevaar voor ontwerpers: te veel beleidsdocumenten die ervaren worden als een
rechtsnorm ook al is dit niet (masterplannen, roadmaps, nota’s, visieteksten etc.)
2
,DEEL 1: REGELGEVING
Hiërarchie der normen, hogere norm primeert op de lagere
1. Internationaal recht
2. De Belgische Grondwet
3. Bijzondere Wet tot hervorming der Instellingen
4. Federale wetten en Vlaamse decreten
5. Uitvoeringsbesluiten op verschillende niveaus (Belgisch, Vlaams, Provinciaal,
gemeentelijk)
6. Individuele bestuurshandeling
1. INTERNATIONAAL RECHT
1.1 Internationaal verdragsrecht
Bv. VN Klimaatverdrag van Parijs
Dit komt tot stand door een belangrijk mondiaal thema à opstellen bindend
internationaal verdragsrecht om een probleem aan te pakken
- Juridisch bindend voor alle verdragspartijen
- Geratificeerd door de Europese Unie (bekrachtigd)
- Bepaalt reductiedoelstellingen en nationale bijdragen en evaluatiecycli
- Art. 2: stabiliseren van concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer om de
opwarming van de aarde te beperken
à afspraak om de temperatuurstijging te beperken tot max 2 graden in
vergelijking met pre-industrieel niveau en de bevordering van broeikasarme
ontwikkeling
Vanaf 2050 klimaatneutraliteit, 2030 55% reductie broeikasgassen
- Art. 7.1: klimaatadaptatie als een inspanningsverbintenis, ondergeschikt aan de
mitigatiedoelstelling: Verdragspartijen worden verplicht om een nationaal
adaptatieplan op te stellen dat internationaal wordt opgevolgd. Een
adaptatieplan is evenwel een beleidsdocument; de juridische waarde
à geen harde resultaatsnorm, handhaving ontbreekt
Geen bepalingen rond ruimtegebruik
Mitigatie vs. adaptatie
Mitigatie: gerichte maatregelen nemen om broeikasgassen te beperken, opwarming
tegenhouden
Adaptatie: aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, compenseren
Geen handhaving maar er zijn juridische omwegen: klimaatrechtspraak
Als rechtsgrond het mensenrechtenverdrag gebruiken
à recht op gezond leven
Er is te weinig zorg in het nakomen van die Europese doelstellingen
3
, 1.2 Recht van de Europese Unie
- Supranationaal recht voorrang op nationaal rechts
- EU heeft exclusieve (lidstaten geven bevoegdheid helemaal af) en gedeelde
(beide EU en lidstaten bevoegd en kiezen) bevoegdheden
- Voor milieu, vervoer, landbouw = gedeelde bevoegdheid EU
Complexe milieuregelgeving heeft invloed op ruimtelijk plannen: toelating
bouwen, vergunningen, verboden, uitstoot, extra transport
à EU is niet bevoegd voor ruimtelijke ordering!!
- Subsidiariteitsbeginsel: een verdeelregel tussen verschillende bevoegdheden die
zowel exclusief, parallel als concurrerend kunnen zijn
à besluitvorming wordt overgelaten aan meest e^iciënte niveau
Verdrag van de EU, duurzaamheidsbeginsel
art. 3.3: “het principe van duurzame ontwikkeling”: oorsprong VN Brundlandt Conventie 1987:
ecologische en sociale duurzaamheid: voorzien in de behoeften van het heden zonder het vermogen van
toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen, waarbij mens, milieu
en economie in evenwicht zijn en de aarde niet uitgeput raakt
- Economische ontwikkeling moet op een duurzame manier gebeuren, lidstaten
moeten regelgeving produceren die bijdraagt aan duurzame ontwikkeling aan de
hand van deze leidraad
- Longitudinaal perspectief, wereld bewaren voor volgende generaties
- Lidstaten zijn verplicht om in hun regelgeving duurzaamheid op te nemen
- Geen harde handhaving
Verdrag van Aarhus
Verdrag van 25 juni 1998 betre^ende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming
en toegang tot de rechter over milieuaangelegenheden.
à Preventieve en curatieve rechtsbescherming van burgers in milieu-aangelegenheden
- Verzekeren recht op informatie en inspraak van burgers bij milieubeoordeling
- Verzekeren van toegang tot de rechter
Curatieve rechtsbescherming: toegang tot bestuursrechter om beslissingen aan te
vechten, milieuverengingen kunnen dus naar de rechter
à Belangrijke aanjagers om vergunningen tegen te gaan, voor actiegroepen en
verveningen geldt dit ook
4